Verkrachtingen in India

De kale takken hebben het gedaan

In de nasleep van de verkrachtingszaak in New Delhi is India aan een grondige zelfinspectie begonnen. Is het mannenoverschot de reden achter het wijdverbreide seksuele geweld tegen vrouwen?

Medium 18648268week36

New Delhi – ‘Het is de dorpsmentaliteit. Het zijn mensen die vanaf het platteland naar de stad trekken en hun achterhaalde ideeën over vrouwen mee naar Delhi nemen.’ Aan het woord is Devjani Bharadwhaj, een accountmanager van begin dertig. Het gesprek vindt plaats op het plein voor de Jantar Mantar, een twintig meter hoge stenen trap in hartje Delhi, gebouwd in 1724 in opdracht van de Mogul-keizer Muhammad Shah. Het gespreksonderwerp: de brute verkrachting met de dood tot gevolg van een 23-jarige studente in India’s hoofdstad, eind december. Bijna een maand later houdt de verbijsterende misdaad India nog volop in de greep.

De volkswoede kwam tot uiting in demonstraties op verschillende plekken in New Delhi. Bij de parlementsgebouwen, op universiteitscampussen, en hier, bij de Jantar Mantar. Het monument werd gebouwd om naar de sterren te turen, maar een hedendaagse observant die de trap beklimt en zijn blik niet omhoog maar omlaag richt, ziet iets heel anders. Het plein beneden is een microkosmos waarin de onvrede van de Indiase samenleving rondgonst. Want hoewel de meeste protesten zijn neergeslagen met waterkanon en wapenstok blijft de Jantar Mantar een borrelende ketel. Dagelijks verzamelt zich hier een menigte die roept om gerechtigheid, om de doodstraf, om politieke daadkracht, om castratie, om revolutie en nog veel meer.

In het midden van het plein is in waxinelichtjes de naam gespeld van het verkrachtingsslachtoffer, Jyoti Singh Pandey. Op straat is de leus ‘Verkrachters aan de galg’ gekalkt. Verderop wordt lesgegeven in het hanteren van traangas in een bus. Aan de rand bevindt zich het hoofdkantoor van de Janata Dahl (United), een socialistische oppositiepartij. Voor de toegangspoort staat een groep mannelijke partijleden te schreeuwen dat het regerende Indian National Congres moet opstappen.

Kloppend hart van deze kermis is een klein podium waar sprekers om beurten de microfoon nemen. Slechts in een enkel geval gaat hun betoog echt over de verkrachtingszaak. De een roept om beter onderwijs, de volgende houdt een verhaal over corruptie. Tussen het publiek schuifelen oude vrouwtjes rond die mensen pamfletjes in de hand duwen. Ze zijn geschreven door een van de vele goeroes die het land rijk is en roepen op tot vrede en naastenliefde.

Devjani Bharadwhaj is hier niet om te protesteren. Haar kantoor is vlakbij en de eetstalletjes rondom het plein zijn een populaire lunchplek. ‘Ik voel me niet veilig in Delhi’, zegt ze, terwijl ze een hap neemt van haar kikkererwtencurry. Haar zus, die ook in de buurt werkt, valt haar bij. ‘Ik rij ’s avonds rond in mijn eigen auto, maar eigenlijk zou ik dat niet moeten doen.’

De feiten liegen er niet om. Alleen al in de week na de verkrachting van Jyoti Singh Pandey werd een zeventienjarige scholiere ontvoerd en verkracht in de buurt van Pondicherry, Zuid-India. In het dorpje Virudhachalam, in de deelstaat Tamil Nadu, vergreep een man zich aan een twintigjarige vrouw. In Bangalore werd een groepje mannen opgepakt voor de verkrachting van een studente. Ook vanuit Bihar, de Poenjab en Noida (een voorstad van Delhi) kwam nieuws over verkrachtingen, in het laatste geval met dodelijke afloop. Het zijn de zaken die landelijk aandacht kregen, maar voor elk van deze gevallen zijn er tientallen slachtoffers die zich in de periferie van de aandacht bevinden.

