De Keniaanse middenklasse wordt fijngemalen

Nairobi – ‘Mogen wij liefhebben, mogen wij leven, gewoon leven zonder dat dat leven wordt bepaald door de dwang van tribale identiteit en door angst voor geweld?’ Aan het woord is Jane, ze is begin dertig en runt haar eigen communicatiebureau. Ze maakt zich grote zorgen over haar land Kenia, waar 26 oktober voor de tweede keer dit jaar presidentsverkiezingen zullen plaatsvinden, nadat de verkiezingen in augustus ongeldig werden verklaard door het hooggerechtshof. Zittend president Kenyatta (Kikuyu) reageerde woedend op de uitspraak. Hij noemde de rechters boeven met wie hij te zijner tijd zou afrekenen. Oppositiekandidaat Odinga (Luo) kondigde aan dat hij alleen aan nieuwe verkiezingen zou deelnemen als de kiescommissie in de huidige samenstelling zou opstappen. Dat weigerden de leden van de commissie en Odinga trok zich terug als kandidaat.

De spanning loopt ondertussen op tussen de twee grote politieke machtsblokken en hun achterban. Er is geen ruimte meer voor dialoog, Kenyatta en Odinga liggen op ramkoers. Odinga roept op tot massademonstraties en een boycot van de verkiezingen. En Kenyatta zegt dat de verkiezingen hoe dan ook door zullen gaan. Onrustzaaiers zal hij met harde hand laten aanpakken. De kans op vreedzame verkiezingen is inmiddels bijna nihil.

Jane ervaart de effecten van die spanningen overal om zich heen. In haar vriendenkring is het onmogelijk om over politiek te praten. Ze ziet op de Facebook-pagina’s van haar Luo-vrienden dat zij de demonstraties van Odinga’s aanhangers tegen de kiescommissie steunen en dat zij het politiegeweld – waarbij sinds augustus minstens 33 mensen om het leven kwamen – tegen Odinga’s aanhang veroordelen. Ze leest het, maar kan er niet met vrienden over praten, Jane is Kikuyu, en is bang dat zo’n gesprek zal uitlopen op ruzie. En dat terwijl ze niets met tribe te maken wil hebben. ‘Mensen zoals ik, stedelijke middenklassers, voelen zich extreem gefrustreerd door wat er gebeurt. Wij willen stemmen en verder met ons leven: geld verdienen, aan een betere toekomst bouwen. Dat wordt nu onmogelijk gemaakt. De angst voor geweld drijft niet alleen een wig tussen mensen, de aanhoudende politieke onzekerheid heeft een verlammende werking op de economie, niemand durft geld uit te geven. Maar wat kunnen we doen? Wij middenklassers zijn een minderheid zonder politieke vertegenwoordiging. We zijn machteloos.’