De kameel van Auschwitz

Dimitri Verhulst, De laatste liefde van mijn moeder. € 17,95
Herman Brusselmans, Trager dan de snelheid. € 17,95

Medium brusselmans

Er ligt deze dagen een drol hoog opgestapeld in de etalages van de Selexyz-boekhandels. Dat die daar zo glansrijk mag liggen dampen, maakt pijnlijk duidelijk dat etalages gekocht kunnen worden door uitgevers en niks meer te maken hebben met de uitstalkast van welweer waarin de boekhandelaar de boeken neervlijt waarvan hij vindt dat ze aandacht verdienen. Je zou er bijna reactionair van worden, een beetje zoals Louis Tinner, hoofdpersoon in de nieuwe roman van Herman Brusselmans, Trager dan de snelheid, die wordt overvallen door nostalgie als hij een hoeden-en-pettenwinkel binnenloopt en een ouderwets belletje hoort klingelen. ‘We moeten terug naar alles wat ouderwets is, dacht hij. Het klingelende belletje, de fiets zonder vering, de ongeschoren kut, de flambooi, de volle kerk en het succes van de boeken van Hubert Lampo.’

Tinner is de held die we nog kennen uit De man die werk vond (1985) en Nog drie keer slapen en dan word ik wakker (1998), zij het dat de uitgever me daaraan moest herinneren achter in dit nieuwe deel, ironisch aangekondigd als 'eindelijk de nieuwe roman van Herman Brusselmans’. Tegen Brusselmans’ productie valt niet op te lezen, laat staan te onthouden, zij het dat De man die werk vond en Uitgeverij Guggenheimer (1999) de hoogtepunten zijn van een ruim vijftig romans omvattend oeuvre. Eigenlijk is iedere Brusselmans 'gewoon’ een Brusselmans, garant staand voor menige schaterlach, die je hem de ergernis over al te langgerekte meligheid ook weer doet vergeven. Trager dan de snelheid is overigens een opvallend lineair vertelde geschiedenis, waarbinnen het geouwehoer redelijk gevangen blijft. Louis Tinner, die ooit bibliothecaris was en daarna boekhandelaar, leeft inmiddels, 52 jaar oud, op de zak van echtgenote Zoë. Eventjes is hij bang dat hij dan automatisch de eerste zorg zal krijgen voor zoontje David. Zoë tegen Louis: 'Je houdt toch van hem?’ Louis, 'die nooit had begrepen wat mensen precies bedoelden met houden van’: 'Ik zal hem alleszins niet de kop inslaan, dat niet. Maar z'n kont afvegen, z'n braaksel uit m'n haar spoelen en naar z'n blote fluit kijken, daar pas ik voor.’

Met de verhuizing naar het huis waar ooit Hugo Claus nog had gewoond, hartje Gent, maakt zich een nieuwe ambitie van Tinner meester. Onder het mom 'dat kan ik ook’ - 'vooral de gedichten van Claus vond hij letterkundige prullaria die de eerste de beste evengoed aan het papier zou kunnen toevertrouwen’ - besluit hij dichter te worden. De eerste parafernalia, alpinopet en pijp, zijn snel aangeschaft. Vervolgens wordt het zaak om, heel artistiek, zijn vrouw te bedriegen door binnen een korte tijdspanne zeven andere vrouwen te penetreren. Al snel schroeft hij zijn ambities omlaag tot vijf. Zorgt dit project al voor een zekere spanningsboog - bij ieder vrouwspersoon achter of voor de toog is het de vraag of hij deze mee het beukenbosje dan wel het toilet in zal kunnen krijgen - ook de verwachtingen ten aanzien van zijn dichterlijke productie nemen allengs toe. Zeker als hij gevraagd wordt als hoofdact te fungeren op een of ander dorps evenement wordt de druk groter om dan in ieder geval zijn gedicht in wording De kameel van Auschwitz ook echt af te maken.

Tinner heeft een obsessie voor joden, Auschwitz en automerken. Bezoekt hij een brillenwinkel, dan raakt hij acuut gefascineerd door het profiel van de eigenaar. 'Louis had het wel voor mensen met een grote neus. Ze deden hem aan Auschwitz denken, waar al die mensen met een grote neus werden vergast, en al was hij geen mensenvriend, voor de vergasten en Auschwitz, en voor degenen die in latere tijden op hen geleken, voelde Louis hoe dan ook een mededogen dat hun een streepje voorgaf op andere pipo’s.’ Als hij uiteindelijk dan zijn gedicht over de kameel en het concentratiekamp voordraagt in een dorpstent wordt hem onmiddellijke deportatie naar Auschwitz toegewenst vanuit het publiek. 'Vandaag nog!’

Brusselmans oeverloosheid verwijten is kaas aanrekenen dat hij vet is. Toch ontkomt de lezer niet aan een zekere vermoeidheid, zeker als die 'leuter’ weer te voorschijn gehaald moet worden om in een of ander 'behoorlijk lelijk wijf’ gepropt te worden. Brusselmans is geen Reve, een enkel reviaans moment van bezinning - 'Hij staarde naar de langzaam verdonkerende lucht en dacht: God ziet mij, en ziet dat ik met open ogen blind ben’ - daargelaten. Alles is echter heilig vergeleken met het product dat mede-Vlaming Dimitri Verhulst deze week het licht deed zien, de drol waarmee deze recensie begon. De laatste liefde van mijn moeder zou op deze plek besproken worden, ware het niet dat er amper wat over te zeggen bleek. Misschien is het het succes van zijn vorige romans, misschien is het algehele lamlendigheid, feit is dat deze nieuwe episode uit een boertige familiegeschiedenis zeldzaam lusteloos en zouteloos wordt opgediend. De elfjarige Jimmy moet met zijn moeder en haar nieuwe vriend op busreis naar het Zwarte Woud. Volgens de achterflap worden hier de jaren tachtig geëvoceerd, maar al wat de pseudo-campy toon weet op te roepen is van een tijdloze achterlijkheid. Het is niet lollig, niet boeiend, niet schrijnend, het boek ziet er lelijk uit en er staat een drukfout in. Gelukkig dat er eindelijk een nieuwe Brusselmans was.

HERMAN BRUSSELMANS

TRAGER DAN DE SNELHEID

Prometheus, 240 blz., € 17,95

DIMITRI VERHULST

DE LAATSTE LIEFDE VAN MIJN MOEDER

Contact, 236 blz., € 19,95