Toch doet India het in de internationale statistieken niet slecht. Op de honderdduizend inwoners vinden er volgens een rapport van de Verenigde Naties jaarlijks 1,8 verkrachtingen plaats. Het is een betere score dan onder meer de Verenigde Staten, Zwitserland en Zweden. In Delhi werden in 2012 op zeventien miljoen inwoners iets meer dan zevenhonderd verkrachtingen geregistreerd, de helft minder dan jaarlijks in Nederland. Maar er is niemand die blind vaart op deze cijfers. Het is een geflatteerd beeld, veroorzaakt door het feit dat het overgrote deel van de verkrachtingen in India niet wordt gerapporteerd. Weinig bereidwillige agenten, schaamte en intiem lichamelijk onderzoek – volgens de Indiase wet verplicht bij strafrechtelijk onderzoek – weerhouden slachtoffers ervan om naar de politie te stappen. En als er aangifte wordt gedaan, draait het rechtssysteem maar langzaam: 83 procent van alle verkrachtingszaken in India is hangende. Het zestal dat zich aan Jyoti Singh Pandey vergreep, zal via het snelrecht waarschijnlijk gauw richting gevangenis worden geleid, maar dat is een uitzonderingsgeval. In nog geen kwart van de gevallen leidt aangifte van verkrachting tot een veroordeling.

Frequent seksueel geweld tegen vrouwen en een weinig adequaat rechtssysteem, het is geen fraaie kant van India, een kant die zichtbaar wordt in de nasleep van de verkrachtingszaak in Delhi. Nadat de eerste golf van verontwaardiging is uitgeraasd, is het land dan ook aan een grondige zelfinspectie begonnen. Er gaat geen dag voorbij of de televisie toont panels die zich op hoge toon afvragen waarom geweld tegen vrouwen hier toch zo vaak voorkomt. In kranten en tijdschriften buitelen de commentatoren over elkaar heen om een verklaring te vinden waarom eve-teasing, een eufemisme voor het lastigvallen van vrouwen, bijna normaal lijkt.

Hindoe-fundamentalisten hoefden niet lang na te denken over de oorzaak: het zijn de verderfelijke westerse invloeden die ervoor zorgen dat jonge vrouwen zich uitdagend kleden, ’s avonds over straat gaan en alcohol drinken. Bij zoveel losbandigheid kun je verwachten dat het misgaat. ‘Verkrachting komt regelmatig voor in India, maar zelden in Bharat’, zei de voorzitter van de Rashtriya Swayamsevak Sangh (rss), een paramilitaire club gestoeld op een uiterst conservatief hindoeïsme. Bharat is het Hindi-woord voor India, maar staat in het rss-vocabulaire voor een hindoestaat ‘van vreemde smetten vrij’.

Anderen grijpen juist terug op de fundamenten van de hindoecultuur als verklaring voor het hoge aantal verkrachtingen in India. In de Mahabharata, een dichterlijk epos vergelijkbaar met de Ilias en de Odyssee, is verkrachting een terugkerend thema en daarmee ‘een met bloed bevlekte herinnering dat het huidige India geen patent heeft op dit soort geweld’, aldus de populaire schrijfster en literair critica Nilanjana Roy. Maar, zo meent ze, ook de woedende reactie die de aanval op de jonge studente in Delhi opriep valt keurig te rijmen met de mythologie van India. De Mahabharata bevat evengoed verhalen van vrouwen die stevig van zich afbijten.

De starre linkervleugel van het Indiase politieke spectrum had snel een eigen zondebok gevonden: het kapitalisme. ‘In de periode 1995-2011 nam het aantal verkrachtingen met de helft toe, verdubbelde het aantal ontvoeringen en kwam geweld tegen vrouwen twee keer zo veel voor’, schreef het radicaal linkse blad Frontline. ‘Precies de jaren waarin het neoliberalisme opkwam.’ Hoe meer India afstand nam van staatsdirigisme, hoe vaker de verkrachter zijn broek liet zakken, was de suggestie.

