De Kennedy’s van Libanon

Pierre Amine Gemayel * 24 september 1972

Nabij het dorpje Hamat, op zo’n vijftig kilometer ten noorden van Beiroet, ligt Pierre Gemayel International Airport. Het is niet vernoemd naar minister van Industrie Pierre Gemayel die eind november werd vermoord, maar naar zijn grootvader, die in 1936 de falangistische partij Kataeb oprichtte na een bezoek aan de Olympische Spelen in nazi-Duitsland. Er bestaan archieffoto’s waarop de bruinhemden van Kataeb in strak gelid door de straten van Beiroet marcheren.

De luchthaven werd in de jaren zeventig – het was volop burgeroorlog – aangelegd door toenmalig president Bashir Gemayel, een oom van de vermoorde minister, met het oog op de grootste Boeings. Het vliegveld moest de toegangspoort worden tot een nieuwe, christelijke ministaat in een gefederaliseerd Libanon. Er is echter nooit een Boeing geland op Pierre Gemayel International Airport. Toen de luchthaven klaar was, werd hij bezet door Syrische troepen. En in 1989 sloten de strijdende partijen in Libanon de Taef-akkoorden omdat ze toch nog een tijdje met elkaar wilden doorgaan.

Alles wijst erop dat de jonge Pierre Gemayel zich tijdens zijn korte loopbaan uitstekend heeft gekweten van zijn taken in de Libanese regering, maar na de moord werd er in de eulogieën op het geslacht Gemayel – ‘de Kennedy’s van Libanon’ – een hoop weggelaten. Het was niet bon ton om te melden dat Pierre een fascist was. Of dat oom Bashir zeer waarschijnlijk opdracht gaf tot de moord in 1977 op Tony Franjieh, de zoon van toenmalig president Suleiman Franjieh, alsmede zijn vrouw, baby en 32 van zijn aanhangers. Of dat de kalende Samir Geagea die met een mooie vrouw aan zijn zijde het lijk komt eren één van de moordenaars was, hoewel hij het zelf op televisie heeft toegegeven. Hij leidt nu de regeringspartij Lebanese Forces.

De vergelijking met de Kennedy’s gaat in zoverre op dat beide dynastieën veel persoonlijk leed hebben gekend (Bashir Gemayel werd in 1982 ook vermoord), maar daar houdt de vergelijking op. De Libanese christenen zijn geen doetjes. Dat kan ook niet wanneer je vecht voor het overleven van een steeds kleiner wordende minderheid in een zee van moslims. Het huidige Libanon is in 1920 afgescheiden van Groot-Syrië teneinde een christelijke meerderheidsstaat te creëren. Toen het in 1943 onafhankelijk werd van Frankrijk werd een nationaal pact gesloten waarbij het parlement verdeeld werd volgens een ratio van zes christenen op vijf moslims. Die verhouding was gebaseerd op een volkstelling uit 1932. Sindsdien is er geen nieuwe geweest.

Door oorlog, christelijke emigratie en het hogere geboortecijfer onder de sjiitische moslims is de christelijke meerderheid al lang verdwenen. Een omstreden peiling door de christelijke krant An-Nahar bepaalde de verhouding vorige maand op 35 procent christenen, 29 procent sjiieten, 29 procent soennieten en vijf procent Druzen. Het huidige conflict tussen de regering van christenen, Druzen en soennieten enerzijds en de sjiieten van Hezbollah en Amal met de christenen van Michel Aoun anderzijds kan niet los gezien worden van die scheve verhouding, die vooral de sjiieten benadeelt.

Nog altijd rust er een taboe op de verhouding tussen moslims en christenen. ‘Nee’, zegt minister Ahmed Fatfat verschrikt wanneer ik hem de vraag stel in de door de sjiieten belegerde Grand Serail in Beiroet: ‘Natuurlijk mag je daar niet aankomen. Dat zou het einde van Libanon betekenen, alle christenen zouden het land verlaten. In Taef hebben we de teller voorgoed stopgezet.’ Daar is tegenin te brengen dat de christenen sowieso massaal het land verlaten. Zo bezorgd is de maronitische patriarch Nasrallah Sfeir over de leegloop dat hij een soort christelijke fatwa heeft uitgevaardigd tegen emigratie en ambassades onder druk zet om geen visa af te geven aan christenen.

Uitgerekend Sami Gemayel, broer van de vermoorde Pierre, was recentelijk tot het besef gekomen dat er iets moest veranderen. Hij stapte uit de ‘14 maart’-regeringscoalitie om de nieuwe partij Helf Loubnanouna op te richten. Zijn program grijpt terug op het gedachtegoed van de grootvader: de federalisering van Libanon. Sami heeft na de dood van zijn broer een radiostilte afgekondigd, maar buiten de St.-Georges-kerk waar Pierre Gemayel uitgeleide wordt gedaan, is zijn partijgenoot Roy Thome bereid om het project toe te lichten: ‘We moeten iets doen voordat de laatste christen uit Libanon is verdwenen. Kijk om u heen: hoeveel van deze mensen zullen volgend jaar nog in Libanon wonen?’ Hij trekt zich niets aan van de boze blikken van omstanders. Misschien komt Pierre Gemayel International Airport ooit nog eens van pas. +21 november 2006