Rusland laveert tussen angst voor het Westen en trots op het verleden

De januskop van Moskou

Onder de oppervlakte van mondaine wereldstad Moskou broeit de haat tegen het Westen. Na de ineenstorting van het communisme zoekt Poetin naar een nieuwe nationale identiteit. Hij winkelt daarvoor selectief in Ruslands geschiedenis.

Op een zwoele avond zit ik met een Nederlandse collega op het dakterras van de culturele club Strelka aan de oever van de Moskva. We eten tapa’s en drinken witte wijn. Aan de overkant van de rivier gaat de zon oranje onder achter de Christus de Verlosserkathedraal, gebouwd na de overwinning op Napoleon in 1812, in 1931 door Stalin opgeblazen en in de jaren negentig door Boris Jeltsin steen voor steen weer opgebouwd. Geschiedenis is in Moskou altijd onder handbereik.

Langs de kade steppen, fietsen, joggen en segwayen jonge Moskovieten. Op de loopbrug naar de kathedraal vormen toevallige passanten onder muzikale begeleiding een lange slinger die een lome reidans uitvoert. De sfeer is relaxed. In het centrum van Moskou is niets van een economische of politieke crisis te bespeuren. De stad is glimmend opgepoetst, de terrassen zijn bomvol, overal staan bloembakken, erebogen met plastic bloemenguirlandes en op toneeldecors lijkende roze huiskamerzitjes in de open lucht. Er worden fietspaden en brede stoepen aangelegd. Het Gorkipark met het museum voor moderne kunst Garage (ontwerp Rem Koolhaas) begint steeds meer te lijken op de Jardin de Luxembourg in Parijs. Moskou heeft alles van een mondaine wereldstad.

Die moderne uitstraling contrasteert scherp met de agressieve, antiwesterse talkshows op de staatstelevisie, de openlijk beleden haat tegen Amerika in de kranten en de Stalin-literatuur in de boekenstalletjes op straat. Het commentaar van anchorman Dmitri Kiseljov op de Navo-top in Warschau: ‘De Navo bereidt zich voor op oorlog met Rusland.’ Op de achtergrond staat geprojecteerd: ‘De Navo dringt ons huis binnen’. De Oekraïense president wordt tussen de westerse leiders getoond met een sinistere grijns op zijn gezicht: ‘Porosjenko heeft zijn land in de afgrond geduwd (…) en doet niets om de broederkrijg in de Donbas te stoppen.’ De boodschap: de Oekraïner heeft zich bij Ruslands vijanden ingelikt.

De welvarende aanblik van Moskou staat ook haaks op de toenemende repressie tegen vrijdenkers, journalisten en oppositiepolitici. Hoe kan dat? Rusland is weer even mysterieus geworden als in de sovjet-tijd, zei historicus Oleg Boednitski eerder die week tegen me. Dat maakt het lastig de ernst van de situatie te beoordelen. ‘Kremlinologie is opnieuw koffiedikkijken geworden.’ Toch is er volgens hem in Rusland nog steeds meer mogelijk dan je denkt.

Uiteraard is uiterlijke pronk geen belemmering voor een politiek van onderdrukking, legde politicologe Maria Lipman me uit. Ze werkte vroeger voor denktank Carnegie Center Moscow en is nu uitgever van een politieke website. ‘De staat heeft een grote knuppel die boven ons allen hangt en op iedereen kan neerdalen. Niemand weet wie hij zal treffen. Hij mept mensen die volgens de macht “deloyaal” zijn, maar niemand heeft enig idee wat dat betekent.’ Die onzekerheid is voor Poetin uitermate effectief.

