José Saramago

De jeugd van een rammenas

José Saramago
Kleine herinneringen
Uit het Portugees (As pequenas memórias, 2006) vertaald door Harrie Lemmens,
Meulenhoff, 154 blz., € 15,-

In de jeugdherinneringen van Saramago staan ook jeugdfoto’s. Schrijver X op driejarige leeftijd; ik moet altijd lachen: alsof er geboren schrijvers bestaan. Op zijn zestiende had Saramago nog kunnen denken dat hij een geboren bankwerker was. Daar leerde hij toen voor op de ambachtsschool, waar hij op gekomen was na een paar jaar lyceum. Hij was in een milieu zonder boeken geboren, bijna gedoemd daar te blijven. De foto’s zijn voorzien van Saramago’s commentaar. In de achteruitkijkspiegel worden die eerste zestien jaar op het land en in de stad – zijn grootvader varkensboer, zijn vader politieman – een bron waaruit de latere schrijver putte, al was die jeugd niet bepaald een goudmijn. Daarvoor is Saramago ook een te metaforisch schrijver en ook in dit boekje profiteert hij ten volle van de vertellersvrijheid.

Langere tijd kondigde hij het aan als ‘Boek der verzoekingen’, met als prikkelende vraag: wat is er zo anders wanneer in plaats van de heilige Antonius een kind door monsters belaagd wordt? Monsters en verleidingen zijn in het begin van een mensenleven juist op hun grootst. Zelfverzekerd als hij in alles is, vergroot Saramago de kleine kindertijd nogal eens ter wille van het latere perspectief als voortekenen van zijn schrijversleven. Het had daar zijn wortels, maar of het daar ook al begon is een tweede. Zijn pseudoniem heeft hij trouwens te danken gehad aan een dronken ambtenaar die hem, toen zijn vader hem aangaf bij de burgerlijke stand, inschreef als José de Sousa Saramago, het laatste de bijnaam (rammenas) waaronder de familie in het dorp bekend was. De vader zag zich nadien gedwongen zelf de naam van de zoon over te nemen.

Dit is geen verzinsel. Op andere plaatsen is Saramago eerlijk genoeg om zich af te vragen of het echte herinneringen zijn of door hem geheel of gedeeltelijk bedachte gebeurtenissen, of, nog een variant, misschien herinneringen van anderen: wat degenen die erbij waren hem er later over vertelden. Het zal niet de bedoeling van de schrijver geweest zijn, maar in de jeugdscènes die hij beschrijft is het jongetje Saramago beslist niet de sympathiekste: te intelligent, te superieur, toch al – met terugwerkende kracht – te veel de schrijver Saramago in het klein. De voorgeschiedenis houdt op wanneer de jongen op zijn vijftiende van het lyceum overstapt naar de ambachtsschool, maar kennelijk met een volwaardig vakkenpakket. In die tijd begon de Spaanse Burgeroorlog. Vertaler Harrie Lemmens vult de afgebroken autobiografie aan met een chronologisch overzicht van Saramago’s boeken: het echte schrijversleven.