Bijna twee weken lang neemt de Amerikaanse producent Universal Havana over. Grote zwarte trucks vol apparatuur rijden door de stad, politieagenten en ingehuurde Cubaanse crewleden blokkeren met hekken en starre blikken de belangrijkste wegen en overal proberen Cubanen een glimp op te vangen van de snelle auto’s en ingevlogen Hollywoodsterren.

Niet iedereen is blij met hun komst. Vooral taxi- en buschauffeurs klagen steen en been over de lange files die de omleidingen veroorzaken. ‘Als ze het nou van tevoren duidelijker hadden aangekondigd, hadden we er rekening mee kunnen houden’, klaagt er een, ‘maar ze hebben het maar in één lokale krant gezet.’

Normaal berichten de belangrijkste kranten ruim op tijd over wegversperringen, legt een jonge filmmaker uit, ‘maar nu is het allemaal heel geheimzinnig gegaan; ze willen niet dat Cubanen buiten de stad te horen krijgen dat hier zo’n enorme Hollywoodproductie plaatsvindt’. Want hoewel de betrekkingen met Amerika zijn aangehaald en Obama onlangs door vele Cubanen als een held onthaald werd, overheerst bij regeringsleiders en staatsjournalisten nog altijd de kritiek op het imperialistische gedachtegoed van hun grote buurland. Ze laten dit soort producties slechts toe omdat het veel geld oplevert, legt Roberto Smith, directeur van het staatsfilminstituut uit in een online interview dat hij gaf naar aanleiding van alle ophef, ‘geld dat ten goede komt aan de nationale filmindustrie en alle Cubanen’.

Maar filmprofessor Gustavo Arcos is sceptisch: ‘Het probleem is dat er veel te weinig transparantie is. Zonder te overleggen met het eigen volk verkoopt de regering de beste plekken aan de hoogste bieders. De uitverkoop van Cuba is begonnen.’ De volgende Hollywoodcrew is al in Havana gearriveerd, van de sciencefictionfilm Transformers 5. Maar geen zorgen: volgens de staatskrant Granma ‘behoeft deze kleine productie geen sluiting van straten, waardoor het normale leven in de stad gewoon door kan gaan’.