Het rijke Moskou heeft iets van een Potjomkindorp. De welvaart verhult de crisis, die in het hele land voelbaar is. Rusland zit in een recessie. Dat komt voornamelijk door de daling van de olieprijs, maar ook de westerse sancties bijten. De liberale economisch adviseur Aleksej Koedrin zei onlangs tegen Poetin dat de geopolitieke spanningen met het Westen zo snel mogelijk moeten worden verminderd om de dringende modernisering van de economie aan te pakken. Poetins reactie was niet bemoedigend: ‘Maar zij zijn begonnen.’ Hervormen betekent de corruptie bestrijden waarop Poetins macht is gebaseerd (hij koopt zijn vazallen) en dat is voor hem aanzienlijk gevaarlijker dan een schiereiland annexeren. Dáárom, zeggen Oekraïense hervormers, hebben wij voor Europa gekozen: Rusland is een doodlopende weg.

De politieke onderdrukking dateert al van de massademonstraties tijdens de verkiezingscampagne van 2011, toen Poetin vreesde voor het effect van de Arabische lente. Maar de oorlog om Oekraïne gaf Poetin carte blanche voor zijn binnenlandse politiek. Antiterreurwetten geven de overheid verregaande bevoegdheden, Poetin riep een nieuwe Nationale Garde in het leven die op demonstranten mag schieten en de persvrijheid wordt verder aan banden gelegd. Sinds de hoofdredactie van massamedium rbk van Derk Sauer is vervangen, maken veel journalisten die ik spreek zich zorgen over hun toekomst.

De annexatie van de Krim in 2014 leidde tot enorme geestdrift: voor de ouderen was het een vanzelfsprekende simpele grenscorrectie, jongeren vonden Poetins brutale meesterzet gewoon ‘kroeto’ (cool). Die euforie is in Moskou weggeëbd en ook de belangstelling voor de door Rusland gesteunde opstand in de Donbas is verdwenen. De Krim is met zijn lege stranden nog niet het succesverhaal geworden waarop men had gehoopt en kost vooral veel geld.

Gebleven is de woede over de ‘Russofobie’ van het Westen en de behoefte aan eerherstel voor de grootmacht. En frustratie bij de nationalisten die project ‘Novorossia’ steunden en hoopten dat Poetin ook de Donbas met het vaderland zou herenigen. Rusland, zeggen politicologen hier, lijdt aan een Weimar-syndroom.

Voor alle duidelijkheid: het Rusland van Vladimir Poetin is geen dictatuur. In een goede boekwinkel als Globus bij het Loebjankaplein liggen weliswaar stapels onaangenaam riekende extreem-nationalistische boekwerken over Oekraïne en de rechtvaardige oorlog in de Donbas, de Russische helden in de loopgraven van Novorossia, het wereldcomplot van Barack Obama, eerherstel voor triomfator Stalin en de ‘vijfde kolonne’ van verguisde liberale landverraders. Eén blik op die tafel biedt een keur aan complottheorieën. Maar een tafel verderop liggen de boeken van diezelfde ‘vijfde kolonne’ even breeduit uitgestald.

‘Is het niet heel raar dat wij ons zelfvertrouwen uitsluitend ontlenen aan kracht, aan militaire overwinningen?’

Waar liggen nu de grenzen van de vrijheid? Kiezen mensen voor zelfcensuur en een apolitiek bestaan? Of steunen ze hun president uit volle overtuiging? Ik besluit het antwoord deze keer te gaan halen bij Russische geschiedkundigen. Na de ineenstorting van het communisme zoekt Poetin naar een nieuwe nationale identiteit. Hij winkelt daarvoor selectief in de geschiedenis.

De vorige eeuw biedt de Russen weinig reden tot nationale trots: revoluties, hongersnoden, terreur tegen de eigen bevolking. Als er één onderwerp geschikt is om de Russen hun zelfrespect terug te geven, dan is het de Grote Vaderlandse Oorlog, zoals de Tweede Wereldoorlog hier nog steeds wordt genoemd. De overwinning op nazi-Duitsland biedt houvast en wordt elk jaar op 9 mei met groot militair vertoon gevierd. Wanklanken mogen niet worden gehoord.

