De kantoorlucht van paars

Vier jaar geleden beleefde Nederland een primeur. Geen christenen in de regering! Paars aan de macht! Een politieke, sociale en culturele omslag? Na vier jaar Paars is het tijd om die vraag te beantwoorden. Tot aan de verkiezingen in mei geven de beste stuurlui die al die tijd aan de wal hebben gestaan, hun oordeel. ..LE Hij is ‘s lands beste stuurman aan de wal. Al dertig jaar vertelt hij Nederland(vanuit zijn hoekje in de Volkskrant hoe het niet moet. Columnist, scenarioschrijver en aartsmopperaar Jan Blokker vond de paarse coalitie 'wel aardig’. ‘Des te meer reden om ze te wantrouwen.’ ..LE DE ‘REUSACHTIGE’ Nuis, de ‘olijke’ Zalm, de ‘dames’ Jorritsma en Sorgdrager: ze kregen er allemaal flink van langs, de afgelopen vier jaar. Blokker houdt de bestuurders van dit land al dertig jaar een spiegel voor in zijn Volkskrant-columns. Van tijd tot tijd bundelt hij zijn schrijfsels in boekjes met titels die de tijdgeest fijntjes verwoorden: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974) en Is m'n haar al weer kort genoeg? (1982).

Vorige maand verscheen van hem de verzamelbundel Ben ik eigenlijk wel paars genoeg? Zijn antwoord op die vraag luidt ja. Eigenlijk niet eens zo verrassend. Paars was een typisch Blokker-kabinet: geen ‘linkse flauwekul’, geen welzijnspraat maar zakelijkheid. En geen christenhonden. Hij veert op: 'Dat laatste vooral: geen papen! Heerlijk. Nee, ik vind het niet onaardig, deze coalitie. Reden te meer om ze hevig te wantrouwen.’
Wantrouwen beschouwt hij als zijn burgerplicht. En als zijn vak. Met afgrijzen herinnert hij zich die dag in 1973 waarop Piet Grijs een 'juichstuk’ schreef over de zojuist aangetreden minister-president Den Uyl. Met 'Joop’ zou alles goed komen, wist Grijs. Blokker: 'Nou ja! We hadden jarenlang dat christenvolk en dat slechte liberale volk in de regering gehad. Dat die niet deugden, wist ik al. Maar voor Den Uyl moest je pas echt uitkijken. Omdat die zogenaamd goed was, de beste bedoelingen had. Dat soort mensen hebben idealen. Die willen ze verwezenlijken, en voor je het weet gaan ze daarbij over lijken.
Mijn eerste reactie op Paars was: leuk. Die christenen eruit, al die luchtfietserij eruit. Mijn tweede gedachte was: zo, en nu goed opletten, want ik vertrouw ze niet.
En terecht. Helemaal aan het begin leek het wel het kabinet-Nuis. Niet te geloven wat je allemaal las over die ijdeltuit van een Aad Nuis. Met als dieptepunt zijn Hollands Dagboek in NRC Handelsblad. Dat had hij volgeschreven met gezeur over zijn nieuwe dienstauto en zijn bureaustoel die aangepast moest worden aan zijn imposante lengte. Ik dacht onmiddellijk: zie je wel, hier is een nieuw soort CDA-machtsdenker die genietend in zijn dure auto rijdt en de hele dag camera’s om zich heen wil. Al verloren voordat-ie begonnen is. Dat is natuurlijk het grote gevaar van macht.
Rahusen veegt zijn achterwerk af met macht. Hij hÇÇft macht, maar is niet bezig het te showen en te misbruiken.’
RAHUSEN. De naam zou zo uit Bordewijks Karakter kunnen komen. Maar de hoofdfiguur van Blokkers recentelijk uitgezonden tv-serie Het jaar van de opvolging is vernoemd naar de vroegere baas van vader Blokker. De naam werd door zijn ouders uitgesproken met angstig ontzag - in de crisisjaren dertig kon deze Rahusen er z¢ voor zorgen dat het afgelopen was met het keurige burgermansbaantje van pa. De kleine Jan bewonderde die almachtige.
