Hoofdcommentaar: Amerika

De juridisering van Amerika

John Maynard Keynes merkte eens op dat de Mayflower, het schip waarmee de eerste Britse kolonisten de oceaan overstaken naar Noord-Amerika, tot de nok gevuld moet zijn geweest met ad vocaten. De taferelen die zich momenteel afspelen in de rechts zalen en gemeentehuizen van Florida lijken de zwartste vermoedens omtrent de juridisering van de Amerikaanse samenleving te bevestigen. Zij geven uitdrukking aan een groeiend wantrouwen tegen politici in het algemeen en een toenemende af stand tussen Washington en de rest van het land in het bijzonder. De grote partijen laten zich in Florida niet voor niets vertegenwoordigen door hun steradvocaten, de Republikein James Baker en de Democraat Warren Christopher, twee ex-ministers van Buitenlandse Zaken. Als de heren geen rekening houden met de plaatselijke gevoeligheden, zijn de juridische en politieke complicaties onafzienbaar.

Het dieptepunt van de juridisering leek in 1995 te zijn bereikt met het volledig gemediatiseerde proces tegen O.J. Simpson. De basketballer en filmster kwam vrij na een ellenlange procedurestrijd en een ware reidans van experts en contra-experts, onder wie een zelfbenoemde «bloedspat-expert» die zijn pertinente onschuld wist te bewijzen aan de hand van vorm en structuur van een bloedspat op een sok. Toch had die hele vaudeville een keerzijde die vaak over het hoofd wordt gezien. Hoe lachwekkend en onwaarschijnlijk het proces ook mag zijn geweest, het bracht toch maar een wereldwijd debat op gang over alle wezenlijke vragen betreffende een eerlijke rechtsgang, over klassejustitie, institutioneel racisme en de rol van media en wetenschap in de rechtszaal. Zowel voor liefhebbers als voor cynici was het een aanschouwelijke les in toegepast strafrecht.

Misschien was de Simpson-affaire slechts een voorbode van wat het land — en bijgevolg de rest van de mensheid — te wachten staat. Als een Amerikaans strafproces de internationale nieuwsvoorziening maandenlang kan opslorpen en de samenleving op haar kop kan zetten, hoe ontwrichtend moet een procedurestrijd rond een presidentsverkiezing dan wel niet zijn? De mogelijke bijverschijnselen zijn wederom hilarisch. Als Al Gore of George Bush zich niet uit vrije wil terugtrekt, kan de controverse uitlopen op een herstemming in heel Florida. In dat geval moeten de kandidaten opnieuw campagne voeren. Aan gezien de marge miniem is, zullen ze zich uitputten in beloften aan de bevolking van de deelstaat. Als het Witte Huis de komende jaren wordt afgebroken en verplaatst naar Disney land, is dat te danken aan enige honderden inwoners van Palm Beach.

Maar ook deze vaudeville heeft zijn keerzijde. De verwarring omtrent de stembiljetten en tellingen in Florida is allerminst deerniswekkend, zoals sommigen binnen en buiten de VS willen doen geloven. Zulke commentaren zijn een soort visitekaartje waarmee spreker zijn eigen houding ten opzichte van de representatieve democratie blootgeeft. De scherpste veroordeling kwam van Fidel Castro die de VS met een «bananen republiek» vergeleek, een aan tijging die uit zijn mond niet zozeer onwaarschijnlijk als wel jaloers klinkt. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Perez Roque, riep nota bene op tot een herstemming in Florida vanwege de onregelmatigheden die aan het licht waren gekomen.

Het is waar: zulke «vergissingen» worden in zijn eigen leninistische éénpartijstaat nimmer geconstateerd, althans niet door de bevolking zelf. In Florida zijn de onregelmatigheden juist wel door de kiezers aangekaart, en dat is precies waar het om gaat. De staatkundige eenheid berust op het recht van deelname in de besluitvorming voor alle burgers. In een groot land als de VS is democratie alleen mogelijk dankzij de roemruchte checks and balances die de uitkomst zijn van een meer dan tweehonderdjarige machtsstrijd tussen staten en bevolkingsgroepen, tussen grote en kleine belangen en tussen de goede en kwade neigingen van bevlogen leiders, inhalige bureaucraten en geniale volksverlakkers. Uiteindelijk gaat het daarbij om concrete kwesties, zoals de vraag wat er met een bepaalde stembus gebeurt, de vraag of een vlinderbiljet deugdelijk is of de vraag hoe groot een ponsgaatje moet zijn om als gaatje te worden gekwalificeerd. Alleen in een democratie kan een handvol kiezers zand in de machine strooien. Hoeveel zand, dat moet de toekomst uitwijzen.