De kaste van goed en fout

Met het proces-Papon is eindelijk het deksel van het Vichy-verleden gelicht. Blijft de doos open, of wordt ze meteen weer gesloten? Een analyse van de gevolgen van deze zaak voor de kastenmaatschappij die Frankrijk nu nog is. ..LE DE FRANSE maatschappij heeft iets van een kastenmaatschappij. Het kastenstelsel loopt op een uiterst gecompliceerde wijze door sociale klassen en politieke partijen heen. Mede daardoor kwam het pas zo laat tot een proces tegen Maurice Papon.

De kaste-indeling begint eenvoudig. De voormalige verzetsstrijder staat uiteraard het hoogst aangeschreven. De vleesgeworden verzetsman en bevrijder De Gaulle stuurt jaren na zijn dood nog altijd de rechtse politiek, die zich beroept op de waarden van 1789. Het woord libÇrateur verwijst rechtstreeks naar dat revolutionaire moment dat Frankrijk tot een natie heeft gemaakt met waarden die overal als voorbeeld gelden. Rechts is dus trots op zijn oorlogsverleden en fier draagt een deel van republikeins rechts nog altijd de naam ‘gaullist’. Onder links vind je eenzelfde trots op de strijd tegen de barbarij, toegespitst op verzet tegen racisme en xenofobie, tegen die funeste vorm van nationaal-socialisme ten koste van anderen.
Het klinkt oneerbiedig, maar een verblijf in het kamp deed en doet iemand al gauw hoog in het stelsel belanden, ongeacht latere totalitaire idee‰n en misvattingen.
Ietwat gecompliceerder wordt het met Vichy, dat lange tijd gold als een soort barriŠre tegen de Duitse barbaren. Bemoeienis met het 'vrije’ Vichy was lange tijd zoiets als een teken van adeldom. Als het proces-Papon ÇÇn ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat collaboratie niet alleen bestond in het bezette deel van Frankrijk. De collaborateurs, de laagste kaste in dit stelsel, waren overal, ook daar waar men juist speelruimte had om weerstand te bieden tegen de nazi’s.
Ook Jean-Marie Le Pen beroept zich op dit verleden. De strijd om de vrijheid tegen de Duitsers was een Franse strijd, voor Franse grond en Franse waarden. Niet zonder succes claimt hij dan ook een verzetsverleden. Hij mag dan een racist zijn, hij mag de shoah een 'detail’ noemen in de geschiedenis, feit is dat hij pal heeft gestaan voor Frankrijk. En dat spreekt menig Fransman aan.
IN EEN WERELD waarin het eigene in hoog tempo lijkt te verwateren, hoeft het niet te verbazen dat het verenigde Europa op weerstand stuit bij juist diegenen die voor Frankrijk strijd hebben gevoerd. Deze protectie van het oer-Franse tref je onder communisten Çn onder 'frontisten’, dus zowel onder extreem-links als extreem-rechts.
Het kastenstelsel is met andere woorden nauw verbonden met de Franse geschiedenis, en het is dit systeem dat jarenlang processen tegen collaborateurs heeft tegengehouden. Het kastenstelsel houdt tradities in stand, biedt bescherming en schept door alle politieke linies heen allianties.
Ook de mannen van links hebben Vichy en het bewind van PÇtain lange tijd met alle mogelijke mantels der liefde bedekt. In alle commentaren die de afgelopen dagen verschenen, wordt Mitterrand genoemd. Sinds Pierre PÇan in 1994 Une jeunesse fran‡aise: Fran‡ois Mitterrand 1934-1947 publiceerde, kennen we het oorlogsverleden van Mitterrand. We weten dat hij aanvankelijk rechtse sympathie‰n had, dat hij functionaris was van de regering van Vichy, dat hij verzetsstrijder werd en machiavellistisch socialist. We weten ook dat hij, vanaf het moment dat hij in 1981 aan de macht kwam, als geen ander processen heeft tegengehouden, dossiers heeft kaltgestellt en persoonlijke vrienden als RenÇ Bousquet, hoogste politiechef onder PÇtain, heeft beschermd. Ook het dossier-Papon heeft meer dan vijftien jaar gewacht op serieuze behandeling.
