De keizerin en de filosoof: Rusland scheert langs de Verlichting

Raymond van den Boogaard blogt op ongezette tijden over de boeken die hij zoal leest. Vandaag over de gesprekken tussen de Franse filosoof Denis Diderot (1713-1784) en de Russische keizerin Catharina II.

Als het dan nog niet mogelijk was in Rusland de lijfeigenschap af te schaffen, zou het dan een idee zijn in het midden van het land een ‘vrije zone’ in te stellen, zoiets als Zwitserland? Dat was een van de meer originele voorstellen die de Franse filosoof Denis Diderot (1713-1784) deed in zijn gesprekken met de Russische keizerin Catharina II, bijgenaamd ‘de Grote’ (1729-1796). Zo’n veertig maal hebben ze elkaar urenlang gesproken, tussen oktober 1773 en maart 1774, in Sint-Petersburg. De Russische macht was in dialoog met een van Europa’s meest vernieuwende denkers – een van die schaarse momenten waarop je had mogen hopen dat Rusland aansluiting vond bij de rest van de Europese beschaving.

De Amerikaanse historicus Robert Zaretsky doet in zijn Catherine & Diderot: The Empress, the Philosopher and the Fate of the Enlightenment een moedige en geslaagde poging de ontmoeting tussen de keizerin van Rusland en de in heel Europa bekende Verlichtingsdenker Diderot te reconstrueren. Hun gesprekken dagelijks in het Winterpaleis, de huidige Hermitage, vonden onder vier ogen plaats en er zijn dus geen verslagen van. Maar Diderot schreef, als leidraad voor de conversatie, ‘memoranda’ die bewaard zijn gebleven. Ze gaan over van alles en nog wat – van de organisatie van de industrie, het onderwijs, de wenselijkheid van volksvertegenwoordiging, tot aan de noodzaak van wetten waaraan ook de monarch onderworpen dient te zijn.

De inhoud van de gesprekken en de manier waarop de ontmoeting tot stand kwam, kan Zaretsky ook reconstrueren omdat zowel filosoof én de keizerin ijverige briefschrijvers waren, die epistolair in contact stonden met talloze geestverwanten in heel Europa. De uitdrukking ‘Republiek der letteren’, als aanduiding voor het totaal van creatieve geesten die een onzichtbare, internationale gemeenschap vormden, was eind achttiende eeuw geen loze kreet.

Het verschil tussen de twee had niet groter kunnen zijn. Catharina, van oorsprong een Duitse prinses, was door keizerin Elizabeth uitgezocht als echtgenote van haar troonopvolger, Peter III. Maar toen deze in 1761 eenmaal de kroon had opgezet, was het snel met hem gedaan: een door Catharina gesteunde coup van officieren zette Peter af, en drie maanden later liet hij onder verdachte omstandigheden het leven. Nu was Catharina zelf keizerin van Rusland.

Haar faam als ‘verlicht despoot’ – een reputatie die ze overigens deelde met haar tijdgenoot Frederik de Grote van Pruisen – dankte ze voornamelijk aan de Franse filosoof Voltaire, die niet moe werd haar allerwege te prijzen, vooral ook in hun onderlinge briefwisseling. Catharina gaf enige aanleiding tot de haar toegezwaaide lof. Ze was zeer belezen, op het gebied van de Verlichtingsfilosofen.

Met name Montesquieu’s De l’esprit des lois had diepe indruk op haar gemaakt. Geïnspireerd door dat boek – een pleidooi voor een nieuw soort rechtsstaat waarin de macht van de soevereine vorst aan regels is gebonden – schreef ze eigenhandig een 615 artikelen tellende blauwdruk voor wetgeving, de ‘Nakaz’ oftewel ‘Instructie’. Die had ten doel had de rudimentaire Russische staatsorganisatie enigszins te stroomlijnen, en civiel en strafrecht aan normen en regels te binden. Ze stelde ook een ‘wetgevende commissie’ in, die haar voorstellen in wetgeving moest omzetten. Maar daar kwam weinig van terecht.