De inmiddels 70-jarige Jan Blokker bewondert ook zijn personage Rahusen. De oude, door de wol geverfde politicus die bij zijn afscheid van de politiek de veel jongere en veel softere Gijs van Dorp als opvolger aanwijst. Waarop hun Partij van de Vrijheid gedecimeerd wordt en Van Dorp politiek zijn nek breekt. 'Ik vind Rahusen fantastisch’, zegt Blokker. 'Ik heb dat karakter met veel liefde geschreven. Ik zal niet ontkennen dat Rahusen en Van Dorp zijn geãnspireerd op de affaire-Lubbers-Brinkman. Maar ik vind Rahusen duizendmaal interessanter dan die kleine roomse schaatsenrijder van een Lubbers. Als mens lijk ik meer op Van Dorp, maar ik had graag een Rahusen willen zijn. Zo soeverein, zo helemaal niet geplaagd door vreselijke onzekerheden.’
Maar ook keihard. Een intrigant.
'Nee! Hij beproeft Van Dorp. Politiek is een vak. Rahusen beheerst dat vak tot in zijn pori‰n, en Van Dorp, die het met al zijn onzekerheid ambieert, haalt het niet. Gijs van Dorp is in zekere zin een watje. Niets is zo immoreel als een vak uitoefenen dat je niet verstaat, zei Napoleon. Dat is mijn lijfspreuk. Van Dorp was een goede dokter, schijnt een goede manager geweest te zijn, maar hij is geen goed politicus. Een soort mevrouw Borst.’
De moraal van de serie, zo luidde de kritiek, is cynisch: politiek is machtswellust en corrumpeert. Terwijl de werkelijkheid veeleer is: politiek is tragisch en frustreert. Blokker reageert gestoken. 'Onzin. Ik bestrijd met grote kracht dat de serie cynisch is, en vooral dat ze anti-politiek is. Ja, ik vind dat politici altijd gewantrouwd moeten worden, maar dat is geen cynisme, dat is een waarborg voor democratie. De Hoop Scheffer, Marijnissen: dat zijn in principe allemaal enge mensen, omdat ze heel slechte dingen kunnen willen als ze macht krijgen. Je moet ze wantrouwen. Waarom is Hitler aan de macht gekomen? Omdat zovelen hem vertrouwden. Dat is waar Het jaar van de opvolging over gaat.’
ER IS GEEN SPOOR van idealisme bij de politici in 'Het jaar van de opvolging’.
'Ik weet niet wat idealen zijn’, zegt hij onwillig. 'Ik weet wel dat Nederland goed af zou zijn met een Rahusen. In het scenario heb ik de huidige non-ideologische tendens in de politiek versterkt. Het verhaal is verschoven naar 2010, en het dominerende type politicus is de pragmaticus. Daar heb ik niets tegen; Rahusen heeft namelijk wel allemaal problemen opgelost.
Maar ik geloof niet dat een Rahusen-bewind, een z¢ ver doorgevoerd liberalisme in 2010 realiteit zal zijn. Ik heb dat politieke toekomstbeeld ge‰xtrapoleerd vanuit een ontwikkeling die volgens mij niet doorzet. Paars is een stapje in die ontwikkeling. Neem zo'n Wijers: een ideaal lid van het kabinet-Rahusen. Neem de verkeersinformatiedienst in Driebergen: die gaat nu geprivatiseerd worden tot Traffic Information Centre! Bijzonder geestig. Maar die hele liberalisering, die individualisering, die privatisering: het houdt ergens op. Er zijn altijd weer krachten in de samenleving die denken: toch maar niet.’
