De juiste man om de kanonnen te poetsen

Joris Voorhoeve, ‘s lands minister van Defensie, blijkt de juiste man op de juiste plaats te zijn, een man die zich op de been houdt met gekoelde musli en yoghurt, na de ijskast van zijn voorganger Relus ter Beek van alcoholica te hebben geschoond. Aldus de Volkskrant.

Het is een op zijn minst suggestieve mededeling, implicerend dat Ter Beek de hele dag zat te zuipen, onderwijl af en toe met een kanon op een mug schietend, om uiteindelijk tegen een uur of vijf, onder kritisch toezien van zijn generaals, naar huis te wankelen teneinde daar zijn roes uit te slapen.
Hoe het ook zij, Voorhoeve is een echte minister van Defensie, een officier-in-burger, met een krijtstreep, een kaarsrechte rug en een Brits gemodelleerde knevel.
Ter Beek op zijn beurt was en bleef een typische sergeant, politiek omhooggetuimeld omdat de sociaal-democraten nu eenmaal aan de beurt waren om vier jaar lang de kanonnen te poetsen.
De sociaal-democraten hebben zich nooit al te zeker gevoeld aan het hoofd der heirscharen, om historische, politieke en optische redenen.
Bram Stemerdink, met die bril en dat brave hoofd, leek mij ook nooit het type dat geschikt was om de generaals in de teugels te houden. Anders dan zijn partijgenoot Henk Vredeling, die zo de ziekte aan de militaire hierarchie had dat hij de gehele krijgsmacht bruuskeerde - ‘Ik laat mij niet onder druk zetten. Dat werkt bij mij averechts.’ Dus bruuskeerde hij ’s lands hoogste militair b.d., de 'typische mof’ prins Bernhard.
En als hem die ene borrel werd ontzegd, bestelde hij drie borrels tegelijk, liefst in een waterglas geserveerd. Zijn ijskast moet het pronkjuweel van het ministeriele werkvertrek zijn geweest.
Hij was niet de minste der naoorlogse defensiechefs, al was het alleen al omdat hij de partijcamarilla dorst te trotseren ('Congressen kopen geen straaljagers’).
Niettemin is Defensie in principe niets voor sociaal-democraten. Eigenlijk ook niet voor christen-democraten, overigens. Het is een en al verkeerde type casting: de sullig ogende Wilem Scholten, de veel te beschaafde Job de Ruiter, zo'n Roelof Kruisinga die aftrad om de militair-strategisch belachelijke reden dat hij bezwaren had tegen de neutronenbom, zo'n Piet de Jong die met zijn een meter drieenveertig hoogstens oogde als een staatssecretaris - om het nochtans tot minister en minister-president te brengen.
Nee, dan de liberalen! W. den Toom. H. J. de Koster. Frits Bolkestein. Krachtige mannen, goed gebekt, uitstekend in het pak, aanvaardbaar voor burger en militair, te land, ter zee en in de lucht.
Joris Voorhoeve lijkt, met zijn schrale intellectuelengestalte, vergeleken met zijn geestverwanten, ogenschijnlijk een paar pondjes te kort te komen, maar daar staat tegenover dat de natie over zijn politieke gewicht inmiddels niets meer te klagen heeft.