De italiaanse operette

Komende zondag wordt, na chaotische repetities, in Italie wederom het spel opgevoerd dat ‘Verkiezingen’ heet. Wordt Italie eindelijk een modern democratisch land? Morgen brengen!
ROME - Alles went, ook gekte. In Italie went de gekte misschien zelfs te veel. Sinds vier jaar draait op het Apennijns schiereiland een krankzinnige non-stop show. Decor: het nationale politieke gekkenhuis, waaruit een doordringende beerputstank opstijgt. Iedere dag voeren onwaarschijnlijke personages een nieuwe act op. Het zijn schreeuwerige stukken vol verdachtmakingen en stoten onder de gordel, met de ene coup de theatre na de andere. Maar nog altijd is de show niet toe aan de clou. Zoiets gaat zelfs liefhebbers van het genre vermoeien. Wie kun je nog geloven als iedereen iedereen tegenspreekt, inclusief zichzelf? Als niemand weet waar de waarheid eindigt en de leugen begint? Als de held van gisteren de verdachte van vandaag is en wie weet weer de held van morgen?

Komende zondag wordt, na chaotische repetities, wederom het spel opgevoerd dat ‘Verkiezingen’ heet. Een onoverzichtelijke cast van partijen en partijtjes presenteert zich aan de kiezer, die volgens een al even onoverzichtelijk kiesstelsel een nieuw parlement moeten aanwijzen. Dat stuk is de afgelopen vier jaar al twee keer eerder gebracht, maar beide voorstellingen misten de ontknoping. Toch zijn verkiezingen in een democratisch land juist bedoeld om knopen door te hakken: het volk moet uitmaken door wie het bestuurd wil worden om de zittende regering te vervangen of een uit de hand gelopen crisis op te lossen.
Maar waarvoor dienen verkiezingen in Italie? Sinds de val van het fascisme hebben ze gediend om steeds weer dezelfde christen-democraten in het zadel te houden. Die zijn daarvoor eeuwige dank verschuldigd aan de Koude-Oorlogsboeman, in de gedaante van de grootste communistische partij van het Westen. Sinds de val van de christen-democraten, niet toevallig kort na die van de Muur, hebben verkiezingen de crisis niet opgelost, maar verscherpt en gerekt. Er is een kwade kans dat ook deze keer de ontknoping uitblijft. Waar komt die ontstellende onmacht vandaan? En kan dat niet leiden tot onvrede en rebellie, en die weer tot oplossingen die bepaald ongezond zijn voor de democratie?
De democratie? Welke democratie? Een democratie in de Westeuropese zin van het woord heeft Italie nooit gehad. Wel koningen en aristocraten, daarna Mussolini, en vervolgens de 'geblokkeerde democratie’ van de christen-democraten en hun minderheidspartners. Bij gebrek aan controle en omdat praktisch iedereen tevreden was met het systeem, degenereerde de politiek tot een corruptiefestijn.
En toen begonnen Antonio Di Pietro en de andere rechters van de Operatie Schone Handen met de grote schoonmaak. Daarmee begonnen ook de grote misvattingen. Bijvoorbeeld dat in Italie een revolutie was uitgebroken. Geen steen zouden ze op de andere laten, die rechters. Magistraten die een revolutie maken? Kom nou. Rechters zijn er niet om de wetten te veranderen, maar om ze te laten eerbiedigen. Ze zijn dus per definitie antirevolutionair. Als ze per se de revolutie willen maken, zullen ze hun toga aan de kapstok moeten hangen.
Maar was het herwonnen respect voor de wet op zichzelf al geen revolutie in een land waar eerbied voor de wet niet meer dan een optie is? Misschien wel - als het waar was geweest. Want er was een tweede misvatting: dat de verdwijning van de oude politieke klasse automatisch sanering zou brengen. De Andreotti’s, Forlani’s, Craxi’s en de andere groten van het ancien regime zijn inderdaad bijna allemaal weggesaneerd - al valt een toekomstige rehabilitatie niet uit te sluiten. Maar de tweede garnituur heeft, na een snelle politieke recycling, de opengevallen plaatsen ingenomen. De rest van het vacuum is gevuld door neofascistische ex- marginalen, ambitieuze ondernemers en andere opportunisten met vuile handen die hun kans schoon zagen.