In Blokkers tv-serie ageert Van Dorp met zijn kreet 'menselijk liberalisme’ tegen het al te kille, materi‰le liberalisme van het kabinet-Rahusen, dat de Ziektewet niet alleen geheel wil privatiseren maar zelfs wil uitbesteden aan een commercieel stelletje Koreanen. De politici die dat allemaal te ver vinden gaan, winnen terrein. 'Aan het eind van de serie’, zegt Blokker, 'kan Rahusen nog net een nieuwe coalitie vormen door met afgewend gelaat een paar Rosenm”llers en Marijnissens in zijn kabinet te dulden. Dat is ook wat je nu bij Paars ziet: er komt een soort tegenkracht. Links is nu groter dan ooit tevoren.’
ER BESTAAT een heuse psychologische theorie over de wijze waarop politieke leiders hun eigen opvolging saboteren. Een scheidend lijsttrekker, schreef Jaap van Ginneken onlangs in NRC Handelsblad, zal vaak geneigd zijn iemand aan te wijzen die in geen enkel opzicht op hem lijkt en zelfs proberen zijn opvolger te marginaliseren, om zo zijn eigen onvervangbaarheid te onderstrepen.
'Natuurlijk werkt het zo’, bromt Blokker. 'Daar hoef je geen psycholoog voor te zijn, en zeker geen Jaap van Ginneken. Er zijn allerlei onbewuste motieven bij een leider waardoor die het niet kan toestaan dat zijn opvolger net zo goed, laat staan beter is dan hij. Van Mierlo heeft eerst netjes Wijers gevraagd, maar heeft waarschijnlijk een gat in de lucht gesprongen toen die zei: liever niet, Hans. Dat was met Lubbers niet anders. Lubbers die altijd is afgeschilderd als een groot schaker, een Macher, die wijst toch niet iemand van het formaat Brinkman aan! Als Rahusen die Van Dorp noemt, dan wÇÇt hij dat hij iemand aanwijst die het waarschijnlijk niet zal halen. Zo is het bij Van Mierlo en Borst ook gegaan.’
Hans van Mierlo is de enige interessante man in het paarse kabinet, vindt Blokker. Gruwend: 'De rest is z¢ van kantoor! Zalm, Dijkstal, Kok niet te vergeten. Met van die kantoorjasjes en van die kantoorgrappen. Van die lullige.’ En hij verhaalt over een kantoorgrap van vroeger, die een collega van zijn vader moest ondervinden. De man nam altijd een hardgekookt ei mee voor de lunch. Die ging hij dan pellen, na er eerst een deukje in te hebben geslagen. Dat deed hij niet met een mes, ook niet op de tafelrand, nee: het deukje maakte hij door het ei zachtjes tegen het plafond te gooien. Dan ving hij het op en ging pellen. 'Je voelt hem al aankomen’, zegt Blokker. 'Op een dag heeft een olijke collega, zo'n Zalm, dat ei verruild voor een ongekookt ei. Dat is de humor van Paars. Ze joggen toch ook met elkaar? De Nederlandse politiek vanuit het fitnesscentrum. Spiritueel zijn ze in ieder geval geen van allen. Behalve Van Mierlo, maar die is er nooit.
Ik ken hem van het Handelsblad, zie hem daar nog zitten. Hij heeft altijd wat van die journalistieke afstand gehouden. Volgens mij gaat het ook minder goed met hem naarmate hij minder afstand houdt. Dan raakt hij geãrriteerd en wordt hij kwaad als hij kritiek krijgt. Dan gaat hij meer op Kok lijken dan goed voor hem is. Kok heeft dat verongelijkte, dat gadvergeten drammerige, dat humorloze - alles waardoor ik zo de pest heb aan die Partij van de Arbeid.’