Er was ook weinig sociale basis voor zulke hervormingen. Van de – volgens de census van 1762-1764 – twintig miljoen inwoners van Rusland was de helft lijfeigene en had dus in het geheel niets te vertellen. Adel en landeigenaren waren aartsconservatief en zeker geen voorstanders van beperking van hun macht. Kooplieden en anderen die wellicht oren konden hebben naar verlichte ideeën waren vaak buitenlanders, en in ieder geval niet zeer talrijk. Na een jaartje vruchteloos debat liet Catharina de ‘wetgevende commissie’ weer opheffen. Ze had trouwens nog wel andere zorgen dan een staatshervorming: de voortdurende zorg dat zij niet zelf door een samenzwering aan het hof het loodje zou leggen als keizerin, de langdurige oorlog tussen Rusland en het Ottomaans imperium, de regelmatig uitbrekende opstanden van uitgeperste lijfeigenen in de buitengewesten.

Haar faam als ‘verlicht despoot’ was dankzij de ‘Nakaz’ evenwel gevestigd. Grote geesten als Voltaire, en ook Diderot, zagen – niet gehinderd door veel kennis omtrent de achterlijke toestand waarin Rusland in werkelijkheid verkeerde – plotseling de overwinning der Verlichting vanuit ‘het pure noorden’ opdoemen. ‘Het verdorven zuiden’, oftewel Frankrijk, had afgedaan, met name vanwege die tirannieke, absolutistische Franse koningen die de filosofen het leven zuur maakten.

Diderot kon daarover een woordje meepraten. In 1749 zat hij drie maanden vast in het Château de Vincennes, omdat de koninklijke censuur bezwaar had tegen de materialistische tendenzen in zijn geschrift Lettre sur les aveugles à l’usage de ceux qui voient. Zijn bekendheid ontleende hij grotendeels aan zijn belangrijke rol bij de totstandkoming van de Encyclopédie ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, dat machtige, elf delen tellende, collectieve standaardwerk dat de kennis der mensheid moest samenvatten, zo modern mogelijk. Ook de Encyclopédie mocht zich, als standaardwerk van verlichte ideeën, verheugen in de warme belangstelling van de Franse censors. Catharina verklaarde zich op zeker moment bereid om een ongecensureerde tweede druk te financieren, maar van dat plan is verder niets vernomen.

Het collectieve karakter van de Encyclopédie, waarbij hoofdstukken werden uitbesteed aan specialisten, bracht Diderot in schriftelijk of persoonlijk contact met het internationale puikje van de toenmalige wetenschappelijke wereld, en ook de Franse elite waar de Verlichting in de salons wel degelijk aanhangers telde. Een probleem was wel dat het werk voor de Encyclopédie niet veel opbracht. Diderot had als auteur vele ijzers in het vuur: verhandelingen, filosofische romans, kritieken in tijdschriften, toneelstukken. Maar het bleef voor de uiterst productieve filosoof toch enigszins schraalhans keukenmeester, ook doordat de censuur vaak ingreep, bijvoorbeeld door beperking van oplagen.

Het financiële voorstel dat Catharina II, na bemiddeling van Voltaire, Diderot deed, kwam dan ook als geroepen. De keizerin had vermoedelijk het liefst gezien dat superster Voltaire zelf het hof in Sint-Petersburg had bezocht, maar Voltaire was al oud en Rusland ver weg.

Plan B was dus Diderot. Catharina deed hem een aanzienlijke som gelds toekomen, voor de aankoop van Diderots boekerij en zijn schriftelijke nalatenschap, die na de dood naar Sint-Petersburg overgebracht moesten worden. Diderot werd verder pro forma benoemd tot bibliothecaris van het Russische hof, en ontving commissie bij de aankoop van schilderijen en boeken die uit Parijs naar Rusland werden opgestuurd. Dit alles onder het beding dat Diderot zich ook in persoon voor enige tijd in Sint-Petersburg zou vervoegen, als huisfilosoof van de verlichte keizerin.

Erg veel haast maakte Diderot daarmee niet. Na jaren begaf hij zich eindelijk op weg – eerst naar Den Haag, vanwaar een escorte van de keizerin hem zou ophalen. De vrije sfeer van onze Republiek beviel hem echter zozeer dat hij in de Nederlanden drie maanden bleef hangen, logerend bij de Russische ambassadeur in Den Haag en allerlei vaderlandse geleerden ontmoetend.

