De jongste dag is al geweest

De wereldgemeenschap der kunstcritici en moderne kunstcurators is neergestreken in Stockholm. Een week lang confereren zij over de toekomst van een bedreigd vak, althans dat willen de organisatoren de aanwezigen graag wijsmaken. Dus is het thema ‘overleving’. Onder de titel ‘Strategies of survival - now!’ maken we ons uitbundig zorgen over ons professionele lot.

Maar het verzamelde kritische vernuft der continenten zou geen knip voor de neus waard zijn, indien dit lot niet werd verbonden aan het lot van de aarde in het algemeen en de mensheid in het bijzonder. Want wat heb je aan de overleving van het instituut der kunstkritiek, wanneer de rest van de wereld de ene apocalyps na het andere armageddon ondergaat.
De lezingen laten zich beluisteren als de toorn der goden. Julia Kristeva, Gerardo Mosquera, Jimmie Durham, Ilja Kabakov en vele anderen sommen de plagen die ons treffen in alle mogelijke varianten op. Honger, geweld, technofascisme, spirituele erosie, geschoold als iedereen is in het beschrijven van het kunstwerk geniet ook de duivelskunst de elegantste verbalisering. Wanneer dit beschrijven volbracht is, volgt steevast een aantal vragen over welke modellen, welke paradigma’s en welke agenda moeten worden gevolgd.
Daartussenin, tussen de schoonheid van het panorama en de hulpeloosheid van dolende geesten, gaapt een machtige kloof. Alle talent is geinvesteerd in het begrijpen, er blijft niets over voor de heruitvinding van naiviteit. Zo belanden we in de merkwaardige situatie waarin de opwindendste tijd uit de geschiedenis van de mensheid, waarin haar afschaffing op het spel staat, samenvalt met de theorie van het einde van de geschiedenis met de navenante eeuwen van verveling. Zo beleven we ook de alom vastgestelde cultuur van fragmenten op het moment dat alles compatible en wired is. Dit soort tegenstrijdigheden zijn onverdraaglijk, geen wonder dat het overleven voorop is komen te staan. Daar komt dan nog bij dat de urgentie van mondiale problemen, dagelijks onderhouden door de media, zo groot is dat het zo lang gekoesterde isolement van de kunstwereld niet langer valt vol te houden.
Strategieen ter overleving - nu! dus, maar wat dan? De titel bevat alle tegenstrijdigheden van vooraf geproclameerde relevantie. Strategieen zijn opties, mogelijke alternatieven die worden verondersteld.
Daarentegen is overleving voorbij elke optie. Strategieen impliceren ook een weg naar een betere wereld, terwijl overleving alleen het voorkomen van het slechtste is. ‘Overleven nu’, lijkt een pleonasme. Overleven is altijd nu. Zodra de retoriek van de overleving wordt aangewend, zitten we vanzelf in de hyperactualiteit. Daarbij komt dat 'strategieen nu’ een wanhoopskreet behelst, een Save Our Souls die niet strookt met de relatieve vrijgesteldheid der aanwezigen. Voorts is de meevoudsvorm van 'strategie’ een misplaatste knieval voor de democratie die bij 'overleven nu’ alleen knarsetandend om zoveel tijdverlies kan worden aangezien. Ten slotte lijkt me adressering uitermate onvolledig. Wie wordt hier werkelijk aangesproken?
Van tweeen een. Of we gaan uit van de keuzemogelijkheid van meerdere strategieen, te bespreken in democratische debatten waarin ieder een kans krijgt, of we gaan uit van de grootst mogelijke urgentie nu te handelen om morgen te overleven, en dan gaan we niet eerst eindeloos beschrijven hoe de Gotterdammerung eruitziet. Juist door de inflatie van het groot alarm is zelfs de Jongste Dag voor we het in de gaten hebben een gepasseerd station.