De james dean van china

PEKING - Zojuist verscheen Spannend spel, de Nederlandse vertaling van een van Wang Shuo’s boeken. ‘Vreemd, daar weet ik helemaal niets van’, reageert de schrijver. Weet je zeker dat het geen piratenuitgave is?‘

Wang Shuo, de meest omstreden schrijver van China, maakt zich met enig recht zorgen over zijn financiën. Onder druk van het Staatspropaganda-departement heeft Wangs uitgeverij onlangs besloten de uitgave van zijn verzameld werk te staken, hetgeen praktisch gelijk staat aan een publicatieverbod. Nu verschijnen er echter piratenedities op de markt, waarover Wang zelf geen cent royalties ontvangt.
Wang Shuo: ‘Iemand heeft natuurlijk weer eens een anonieme brief gestuurd naar het Propaganda-departement. Dit hele land zit vol slechte mensen. Vroeger dachten we dat de slechteriken in de regering zaten, maar dat is helemaal niet zo. Feitelijk worden in China heel veel boeken, televisieprogramma’s en films verboden door toedoen van anonieme-brievenschrijvers. Niets maakt bureaucraten zenuwachtiger dan dergelijke brieven. Nu word ik er weer van beschuldigd de politiek belachelijk te maken. En dat mijn boeken vulgair zijn. Maar ja, met dat laatste ben ik het eigenlijk wel eens.’
Wang Shuo verdiende jaarlijks meer dan honderdduizend yuan (twintigduizend gulden) aan de heruitgave van zijn boeken. Dat valt nu weg. 'Herdrukken waren mijn voornaamste bron van inkomsten. Ik heb nog wel een paar ijzers in het vuur en een paar goede vrienden, maar het blijft een hele klap.’
WANG SHUO (38) is het belangrijkste slachtoffer van Jiang Zemins Spirituele Civilisatiecampagne, een poging van de president en partijleider tot een soort ethisch reveil. Met de open-deurpolitiek van de laatste twee decennia zijn de revolutionaire waarden en normen in de Volksrepubliek grotendeels verdwenen. Het behoudende deel van de partij is bang dat de morele basis onder de samenleving wegvalt en China in snel tempo zal afglijden naar anarchie en corruptie.
Tegenwoordig maken China’s burgers zich veel drukker over hun materiële welstand dan over de hol klinkende revolutionaire retoriek uit lang vervlogen dagen. De Volksrepubliek is veranderd in een keiharde kapitalistische samenleving en de kloof tussen arm en rijk wordt met de dag schrijnender. De Spirituele Civilisatiecampagne moet de oude revolutionaire clichés weer nieuw leven inblazen. De burgers worden opgeroepen te leren van 'modelarbeiders’, en de perscensuur is opgevoerd. Er zijn steeds meer series op de televisie over opofferingsgezinde revolutionaire helden. Schrijvers worden door Ding Guangen, de directeur van het Propagandabureau, gesommeerd zich te voegen naar de lijn van de communistische partij en het volk te onderwijzen over de socialistische moraal.
Toen Deng Xiaoping China’s sterke man werd, veranderde ook de literatuur ingrijpend. Behalve de traditioneel saaie en voorspelbare boeken die de lof zongen van het communisme en het Chinese volk, verschenen er nu ook romans van jongere auteurs, die schreven in de taal van alledag, de taal van de straat. Wang Shuo is verreweg de beroemdste en spraakmakendste van deze jongeren.
Enkele jaren geleden werd op een schrijverssymposium Wangs werk besproken, volgens klassieke communistische traditie in diens aanwezigheid. De aanwezigen hielden langdradige, brave monologen. 'Je moet niet zo veel schrijven over misdaad en sociale ellende’, zei iemand in de zaal. 'Je zou meer over deugdzame dingen moeten schrijven.’ Waarop Wang woedend opsprong en riep: 'Je moet realistisch zijn. Een mens moet zeggen wat hij te zeggen heeft en leven zoals hij wil leven. Je hoeft niet te leven als een stomme kut.’
WANG SHUO schreef meer dan dertig romans en talloze sitcoms en soapseries voor televisie, maar veel van die producties werden al na enkele afleveringen van het scherm gehaald, veelal vanwege klachten over grof taalgebruik en immorele, seksueel suggestieve scènes. Enkele van zijn verhalen zijn verfilmd. De meest bekende films zijn Beijing Bastards, geregisseerd door Zhang Yuan - met de rockster Cui Jian in de hoofdrol -, en In the Heat of the Sun, door Jiang Wen.