Een vergelijkbare toon wordt aangeslagen door Sashi Kumar, directeur van het Asian College of Journalism en een veel gevraagd commentator. ‘De omgang met vrouwen wordt constant heruitgevonden in een cultuur van globalisering en consumentisme’, zegt hij. Aan de ene kant ziet Kumar een ‘commodificatie van het vrouwelijk lichaam’, in advertenties en Bollywood-films. Aan de andere kant wordt het denken gevormd door een nieuw ‘zelffetisjisme’ en door ‘postfeministische assertiviteit’, die volgens Kumar worden geïllustreerd door het succes, ook hier in India, van de sm-softporno in de _Fifty Shades-_trilogie van E.L. James. Ergens daartussen grijpt de verkrachter zijn kans.

Kumar (60) is een aanhanger van Foucault, Susan Brownmiller en andere denkers die in de jaren zeventig het academisch discours rond seksualiteit vormden. In het Westen wordt tegenwoordig vaak een beetje spottend gedaan over deze intellectuele traditie, maar voor de oude linkse intelligentsia in India is ze nog altijd leidend. De verkrachtingszaak in Delhi is voor hen aanleiding om de postmoderne klassiekers weer eens open te slaan en door te spitten op zoek naar wijsheden die licht kunnen werpen op de problematiek waar hun land mee worstelt.

Populair is ook de verklaring die Devjani Bharadwhaj, de accountmanager bij de Jantar Mantar, aanvoerde: een dorpsmentaliteit die zich slecht verdraagt met de normen die gelden in het moderne, stedelijke India. Een iets verfijndere variant hierop die het ook goed doet is een verwijzing naar de patriarchale cultuur van het land. Dochters worden uitgehuwelijkt, publieke functies worden voornamelijk door mannen bezet en mannelijkheid wordt gevierd als ideaal. Verkrachting zou hiervan een logisch gevolg zijn.

De verwatering van het hindoeïsme, de opkomst van de neoliberale economie of het feodale wereldbeeld van boerenkinkels die richting de stad trekken – het zijn verschillende verklaringen uit verschillende politieke hoeken. Toch hebben ze een gemene deler: de verklaring wordt buiten het eigen waardenstelsel gezocht. Geweld tegen vrouwen is iets wat het moderne India overkomt als een kwade kracht van buitenaf.

Het is in veel gevallen de weg van de minste weerstand. Iedere man groeit op in India’s patriarchale cultuur, maar dat maakt niet iedereen met een Y-chromosoom tot een kille verkrachter. Het is een koud kunstje om naar ‘westerse invloeden’ te verwijzen of een paar krenten uit de eindeloze strofes van de Mahabharata te pikken om aan te tonen dat verkrachting diep in de vezels van de Indiase cultuur zit. Maar in nagenoeg ieder mythisch verhaal worden vrouwen seksueel gemolesteerd. En dat liberalisering van de economie en groeiende misdaadcijfers zich tegelijkertijd voordoen, betekent nog niet dat het eerste oorzaak is van het tweede.

Zij die klagen over een dorpsmentaliteit negeren het huiselijk (seksueel) geweld dat volgens het Indiase National Family Health Survey zowel in de stad als op het platteland een groot probleem vormt. De misdaad tegen vrouwen op straat is nog geen fractie van wat er plaatsvindt achter de voordeur.

Tussen alle diepgemeende ontzetting over India’s rape culture komt hier de gemakzucht om de hoek kijken: voor velen is het verleidelijk om de verkrachtingszaak aan te grijpen om het eigen stokpaardje te berijden. De theoretische beschouwers vervallen daarmee in hetzelfde patroon als de bonte menigte bij de Jantar Mantar: de verkrachtingszaak dient vooral als opstapje om het gelijk op een ander punt te halen.

