TONEEL De koopman van Venetië

DE JOODSE JAS

Shylock, de joodse woekerbankier uit Venetië, is in de voorstelling van Shakespeare’s De koopman van Venetië bij de Theatercompagnie veel met kleding in de weer. Tijdens een van zijn eerste optredens propt hij de joodse jas en zijn tallith in een vuilniszak. Nadat hij met tegenzin bij zijn onreine erfvijanden heeft gedineerd (‘Ik ga uit haat, om te eten uit de ruif/ Van die spilzieke christen’) scheurt hij zijn ‘assimilatiekostuum’ als een vergiftigde tweede huid van het lijf om in wit ondergoed de monoloog van de jood tegen het christendom uit te spugen. Daarna gaat het maatkostuum weer aan, want hij ruikt bloed. Als blijkt dat de paapse bankroetier Antonio, de koopman van Venetië, zijn bij Shylock geleende drieduizend dukaten niet terug kan betalen, wroet Shylock sissend van voorpret in de vuilnisbelt van de dogenstad om de afvalzak met zijn joodse jas en de gebedssjaal terug te vinden. En in vol orthodox-joods gewaad (alleen de pijpenkrullen van zijn lot- en stamgenoot Tubal ontbreken) verschijnt hij op het proces tegen Antonio om – geheel volgens het als joodse witz bedoelde contract – ‘precies een pond van/ uw blanke vlees te snijden uit/ dat deel van uw lichaam dat ik verkies’. Boven die gewisselde kledij steekt almaar de getergde kop van een man die in de wereld van de nieuwe rijken (handel in lucht, totdat de kassa rinkelt) probeert te roeien met de weinige riemen die een jood zijn vergund: solide handel in geld.
De koopman van Venetië wás al een ongemakkelijk toneelstuk, maar hier wordt de toeschouwer getergd. Iedere keer als de naam van het vervloekte volk valt, klinkt dat in opklimmende mate striemend: ‘Bedenk het is een jood met wie je twist’, ‘Ben je tevreden, jood?’ In de enscenering van Theu Boermans wordt echter niets geforceerd. Als regisseur is hij een ideale reisgids die het stuk goeddeels voor zichzelf laat spreken. Zelfs de ingrepen die exegeten zullen doen huiveren passen in de koele helderheid van de vertelling. De beruchte alleenspraak ‘Heeft een jood geen ogen’ wordt bijvoorbeeld niet uitgesproken tegen een christenjoch, zoals Shakespeare schrijft, maar tegen lotgenoot Tubal. Het clownsduo van de Gobbo’s is hier een verre van lachwekkende solo geworden. Ook de snelle locatiewisselingen van Venetië naar slot Belmont waar een rijke jongedame aan de man probeert te komen, verlopen soepel en moeiteloos, onder meer door de fraaie vormgeving. En door Loes Haverkort (Portia) en Eva van der Gucht (Nerissa) die het spel van de miljoen-dukaten-trouwerij met verve afwikkelen.
Deze bijplot van een verzameling aanbidders die een sukkelig raadsel met kistjes moeten oplossen, werd bij Shakespeare afgewerkt als komisch intermezzo, nu verre van leuk, schreeuwend om een grof gepenseeld eigentijds arrangement. Laat zulks rustig aan Boermans & Compagnie over. Met name de versie van Kim Jong-il met als zijn secretaresse een reïncarnatie van de weduwe Mao in haar jonge jaren levert een slapstickact op van wereldklasse. Waarbij we terug zijn bij Pierre Bokma, die dit nummer (nagenoeg onherkenbaar) ‘erbij’ doet, maar die vooral excelleert in de rol van Shylock. Hij doet iets waarvoor een toneelliefhebber hem oneindige dankbaarheid verschuldigd is: hij toont het personage van alle denkbare kanten en in alle denkbare kleuren, met een bijna kinderlijke onschuld en het bijbehorend commentaar: is deze kant je al eens opgevallen? Zo maakt hij een complex personage transparant, hij houdt het tegelijk raadselachtig. Als Shylock is vernederd en er op de Venetiaanse vuilnisbelt, waar hij net nog driftig naar zijn joodse jas zocht, een orkaan losbarst, dan staat hij daar, roerloos, machteloos en geslagen, op een sokkel, als een standbeeld dat zijn betekenis heeft verloren. Wanneer na de vijfde akte op diezelfde sokkel een negenarmige kandelaber wordt geplaatst en één enkele kaars wordt aangestoken, werkt dat als een ontroerende en beeldende samenvatting van het voorafgaande.

Tournee t/m 20 december, Stadsschouwburg Amsterdam op 22 en 23 december; www.theatercompagnie.nl