Een historicus kreeg problemen toen hij geheel naar waarheid schreef dat Stalin in september 1939 Hitlers Blitzkrieg aangreep om Oost-Polen binnen te vallen. Een ander werd aangevallen omdat zijn proefschrift ging over het Russische Vlasov-leger, dat collaboreerde met de Duitsers. In de Kremlin-canon zijn collaborateurs uitsluitend in de rest van Europa te vinden. Wat een belangrijk wapen de geschiedenis inmiddels is geworden, bleek in de Oekraïnecrisis, toen de oorlogstaal op de staatstelevisie volstrekt hysterische trekken aannam. Maar het bleef niet bij propaganda: het Kremlin stimuleerde de eigen bevolking om te gaan vechten tegen het ‘bruine gevaar’ in de Donbas. De oorlog, bewapend en bemand door Rusland, heeft al tienduizend doden gekost en van het buurland een onverzoenlijke vijand gemaakt. Rusland blijft elke betrokkenheid ontkennen.

Hoe zien Russische historici het misbruik van hun vak? Ik spreek in Moskou met een tiental onderzoekers. Sommigen willen niet met naam worden genoemd. Volgens universitair docent geschiedenis Andrej zijn verreweg de meeste historici loyaal aan de machthebbers. Om de kliffen van de nieuwste geschiedenis te mijden, dook ook hij in de veilige negentiende eeuw. De meeste historici kiezen voor hun onderzoek tegenwoordig de dominante geopolitieke invalshoek, die ook bij jongeren extreem populair is. ‘Alles wordt historisch verklaard uit de geopolitieke botsing tussen Oost en West.’ Daarin past naadloos het aloude vijandbeeld van Amerika. Veel wetenschappers zijn cynisch, zegt Andrej, maar er zijn er ook die het doen uit oprecht patriottisme: ‘Het Westen is tegen ons, dus we moeten ons verdedigen.’ Propaganda speelt daarbij een omineuze rol.

‘De sovjet-propaganda was kinderspel vergeleken met die van vandaag’, zegt Andrej. ‘De overheid gebruikt de modernste methoden van manipulatie van het bewustzijn via tv en internet. Men schuwt geen enkele leugen. De sovjet-propaganda verloor zijn effectiviteit in de jaren zeventig en tachtig. Niemand geloofde nog in de communistische ideologie. Er heerste totaal cynisme. Dat is nu heel anders: het is bon ton geworden om in een privé-gesprek te zeggen: ik hou van Poetin! De annexatie van de Krim is cool! Wij zijn nergens bang voor! In de sovjet-tijd kwam zoiets niet voor.’

Poetin is ook populair onder jongeren. Dat komt, zegt geschiedenislerares Julia, doordat ze apolitiek zijn. Begin jaren negentig, toen het communisme verdween, waren haar leerlingen zeer politiek geëngageerd: elke autoriteit werd ter verantwoording geroepen. ‘De jeugd van nu is slecht opgeleid en weet niets over de Sovjet-Unie. Dat komt deels doordat het buitenlandse perspectief is weggefilterd uit het geschiedenisonderwijs. Alles is in de leerboeken op Rusland gericht, leerlingen missen de internationale context. Ze vinden het sovjet-verleden geweldig.’

Ook de televisie toont maar één verhaal: wij hebben de Tweede Wereldoorlog gewonnen. ‘Dat compenseert ons minderwaardigheidscomplex’, zegt Julia. ‘Ons roemruchte verleden geeft ons psychisch houvast. Maar is het niet heel raar dat wij ons zelfvertrouwen uitsluitend ontlenen aan kracht, aan militaire overwinningen? Waarom niet aan onze cultuur? Men creëert bewust het beeld dat oorlog bestaat uit overwinningen, eer, heldendom. Verdriet, pijn en nederlagen worden verzwegen. Waarom kennen wij geen fatsoenlijke dodenherdenking, zoals de rest van de wereld? Als ik ouders van leerlingen daarop aanspreek, dan zeggen ze: néé hoor, die narigheid moeten we onze kinderen niet aandoen! Voor hen is oorlog een computerspel.’