Ook de buitenlandse pers speelt op dit punt een aardig deuntje mee. In The Times sprak de Britse journalist Libby Purves van de ‘moordlustige, hyena-achtige minachting’ waarmee Indiase mannen de vrouw benaderen. De Volkskrant haalde een oud-correspondent van stal om te vertellen dat India voor vrouwen een hel op aarde is. ‘Een opleving van neokoloniale journalistiek’, was het label dat Kalpish Ratna (het pseudoniem van een Indiaas schrijversechtpaar) op dit type berichtgeving plakte. ‘Het is de natte droom van de oriëntalist, maar dan duisterder’, aldus Ratna in een artikel in tijdschrift Open waarin het echtpaar kritiek uitte op de massahysterie naar aanleiding van de verkrachtingszaak.

Poulami Rowdchury ergert zich aan de grove kwast waarmee het portret van India als een land van verkrachters wordt geschilderd. ‘Het idee dat er twee soorten India zijn, een vooruitstrevend, stedelijk India en een achterlijk platteland is een pijnlijke versimpeling. Als je kijkt naar de statistieken van het Indiase National Crime Records Bureau zijn steden veel onveiliger dan het platteland’, aldus Rowdchury in een interview artikel op Salon.com.

Rowdchury onderzoekt als promovenda aan New York University het recht en seksueel geweld in India. Het idee dat verkrachting een typisch Indiaas fenomeen is, wijst ze van de hand. ‘Seksueel geweld tegen vrouwen is een wereldwijd probleem. In de Verenigde Staten komt één op de vijf vrouwen hiermee in aanraking. Nog geen kwart van de aangiftes van verkrachting leidt uiteindelijk tot een veroordeling, een score die India evenaart. Op gender gebaseerd geweld is een complex fenomeen met uiteenlopende oorzaken en vele gezichten. Dan schieten grove theorieën over patriarchaat en dorpsmentaliteit behoorlijk te kort.’

Ook schrijfster Arundhati Roy werd in haar commentaren gedreven door ergernis. ‘De reden dat de verkrachtingszaak in Delhi zoveel woede opriep, is dat het past in het beeld van de criminele onderlaag die de Indiase middenklasse aanvalt’, aldus de auteur van De God van de kleine dingen. ‘Ondertussen vindt seksueel geweld tegen vrouwen uit de laagste kaste op veel grotere schaal plaats.’

Een vergelijkbaar geluid wordt vertolkt door onderzoekers en activisten die zich bezighouden met het lot van de Dalits, de kaste van onaanraakbaren. Suraj Yengde is een van hen. Hij is advocaat en werkt aan een proefschrift over sociale achterstand van India’s onderklasse. ‘Tachtig procent van de verkrachtingsslachtoffers op het platteland zijn Dalit-vrouwen’, zegt Yengde in een interview per telefoon. ‘De daders komen meestal uit een hogere kaste. De Dalits worden op allerlei punten gediscrimineerd. Ze mogen geen water halen uit de gezamenlijke pomp, ze hebben minder toegang tot onderwijs. Maar als het gaat om gedwongen seks wordt de kastegrens makkelijk overschreden. Begrijp me niet verkeerd, wat in Delhi gebeurde was verschrikkelijk, maar dat voorval is niet representatief voor het probleem van seksueel geweld tegen vrouwen in India.’

Tussen het getouwtrek over verklaringen voor de penibele positie van vrouwen in India en het debat over de juiste beeldvorming is het zoeken naar analyses die los staan van een bredere agenda. Een van de weinige analyses die daarvoor in aanmerking komen, is het werk van Valerie Hudson en Andrea den Boer, respectievelijk hoogleraar politieke wetenschappen aan Texas A University en hoogleraar sociologie aan de University of Kent. In 2002 publiceerden ze samen het veelgeprezen boek Bare Branches waarin ze de gevolgen van het mannenoverschot in China en India onder de loep namen. Hun conclusie: de scheve man-vrouwratio in deze landen en de hoge misdaadcijfers onder jonge mannen, waaronder veel verkrachtingszaken, hangen nauw met elkaar samen.