Wang Shuo’s vrolijke wereld wordt bevolkt door boeven, prostituees, dronkaards, bijdehandjes en dromers die de meest uitzinnige avonturen beleven, waarin iedere socialistische moraal - en eigenlijk iedere moraal - ver te zoeken is. Tot verdriet van de conservatieven gaan zijn boeken met honderdduizenden tegelijk over de toonbank. Ze worden verslonden door zowel studenten en middelbare scholieren als arbeiders, die zich vaak maar al te goed kunnen vereenzelvigen met Wangs anti-helden. Zijn werk werd door een geprikkelde criticus eens omschreven als 'literatuur door tuig, over tuig en voor tuig’.
Wang Shuo’s impopulariteit bij de conservatieven maakt hem niet automatisch een held bij China’s meer verlichte intellectuelen. Chinese kunstenaars en intellectuelen, zowel die ter linkerzijde van het politieke spectrum als de meer rechtse, nemen zichzelf graag uiterst serieus en zijn er ook aan gewend door het publiek ernstig te worden genomen. Zelfspot en zelfrelativering zijn niet hun meest in het oog springende eigenschappen, en Wang Shuo maakt zich constant vrolijk over hun opgeblazen gedrag.
In Een mentaliteit beschrijft hij het literaire en culturele circuit in China. Een paar vrienden besluiten op een landerige avond schrijver te worden, vooral omdat je dan vaker te eten wordt gevraagd. Ieder krijgt een specialisme toebedeeld: de eerste moet diepzinnige en bezorgde essays schrijven over de natie en het volk; een ander, die eens een tijdje in de provincie had doorgebracht, moet plattelandsliteratuur schrijven; een derde gaat in de seks en het modernisme; en de vierde wordt criticus en schrijft over de anderen. Ze brengen vervolgens een literair tijdschrift uit dat Extreem Diepzinnig heet. Met Een mentaliteit schreef Wang een hilarisch portret van de jonge Chinese intellectuelen.
Wang is uiterst kritisch over de democratiseringsbeweging. In het bijzonder de studenten van het Tiananmenplein worden door hem bespot: 'De studenten dachten China en de wereld wel even te veranderen’, schampert hij. 'Sommigen van hen waren vrienden van me, tot ze van die rare ideeën kregen. Ze hebben er een troep van gemaakt. Het waren intellectuelen - dat was de ellende. In China zijn intellectuelen altijd de oorzaak van problemen.’
WANG SHUO groeide op tijdens de Culturele Revolutie (1966-76) in Peking, maar in tegenstelling tot veel van zijn leeftijdgenoten had hij niets te maken met de Rode Gardisten die in die tijd de Volksrepubliek onveilig maakten. Wang hield zich afzijdig van de politiek en herinnert zich de Culturele Revolutie eigenlijk vooral als een lange vakantie. 'Mijn ouders waren weg en de school was dicht, dus ik kon doen en laten wat ik wilde. Het was de meest vrije periode van mijn leven. Mijn vrienden en ik zaten eigenlijk de hele dag achter de meisjes aan, we hadden reuze lol.
Ik krijg altijd een hoop gezeur als ik zeg dat wij het leuk hadden tijdens de Culturele Revolutie, want dat is tegenwoordig politiek incorrect. Het is ook wel heel erg dat zo veel mensen in die tijd te lijden hebben gehad, maar dat neemt niet weg dat het de meest fantastische periode van mijn leven was. Moet ik daar dan over liegen?’
Voordat Wang Shuo enig succes kreeg als schrijver had hij vele baantjes. In 1977 ging hij bij de marine, maar daar verveelde hij zich stierlijk. Zijn boot voer maar zelden en Wang bracht het grootste deel van de dagen lummelend op het strand door. Om zijn schamele soldij aan te vullen, smokkelde hij onder andere televisies en stereo’s uit de provincie Kanton naar Peking. Toen hij in 1981 de marine verliet, werkte hij nog een tijdje voor een farmaceutische fabriek als verkoper van medicijnen. Ook had Wang enkele half-criminele bijbaantjes, maar uiteindelijk bleek hij niet geschikt voor een carrière in de misdaad. In 1986 brak hij definitief door als schrijver met zijn verhaal 'De stewardess’.
'NEDERLAND, HE`? Zijn jullie daar niet van dat Zwitserse geloof? Calvinistisch? Ik heb er laatst iets over gelezen. Verder weet ik niet zoveel van Nederland, alhoewel ik wel heb begrepen dat hasjiesj daar legaal is. Dat vind ik wel terecht.’