Ik moet denken aan het verhaal dat een vriend die architectuur doceert me een paar dagen eerder vertelde. Hij verzocht een leerlinge die naar de les kwam in een T-shirt met Stalin zich om te kleden. Ze stoof op: ‘Sinds wanneer geldt hier op school een dresscode?’ Zijn antwoord was: ‘Ik ga niet met je in discussie over politiek. Laten we het erop houden dat dit T-shirt een belediging is van mijn goede smaak.’ Maar later moest hij tekst en uitleg komen geven in de studentenraad.

De tegenhangers van de voorzichtige historici zitten bij ngo’s als Memorial, de oudste postcommunistische actiegroep van Rusland, die onderzoek doet naar het stalinisme. Memorial besteedt ook aandacht aan mensenrechtenschendingen, bijvoorbeeld in Tsjetsjenië. Dat kostte hun medewerker Natalja Estemirova zeven jaar geleden het leven, ze werd in Tsjetsjenië doodgeschoten.

‘Met de komst van de “groene mannetjes” op de Krim begrepen wij dat onze overheid knettergek is geworden’

Omdat Memorial geld uit het buitenland aanneemt, is de organisatie aangemerkt als ‘buitenlands agent’, een gevaarlijk etiket in Rusland. Ze wordt voortdurend door de overheid getreiterd met juridische haarkloverijen of inspecties van de belastingdienst of de brandweer. Ik ken ze al jaren. Ze zijn goed geïnformeerd, analytisch en voor de duvel niet bang. Je kunt ze vergelijken met de dissidenten van weleer. Hun doorzettingsvermogen heeft ze ook een zekere onkwetsbaarheid gegeven. Een vergelijkbare organisatie opende vorig najaar een Goelagmuseum in Moskou, dat gewijd is aan de stalinistische strafkampen. Maar in de provincie hebben dit soort clubs het veel moeilijker: in Perm werd een museum in een berucht concentratiekamp onder druk van de lokale overheid omgevormd tot een museum over het zware leven van de bewakers.

Interessant genoeg ontdek ik in Moskou tussen deze twee uitersten nog een kleine maar substantiële groep professionals die zich wel met de beladen twintigste-eeuwse geschiedenis bezighouden en de openbaarheid niet schuwen. Nikita Sokolov is een van de oprichters van de Vrije Historische Gemeenschap, waar zo’n 150 historici van naam lid van zijn. Sokolov werkt aan het Jeltsin Centrum dat een half jaar geleden door Poetin is geopend in Jekaterinenburg in de Oeral. Het is gefinancierd door de dochter van Jeltsin, die de naam van haar vader wil zuiveren.

Russen hebben aan de Jeltsin-periode (hier de ‘woeste jaren negentig’ gedoopt) een trauma overgehouden. De overgang naar het kapitalisme leidde tot grote armoede en criminaliteit, die tienduizenden doden heeft gekost. Poetin gebruikt de angst voor die periode om zijn law and order-politiek te legitimeren. Maar het Jeltsin Centrum wil laten zien dat er ook positieve kanten waren: vrijheid van meningsuiting, grondrechten, een vrije pers, openstelling van archieven, buitenlandse contacten en het ontstaan van ondernemerszin.

De Vrije Historische Gemeenschap ontstond in 2014 uit protest tegen de annexatie van de Krim. Ik spreek Sokolov in een café in Moskou. ‘We willen de leugens ontmaskeren van opinieleiders en politici op tv. Wij strijden met het woord. We kunnen vrij werken en publiceren, maar we worden natuurlijk niet op televisie uitgenodigd.’ De meeste wetenschappers willen dat ook helemaal niet, want ‘je woorden worden toch verdraaid’.

