Oedipaal conflict in de Kameleon

De jurken van Mevrouw Klinkhamer

In zijn ‹Kameleon›-boeken heeft auteur Hotze de Roos opvallend zijn best gedaan elke gedachte aan seksualiteit de kop in te drukken. Maar het oedipale conflict kon hij niet geheel aan het oog onttrekken. Dat wordt manifest in de tegenstelling tussen stad en platteland. De stad is de vader, het platteland de moeder.

Op woensdag ga ik naar de Kameleon-filmvoorstelling. Ik bereid me voor op schreeuwende en tierende kinderen die elkaar het leven zuur proberen te maken, maar het valt mee. Druk is het wel, ik tel zogauw minstens 250 kinderen tussen de acht en de dertien jaar, hoofdzakelijk jongens, maar toch ook meisjes. Naast me zitten twee rustige jongens van een jaar of tien die me voorspellen dat er eerst een hoop voorfilms komen. «Het begint niet gelijk, meneer.» Bij twee van de vijf voorfilms zeggen de jonge heren naast me dat ze deze film graag zouden willen zien. Dan begint het, een diepe zucht gaat door de zaal, iedereen gaat zitten, de spanning stijgt naar een kookpunt. Beelden van water, water, een dorpje, een smidse, «Klinkhamer» staat op het dak, mensen in jaren-vijftigkostuums, een oude auto, een shot van een dorpsnaambordje, we bevinden ons in het dorpje «Lenten», ergens in Friesland. En we gaan slootje springen. Heette de woonplaats van Sietse en Hielke Klinkhamer Lenten? Ik besluit niet te gaan zeuren over de verschillen tussen de boekjes en de film en kijk gezellig met iedereen mee, de jongens naast me zijn overtuigend stil.

Sietse en Hielke Klinkhamer verschijnen in beeld, de grapjas Gerben Zonderland is er, Kees Woudstra, het eerste onderdrukte kind in de Nederlandse literatuur, de domme politieman, de burgemeester en natuurlijk de vader en moeder van de tweeling, Heit en Mem Klinkhamer. Ik vind die twee te jong, te begerenswaardig, ik droom af en toe enigszins weg over Mevrouw Klinkhamer en zie haar in voor de jeugd minder geschikte poses voor me. Zodra dit echtpaar in beeld komt, gaat er een vlaag van bijna wellustige erotiek over het scherm en dus door de zaal. De jurken van Mevrouw Klinkhamer! Jammer dat er zo veel bekende Nederlanders op het doek verschijnen, het was op de set een ware reünie: Willeke van Ammelrooij, Maarten Spanjer, Gijs Scholten van Aschat, Ed Nijpels, Piet Paulusma, Henk Westbroek. Ze brengen de illusie in gevaar dat we tijdens de film kennismaken met het leven van Onbekende Nederlanders. Erg naturel spelen ze niet, «schmieren» was het motto, vooral Van Ammelrooij bereikt hierin eenzame hoogtes.

Maar gelukkig proberen Sietse en Hielke zo naturel mogelijk Sietse en Hielke te zijn, af en toe krijgen ze daadwerkelijk hun innige verbondenheid over het voetlicht, al heeft regisseur Steven de Jong dit vooral in dialogen willen uitdrukken. Beelden laten spreken, dat is niet zijn grote kracht. Ik moet niet zeuren denk ik, Hotze de Roos, schrijver van de Kameleon-boekjes, blonk ook niet uit in subtiele psychologische karaktertekening en er gingen toch maar mooi ruim twaalf miljoen Kameleon-boekjes over de toonbank. Ik merk dat ik glimlachend, rustig genietend, zit te kijken naar de niet erg spectaculaire, vaak melige avonturen van de tweeling. Naast me schieten de twee jongens af en toe in de lach, één ervan heeft de neiging zijn vriendje of broer te vertellen wat we net zagen, maar deze roept hem steeds tot de orde. «Hou je kop.»

In de pauze ben ik niet van plan me door al die kleine zenuwlijders op de kop te laten zitten, ik scoor tamelijk snel een medium zak popcorn en geniet in de zaal van het geren en gevlieg van de nu krachtig tot leven gekomen bezoekers. Dat deden wij vroeger dus niet, zo onbekommerd ronddraven in de pauze van Bambi of Rintintin. Men brengt vooral graag een bezoek achter het filmdoek. Om voor de zekerheid te kijken of zich aldaar een stel acteurs ophoudt die het geheel iedere keer opnieuw spelen? De jongens naast me hebben ook een zak popcorn gekocht en krijgen hem niet helemaal op.

«Wilt u nog wat, meneer?»

«Nee, jongens, bedankt.»

Zeer bevredigend heeft De Jong de bijna neurotische kern van de Kameleon-reeks in beeld gebracht: de tegenstelling tussen stad en platteland. Wat uit de stad komt, is verdacht. De burgemeester van het dorp is een stadse enge heer, die overigens merkwaardig genoeg een boekje van Kapitein Rob leest, zijn echtgenote draagt ridicule hoedjes. Er is een stel overtuigend nare nozemjongens die het dorp onveilig maken en in een onjuiste motorboot varen, die onze tweeling uiteraard tot zinken brengt, er zijn potsierlijke rare «Leidse» studenten. Met als verbluffend hoogtepunt het nuffige stadse meisje Esther, dat in het begin van de film haar stadse neus voor de zojuist in de blubber belande Klinkhamer-jongens overtuigend ophaalt. Dit meisje straalt de juiste verveelde, stadse, wijsneuzerige weerzin tegen het dorpsleven uit, een weerzin die ze uiteraard aan het einde van de film geheel heeft overwonnen. Ze draagt dan een overall, een pet en klompen en vertegenwoordigt daarmee het beeld van «normaal» leven dat Hotze de Roos ons in zijn reeks keer op keer probeerde aan te praten. Het dorp is de maatschappelijke idylle, de stad is Sodom en Gomorra.