DE MYTHE VAN Vichy, dit moerassige schemergebied tussen goed en fout, tussen respectabel en crimineel, was dan ook het echte onderwerp van het proces-Papon - en maar weinig Fransen hadden behoefte aan opening van dit dossier. Iedereen wilde en wil immers een goede Fransman zijn, en horen bij de kaste die respect verdient.
Wat is in dit licht de waarde van het proces? In de eerste plaats is het goed om te weten dat de nu 87-jarige Maurice Papon sinds de oorlog een respectabele carriŠre heeft gehad. Papon was prefect op Corsica, prefect in Algerije, prefect van Parijs, zelfs zes maanden lang minister van Begroting. In de oorlog was hij een van de belangrijkste medewerkers van Sabatier, de prefect van Bordeaux. Een van de taken van Papon: de joodse kwestie.
Mitterrand had een 'Franse jeugd’ (zwalkend tussen tamelijk modderig rechts en links), Papon een in een aantal opzichten voorbeeldige 'Franse carriŠre’, ge‰nt op een in elk geval weinig moedig optreden in de oorlog. Jarenlang heeft deze generatie bestuurders het beeld van een glorieuze oorlog in stand gehouden en zo gebivakkeerd in de hoogste Franse kaste. Dat wil zeggen: daar waar de grote humanistische waarden en de erfenis van 1789 werden verdedigd als zuiver Franse waarden.
De winst van dit proces is dat het ogenschijnlijk zo schone blazoen van de Franse ambtenaren van Vichy nu zichtbaar vuil is. Voor het eerst mag die constatering worden gedaan zonder angst voor repercussies. Het deksel op Vichy is weggehaald. Het kwaad blijkt geen uniforme kracht. Er blijken tal van gradaties in te bestaan. Vraag is nu of er ruimte is voor die gradaties. Of is Papon, de man met wie de doos is opengegaan, tevens degene met wie die weer wordt gesloten?
UIT DE GETUIGENVERKLARING van Paxton en reacties van Franse historici als BrÇmond en AzÇma blijkt in ieder geval dat Vichy een soort belle Çpoque was voor hoge ambtenaren. De regering van Vichy voerde al voor 1942, toen de Duitsers vrij spel kregen, een scherp nationalistisch beleid. Ze vervolgde vrijmetselaars, communisten, vreemdelingen en vooral joden op eigen initiatief. Joden werden beschouwd als 'de interne vijand’, het 'anti-Frankrijk’. Toen Laval op 1 juli 1942 Vichy-Frankrijk overleverde aan de Duitsers, bood hij ze onmiddellijk de joden aan, evenwel stipulerend dat de arrestaties door Franse politiemensen moesten worden verricht. Ook klaagde hij tegenover de Duitsers over 'een gebrek aan personeel’. Daarvoor hadden de Franse autoriteiten zich al regelmatig beklaagd over de Italiaanse laksheid in joodse zaken.
Op 9 september 1942 schreef een Franse superieur van Papon, met de stripfiguurachtige naam Darquier de Pellepoix, de volgende notitie over het gebruik van het woord 'Isra‰liet’ in plaats van 'jood’: 'Het gebruik van die benaming is te wijten aan de joodse invloed die, het woord “jood” verbiedend, erin is geslaagd op die wijze het belangrijkste verdedigingsmiddel van het jodendom te scheppen, die erin bestaat het te doen voorkomen of het joodse probleem slechts een religieus probleem is.’
Met het proces-Papon zijn dergelijke documenten publiek geworden. Zoals ook algemeen bekend is geworden dat het voor hogere ambtenaren niet onmogelijk was te ontsnappen aan samenwerking met de Duitsers. Gememoreerd is het verhaal van generaal De Saint-Robert, bevelvoerder in Grenoble, die weigerde mee te werken aan razzia’s. Werd hij daarom gestraft? Nee, hij ging eenvoudigweg met pensioen. En zo ging het met velen die weigerden.