Medio 1773 was er geen ontkomen meer aan. Diderot begon aan de lange reis per koets naar Sint-Petersburg, die in totaal vijftig etmalen duurde. Met een wijde boog reed hij om Berlijn heen, omdat hij geen zin had die andere ‘verlichte despoot’ – Frederik de Grote van Pruisen – te ontmoeten. Deze zou hem dat voor eeuwig kwalijk nemen, wat onder andere bleek uit door Frederik anoniem gepubliceerde, schampere kritieken op Diderots werk.

Sint-Petersburg viel de beroemde reiziger niet mee: een kil aandoende, kunstmatige stad van voornamelijk monumenten en paleizen. Het was er bovendien meestal aardig koud. Misschien als revanche voor zijn lange uitblijven, wachtte Catharina enkele weken met de ontvangst van Diderot. Maar ten slotte vond de ontmoeting dan toch plaats, op een gemaskerd bal in het Winterpaleis waar de filosoof onverkleed in lange zwarte jas zijn opwachting maakte – met een geleende pruik, want zijn eigen pruik was verloren gegaan tijdens de reis.

Denis Diderot (1713-1784). Peinture de Louis Michel Van Loo (1707-1771) © Musée du louvre. Paris

Toen konden de filosofische dialogen tussen keizerin en denker dus beginnen. Catharina heeft zich jaren later eens beklaagd dat het voornamelijk om monologen van Diderot ging, waar nauwelijks een woord was tussen te krijgen. Ook de hinderlijke gewoonte van de filosoof om in het vuur van zijn betoog de arm of hand van de keizerin te beroeren, zorgde aanvankelijk voor enige gêne. Maar over het algemeen lijken de ontmoetingen toch tot wederzijds genoegen verlopen te zijn.

Ze waren alleen voor de keizerin niet van veel praktisch belang. Want hoeveel moderne staatkunde kun je loslaten op een land waar de helft van de bevolking als lijfeigene feitelijk in slavernij leeft? Diderot kon wel pleiten voor meer kleine huizen en straten naar Europees model, met kleine neringdoenden en handwerkslieden, zoals in Parijs. Maar wie zou die straten en winkeltjes dan moeten bevolken? De meeste handwerkslieden in Rusland waren lijfeigenen , die zich niet van hun dorp mochten verwijderen. De Russische economie aan het eind van de achttiende eeuw was buitengewoon statisch.

Een schrijver zwart met zijn woorden vellen papier, maar een keizerin schrijft met haar daden op de menselijke huid – schijnt Catharina eens gezegd te hebben ter karakterisering van de gesprekken, en als reden dat ze verder geen aantoonbare invloed op het reilen en zeilen van Rusland hebben gehad. De contacten tussen de keizerin en Diderot bleven een voor beide partijen aangename intellectuele exercitie zonder gevolgen. Diderot kon daarbij wel in alle vrijheid spreken – zijn geringe achting voor religie bijvoorbeeld, die hem in Frankrijk al snel in moeilijkheden kon brengen, was voor Catharina geen enkel punt.

Eerder bleef het Franse absolutisme Diderot tot in Rusland achtervolgen. Zo liet de Franse ambassadeur in Sint-Petersburg Diderot weten dat hij tegenover de Russische keizerin een goed woordje moest doen voor een mogelijke Frans-Russische alliantie, wilde hij niet na terugkeer in Parijs het risico lopen met een zogeheten lettre de cachet in de Bastille te worden opgesloten. Diderot gehoorzaamde, tussen zijn adviezen over de noodzaak van meer onderwijs en alfabetisering door.

Afgezien van de gesprekken met de keizerin had Diderot niet veel te doen. Aan het hof was slechts een handjevol edelingen geïnteresseerd in verlichte ideeën. De keizerin gaf iedere avond een informeel diner voor wie er toe deed in de Russische hoofdstad. Daarvoor golden specifieke regels die een beetje aan de hedendaagse Chatham House Rule doen denken: alles kon gezegd en besproken worden, maar het gezegde mocht niet buiten het paleis worden verspreid en niemand kon er rechten aan ontlenen. En rustig aan met drank, en niet vechten aan tafel natuurlijk. Diderot was voor deze diners echter niet uitgenodigd.

