ESSAY:  de jood als globaliseringsproduct

De jood als globaliserings product

Waarom wordt er niet stilgestaan bij de betekenis van de cartoons van de Arabisch Europese Liga en die in – onder meer – Iran waarin de joden centraal staan?

Ayaan Hirsi Ali beweerde in Nova Politiek van vrijdag 10 februari tijdens een discussie over de wereldwijde cartoonoorlog dat joden een ras zijn en er dus niets aan kunnen doen dat ze jood zijn. In tegenstelling tot de moslims, want die hangen een geloof aan en dat is een keuze. Of dat laatste zo simpel ligt is de vraag. Noodlot versus vrije wil: de tegenstelling is simplistisch en daarom manipulatief. Hoe dan ook: blijkbaar is Hirsi Ali zestig jaar na 1945 vergeten dát de joden helemaal geen ras zijn. Joden zijn al dan niet een etnische groep of een volk, ze onderscheiden zich al dan niet door (opvattingen over) religie, tradities en nationaliteit. Misschien vormen ze eerder een eeuwenoude lotsgemeenschap. Ze moeten een joodse moeder hebben. Inmiddels mag soms alleen een joodse vader ook. Over de definitie van wat jodendom en joden zijn of moeten zijn, woedt een strijd zonder eind. Maar een ras: nee, dat zijn de joden in ieder geval niet. Dat was een propagandatruc, een bedenksel van de nazi’s, die voortbouwden op het Europese rassendenken uit de negentiende eeuw.

Geen enkele deelnemer aan het debat in Nova Politiek trok echter aan de bel. Dat de joden een ras zijn, zit blijkbaar toch diep verankerd in het Nederlandse collectieve geheugen. Misschien komt dat doordat het niemand interesseert. Het debat gaat niet over joden of antisemitisme. Het gaat over de gevoeligheden en de frustraties van de islam en de moslims in Nederland, Europa, Azië en Arabische landen. Over terrorisme, fundamentalisme en liberalisme. Over respect voor religie en vrije meningsuiting, over westerse waarden versus die van de islam.

Misschien is Europa daarop zo gefixeerd dat het niet verder nadenkt over de inhoud of de mogelijke interpretatie van de cartoons van de Arabisch Europese Liga en die in bijvoorbeeld Iran.

Op een cartoon op de website van de ael wordt de spot gedreven met de Shoah, maar minstens zozeer met «de» joden. Het plaatje suggereert op het eerste oog vooral dat het getal van zes miljoen vermoorde joden twijfelachtig is. Dat is tot daaraan toe. De wetenschappers zijn het inderdaad niet volstrekt met elkaar eens over het precieze aantal: misschien wordt de zes miljoen niet helemaal gehaald. Maar de eigenlijke boodschap die de cartoon uitdraagt is een heel andere: namelijk dat de joden er belang bij hebben dat het aantal niet wordt aangevochten. In die zin schurkt het plaatje aan tegen de revisionistische opvatting dat de Shoah deels, grotendeels of helemaal een joodse fabricatie is, een joodse leugen waaruit de joden – financieel, politiek en moreel – een slaatje slaan. «De» joden en natuurlijk ook, of in één moeite door, Israël. Op een tweede cartoon, genaamd Hitler goes Dutroux, zien we Hitler in bed liggen met Anne Frank en tegen haar zeggen: «Write this one in your diary Anne.» Deze benadering kennen we ook: het is een staaltje van «pornografisch antisemitisme» (de term is van Solange Leibovici) waarin een seksuele relatie wordt gesuggereerd tussen het joodse slachtoffer of de jood überhaupt en de nazi: een geperverteerde relatie, dat spreekt vanzelf. In Nederland was Theo van Gogh destijds zeer bedreven in soortgelijke verbale, perverse seksspelletjes met zijn al dan niet joodse of «semitische» tegenstanders. Nooit gedacht dat Abou Jahjah, door Van Gogh ooit uitgemaakt voor «pooier van de islam», diezelfde Van Gogh postuum nog eens de hand zou reiken door zijn kritiek op het Westen, op joden of op Israël te vertalen in een beeldtaal volgens de geseksualiseerde traditie van Van Gogh. Maar waarom nou juist de holocaust? De joden hebben toch niet de aanval op de profeet geopend?