Volgt een blokkeriaanse tirade tegen het PvdA-volk. Die Tineke Netelenbos! Die verdient al ons wantrouwen, waarschuwt Blokker. Een 'heel enge dame’ vindt hij dat: 'Die wil heel veel hogerop.’ En Karin Adelmund, daar is hij ook zo dol op. 'De ontevredenheid staat in haar gezicht gegroefd. En er komt een verschrikkelijk soort kaalslagtaal uit die mond. Probeer haar zinnen maar eens te ontleden: het lukt je niet. En wat er aan gedachten uit die vreselijke formuleringen opdoemt, dat zijn altijd clichÇs als: ik kom op voor de onderdrukte medemens. Dat zal wel, denk ik dan, maar moet dat dan op zo'n humorloze, populistische manier? Wim Kok lijdt aan precies hetzelfde.’
Toch is Kok blijkbaar heel aansprekend.
'Ja, dat is het grote, interessante raadsel. Dat hij zo aanspreekt, zal wel bewijzen dat wij toch een heel rustig, braaf, gemiddeld volkje zijn. Dat is zijn kracht, en dat buit hij goed uit. Of je hem nu ziet praten met oude vrouwtjes of met aidspati‰nten - hij doet het allemaal heel rustig, heel naturel.’
Een soort Gijs van Dorp?
'Nee, eigenlijk lijkt Van Mierlo het meest op Van Dorp, bedenk ik me nu. Iemand die het wel ver geschopt heeft, maar het toch nooit heeft gehaald. Het ook nooit z†l halen. Kok is geen Van Dorp, maar ook lang geen Rahusen. Dat niveau zal hij nooit bereiken. Dat wil het Nederlandse volk ook helemaal niet. Wij willen nog altijd goed verdienen als koopman, maar tegelijkertijd moet er een dominee zijn die dreigend de vuist heft tegen speculanten. En die de volgende dag weer net zo makkelijk zegt: de schoorsteen moet roken, dus Schiphol moet groeien. D†t is Holland.’
'VIER VROUWEN maar geen spoor van een meisje’, observeerde Blokker bij het aantreden van Paars. Waar de aanbidder van minister Hanja Maij-Weggen altijd vertederd schreef over 'meisje Maij’ door wie hij dolgraag 'geslagen’ zou willen worden, ging het de afgelopen vier jaar koeltjes over 'mevrouw Sorgdrager’.
'Naar mijn simpele, seksistische normen’, verklaart hij, 'is mevrouw Sorgdrager geen meisje. Ik weet wel dat Winnie Sorgdrager een stuk aantrekkelijker wordt gevonden dan meisje Maij. Als je tegen honderd mannen zegt: je mag kiezen, dan zou Hanja lelijk in de hoek blijven staan. Maar ¡ik zou geen seconde aarzelen en Hanja aan de borst drukken. Waarna ik haar overigens onmiddellijk weer zou wegsturen, want ze heeft alleen maar domme dingen gedaan.’ Proestend: 'Die carpoolstrook, hoe verzin je het toch! Winnie Sorgdrager is natuurlijk ook dom, zoals ze zichzelf nu probeert op te blazen, maar ik denk wel dat ze ontzettend gelijk heeft. Natuurlijk is ze in die Augiusstal gestuit op vreselijke ambtenaren die haar ongegeneerd geprobeerd hebben pootje te lichten. Natuurlijk was er bij die procureurs-generaal kinnesinne omdat zij uit dat milieu komt en zo'n snelle carriŠre heeft gemaakt. En natuurlijk heeft daarbij een rol gespeeld dat ze niet alleen een vrouw was, maar ook nog een aantrekkelijke, met wie ze allemaal naar bed hadden gewild. Ze heeft er waarschijnlijk ook menigeen een blauwtje laten lopen, maar dat verzin ik er nu bij.
De vraag is alleen: moet je dat hardop zeggen? Nu krijgt ze al die quasi-preutse, huichelachtige Pavlov-reacties: je mag je ambtenaren nooit afvallen, en: het heeft niks met vrouw-zijn te maken. Dus blijft mevrouw Sorgdrager met nul komma nul over. Je kunt dan in puur politieke termen zeggen: dat is heel dom. Het doet de partij geen goed, de peilingen zakken en arme mevrouw Borst. Je kunt ook zeggen: eindelijk is er eens iemand die het durft te zeggen. Maar, hoewel ik achter haar sta, ze heeft het toch ook niet gekund. Mevrouw Sorgdrager kon geen orde houden. Als je ergens komt en ze proberen je vier jaar lang te naaien en je gezag te ondergraven, dan is dat ook je eigen schuld.’
