Het belang van de studentenjury

De jonge ambassadeurs van de letteren

Nieuwe generaties met hun neus in de boeken krijgen, dat beoogt de vijfkoppige studentenjury van de Europese Literatuurprijs. ‘Goede romans maken dat je empathischer naar de wereld kijkt en rustig kunt nadenken. Dat is zeker voor jongeren belangrijk.’

Alma Mathijsen (35) studeerde bijna negen jaar geleden af aan de Gerrit Rietveld Academie, maar is nu voorzitter van de studentenjury van de Europese Literatuurprijs. Die is inmiddels toe aan de tiende uitreiking, een gelegenheid waarbij een extra jubileumjury de Europese literatuur ook bij een jonger publiek voor het voetlicht wil brengen. ‘Als je wordt gevraagd als voorzitter, is dat een grote eer’, zegt Mathijsen, auteur van onder meer de roman Vergeet de meisjes (2017) en de novelle Ik wil geen hond zijn (2019).

Vooral op die laatste titel kreeg ze veel respons van jonge lezers, vertelt Mathijsen terwijl ze voor haar boekenkast staat. ‘Via Instagram stroomden de reacties binnen. De novelle gaat over liefdesverdriet, dat is voor jonge mensen van rond de twintig een aansprekend thema.’ Het is belangrijk om hen te laten zien dat literatuur léuk kan zijn, legt Mathijsen uit. ‘Als je een boek stom vindt – en die boeken zijn er zeker – dan betekent dat niet dat lezen stom is. Leg het weg, zou ik zeggen. En begin aan iets anders.’

Aan Normale mensen van Sally Rooney, bijvoorbeeld, De Jacobsboeken van de Poolse Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk of Antonio Scurati’s M. De zoon van de eeuw, over de jonge jaren van Mussolini. Het zijn drie van de in totaal twintig in het Nederlands vertaalde titels die op de longlist van de Europese Literatuurprijs 2020 staan. Aan de leden van de studentenjury de taak om, net als de reguliere jury onder voorzitterschap van schrijver Abdelkader Benali, gezamenlijk tot een shortlist van vijf werken te komen en uiteindelijk een winnaar aan te wijzen.

De studentenjury heeft daarnaast nog een taak; de vijf juryleden zijn dit jaar ambassadeurs van de Europese literatuur. Ze willen jongeren weer met hun neus in de boeken krijgen. Op woensdag 24 juni wordt tijdens een speciale avond bij academisch-cultureel podium SPUI25 in Amsterdam de shortlist bekendgemaakt. Ook kunnen studenten in de vrije zomermaanden met de jury meelezen en zelf hun favoriet bepalen. Na de zomervakantie vinden, in samenwerking met universiteiten in het land, literatuurcolleges en studia generalia plaats.

‘Europese literatuur mag best wat meer onder de aandacht komen’, zegt jurylid Max Tromp (26), student geschiedenis aan de Universiteit Leiden en werkzaam in Boekhandel Van Piere in Eindhoven. ‘Portugese of Italiaanse titels zijn vaak steengoed, maar verkopen minder. Dat is jammer, want Europese literatuur heeft ons veel te vertellen’, stelt Tromp na een drukke werkdag in de boekwinkel. Hij is overtuigd van het Europese project en ziet dat literatuur erin slaagt het gemeenschappelijke Europese verhaal te vertellen, of juist te bevragen. ‘Jeanette Winterson schrijft fantastische romans, of iemand als Michel Houellebecq. Literatuur die zich durft uit te spreken, durft te engageren, die vind ik interessant. Goede romans maken dat je empathischer naar de wereld kijkt en rustig kunt nadenken. Dat is zeker voor jongeren belangrijk.’