***

D

e gewraakte cartoons in Denemarken zijn in de wereld van de islam op drie niveaus als grievend ervaren. Ten eerste omdat Mohammed überhaupt werd afgebeeld, ten tweede op een spottende wijze en ten derde in relatie tot en zelfs geïdentificeerd met (zelfmoord)terrorisme. Vervolgens was de redenering als volgt: er wordt hier in Europa met twee maten gemeten. Wat heilig is voor ons – de profeet – kan vrijelijk met voeten worden getreden. Maar wanneer wij attaqueren wat in Europa heilig is – dat is geen religie in de traditionele zin, maar in seculiere zin: de holocaust – dan geldt dat als blasfemie, dat wil zeggen als (strafbaar) antisemitisme. Wat júllie doen, kunnen en mogen wíj ook. Als jullie datgene bevuilen wat ons heilig is, zullen wij door het slijk halen wat heilig is bij jullie. Oog om oog, tand om tand. Kortom, een gecombineerde aanval op de holocaust als de Heilige Koe van het Westen waar die andere westerse Heilige Koe, de vrije meningsuiting, zich tegen te pletter loopt. Twee Koeien in één klap.

Op het eerste gezicht lijkt er wel iets voor deze redenering te zeggen. In het Westen hééft de holocaust (of liever Shoah) in zekere zin de status van heiligheid, van onaantastbaarheid verworven. Zie bijvoorbeeld de internationale herdenkingsdagen van de holocaust of van Auschwitz. Zie ook hoe de jodenvervolging de functie als referentiekader voor wat goed en fout is overgenomen lijkt te hebben van de religie, van het christendom. De ontkenning van de holocaust is in verschillende landen strafbaar. Dus waarom zou de identificatie van een hele religie en haar profeet met terreur dan niet strafbaar zijn? Gelijke monniken, gelijke kappen.

De redenering en de vergelijking scheren echter alleen langs de buitenkant. Aan de binnenkant kloppen ze van geen kanten. Ik betwijfel of het veel zin heeft om te stellen dat de holocaust een historisch feit is en het bestaan van Mohammed (en welke profeet of god dan ook) vooral religieus gedachtegoed of gevoel. Dat is, laten we zeggen, mijn mening.

Het is dan ook vooral van belang te doorgronden waarom datgene wat ervaren wordt als het ridiculiseren van de islamitische waarden door het Westen wordt beantwoord met nu juist het belachelijk maken en seksualiseren van het slachtofferschap van de joden, en met het aanvechten van (de omvang van) de Shoah. En wel op een dieper niveau dan dat van de jijbak.

***

D

e joden, en de (herinnering aan de) Shoah vormen niet zozeer een bedreiging voor de moslimwereld, ze fungeren als wapen dat tussen de ribben van het Westen wordt geplant. Een aantal hypotheses. In de eerste plaats staan joden en de moord op hen centraal om – dat gebeurt al langer in de Arabische wereld, en bij extreem-rechts en extreem-links overal ter wereld, bijvoorbeeld door Hitler en Sharon of joden en nazi’s gelijk te stellen – het Westen in zijn achilleshiel te treffen. De holocaust heeft zich in en door het Westen voltrokken. Hier is sprake van een cynische paradox: het Westen heeft datgene waarin het eerst bij uitstek heeft gefaald vervolgens heilig verklaard. In de tweede plaats is voor velen buiten Europa en voor veel nieuwkomers binnen Europa het slachtofferschap van de joden achterhaald of irrelevant. De Shoah maakt geen deel uit van hun geschiedenis. Als het gaat om de hiërarchie van het leed moeten de joden eindelijk eens een stap omlaag. Dat standpunt delen zij overigens met veel zogeheten autochtonen. De Palestijnen die aan de ene kant reëel slachtoffer zijn van Israël (een creatie van het Westen) vormen aan de andere kant als, grotendeels islamitische, underdog een prachtig voorwerp van identificatie. Zowel hun strijd tegen als hun onderdrukking door de ultieme Ander, de jood, roept sympathie op. De agressie die meestal niet tegen de eigen machthebbers kan worden geuit, wordt zo eenzijdig op Israël geprojecteerd. De Palestijnen hebben de joden als ultiem slachtoffer van de troon gestoten en in Israël zijn de joden van slachtoffer tot dader geworden. Kortom, de cartoons van de ael treffen via het ridiculiseren van de Shoah het Westen op zijn zwakke plek – namelijk zijn eigen besmette verleden – en zagen tegelijkertijd aan de poten van het joodse slachtofferschap.

