De kapitalisten van Peru

Gamarra - Hij is een van de twintigduizend handelaren die in Lima’s textielwijk Gamarra de kost verdienen: Guillermo de Vivanco, dertien jaar geleden failliet gegaan met zijn denimfabriek en nu uitbater van tien toiletten en een restaurantplein in Gamarra. ‘Wij in Gamarra’, houdt hij niet op te zeggen, 'zijn individualistische kapitalisten. We hebben niks op met het socialisme. Als ik niks verdien, geef ik niet de schuld aan de oligarchie.’ En het is niet gratuit. Het overgrote deel van de handelaren in Gamarra komt uit het Peruaanse Andesgebergte. Indianen die in hun dorp geen toekomst meer zagen en naar de altijd door mist geplaagde miljoenenstad Lima kwamen. Met niks begonnen en stukje bij beetje gegroeid.
Peru’s economie is een van de meest gegroeide van Latijns-Amerika en Gamarra gaat gewoon verder met wat het altijd al deed: kleren maken, etiketten voor kleren maken, gordijnen naaien, bruidsjurken, ondergoed, lakens en slopen. Alles wat je maar kunt bedenken op het gebied van textiel is in Gamarra, in zijn soort de grootste van Latijns-Amerika, te koop.
De Vivanco: 'Onze grootste concurrentie komt uit China. Er komt geweldig veel kleding hier in de haven van Callao aan en die is goedkoper dan de onze. En de regering verbiedt ons katoen uit India te importeren. Om de katoentelers te beschermen. Die hebben blokkades opgeworpen. Onze grootste vijand is de regering die ons niet vrij laat, maar wel een vrijhandelsverdrag met China sluit.’
Het is allemaal begonnen met een paar winkeltjes in een van de oudste wijken van Lima, La Victoria, een troosteloze buurt met brede grijze straten. De taxichauffeurs daar blijven maar waarschuwen dat je er niet alleen over straat kunt lopen. En nu beslaat het 34 blokken. Er staan hekken omheen en er rijden geen auto’s.
De meeste handelaren in Gamarra hebben geen bankrekening. Een deel van de opbrengsten is zwart. Als iemand geld nodig heeft, telt alleen zijn woord. Als hij het breekt, kan hij net zo goed vertrekken, want in Gamarra zal hij bekendstaan als een oplichter.
Op de stoep prijst een indiaan in moeizaam Spaans gordijnen aan. Hij laat een kaartje zien, van ene Paula, die ze in een uur kan maken. De Vivanco: 'Zo is Antonio Velásquez ook begonnen. Die verkocht ijs en heeft nu elf gebouwen hier in Gamarra. Hij is de op een na grootste.’