De katholieke kerk, de grootste makelaar van Spanje

Barcelona - Weinig instellingen zijn zo crisisbestendig als de Spaanse katholieke kerk. Volgens de lokale bisschoppen heeft dat niets te maken met een vermeende bevoorrechte positie en dus moeten we de oorzaak zoeken in een deskundig en verantwoord management. Neem de moskee van Córdoba. Dit gebouw werd tussen 780 en 785 door Abderramán I neergezet in de binnenstad van Córdoba. Toen de rechtmatige eigenaren zo'n zeven eeuwen later het pand verlieten, ontfermde de katholieke kerk zich over de moskee. Nog weer een paar eeuwen later, in 2006, laat de kerk het monument inschrijven in het kadaster als haar wettige eigendom. Met de operatie is een bedrag van dertig euro gemoeid, de kosten van de inschrijving in het kadaster. Geen gekke prijs voor een optrekje van 23.400 vierkante meter.
Dankzij de hypotheekwet van Aznar uit 1998 kan de kerk zich openbare gebouwen toe-eigenen, ook al behoren die tot het gemeenschappelijke erfgoed. Daarvoor hoeft de bisschop in kwestie alleen maar te verklaren dat het pand van de kerk is. In dit geval is dat bijzonder aantrekkelijk, want jaarlijks ontvangt de moskee van Córdoba meer dan een miljoen bezoekers. De entree van acht euro per persoon heft de kerk. Dat is pure winst. Restauraties en onderhoud worden door de staat betaald en zelfs van de onroerendgoedbelasting is de katholieke kerk vrijgesteld. Volgens schattingen loopt de Spaanse staat daardoor drie miljard per jaar mis. In tijden van snoeiharde bezuinigingen is dat geen te verwaarlozen bedrag. Maar de kerk geeft niet alleen het goede voorbeeld door een verstandig financieel beleid te voeren. Zo gaf de bisschop Francisco Javier Martínez van Granada onlangs ook nuttige wenken voor een hoognodige mentaliteitsverandering. ‘We moeten af van de subsidiecultuur’, zei hij. De wens van veel Spaanse jongeren om ambtenaar te worden bekritiseerde hij als een 'maatschappelijke ziekte’. Misschien ziet bisschop Martínez hier iets over het hoofd. De helft van de Spaanse jongeren is werkloos en de andere helft werkt op 'wegwerpcontracten’. Dat jongeren in zo'n situatie van vrijwel totale inkomensonzekerheid het ambtenarenbestaan idealiseren, is niet heel vreemd.
Maar hoe moeten we de kritiek van kerkelijk topambtenaar Martínez op de subsidiecultuur opvatten? Is hij voorstander van afschaffing van de tien miljard euro subsidie die de kerk jaarlijks ontvangt uit de Spaanse staatskas? Erg waarschijnlijk lijkt dat niet. Bisschop Martínez houdt van het goede leven. Sinds hij in 2003 bisschop van Granada werd, nam de schuld van het bisdom toe van 1,2 tot 28 miljoen euro.