Wang Shuo is een tolerant mens, maar hij leeft in een intolerante wereld. 'Ik zou graag willen dat niemand aandacht besteedt aan wat ik doe, en dan besteed ik in ruil daarvoor geen aandacht aan anderen. Gewoon verdraagzaamheid. Als de een intellectueel wil zijn, is dat zijn eigen keuze, en als een ander hasjiesj wil roken, dan mag dat ook van mij. Ik wil niet dat anderen mij dwingen me te conformeren aan hun normen, en ik wil niemand dwingen zich naar mijn normen te voegen. Alhoewel ik moet toegeven dat ik weinig normen heb.’
Hebt u dan geen persoonlijke normen en principes?
'Geen normen en principes is natuurlijk óók een principe, maar ik vind dat een saai onderwerp. Ik zal je eens iets leuks vertellen. Ik werd eens geïnterviewd voor de radio. De presentator dacht grappig te zijn. Hij vroeg me of ik, als ik kon kiezen, zou willen trouwen met een lelijk rijk meisje of met een mooi arm meisje. Tja… Ik antwoordde natuurlijk dat ik met het lelijke meisje zou trouwen en het mooie meisje als mijn maîtresse zou nemen. Kolere! Ik maakte alleen maar een grapje. Het was ook gewoon een stomme vraag, maar veel luisteraars waren woedend. De telefoon van het radiostation stond de rest van de avond roodgloeiend.
De algemene overtuiging was dat ik een wel heel duistere kijk heb op het leven en de maatschappij, en dat ik oppervlakkig door het leven ga, zonder de diepere sociale en morele principes van onze mooie samenleving te doorgronden. Nou ja, je weet dat onze regering niet echt luchtig tegen deze zaken aankijkt, en die vreselijke intellectuelen, mijn belangrijkste opponenten, al helemaal niet.’
Wat hebt u eigenlijk tegen intellectuelen?
'Ach, intellectuelen… Intellectuelen hebben China door de eeuwen heen onmetelijk veel schade toegebracht. Een ongeschoold iemand is zelden een slechter mens dan de gemiddelde intellectueel. Ongeschoolde mensen slaan je hoogstens je hersens in, maar intellectuelen… Intellectuelen komen met ideologieën. Ze pretenderen te weten wat goed voor je is. Mao Zedong was ook een intellectueel. Chinese intellectuelen zijn net als priesters elders in de wereld: ze doen alsof ze je ziel kunnen redden. Misschien komt het doordat China niet echt een religie heeft. Intellectuelen zijn gif voor het Chinese volk.’
Maar bedoelen ze het niet goed?
'Ach, welnee. Het zijn allemaal kleine jaloerse mannetjes en vrouwtjes die het volk opstoken tegen van alles en nog wat, zodat zij uiteindelijk zelf de macht kunnen gaan uitoefenen. Ze doen net of het hun om altruïstische en humanistische waarden gaat, maar uiteindelijk hebben ze alleen maar verachting voor het gewone volk. Zo is het hier al sinds die verschrikkelijke Confucius.
Het grappige is dat sommige intellectuelen volgens andere intellectuelen helemaal niet intellectueel zijn. Ze slaan elkaar ook nog eens de tent uit. En bovendien maken ze moeilijkheden met de regering. Chinese intellectuelen denken niet alleen dat de mensen in de straat achterlijk zijn, maar ook de mensen in de regering. Volgens hen is de situatie in China zo slecht omdat zijzelf niet aan de macht zijn.’
U HEBTEEN ENORME stapel boeken geschreven waarin u tussen de regels door nogal wat over de toestand in China beweert. Daarmee bent u toch zelf ook een intellectueel?
'Ha ha! Ja, ik ben zelf de allergrootste klootzak.’
Vindt u zichzelf een anarchist?
'Nee.’
Hoe ziet de toekomst er voor u uit nu u problemen hebt met de publicatie van uw boeken?
'Ik ben een opportunist. Met een beetje aanpassing van mijn kant hoop ik wel weer aan het werk te kunnen, alhoewel ik voorlopig geen boeken wil schrijven. Ik wil me nu vooral bezighouden met het regisseren van films. Ik heb pas mijn Wo shi ni baba (Ik ben je vader) verfilmd, en ik moet zeggen dat ik het wel leuk werk vind. Het is in ieder geval gemakkelijker dan schrijven, althans minder eenzaam. Ik wil nu B-filmregisseur worden.’
Waarom B-filmregisseur?
'Voor het maken van echte topfilms moet je talent hebben, maar ik denk dat je het bij het regisseren van B-films met hard werken alleen wel redt.’