Ook met andere buitenlanders die aan het hof een belangrijke rol speelden, lijkt Diderot beperkt contact te hebben gehad. Dat gold bijvoorbeeld voor de Franse beeldhouwer Étienne Falconet, juist in deze jaren bezig met zijn beroemde ruiterstandbeeld van Peter de Grote. Nog merkwaardiger was de verwijdering tot de van oorsprong Duitse Melchior Grimm. Die was een van Diderots naaste collega’s bij de Encyclopédie geweest, en bezat het tijdschrift Correspondances littéraires, waarvoor Diderot veel had geschreven. Deze fascinerende figuur fungeerde in deze jaren als een soort duvelstoejager aan het Russische hof, en regelde bijvoorbeeld een Duitse bruid voor Catharina’s troonopvolger Paul.

Het kwam ook niet op bij Diderot zijn licht buiten de hoofdstad en het hof op te steken. Hij pleitte er bij de keizerin voor Sint-Petersburg als hoofdstad te verruilen voor het meer ‘volkse’ Moskou, maar bezoeken deed hij dit kolkend centrum van het multinationale Rusland niet. Diderot maakte geen enkele reis door Rusland, en sprak ook – voorzover bekend – uitsluitend met leden van de elite.

Toen de frequentie van hun gesprekken begon af te nemen, vroeg Diderot de keizerin netjes of hij weer eens op huis mocht aangaan. Hij was bezorgd dat de keizerin hem bij het afscheid met rijkdommen zou overladen – dat zou zijn geloofwaardigheid als onafhankelijke, verlichte geest immers niet ten goede komen. Als aandenken vroeg Diderot het kopje waaruit de keizerin thee dronk bij het ontbijt, maar dat vond Catharina toch een beetje te min. Hij kreeg een van haar ringen, en een ruim bemeten onkostenvergoeding voor de terugreis.

Die terugreis voerde opnieuw langs Den Haag, waar Diderot opnieuw maandenlang logeerde bij de Russische ambassadeur. Vermoedelijk om de onafhankelijkheid van zijn oordeel te bewijzen, schreef Diderot in deze tijd een lang en zeer kritisch traktaat over de ‘Nakaz’, dat wetboek in spe dat Catharina ooit had vervaardigd en dat – naar het oordeel van de Franse filosoof – in alle opzichten schromelijk te kort schoot. Toen Catharina van het bestaan van dit geschrift vernam, gaf zij haar ambassadeur opdracht het manuscript van Diderots kamer te stelen, in de hoop dat dit het enige exemplaar was. Helaas – Diderot had een kopie.

Tot een verzuring van de verhoudingen leidde dit incident niet. Diderot en Catharina bleven in respectvol briefcontact, en af en toe sprong de keizerin financieel bij wanneer haar ‘bibliothecaris’ in Parijs krap bij kas was. Diderot overleed in 1784, waarna zijn boekerij en archieven inderdaad naar Sint-Petersburg werden versleept.

Catharina leefde en regeerde tot 1796, zodat zij nog heeft kunnen meemaken hoe de hoge idealen van de Verlichting de studeerkamer verlieten en op chaotische wijze hun verwezenlijking vonden in de Franse Revolutie van 1789. Aanvankelijk begroette de keizerin die revolutie enthousiast en bevorderde dat over de gebeurtenissen in Parijs uitvoerig werd bericht in de kranten van Sint-Petersburg. Maar dat veranderde in censuur vanaf 1792, vanwege de afzetting van Lodewijk XVI en het uitroepen van de republiek, en de regicide die daarop volgde.

Enkele relatief korte periodes van liberalisering en hervorming niet te na gesproken, bleef Rusland tot op de huidige dag een autoritaire staat, waaraan moderne tendenzen als democratisering en rechtsstatelijkheid, die mannen als Diderot bepleitten en in heel de wereld navolging vonden, goeddeels voorbij zijn gegaan. De gedachtewisseling tussen Diderot en Catharina II is zo een historische curiositeit gebleven – meer niet. Maar een goed verhaal is het wel.