En er was een derde misvatting: dat de hervorming van het kiesstelsel eindelijk zou leiden tot een slagvaardig systeem. De winnaar van de verkiezingen zou een duidelijke parlementaire meerderheid krijgen, zodat de eindeloze compromissen met Jan en alleman overbodig zouden worden. In plaats van om de negen maanden ten onder te gaan in een kabinetscrisis, zou de regering de volle vijf jaar aanblijven, om daarna door de kiezers te worden beoordeeld. Eindelijk zou Italie een modern land worden, met een grote conservatieve en een grote progressieve partij. Voor het eerst zou de oppositie de regering controleren. En voor het eerst zou de oppositie, als de kiezers dat wilden, aan de macht kunnen komen.
IN ELK LAND is het een heidens karwei om uit de ruine van een corrupt regime een democratie op te bouwen. In Italie is het tot nu toe onmogelijk gebleken. Daarvoor is de democratische voorgeschiedenis te pover en zit de oude mentaliteit te diep.
Waarom zijn zoveel christen-democraten en socialisten overgestapt naar Berlusconi of Fini? Om het land te dienen? Welnee. Ze wilden gewoon niet buiten de prijzen vallen. Waarom is Berlusconi de politiek ingegaan? Uit vaderlandsliefde? Of om beter zijn zakenbelangen te verdedigen, die hij bedreigd zag door een linkse verkiezingsoverwinning? En waarom stemmen zo veel mensen die gejuicht hebben om de val van Craxi, op diens zakelijke en politieke vennoot Berlusconi? Omdat die doorgaat voor het symbool van de wetsontduiking en hun dus de beste garanties biedt om hun oude privileges te houden of terug te krijgen.
De opvatting dat de politiek bedoeld is voor iets anders dan om er zelf beter van te worden, is vaak nog niet verder dan het retorische stadium. Ook zoveel andere zaken wijzen op continuiteit met het oude regime. Zoals het onwaarschijnlijk hoge twistgehalte van het politieke bedrijf, het arrogante gedrag van de politieke nieuwkomers, de demagogie en de verbale, soms lijfelijke agressie, de constante politieke pirouettes, het uitstellen of het ongedaan maken van beslissingen, de politisering van kwesties die elders door een anonieme ambtenaar zouden worden opgelost, de oude gewoonte van de politici om lastige rechters in diskrediet te brengen.
En de hervorming van het kiesstelsel dan, heeft die niet geleid tot een efficienter staatsbestuur? Morgen brengen. Italie heeft tegenwoordig zes verschillende kiessystemen. Het meest belabberde daarvan is voor de verkiezing van Kamer en Senaat. Drie kwart van de zetels wordt in een enkele ronde toegekend volgens het meerderheidsstelsel, een kwart volgens het oude systeem van evenredige vertegenwoordiging. Deze duivelse mix, uitgedacht door de oude politici, heeft niet geleid tot de vorming van twee grote blokken, maar tot een wonderbaarlijke partijenvermenigvuldiging. Er zijn nu een stuk of veertig partijen en partijtjes, waarvan er zeventien meedoen aan de verkiezingen. Vroeger was het heel wat overzichtelijker. Inderdaad willen veel mensen terug naar het oude systeem.
DE STABILITEIT is al ruim vier jaar zoek. De enige regering die in die tijd de uitdrukking is geweest van de volkswil, was het kabinet-Berlusconi. Maar dat ging eind 1994 na zeveneneenhalve maand chaos aan zichzelf kapot. Daarna heeft Lamberto Dini met zijn zakenkabinet geprofiteerd van de onmacht van de politici, om tenslotte de regering als basis te gebruiken voor zijn eigen lancering in de politiek.
Zullen de verkiezingen van zondag Italie eindelijk een stabiele regering geven? Dat kan alleen als er een markant verschil uit de bus komt tussen de twee grote coalities, de rechtse Pool van de Vrijheid en de centrum-linkse Olijf. Dat is mogelijk, maar niets wijst erop dat het zal gebeuren. Laten we even een paar scenario’s doornemen.
Stel dat de Pool van de Vrijheid wint. Een merkwaardig samenraapsel, deze coalitie. Berlusconianen die het wildste kapitalisme zijn toegedaan, hokken samen met de politieke erfgenamen van Mussolini, die een sterke staat willen en niets moeten hebben van privatiseringen. Daartussendoor bewegen zich groepjes ouderwetse liberalen, door bondskanselier Kohl gesponsorde neochristen-democraten, en een stel anticlericale rasprovocateurs. De officiele leider van de Pool van de Vrijheid is Silvio Berlusconi, de mediatycoon die van zijn onderneming een partij heeft gemaakt. Hij meent opnieuw premier te kunnen worden, ondanks zijn kolossale botsingen met justitie en zijn even kolossale belangenconflicten. President Scalfaro voelt er weinig voor om opnieuw met Berlusconi in zee te gaan. Maar hij wil evenmin Gianfranco Fini premier laten worden. Deze goedgebekte leider van Nationale Alliantie noemde twee jaar geleden Mussolini nog de grootste staatsman van de eeuw, en hij zei de democratie niet altijd even belangrijk te vinden.