Is Winnie Sorgdrager een interessant personage? Waar zit het drama van Paars?
'Misschien zou ze een mooi personage kunnen opleveren. Het rare is dat ik geen beeld van haar heb. Ze is te veel een Joop ter Heul-type; ze heeft geen geheim. Hanja Maij-Weggen heeft een geheim. En Margreeth de Boer kan ik ook wel een geheim toedichten. Die wordt geplet tussen wat ze zich nog herinnert uit de rode gezangenbundel en wat ze nu de hele tijd van Jorritsma moet aanhoren.’
WIM KOK, peinst de scenarioschrijver, heeft ook geen 'geheim’. 'Die politici zijn allemaal zo eendimensionaal! Ze kunnen nooit in een afgrond in zichzelf vallen want ze hebben geen afgrond. Hooguit kan ik mij een drama voorstellen waarin een van die lui moet erkennen niet geschikt te zijn voor dit vak en uit het raam springt. Margreeth de Boer bijvoorbeeld.
Nee, als ik een scenario over dit kabinet moest schrijven, zou het eerder een soort Twelve Angry Men-film worden.’ Hij ziet het voor zich: 'Die speelt zich alleen maar af in de TrŠveszaal. Daar komen de acteurs niet vandaan. Het drama van dit kabinet heeft in de ministerraad gezeten, met een tragische rol voor D66. Die heeft trouw de bruggenbouwersrol vervuld en dat kost die partij nu de kop.’
We spreken elkaar vlak voor de verkiezingen, en Blokker bekent: 'Ik hoop echt dat D66 die vijftien zetels haalt. Ik denk ook dat ik op ze stem. Op mevrouw Borst. Geen meisje, maar wel een aardige mevrouw. Tja, je komt uiteindelijk toch uit op van die nonpolitieke overwegingen dat je zo'n partij wel aardig vindt, redelijk, intelligent…’
Meneer Blokker! Bent u nog wel links genoeg?
'Ik ben nooit echt links geweest. Ik ben een liberaal, niet in de huidige partijpolitieke zin, maar zoals mijn vader liberaal was. Mijn vader was een echte vrijzinnig-democraat.
Ik heb geen alternatief. Ik vind dat Paars maar moet doorgaan, maar dan wel op een zo links mogelijke koers. Dus moet er een links angehaucht groepje mensen bij zitten, mensen die nog weleens een boek lezen. D66 vind ik wel beschaafd. Vooral als ze een beetje klein blijven. Maak D66 een grote partij en er komt onmiddellijk allerlei raar volk bovendrijven. Die Rick ten Have, die Ernst Bakker: dat zijn toch gruwelijke lui! D66 moet een luis in de pels zijn in de zin dat er nog wat geletterdheid in de politiek overblijft.’
Wat heeft Paars voor de cultuur betekend?
'Nul komma niks. Je kunt dit kabinet op het gebied van cultuur niets toedichten dat ze hebben bewaakt of in werking gezet - nee. Zie de programma’s van die drie partijen: alsof je in de jaren vijftig leeft. Ik ben te dom om te oordelen over al die prachtige achtprocentsregelingen in de kunst, maar voor de film bijvoorbeeld heeft Nuis niks gedaan. Het weinige dat daar is bereikt, hebben de filmers via het loket van Economische Zaken geregeld. Wijers krijgt nu zo'n beetje in de gaten dat er een bedrijfstak cinema bestaat.
