Historisch archief belicht:

De jeugd van tegenwoordig flirt niet meer

‘Een kwart eeuw geleden was er een uitgebreid ceremonieel noodig, wilde men als jongmensch een jongedame ten dans vragen.’ En nu? vroeg H.G. Cannegieter zich af in De Groene Amsterdammer van 16 juli 1927. Sinds de oorlog is alle ritueel bij het vuilnis gezet. ‘De moderne jeugd komt tot de zaken, onmiddellijk. (…)De moderne jeugd danst zonder inleiding. (…) Moderne jeugd flirt heelemaal niet. Flirt is onnoodig ritueel, even overbodig als de helmbos op het hoofd van den in de loopgraven strijdenden Hector.’ Je zou bijna denken dat jongeren niet meer vrijen. Niets is minder waar, concludeert Cannegieter. Schande.

Het huidige kabinet bereidt de drooglegging van puberend Nederland voor. De politie gaat alvast een stapje verder en heeft met het preventief fotograferen en registreren van hangjongeren “jeugd” tot een criminele categorie verklaard. De maatregelen verschillen, maar het geklaag over de jeugd van tegenwoordig is van alle tijden, zo is ook te zien in de kolommen van De Groene. Die stonden door de jaren heen bol van de beschouwingen over de ‘ontwortelde jeugd’. Zeker in de jaren dertig, toen de oudere generatie zich zorgen maakte over het enthousiasme waarmee de jongeren zich op de nieuwe, anti-liberale ideologieën stortten.

Maar er waren ook relativerende woorden. Willy Petillon nam het in 1930 bijvoorbeeld op voor die ‘arme jeugd’, van wie nog geen haar zou deugen. Zij is immers slechts een product van haar tijd, die gekenmerkt wordt door ‘stuurloosheid en verwarring’. ‘En van die jeugd zouden we een levenszekerheid willen zien, die we vaak zelf niet bezitten en we verwijten hun , dat ze de richting verliezen, terwijl wij zelf verzuimden hun een kompas in handen te geven!’