Het is goed mogelijk dat Nationale Alliantie groter wordt dan Berlusconi’s Forza Italie en de grootste partij wordt van rechts. Fini gedraagt zich steeds meer als de werkelijke leider van de coalitie, al heeft hij voorlopig Berlusconi nodig om niet in een isolement te komen. Hij weet ook dat de rest van Europa hem voorlopig niet als premier zal accepteren. Daarvoor is de metamorfose van zijn neofascistische MSI in Nationale Alliantie iets te glad verlopen. Vrijwel zonder discussie en zonder pijn hebben de neofascisten zich in het democratisch systeem laten inklaren. Maar in de nieuwe partij waart de oude geest nog volop rond.
Deze rechtse coalitie is niet te vergelijken met normale rechtse partijen elders in Europa. Het is een zeer reactionair en zeer agressief rechts, dat gedeeltelijk teruggaat op het fascisme en weinig moet hebben van de Europese eenwording. Elders in Europa worden Fini’s politieke vrienden zorgvuldig buiten de regering gehouden. Een rechtse overwinning zou Scalfaro voor grote problemen stellen. Hij heeft al gezocht naar een compromisfiguur die in plaats van Berlusconi of Fini premier zou moeten worden.
Als de Olijf daarentegen wint, wordt de katholieke hoogleraar economie Romano Prodi premier. In zijn nek zal hij de adem voelen van Massimo D'Alema, die als leider van de ex-communistische PDS de grootste partij onder de Olijf aanvoerd. De as van deze coalitie loopt van de PDS naar de Volkspartij, de centrum-linkse romp van de oude christen-democratische partij. Dat bondgenootschap is een verlate verwezenlijking van een oud project: het historisch compromis tussen communisten en christen-democraten. De ex-communisten zijn de ex-christen-democraten nu op veel punten dicht genaderd. Want de PDS heeft een grote obsessie: op de gematigde kiezers een zo betrouwbaar mogelijke indruk maken.
In de verkiezingscampagne van 1994 was de PDS ervan overtuigd dat ze de overwinning in de zak had. Ze lachte Berlusconi weg, onderschatte de macht van diens televisie en hield geen rekening met de behoefte van miljoenen mensen om in Berlusconi’s illusies te geloven. Deze keer heeft ze het verstandiger aangepakt. Ze heeft zich verbonden met het centrum en ingespeeld op concrete behoeften - onderwijs, werk, gezondheidszorg - en op de afkeer die veel verstandige mensen voelen van het verhit- agressieve gedrag van rechts.
MAAR WAT als de beide coalities elkaar in evenwicht houden? Misschien zullen ze dan een monsterverbond sluiten, bijvoorbeeld met de Liga Noord van de onberekenbare Umberto Bossi, of met Communistische Herstichting van de orthodox-onbuigzame Fausto Bertinotti.
Regeringen die op een daardoor ontstane meerderheid zijn gebaseerd, steunen echter op drijfzand. Wat dan? Opnieuw naar de stembus? Rechts vindt dat uitstekend, de PDS vindt het zinloos als niet eerst de kieswet wordt veranderd. Maar daarvoor is een breed akkoord nodig, en hoe is dat mogelijk tussen een rechts en een links blok die elk vinden dat de ander geen democratisch bestaansrecht hebben? Zolang ze elkaar niet volop accepteren, zal Italie nooit een normaal Europees land worden.
Volgens een ander scenario zou een patstelling in de verkiezingen moeten leiden tot een hervatting van de besprekingen over grote staatkundige hervormingen. Fini heeft die besprekingen in februari laten mislukken, en daarmee ook de formatiepoging van Maccanico. Maar waarom zou Fini nu wel meewerken? Het is meer in zijn belang om na ruim vier jaar crisis de desorientatie uit te buiten van miljoenen mensen. Dat legioen heeft maar een wens: laat het afgelopen zijn met dat machteloze gemodder van politici die alles beloven en niets doen. Laat daarom een sterke man orde op zaken stellen. Wie vindt Fini voor die rol geknipt? De populairste van alle Italianen, wiens naam sinds kort van alle blaam is gezuiverd: Antonio Di Pietro.