Kardinaal Godfried Danneels over de Roomse lente

‘De kerk is niet tegen een soort homohuwelijk’

‘Het wettigen van homorelaties vind ik een positieve ontwikkeling’, zegt de man die op het balkon van de Sint Pieter naast de nieuwe paus stond. De Belgische kardinaal Godfried Danneels werd dinsdag tachtig. En legt een bom onder het verzet tegen het homohuwelijk.

Medium danneels

Spik-en-span wit herenhuis in hartje Mechelen, op een steenworp afstand van het aartsbisschoppelijk paleis, zijn residentie tot 2010, het jaar waarin hij aftrad als aartsbisschop van Mechelen-Brussel en primaat van België. Het jaar ook waarin hij, zoals hij het straks zelf zal noemen, ‘gekruisigd’ werd, meegesleept in de kindermisbruikzaken die de kerk in België op haar grondvesten doen schudden.

De deur zwaait open. In het statige trappenhuis hangt een achttal schilderijtjes van kardinalen die vogeltjes voeren, katjes kittelen, te diep in het glaasje kijken. ‘Lichte spot’, zegt Godfried Danneels (Kanegem, West-Vlaanderen, 4 juni 1933), van boven aan de trap. ‘Je weet nooit waar je aan toe bent met die eminenties.’ Hij mag dat wel. In België wordt hij vaak een sfinx genoemd. Nooit te beroerd om de knuppel in het hoenderhok te gooien over controversiële kerkelijke zaken als condooms of het machtsmisbruik van de curie – hij zal het in dit gesprek niet nalaten – lijkt de kardinaal waar het zijn eigen diepste gevoelens betreft altijd een zekere afstand te bewaren. Grote interviews heeft hij de laatste jaren niet meer gegeven. ‘Misschien dat we voor dit gesprek beter aan dit kleine tafeltje kunnen gaan zitten, dicht bij elkaar, dan in de grote zetels in de ontvangstkamer dáár’, zegt Godfried Danneels. ‘Laten we maar beginnen, we hebben toch wel wat werk voor de boeg.’

Grijs overhemd, witte boord, metalen borstkruis, zo’n beetje de minimum outfit waarmee een bisschop in het openbaar kan verschijnen, de simpele stijl die ook de nieuwe paus Franciscus propageert. Langs de wand een meterslange kast cd’s. ‘Toch gauw een stuk of tweeduizend’, schat Danneels. ‘Ik heb ze bij lange na nog niet allemaal beluisterd, maar elke dag beluister ik er één. Tachtig, men zegt dat het een nieuwe levensfase is en ik had grote voornemens gemaakt van wat ik zou doen als ik gepensioneerd was, maar ik zou iedereen aanraden dat niet te doen: er komt niks van terecht. Ik had gezegd: ik ga meer bidden, ik ga meer lezen, ik ga meer wandelen en meer naar muziek luisteren – en het komt er niet van. Je moet geen voornemens maken wat je zult doen als je ouder bent dan 75.’

Hij bewoont het witte herenhuis samen met een zuster. ‘Die is altijd bij mij geweest op het aartsbisdom en is nu meegekomen. Ze woont hier bij mij, doet het huishouden en kookt en zo meer. Gelijkvloers is voor haar en de eerste verdieping is voor mij. Er is weliswaar geen afgeschermd territorium zo, maar elk heeft toch het zijne.’

Kardinaal-op-rust. Op 11 februari van dit jaar de donderslag bij heldere hemel. Volkomen onverwacht kondigt paus Benedictus XVI aan dat hij vertrekt – per ultimo die maand. Voor kardinalen in de kiesgerechtigde leeftijd van beneden de tachtig jaar betekent dat: conclaaf! Natuurlijk had Godfried Danneels nooit gedacht nog eens voor de tweede keer in z’n leven een paus te mogen kiezen. En duikt hij, als een van de meest vooraanstaande kardinalen, opeens op naast de nieuwgekozen paus Franciscus op het balkon.

Als ik u een beetje ken, u moet verschrikkelijk blij geweest zijn met deze paus

‘Verschrikkelijk blij, ja. Of ik op ’m gestemd heb? Ai… dat mag ik niet zeggen! Ik heb destijds gezegd in de pers: ik zou liegen moest ik zeggen als ik ’m niet graag zag. U moet daar maar uw conclusies uit trekken. Het gaapt als een oven, hè?’