‘Met de komst van de “groene mannetjes” op de Krim begrepen wij dat onze overheid knettergek is geworden. Eerst het Boedapest Memorandum ondertekenen (dat de onafhankelijkheid van Oekraïne garandeerde in ruil voor de ontmanteling van hun kernwapens – ls) en dan zeggen dat Oekraïne geen staat is! Russen hebben op school nooit geleerd dat Oekraïne een eeuwenlange eigen geschiedenis heeft. Wij historici weten wel beter. Ons vak is opnieuw totaal in diskrediet gebracht. Geschiedenis is de steunpilaar van de nieuwe maatschappij geworden en de Tweede Wereldoorlog het symbool voor de wedergeboorte van de natie.’

Volgens de Russische overheid hebben Oekraïense ‘fascisten’ in Kiev de macht gegrepen, maar in Rusland is de definitie van fascist gewoon iedereen die zich tegen het Kremlin richt, zegt Sokolov. ‘Ze hebben het volk met tv-propaganda hysterisch gemaakt met “Krimnasj” (de Krim is van ons!). In de Donbas hoopten ze de opstand te redden met vrijwilligers uit Rusland, maar er waren gewoon niet genoeg idioten zoals Igor Strelkov (de Moskoviet die de opstand kanaliseerde en legerleider werd van de Volksrepubliek Donetsk tot hij na het neerhalen van de MH17 werd teruggehaald naar Moskou – ls). Na dertigduizend Russische idioten was het reservoir op en moesten ze wel “soldaten op verlof” inzetten. Maar heus, ons volk is slimmer dan zijn leiders.’ Sokolov gelooft dan ook niet in de torenhoge populariteitscijfers voor Poetin. ‘Mensen geven bij opinieonderzoek politiek-correcte antwoorden.’

Een dezer weken publiceert de club van Sokolov een boek met polemieken tussen Russische en Oekraïense historici over de pijnpunten in hun geschiedenis. Dat is een enorme prestatie: de verhoudingen tussen Rusland en Oekraïne zijn totaal verziekt geraakt en het zijn vooral historische meningsverschillen die de gemoederen opzwepen. ‘Het is bedoeld als tegenwicht voor die tafel met die berg schandalige literatuur die jij bij boekhandel Globus hebt zien liggen’, zegt Sokolov.

Oleg Boednitski van de Hogere Economische School doet met zijn vakgroep onderzoek naar de sociale geschiedenis van de oorlog: hoe hebben de gewone mensen de oorlog ervaren? Dat is bijzonder in Rusland, waar de nadruk ligt op militaria en geopolitiek. In zijn kantoor vertelt hij dat zijn instituut vrij kan publiceren. Hij treedt ook regelmatig op in de media.

Zo mocht Boednitski op 22 juni, de dag van de inval van de nazi’s in de Sovjet-Unie, drie kwartier ongecensureerd op televisie zeggen wat hij wilde. Hij bestreed bijvoorbeeld de hardnekkige mythe dat de ussr de oorlog tegen de Duitsers in haar eentje heeft gevoerd. Op een vraag van de tv-journalist hoe de gewone Russen destijds tegen de oorlog aankeken, zei Boednitski: ‘Er meldden zich tal van vrijwilligers voor het front, maar er waren ook Russen die de Duitsers als bevrijders begroetten.’ Dat laatste is hier vloeken in de kerk.

Op diezelfde avond nodigde propagandazender ntv hem uit om te komen praten over oorlogsdagboeken. Hij werd van tevoren wel vijf keer gebeld wat er niet aan de orde mocht komen. ‘Ik heb geweigerd me te laten dicteren wat ik wel of niet mocht zeggen.’

‘De staat eist patriottisme. De kerk wil kunst verbieden. Op scholen wordt één geschiedenisboek voorgeschreven’

Elk land heeft een ontstaansmythe nodig, zegt Boednitski. Voor de Fransen is dat de Franse revolutie, voor de Amerikanen de Onafhankelijkheidsoorlog, voor de ussr was dat de Oktoberrevolutie. Maar die voldoet niet meer. ‘De Tweede Wereldoorlog verenigt ons allemaal, links, rechts of liberaal. Het was een gezamenlijke beproeving, het geeft de overheid legitimiteit. Door van de Duitsers te winnen, werd de ussr een wereldmacht. Maar er wordt nu een dodelijke overdosis toegediend, die bij velen afkeer oproept. Door de overwinning te verheerlijken, vergeet men de vreselijke kanten van de oorlog, het leed, maar ook de repressie. Niemand wil nog weten dat er tijdens de oorlog door Stalin meer mensen zijn vervolgd dan in de jaren van de Grote Terreur. En omdat Stalin de zegevierende opperbevelhebber was, blijft zijn naam voorgoed verbonden met de overwinning.’

