De italiaanse puinhopen roken nog wel even door

Als de waanzin op het laatste moment niet opnieuw toeslaat, krijgt Italie voor de tweede keer binnen twee jaar tijd een niet-politieke regering. Opnieuw heeft president Scalfaro dit zakenkabinet onder leiding gesteld van een technocraat van de Centrale Bank. En opnieuw is de gunstige afloop van dit experiment allesbehalve verzekerd.

In 1993 was het bankpresident Ciampi die het land drijvende moest houden in de terminale fase van het oude regime. Nadat het stervende parlement een monster van een kieswet had aangenomen, had Ciampi zijn taak volbracht. Het vacuum werd pijlsnel opgevuld door een politieke nieuweling. De puinhoop die deze olifant in de politiek in zeven maanden tijd heeft weten aan te richten, rookt nog volop.
Wat doet in beschaafde landen een ondernemer die de politiek in gaat? Precies. Berlusconi heeft dat niet gedaan. Hij heeft de publieke omroep aan zijn media-imperium toegevoegd. Hij heeft geprobeerd de president, het parlement, de Centrale Bank en de rechterlijke macht te ringeloren. Hij heeft het tegen hem ingestelde corruptie-onderzoek voorgesteld als heiligschennis, de gepensioneerden tegen hem in het harnas gejaagd, de beurs biljoenen laten verliezen, de lire laten kelderen, Italie van Europa vervreemd, Italies geloofwaardigheid kapot gemaakt. Toen ten slotte door toedoen van Liga-leider Bossi de tegennatuurlijke coalitie uiteenviel en Berlusconi zijn parlementaire meerderheid verloor, vond hij dat iedereen moest vertrekken behalve hijzelf. Die operatie is dank zij president Scalfaro mislukt.
Berlusconi gaf de moed niet op. In naam van zijn verraden kiezers eiste hij nieuwe verkiezingen, want het zou toch te gek zijn dat de verliezers van vorig jaar aan de macht zouden komen en de winnaars tot de oppositie werden veroordeeld? Scalfaro weigerde het parlement te ontbinden en zocht naar een oplossing zonder Berlusconi. Berlusconi, zijn neofascistische makker Fini en hun hofpages schreeuwden om het hardst dat Scalfaro ter wille van zijn ‘communistische’ vrienden de democratie verkrachtte en een staatsgreep voorbereidde. Sinds de oorlog had de politiek nog nooit dergelijke pathologische en tragikomische vormen aangenomen. Uit de mond van Berlusconi was dit extremisme geen verrassing. Maar uit die van Fini? Wilde die niet doorgaan voor de vleesgeworden rechtse redelijkheid? Wilde die niet op het partijcongres van deze week definitief afrekenen met het fascistische gedachtengoed?
De dreiging van een financieel debacle en van een permanente institutionele en politieke oorlog maakte een terugkeer van de rede noodzakelijk. In het oververhitte politieke klimaat was een regering van politici onmogelijk geworden. President Scalfaro liet zijn keus vallen op een technocraat van de centrale bank die bekend stond als een 'rechtse Ciampi’. Als Berlusconi’s minister van de Schatkist zou Dini op de steun van de berlusconianen kunnen rekenen.
Nee dus. Want ook in Dini ontdekten ze een verrader, bereid om de volkssoevereiniteit - lees: de terugkeer van Berlusconi aan de macht - te dwarsbomen. Knarsetandend hebben ze moeten accepteren dat die waanzin onverkoopbaar bleek. Maar ze zullen niet rusten voordat ze de regering-Dini hebben weggesaboteerd, zodat hun heiland opnieuw puinhopen kan aanrichten.