Rachel Kushner - The Flamethrowers

De jonge vrouw als bestaansvorm

In Amerika is dé literaire sensatie van deze zomer The Flamethrowers, de tweede roman van de 44-jarige, in Los Angeles woonachtige Rachel Kushner. Zo’n beetje iedere toonaangevende criticus loopt met het boek weg, elke grote krant heeft inmiddels een profiel van Kushner geplaatst, en Vogue zette haar op de foto. Het gonst rondom The Flamethrowers, en dat is niet zo vreemd: Kushners ambitieuze, veelomvattende roman is namelijk akelig goed gelukt.

Rachel Kushner, The Flamethrowers, € 23,50

Medium kushner flamethrowers

The Flamethrowers wordt verteld door Reno, een jonge, wat naïeve vrouw die haar bijnaam dankt aan de stad waar ze vandaan komt, en die zich in 1975, vers van de kunstacademie, in New York vestigt met het vage voornemen kunstenaar te worden. Wát ze precies wil gaan maken weet ze nog niet, wel dat het serieus moet zijn: ‘I thought art came from a brooding solitude. I felt it had to involve risk, some genuine risk.’ Al snel legt ze het aan met de veertien jaar oudere Sandro Valera, een succesvolle, minimalistische kunstenaar van Italiaanse komaf die haar introduceert in de kunstwereld van SoHo en Chelsea.

Reno’s verhaal wordt afgewisseld met dat van Sandro’s vader, Valera, die begin twintigste eeuw een motor- en bandenbedrijf opricht dat al snel uitgroeit tot een imperium. De verhalen kruisen elkaar wanneer Reno, die motor rijdt, voor Valera uitkomt in een race en daarmee tijdelijk de snelste vrouw op aarde wordt; en ook wanneer het Valera-bedrijf doelwit wordt van rellen in Rome, net op het moment dat Reno zich daar bevindt.

Kushner is net als haar hoofdpersoon een vrouw, maar The Flamethrowers is, hoe verkeerd dat misschien ook klinkt, een zeer mannelijke roman. Deels komt dit door de onderwerpen die de revue passeren: auto- en motorraces; het viriele Italiaanse futurisme van begin twintigste eeuw; de door blanke mannen gedomineerde kunstwereld van downtown Manhattan in de jaren zeventig; gewelddadige protesten in New York en Rome. Deels ook komt het door de personages, die – op Reno en een enkele andere vrouw na – man zijn, en macho, en niet in staat op te houden dingen uit te leggen aan hun jongere, vrouwelijke toehoorders: ‘I’d been listening to men talk since I arrived in New York City’, zegt Reno. ‘That’s what men liked to do. Talk. Profess like experts.’ Maar wat ik vooral bedoel is dat de stijl van The Flamethrowers de eigenschappen heeft die we doorgaans met mannelijkheid associëren: de toon is zelfverzekerd, stoer, en enigszins onderkoeld. ‘I come from reckless, unsentimental people’, zegt Reno aan het begin van de roman. ‘Only a killjoy would claim neon wasn’t beautiful. It jumped and danced, chasing its own afterimage’, observeert ze elders, met een autoriteit die weinig feminien aandoet – hoe treurig het ook is, ergens, dat ik dat vind. Daar komt bij dat Reno nog zo jong en naïef is, zo afwachtend en observerend, dat ze eerder ‘neutraal’ is dan de knappe, aantrekkelijke vrouw die ze is: ze heeft zich (nog) geen vrouwelijke identiteit aangemeten.

Tegelijkertijd beziet Kushner de situaties in haar roman met een subtiele, maar daarom niet minder kritische, feministische blik. Een essay waar ik tijdens het lezen van The Flamethrowers regelmatig aan moest denken is Men Explain Things To Me, van de eveneens in Californië woonachtige schrijfster Rebecca Solnit. In dat essay vertelt Solnit, auteur van tientallen boeken en winnaar van allerhande literaire prijzen, over een man die ze op een etentje ontmoet en die, zodra hij hoort dat Solnit onlangs een boek heeft geschreven over de fotograaf Edweard Muybridge, een monoloog afsteekt over een boek over diezelfde fotograaf, dat ook net is uitgekomen. Hoewel Solnit juist de auteur van dat boek blijkt te zijn, en hoewel de beste man niet het boek zelf, maar alleen de recensies blijkt te hebben gelezen, blijft hij haar de les lezen. Mannen die vrouwen dingen uitleggen waar zij zelf niets vanaf weten: volgens Solnit is het die arrogantie die vrouwen ervan weerhoudt ‘zich uit te spreken en gehoord te worden’, en ‘that crushes young women into silence by indicating, the way harassment on the street does, that this is not their world’. In The Flamethrowers zit een scène waarin Reno, op bezoek bij Sandro’s moeder in Italië, aan haar tafelpartner, een oudere, Britse schrijver, vertelt dat ze vroeger semi-professioneel geskied heeft, waarop de schrijver, die ook ooit op ski’s heeft gestaan, haar begint uit te leggen hoe je moet skiën.

Volgens Sandro hoeft Reno voorlopig geen haast te maken met haar kunst, want als mooie jonge vrouw is het voldoende dat ze gewoon een beetje rondhangt: ‘A young woman is a conduit. All she has to do is exist.’ Zo’n opmerking kun je als geruststellend opvatten, maar het is natuurlijk ook een prima manier om iemand klein te houden. Tegelijkertijd is het een houding die Reno niet slecht uitkomt – zijzelf kenmerkt zich immers door openheid en afwachting: ‘I, too, had it in me to wait. To expect change to come from outside, to concentrate on the task of meeting it, waiting to meet it, rather than going out and find it.’ Die ontvankelijkheid maakt dat Reno inderdaad verandering tegenkomt, en er zelf in meegezogen wordt – veel meer dan ze eigenlijk had gewild, en meer ook dan wanneer haar eigen persoonlijkheid wat meer was uitgekristalliseerd.

Met die veranderingen ontvouwt de plot van The Flamethrowers zich even trefzeker als Kushners stijl dat is; de schrijfster wekt bewondering door de vele lijntjes die ze, zonder dat het gekunsteld aandoet, bij elkaar weet te brengen. Het resultaat is een rijke, zinderende roman, die universele thema’s – vrouwelijkheid, jeugd, kunst, en revolte – op natuurlijke wijze in een specifieke tijd, plaats, en reeks episodes heeft ondergebracht. Dat het daarbij ook nog eens prachtig is geschreven maakt The Flamethrowers inderdaad de meest bijzondere gebeurtenis van deze jonge literaire zomer.

Rachel Kushner

The Flamethrowers

Scribner, 400 blz., € 22,99