De oorlog in Oekraïne heeft ook in Rusland de politieke situatie aanzienlijk verslechterd. ‘Geschiedenis mag niet gebruikt worden als instrument. Dat Oekraïense nationalisten in de Tweede Wereldoorlog hebben deelgenomen aan de uitroeiing van joden en Polen staat buiten kijf. Oekraïense pogingen om van oorlogsmisdadigers nationale helden te maken, roepen bij niemand hier enthousiasme op. Maar er is in Rusland nu een gedachtepolitie actief die selectief feiten gebruikt, zonder rekening te houden met de complexiteit van de geschiedenis. Zij extrapoleert alles naar het heden. Dat is onacceptabel.’

Boednitski vindt wel dat het Westen serieuze fouten heeft gemaakt. ‘Het Westen was na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hier razend populair. Velen verwachtten een soort Marshall-hulp, maar jullie waren bang voor ons. Vooral in Amerika zijn de oude experts blijven steken in de Koude-Oorlog-mentaliteit. Als ik in de VS ben, dan groeit zelfs mijn patriottisme.’ Boednitski is een internationale autoriteit en neemt geen blad voor de mond. Maar de meesten van zijn collega’s, vooral in de provincie, verkeren niet in die positie. ‘Negentig procent van de historici is gewoon bang voor zijn baan’, zei een lid van de Academie van Wetenschappen tegen me.

Ook politicoloog Maria Lipman heeft kritiek op het Westen. ‘Je kunt je politiek niet bouwen op de zwakheid van de ander. Rusland heeft een minderwaardigheidscomplex én kernwapens. Als je dat negeert, ben je behoorlijk kortzichtig bezig. Het was dom om Oekraïne naar Europa te trekken zonder rekening te houden met de gevolgen. Poetin had keer op keer gewaarschuwd. Al tijdens de Oranjerevolutie van 2004 gaf hij hysterische interviews waaruit bleek hoe belangrijk Oekraïne voor hem was.’

Poetins macht is gebaseerd op het creëren van onduidelijkheid, zegt Lipman. Dat geeft hem manoeuvreerruimte. ‘De staat eist patriottisme. De kerk wil kunst verbieden. Op scholen wordt één geschiedenisboek voorgeschreven. Maar er is geen fundament, geen ideologie of politieke partij van betekenis. Iedereen doet daarom zijn uiterste best zijn loyaliteit aan de staat te tonen, maar men weet niet hoe. Er zijn geen regels en geen instituties die de macht controleren. De enige constante is dat de staat onfeilbaar is: anders dan het Westen hebben wíj morele waarden, Rusland heeft altijd gelijk en Amerika is onze vijand.’

Als iemand weet wat er leeft onder het volk, dan zijn het de mensen van opinieonderzoeksbureau Levada Center, dat al een kwart eeuw de stemming peilt onder het volk. ‘Jullie onderschatten’, zegt socioloog Aleksej Levinson in zijn rommelige kantoor, ‘hoe schokkend de overgang van communisme naar kapitalisme is geweest. Het land was verlamd. Poetin is begonnen met een langzame normalisering van de situatie, waarin de VS opnieuw werden gedefinieerd als tegenstander. Dat stelt de mensen gerust. Dat vijandbeeld bepaalde decennialang de structuur van de sovjet-economie, die hoofdzakelijk voor defensie werkte. Voor Russen ging daarvan geen agressie uit, het was gewoon eervolle arbeid. Veel mensen verlangen terug naar de tijd dat de fabrieken nog draaiden. Ook Poetin kent alleen maar het sovjet-model.’

