De Iraanse bom

Vorige week heeft de Israëlische premier Netanyahu voor het Amerikaanse Congres geprobeerd drie vliegen in één klap te slaan. Ten eerste verklaarde hij dat de onderhandelingen met Iran over het staken van het werk aan een kernwapen op niets zouden uitlopen. Daarmee hielp hij de militante Republikeinen in de ontluikende verkiezingsstrijd.

Hij kreeg ovationele bijval. En zo leverde hij meteen een bijdrage tot de Amerikaanse buitenlandse politiek. En ten derde diende deze toespraak ook zijn eigen verkiezingsstrijd. Op 17 maart zijn er verkiezingen in Israël en Netanyahu is niet alleen compromisloos als het om de Iraanse kernindustrie gaat; hij wil ook dat Washington dit standpunt volstrekt deelt. Overigens was president Obama voor deze rede niet uitgenodigd. In andere landen zou Netanyahu misschien beschuldigd zijn van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Maar daarvoor is de vriendschap tussen Amerika en Israël te hecht.

Het Israël van Netanyahu is een uiterst militante staat, zoals ook blijkt uit het beleid tegenover de Palestijnen, niet alleen de ultra’s van Hamas. En zoals de Amerikaanse columnist William Pfaff bijna veertien jaar geleden kort na 9/11 schreef: zolang er geen duurzame overeenkomst tussen Israël en de Palestijnen is, zal de vrede in het Midden-Oosten een illusie blijven. Pfaff heeft meer dan gelijk gekregen. Dat is niet alleen door Israël veroorzaakt. Arabische staten zijn uit elkaar gevallen of bezig zichzelf in een zinloze burgeroorlog te vernietigen. Islamitische Staat heeft een nieuw element aan de verwoestingen toegevoegd.

Die enorme staatkundige en humanitaire, zich ongebreideld voortzettende ramp kan niet aan Israël worden toegeschreven. Het is het hedendaags failliet van de Arabische beschaving. En sinds het begin van deze eeuw heeft het Westen metterdaad bewezen dat het daar machteloos tegenover staat. Pogingen om het tij met de oorlogen in Afghanistan en Irak te keren zijn uitgelopen op kostbare mislukkingen.

Iran zal misschien binnen een paar jaar een proef­explosie laten zien

Maar het kan nog erger. Sinds jaren werkt Iran aan zijn eigen kernwapen. In de internationale gemeenschap is daartegen in toenemende mate verzet ontstaan. Het land is door economische tegenmaatregelen getroffen wat gevolgen heeft voor de levensstandaard. Er zijn internationale conferenties gehouden. Tot dusver heeft niets geholpen. De Iraniërs gaan verder met het verrijken van uranium en beweren dat dit uitsluitend vreedzame doelen dient. Zoals de zaken er nu voorstaan moeten we er rekening mee blijven houden dat Iran misschien binnen een paar jaar een proefexplosie laat zien. En wat dan? Misschien een nieuwe escalatie tussen Israël en Iran, met het gebruik van de kernbom als uiterste dreiging. Dat zou de catastrofe in het Midden-Oosten vrijwel zeker voltooien. Want zou Iran de kans krijgen Israël met een atoombom aan te vallen, dan zou het Israëlische antwoord vernietigend zijn. En de gevolgen voor de hele regio daarna onbecijferbaar.

In Israël groeit de weerstand tegen de geharnaste politiek van Netanyahu. Afgelopen weekend hebben in Tel Aviv tienduizenden mensen tegen hem gedemonstreerd. De massa’s hebben genoeg van de permanente staat van oorlog zonder hoop op vrede waarin hij het land heeft gebracht. En verder gaat het protest ook tegen zijn binnenlandse politiek die het verschil tussen arm en rijk heeft vergroot. Wint Netanyahu de verkiezingen, dan is voortzetting van zijn uiterst harde beleid hoogst waarschijnlijk. Keert hij niet terug, dan zou het land in zijn buitenlandse politiek weer een grotere vrijheid kunnen hebben, althans theoretisch. Wat Israël zal doen hangt ook van Iran af.

In Montreux worden de onderhandelingen gevoerd tussen Iran en vertegenwoordigers van de vijf kernmachten plus één: Amerika, Rusland, China, Engeland, Frankrijk en Duitsland. Op 24 maart moet dit overleg tot een voorlopig resultaat hebben geleid. Iran zou dan hebben ingestemd met aanzienlijke beperkingen van zijn kernprogramma die tien jaar van kracht zouden blijven. In ruil daarvoor zouden economische tegenmaatregelen geleidelijk worden verminderd.

Goed beschouwd is het een absurde toestand: dat de wereld niet meer dan een paar weken heeft om het risico van de potentieel gevaarlijkste tegenstelling niet eens op te heffen maar te verminderen. We moeten er rekening mee houden dat de tegenstellingen binnenkort nog gevaarlijker kunnen worden terwijl de internationale organisaties hun geloofwaardigheid verder verliezen. Over drie weken weten we meer.