En - ha! - laatst hoorde ik de reusachtige Nuis op de radio praten over de omroep. Dat het hem toch eindelijk gelukt was om de publieke omroepen samen te laten werken. Maar dat is te danken aan Hedy d'Ancona! Die heeft uit woede over al die domme voorzitters van de omroepen gezegd: en nou is het godverdomme uit. In dat door haar opgemaakte bed is Nuis met zijn grote lichaam gaan liggen, en doet nu net of hij dat voor elkaar heeft gekregen. Hij gaat enkel en alleen de geschiedenis in als degene die Bart de Graaff op de landkaart heeft gezet.’
EN PAARS - dat gaat de geschiedenis in als eerste coalitie zonder de christenen. Niet veel meer dan dat. Onder dat lemma 'Paars’ zal dan nog het woord 'pragmatisme’ staan. Het regeren zonder die 'verschrikkelijke ideologische ballast’. Dat vindt Blokker positief. 'Maar het was de enige uitweg voor deze coalitie. In mijn nog niet geschreven drama over Paars in het Catshuis zou ik centraal stellen dat ze om het land te kunnen regeren die ideologische veren wel weg m¢esten doen.
Zo bijzonder was dat Paars verder niet. De liberalen en de socialisten komen historisch gezien gewoon uit hetzelfde nest: uit de burgerij die ge‰mancipeerd raakte. Thorbecke deed al in 1848 de voorspelling dat het in de geest van de eeuw lag dat er algemeen kiesrecht zou komen, wat ik behoorlijk knap vind. Daarvoor geeft hij een bijna marxistische argumentatie: wanneer de rijken steeds rijker worden en de armlastigen steeds armlastiger, onstaat er een onbillijkheid die niet tolerabel is. Want allemaal zijn we staatsburgers, en je kunt niet twee soorten staatsburgers hebben.
Ik weet zeker dat Thorbecke, wanneer je hem aan zijn graf zou vertellen: we hebben nu dit Paars, zou zeggen: eindelijk. Hij zou daar erg voor geweest zijn. Ik bewonder Thorbecke. Een interessant staatsman in wie de elementen die nu in Paars eindelijk bij elkaar zijn gekomen, al verenigd waren. Het eerste paarse kabinet had honderd jaar geleden al van start kunnen gaan. Makkelijk. Maar er is iets tussen gekomen. Die christenen hebben de boel opgehouden.’
Heeft het goddeloze Paars bijgedragen aan een nationale trots?
'Paars heeft een nationaal gevoel versterkt omdat het toevallig zo goed gaat. Er is een algeheel gevoel van tevredenheid. Men heeft het gevoel dat dit land een partijtje meeblaast. Omdat Kohl zegt: dat poldermodel is top. En Blair zegt: Kok is one of the biggest statesmen of our time. Als Ajax dan ook nog de Champions League wint, dan versterkt dat die nationale tevredenheid. En als een vrucht op die taart prijkt Trix.’
En die algehele tevredenheid maakt dit tot een a-politieke tijd?
'Welnee! Aan de randen van het pragmatisme is er nog steeds behoefte aan de ideologische lawaaimakerij van heren als Rosenm”ller en Marijnissen. In mijn jeugd, toen mijn vader bang was voor meneer Rahusen, hingen de mensen om de vier jaar een papier tegen het raam waarop stond: “Stemt Romme.” Dat was alles. Nu zie je de hele dag op de televisie politici campagnevoerend langstrekken. Langs de kant van de weg staat Muskens te waarschuwen tegen de armoede, en staan twintig van die volgevreten SP'ers te demonstreren tegen de optiebeurs. Maar dat speelt zich af in de marge van het bourgeoise satisfait-gevoel. Een verzadigd land, zei Huizinga in de jaren dertig al.’
Bent u ook zo tevreden?
'Ach, ik ben geen chagrijnig type, mevrouw. En dat Paars vind ik ook wel wat hebben. Maar alle sentimenten die in mijn gemoed huizen, worden altijd overheerst door mijn achterdocht.’