Het werk van Hudson en Den Boer was deels gebaseerd op grootschalig bevolkingsonderzoek uit 2001. India had destijds een geslachts­verhouding bij geboorte van 107.2. Anders gezegd: op elke honderd vrouwen kwamen er meer dan zeven mannen ‘te veel’ ter wereld, een gevolg van selectieve abortus en het doden van pasgeboren meisjes. Het land telde destijds 532.000.000 mannen tegen 496.000.000 vrouwen. In sommige noordelijke deelstaten was de man-vrouwbalans nog meer uit het lood geslagen. In Harayana was de geslachtsverhouding 114 en in de Poenjab 120. Het zijn eveneens de staten waar verkrachting en ander geweld tegen vrouwen relatief vaak voorkomt.

Volgens het duo hebben de landen te maken met een ‘huwelijksmarkt waarin vrouwen schaars zijn en dus “omhoog” kunnen trouwen. Wat overblijft zijn de mannen aan de onderkant van de ladder: zonder opleiding, zonder werk en met weinig banden in de gemeenschap waarin ze verkeren.’ Deze omschreven ze met een begrip uit het Chinees: guang gun’ers oftewel ‘kale takken’. Hudson en Den Boer legden deze ­demografische ontsporing en de ­criminaliteitscijfers naast elkaar en vonden een duidelijk ­statistisch verband, in zowel China als India.

‘Het zijn de verliezers van de sociale competitie’, licht Andrea den Boer toe in een gesprek. ‘Het is de groep die het op alle fronten aan zekerheid ontbreekt. De zekerheid van een vaste partner, de zekerheid van inkomen, van een woonplek.’ Volgens Den Boer klitten de overgeschoten mannen doorgaans samen. ‘Ze hangen rond, jutten elkaar op en duwen elkaar richting grensoverschrijdend gedrag.’

Het is niet moeilijk om de daders van de aanval op Jyoti Singh Pandey in deze profielschets te herkennen. Het zestal was afkomstig uit verschillende dorpen in het noorden van India. Allen waren ze ongetrouwd en bijna allemaal verrichtten ze hier en daar los werk. En zoals dit zestal zijn er miljoenen: jonge mannen, op drift in een land dat rap verandert maar dat hun weinig toekomst biedt. De frustratie die daarbij komt kijken is een voedingsbodem voor misogyn geweld.

De _Bare Branches-_studie is ruim tien jaar oud, maar aan het onderliggende probleem is weinig veranderd. In 2011 vond een nieuw bevolkingsonderzoek plaats waaruit bleek dat de Indiase samenleving op elke duizend mannen 940 vrouwen telt. Op dit moment zit de grootste democratie ter wereld met een mannenoverschot van 37.000.000 (alleen in China is de verhouding nog schever). In de Poenjab en Haryana zijn er respectievelijk 893 en 877 vrouwen per duizend mannen. In Delhi staat de teller op 866. Over de hele linie is het een kleine verbetering ten opzichte van de vorige peiling, maar tegelijkertijd loopt het aantal jongens en meisjes onder de zes jaar momenteel meer uiteen dan tien jaar geleden, opnieuw voornamelijk in de noordelijke staten.

Een surplus van jonge mannen met weinig toekomstperspectief? Is dat de meest stevige verklaring voor de groepsverkrachtingen waar India in korte tijd bekend om is komen te staan? Het is in ieder geval tastbaarder dan de containerbegrippen die tot nog toe zijn aangevoerd. Maar nog steeds is hiermee enkel het topje van de ijsberg te verklaren. Voor het institutionele geweld tegen vrouwen uit de lagere kaste en voor het geweld in huiselijke kring, dat vele malen vaker voorkomt dan verkrachting op straat, is een mannenoverschot een minder sluitende verklaring. Verkrachting blijft een glibberig fenomeen met vele gezichten. Het is de onbevredigende waarheid waar ook India zich bij neer moet leggen.


India Today / ZUMAPRESS / HH
Bijschrift: New Delhi, december 2012. demonstratie tegen verkrachtingen, eindredactie