Ten derde springt de zoveelste recycling van het negentiende- en twintigste-eeuwse westerse antisemitische gedachtegoed in het oog: de joden belichamen, ja, zijn het Westen. Zij representeren de gevreesde, gevaarlijke maar ook o zo benijde en verleidelijke moderniteit. Nu al anderhalve eeuw symboliseren zij bij uitstek kapitalisme, marxisme, vrijdenkerschap, grote stad, decadentie, perversiteit, porno, Asphaltkultur: alles wat het christendom verboden had en de islam verbiedt. En nu? Nu zitten we al enige jaren in het tijdperk dat globalisering heet en de hele wereld aan ieders voeten brengt, vol nieuwe mogelijkheden maar ook vol nieuwe angsten. In die wereld kunnen «de» joden opnieuw dienst doen als een bindmiddel tussen uiteenlopende groepen en als oppervlakkige maar krachtige verklaring van hét (globale) kwaad. Zijn de joden, als diasporavolk met een zeer specifieke geschiedenis, zelf niet al sinds mensenheugenis een verschijnsel van globalisering, lang voordat we die term gebruikten?

Het stereotype van de laffe jood is naar de achtergrond gedrongen. Met een, naar zijn omvang gemeten relatief machtig Israël op de achtergrond beleeft het stereotype van de Machtige, Rijke Jood een revival: hij is het die overal, achter de schermen, aan de touwtjes trekt. Hij is niet alleen de profeet van de Global Economy maar ook de instigator van 9/11 en de oorlog in Irak. De Protocollen van de Wijzen van Zion verbeeldden al rond 1900 het streven van de joden naar de wereldmacht: een eeuw later, in het tijdperk van globalisering, hebben ze die wereldmacht nu dan toch daadwerkelijk veroverd.

***

Zowel joden als antisemitisme worden met grote regelmaat en op verschillende manieren geïnstrumentaliseerd. Met joden(dom) wordt, zogezegd, gesjacherd. Het is een populaire bezigheid waaraan joden zelf zich overgeven. En niet-joden ook, zowel zij die zichzelf als «vrienden» van joden of van Israël beschouwen als critici en antisemieten. Vaak heeft het weinig met «reële» of levende joden van doen, of met «reëel» antisemitisme. Nog minder vaak gaat het gepaard met een serieuze analyse. Het gaat er meestal om de eigen belangen, machtspolitiek en wat dies meer zij kracht bij te zetten.

Zo zijn er joden en joodse organisaties die hechten aan een geïnstitutionaliseerd joods slachtofferschap, die antisemitisme in zekere zin verwelkomen omdat het als bindmiddel kan dienen binnen een gepolariseerde joodse wereld en als remedie tegen kritiek op Israël.

Zo zijn er antisemieten die de beschuldiging van antisemitisme per definitie van de hand wijzen met het argument dat deze alleen bedoeld is om hun volstrekt legitieme kritiek op joden of Israël onderuit te halen, en die antisemitische cartoons of uitspraken inzetten om commotie en aanhang te verwerven.

En zo zijn er niet-joden die «plus juif que les juifs» zijn: ze gebruiken joden of antisemitisme als schakel in hun eigen oorlog tegen de terreur, tegen het islamitisch fundamentalisme of om stemmen te winnen. Een scheutje jood of jodendom, een verwijzing naar antisemitisme: het houdt de aandacht even vast, het lijkt de eigen zaak net even wat meer diepgang of cachet te geven. Zoals in Nova Politiek, waar joden en antisemitisme slechts in het voorbijgaan werden aangeroerd als instrument om het eigen standpunt op te krikken.

Het is dan ook van groot belang om in de gaten te houden waar de grens tussen stereotype en historische werkelijkheid loopt, en waar de grillige verbinding tussen beide. Om kritisch te onderzoeken wanneer men van antisemitisme kan of moet spreken en wanneer niet. Om te vermijden dat joden en antisemitisme voor het eigen karretje gespannen worden omdat dat de vaart er zo lekker inhoudt.

Geen mystificaties graag. Dus voor alle duidelijkheid nog eens: de joden zijn géén ras.

=