‘Als je een boek stom vindt, dan betekent dat niet dat lezen stom is. Leg het weg’

Literatuur als rem op het drukke leven van alledag – misschien is het een cliché, beseft Tromp, maar literatuur kan fungeren als medicijn tegen de haast en de snelheid die de huidige tijd kenmerken, denkt hij. ‘Even net wat langer bij een onderwerp stilstaan – zeker in Europees verband kan dat geen kwaad.’ Lezen ontspant, maar geeft ook voldoening. Als Tromps boek uit is, heeft hij weer iets geleerd. ‘Dat gevoel heb ik lang niet altijd bij een willekeurige Netflix-serie.’

Waar moet je beginnen? Het is een vraag waar veel startende lezers mee worstelen. Er verschijnen alleen in Nederland al zo’n dertigduizend titels per jaar en de boekenbijlagen slaan je wekelijks om de oren met nieuwe, lezenswaardige werken. Ondertussen lonken de vele literaire klassiekers – uit binnen- en buitenland – die je toch eigenlijk gelezen moet hebben.

Net als Alma Mathijsen had Max Tromp een goede docent Nederlands, die hem al op jonge leeftijd motiveerde om veel te lezen. Dat begon met de historische roman Heren van de thee (1992) van Hella S. Haasse. ‘M’n leraar zei dat het echt iets voor mij was. En hij had gelijk.’ Langzaamaan breidde Tromp zijn lijst met titels uit; nu is hij een veellezer met een brede literaire interesse, van de grote Russen tot recent verschenen Nederlandstalige romans.

Bij collega-jurylid Ilse Peeters (22) ging dat anders. Al op de middelbare school merkte Peeters dat ze meer ophad met de Engelse taal dan met het Nederlands. Ze studeerde Engels aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en doet nu de master Literair Bedrijf. ‘In het Engels kan ik me veel prettiger uitdrukken. Ook lezen doe ik liever in die taal.’ Dat de titels die meedingen voor de Europese Literatuurprijs vertaald zijn in het Nederlands – ook de oorspronkelijk in het Engels geschreven werken – is voor Peeters geen probleem. ‘Ik vind het vooral interessant om te zien hoe die vertaalslag is gemaakt.’

Want om mee te dingen naar de winst moet niet alleen het boek van het allerhoogste niveau zijn, ook de kwaliteit van de vertaling telt mee in de jurybeoordeling. ‘De rol van de vertaler is niet te onderschatten’, zegt Peeters. ‘Laatst las ik een recensie waarin het de Engelstalige auteur kwalijk werd genomen voor “u” te kiezen in plaats van het informelere “jij”. Maar dat heeft niets met de auteur te maken, dat is een keuze van de vertaler!’ Voor Peeters is literatuur een spiegel van de maatschappij. Neem fantasyromans, zegt ze, die gaan over veel meer dan alleen ridders en draken. ‘Ik denk dat jongeren niet moeten onderschatten hoeveel je over jezelf kunt leren door te lezen. Dat kan heel waardevol zijn. Je creëert ruimte voor begrip en verbondenheid.’ In een Europa waarin tegenstellingen de nadruk krijgen, is het goed om na te denken over wat ons bindt, denkt Peeters. Zijn dat de particuliere, nationaal georiënteerde verhalen? Of weet Europese literatuur universeel en grensoverschrijdend te zijn? ‘Polen en Duitsland hebben allebei de Tweede Wereldoorlog doorgemaakt, maar op een totaal verschillende manier. Of neem Nederland en België. De manier waarop dat verleden doorwerkt in literatuur is fascinerend.’

Tromp en Peeters zijn met de Utrechtse rechtenstudent Zaza van de Koppel de studentleden van de jubileumjury. Koen Boelens, bestuurslid van de Vereniging van Nieuwe Vertalers, maakt het vijftal compleet. De komende maanden lezen de juryleden ieder twaalf van de twintig titels om de shortlist samen te stellen. ‘We willen Europese literatuur onder de aandacht brengen, dat staat voorop’, zegt Mathijsen. Een doos met overwegend vuistdikke boeken ligt al bij de juryleden thuis. ‘Ik laat het over me heen komen’, zegt Ilse Peeters met een knipoog. ‘Twaalf gratis boeken – voor een student is dat niet mis.’