De vraag blijft wat het aantrekkelijke aan deze reeks jeugdboeken en deze film uitmaakt. Waarom heb ik er vroeger zo veel plezier aan beleefd en kan ik er nu nog steeds naar kijken zonder me al te bezwaard te voelen? De Duitse schrijver Arno Schmidt stelde ooit dezelfde vraag over de boeken van Karl May. Hij beweerde in een uitermate geestig betoog dat het iets te maken moest hebben gehad met de zorgvuldig verborgen (homo)seksuele toespelingen in dit werk. Daarom vonden jongens het interessant, ze werden ongemerkt besproeid (de term is van Schmidt) met een heel scala aan seksuele obsceniteiten. We hoeven Schmidt natuurlijk niet meteen op zijn woord te geloven, maar als je eens wat minder vrijblijvend naar het werk van Hotze de Roos kijkt, begint het op te vallen dat hij wel erg opvallend zijn best heeft gedaan iedere gedachte aan seksualiteit de kop in te drukken. In het gezin Klinkhamer is geen enkel oedipaal drama te bekennen, van bedplassen is geen sprake, moeder Klinkhamer leidt, ook in de film, een droomloos leven, en vader Klink hamer slaat er in de smidse geheel symboolloos lustig en ritmisch op los. Het leven der Klinkhamers is één grote idylle.

Maar toch is De Roos er niet in geslaagd het oedipale conflict geheel aan het oog te onttrekken. Het is manifest zichtbaar in de tegenstelling tussen stad en platteland, die ook in de film de ontwikkelingen stuurt. De stad staat voor alles wat bedreigend, verderfelijk en ongewenst is. De stad is de vader. Het platteland met het meer, de bootjes, het lieflijke landschap en de eerlijke mensen, dat is de moeder. Daarom hebben Sietse en Hielke zo’n obsessieve, bijna psychotische hekel aan stadse jongens en stadse fratsen. Het verlangen naar de moeder drijft hen voort. Daarom proberen ze stadse jongens een loer te draaien of letterlijk te vernietigen, ze willen het platteland, de moeder, helemaal voor zichzelf. De obsessieve romantisering van het platteland wijst op sterke minderwaardigheidsgevoelens ten aanzien van de eigen infantiele, sterk op de moeder gerichte seksualiteit.

In het werk van De Roos bestaat een sterke angst voor andere vrouwen dan de moeder. In het dorp zijn vrouwen wezens in bloemetjes jurken die onzichtbaar zijn, of weduwe, of ze moeten gered van armoede en ondergang. Zichtbare vrouwen en meisjes komen altijd uit de stad, waardoor ze principieel in de Kameleon-wereld verdacht zijn. Ze zijn meestal nuffig, of in ieder geval ridicuul, maar vertonen een neiging tot inkeer te willen komen. Ze hebben vaak toch ook iets edels, wat de afstand alweer groter maakt. Ze zijn in ieder geval vreemd, een soort raadselachtige stadsnimfen, die overigens vaak ten slotte met autochtone inwoners van het dorp trouwen waarna ze in totale anonimiteit terugvallen. Meisjes zijn in dit werk nooit gewoon meisjes zoals jongens jongens zijn, ze worden vaak aangeduid met overbeleefde benamingen als «juffrouw» of «jonge dame».

Angst voor seksualiteit, dat is de sleutel tot dit werk. In de film heeft De Jong dit zelfs aangedikt, er zitten allerlei enigszins broeierige seksuele toespelingen in. Zou daar dus de maniakaal te noemen belangstelling van jongens voor deze boeken vandaan komen? Hun eigenaardige stilte bij het kijken naar de film? Vermoedelijk stellen de boeken en de film jongens in staat hun eigen beklemde gevoelens op dit gebied te spiegelen aan de jongens Klinkhamer, die zich in een schijnbaar conflictloze wereld ophouden en ondertussen alles in het werk stellen om de moeder voor zichzelf te behouden. Misschien had Schmidt gelijk en is ook De Kameleon een broeinest van allerlei onverwerkte neurotische verschijnselen die zich ten slotte laten samenvatten onder het begrip afleidingsmanoeuvre. Dit werk staat en valt met afleidingsmanoeuvres om de waarheid ervan, de angst voor seksualiteit, niet manifest te laten worden bij de jonge lezers en kijkers. Alles staat in het teken daarvan, elke plot en subplot komt daarop neer. Boeven vangen, rampen voorkomen, meisjes helpen, racen met boten, slootje springen, kattenkwaad uithalen, stupide meligheid — alles is toegestaan zolang de waarheid maar verborgen blijft. Ik wijs ten slotte op de naamgeving van de reeks, De Kameleon. Is de kameleon niet het dier dat zich in vele gedaantes voordoet uit angst zich prijs te moeten geven?

De film eindigt met een indringende scène waarin Esther de jongens Klinkhamer beloont met een voorzichtige kus. Een golf van opwinding zoeft door de zaal, gejoel en gefluit. Wanneer het licht aan gaat, vraag ik aan mijn buurmannen: «Hoe vonden jullie het, jongens?»

«Mooi, meneer.»

De schippers van de Kameleon

Regie: Steven de Jong

Gezien in bioscoop Tivoli te Leeuwarden