Veel commentatoren vrezen dat het proces-Papon niet veel meer is dan een schaamlap, een symbolisch proces waarmee Frankrijk bewijst dat het haar fouten in de Tweede Wereldoorlog verwerkt. Ik geloof dat niet. De straf die Papon heeft gekregen (tien jaar gevangenisstraf en ontheffing van alle burgerrechten) is gezien zijn ouderdom wellicht symbolisch, de inzet van de openbare aanklagers was dat niet. Met name strafpleiter Arno Klarsfeld (bekend geworden vanwege zijn weinig protocollaire optreden en zijn rollerskates) staat voor een nieuwe generatie die de geschiedenis met een open blik benadert. In zijn argumentaties volgde hij feitelijk het adagium van Elie Wiesel, die ooit zei: 'Ik geloof niet in collectieve schuld. Alleen de schuldigen zijn schuldig.’ Nog onlangs stelde Wiesel: 'Frankrijk heeft veel geleerd over Vichy, maar ÇÇn man kan nooit exemplarisch zijn.’
Klarsfelds inzet was vooral dat Frankrijk niet mag vergeten. Met een bestraffing van Papon is niet Vichy gezuiverd. Stelselmatig heeft hij geprobeerd aan te tonen dat schuld niet absoluut is, maar gradaties kent. Er is onderscheid tussen misdadigers en gehoorzamen, waarbij hij Papon rekende tot de gehoorzamen, tot de bureaucriminelen, zij het van een totaal ander kaliber dan Eichmann. Ook verklaarde Klarsfeld: 'U bent noch nazi, noch antisemiet.’ Het laatste werd hem uiteraard in kringen van nabestaanden van de slachtoffers kwalijk genomen. Maar wat Klarsfeld bedoelde, is dat er in omstandigheden als die in de Tweede Wereldoorlog een andere plicht bestaat dan die van gehoorzaamheid, namelijk die van ongehoorzaamheid. Lafheid kan misdadig zijn, burgerlijke ongehoorzaamheid een deugd.
TOEN EICHMANN in 1961 werd veroordeeld, betekende dat een bevrijding in Israel. Hoe vreemd het woord ook mag klinken, van die veroordeling ging destijds een 'therapeutische werking’ uit. Het proces van identificatie met slachtoffers en overlevenden van de shoah kon eindelijk beginnen, zo stelde de Israelische historicus Tom Segev niet zo lang geleden.
Juist de onthulling van de identiteit van die man zonder gezicht, de papieren mooordenaar, bracht teweeg dat de dood uit de anonimiteit werd gehaald. De cijfers mochten verdwijnen om - schroomvallig - plaats te maken voor de personen en de verhalen. De macht van het getal maakt soms onmachtig. Het persoonlijke was immers ook zo feilloos uitgewist.
Zoals overlevenden soms zwijgend het nummer tonen dat op hun arm is getatoe‰erd, zo zweeg men lange tijd stil bij het getal. De zes miljoen maakte sprakeloos en die sprakeloosheid werd tot een soort gewoonte.
Het proces-Eichmann bracht daar voor Israel verandering in, al zijn er nog velen die alle woorden ook per definitie onvoldoende vinden om zelfs maar een begin te maken met een beschrijving, een verhaal. Die het woord zelfs als een soort bezoedeling beschouwen.
HOEWEL HET proces-Papon op zich niet met het proces-Eichmann is te vergelijken, omdat Papons misdaad van een heel andere orde is, kan het een overeenkomstige werking hebben. Het proces-Papon gaat over de impasse waarin Frankrijk is terechtgekomen met de huidige politieke kaste. En het kan een aanzet zijn tot het vertellen van verhalen en tot een serieuze verwerking van het oorlogsverleden.
Frankrijk, zo blijkt uit allerlei onderzoeken, is diep pessimistisch gestemd. Dit pessimisme wordt onder meer ingegeven door het gebrek aan verantwoordelijkheid van de politici, de schandalen, de doofpotten. Frankrijk heeft nu de kans de verantwoordelijkheid te nemen voor haar geschiedenis.
Die verantwoordelijkheid eist dat er verschil wordt gemaakt tussen misdadigers en meelopers, tussen de groten en de kleinen. Alleen zo kan de mythe van Vichy worden ontrafeld en de kaste van de onaanraakbaren worden ontmaskerd.
De geschetste verantwoordelijkheid strekt zich ook uit naar het heden, zoals Robert Badinter (verantwoordelijk voor de afschaffing van de doodstraf in Frankrijk in 1981) naar aanleiding van de uitspraak in het proces-Papon stelde. Het is aan de nieuwe generatie om waakzaamheid te betrachten, zeker in een situatie waarin het begrip prÇfÇrence nationale, geleend uit de jaren dertig en veertig, weer gangbaar wordt.