Het is simplistisch om te denken dat alles bij Poetin draait om diefstal, corruptie en vriendjespolitiek, zegt Levinson. Hij heeft wel degelijk een missie voor een duizendjarig rijk. ‘Maar het is een negatieve missie: we weten alleen welke kant we níet op willen. Met het uiteenvallen van de ussr is de utopie verdwenen. Wat overgebleven is, is enkel het idee dat Rusland een grootmacht moet zijn. Uit alle peilingen blijkt dat mensen dat enorm belangrijk vinden.’ Dat Oekraïne voor het Westen koos, was voor Poetin een enorme bedreiging. ‘Hij heeft maar één doel: Oekraïne moet verzinken in burgeroorlog, armoede en destructie, zodat hij kan zeggen: is dát wat jullie willen?’ Tegenover het bloedvergieten in de Donbas plaatst Poetin het glanzende voorbeeld van de ‘schone’, geweldloze annexatie van de Krim: kijk, zó lossen wíj dat op! ‘Dat gaf hem de trekken van een mythische verdediger van het vaderland. En dat is geen imagebuilding vanuit de presidentiële administratie. Daarom hebben de sancties ook geen effect op de bevolking: ze worden beschouwd als westerse repressie. Dat we internationale verdragen hebben geschonden, speelt ook geen rol: Amerika doet immers niet anders.’

Vergis je niet, zegt Levinson: ‘Er is een reële oorlogsdreiging van Russische zijde. De bevolking bereidt zich er mentaal op voor dat ze deel zal moeten nemen aan gewapende conflicten met de VS en de Navo. Men vreest die oorlog niet en gaat ervan uit dat we opnieuw zullen winnen.’ Daarom is hij bezorgd over de troepenconcentraties bij de oostgrens van Europa. ‘Onze kernwapens maken een confrontatie levensgevaarlijk.’ De enige oplossing is afspraken maken over een nieuwe wereldorde. ‘Oekraïne heeft laten zien dat de oude Helsinki-orde niet meer functioneert, ja zelfs tot oorlog heeft geleid.’

Als Poetin één ding goed aanvoelt, dan is het dat de bevolking behoefte heeft aan zelfrespect. Maar de invulling die hij daaraan geeft, is negatief. Dreigen met wapens, hameren op de grootheid van de natie, oorlog voeren bij de buren en een gewelddadige geschiedenis interpreteren in termen van triomf en succes: het is een giftige cocktail. Soms lijkt Poetin dat zelf ook te beseffen. Op een bijeenkomst met historici in het museum van de Grote Vaderlandse Oorlog, op diezelfde 22 juni, zei hij plotseling: ‘Geen enkel land, geen enkel volk moet eindeloos in het verleden leven en zich baden in zijn heroïek. Dat is schadelijk en gevaarlijk voor de toekomst van de natie.’ Maar dat triomfalisme is nu precies de toon die het Kremlin de afgelopen jaren bewust heeft gezet.


Laura Starink is slavist en journalist. Ze werkte van 1987 tot 1991 als correspondent van NRC Handelsblad in Moskou en schreef daarover Een land van horen zeggen. Vorig jaar verscheen haar boek De schaduw van de grote broer, over de druk die de Tweede Wereldoorlog legt op de verhoudingen tussen Oost-Europa en Rusland. Aan de vooravond van het Oekraïnereferendum verscheen het pamflet Slag om Oekraïne. Ze is een van de oprichters van discussieplatform raamoprusland.nl

Beeld: (1) Moskou, 9 mei. Festiviteiten rondom de 71ste herdenking van de overwinning op nazi-Duitsland (Artyom Geodakyan / Tass via Getty Images); (2) Jongens arriveren voor de Overwinningsparade op het Rode Plein in Moskou (Arthur Widak / Nurphoto via Getty Images)