Dat is een understatement. Voor het overlijden van de grote, misschien wel meer-dan-levensgrote Johannes Paulus II, speculeerde Danneels al openlijk over ‘een Franciscus-paus’ als gedroomde opvolger. ‘Een herder die pastoraal bekommerd is. Het tegendeel van Johannes Paulus II zou eigenlijk een Franciscus-paus zijn. De armoede en de deemoed. En helemaal niet rekenen op de publieke verschijning, op de mediamieke impact, maar op de innerlijke kracht’, zei Danneels in een gesprek in 1998, nu vijftien jaar geleden. Woorden die hij vlak voor het conclaaf van 2005, dat de behoudende Joseph Ratzinger tot paus koos, nogmaals herhaalde. Profetische woorden. De keuze van paus Franciscus, zoveel is zeker, was Danneels’ finest hour.

‘Over het conclaaf zelf mag ik niks zeggen, maar ik mag wél iets zeggen over het preconclaaf, het overleg van alle kardinalen voorafgaand aan de pauskeuze. En ik moet je zeggen: heb nog nooit een vergadering van kardinalen meegemaakt – en ik heb er veel meegemaakt – van een dergelijke franchise openhartigheid over wat er in de kerk niet goed gaat. Een openheid en helderheid over wat we zouden moeten doen en wat we moeten veranderen. Iedere kardinaal zei duidelijk wat hij zelf dacht en niet wat in de lijn lag van dit of dat. Het was een opmerkelijk preconclaaf.’

Opmerkelijk?

‘Ja. Niemand heeft z’n kaarten tegen de borst gehouden. Er was een grote nood aan verandering en men bekende dat en zei het ook openlijk. En kardinaal Bergoglio, de paus in spe, heeft dat alles ook duidelijk gehoord. Er werd door de kardinalen felle kritiek uitgeoefend op de curie, dat is een publiek geheim, en op de misbruiken: de financiële misstanden, de Vatileaks, de pedofilie en de reactie van het Vaticaan erop. Nee, er was een algemene consensus: er moet iets aan dat bestuursapparaat veranderen!’

Het zinderde. Het was langer dan een eeuw geleden dat de kardinalen zich zo massaal tegen de status-quo keerden en voor verandering te hoop liepen. Het hek was van de dam. Hij had niet gedacht dat hij het nog zou meemaken: lente in Rome.

‘Ik denk dat de collegialiteit van het Tweede Vaticaans Concilie, van overleg en inspraak in de kerk, bij lange na nog niet in de praktijk is gebracht. Al vijftien jaar lang heb ik in Rome gevraagd om een club in te stellen rond de paus, een commissie van kardinalen om hem bij te staan in het bestuur en orde op zaken te stellen. Ik had niet meer gedacht dat het verwezenlijkt zou worden. En prompt een maand na zijn verkiezing doet deze paus het, met de benoemingen erbij! Het is een historische zaak. Een andere paus zou gezegd hebben: we hebben nog wel een jaartje tijd om daar goed over na te denken, maar nee, hij is er!’

De acht man sterke kardinalencommissie die straks de bezem door de kerk gaat halen staat onder leiding van kardinaal Oscar Rodríguez Maradiaga, de charismatische, saxofoon spelende mensenrechtenactivist uit Honduras. Ook de bloggende kardinaal Sean Patrick O’Malley uit Boston, die z’n aartsbisschoppelijk paleis verkocht om misbruikslachtoffers tegemoet te komen en die liever de bruinwollen pij van zijn kapucijner orde draagt dan het kardinaalspurper, maakt er deel van uit. Zo ook de doortastende Congolees Laurent Monsengwo Pasinya, die in de jaren negentig na de val van Mobutu als interim-parlementsvoorzitter zijn land een paar jaar bestuurde – en later voorzitter van Pax Christi werd. Zwaargewichten. No-nonse kardinalen.

‘Ja, d’r zijn heel goeie bij’, zegt Danneels met een knipoog. ‘De paus heeft duidelijk in z’n kaarten laten kijken aan wie hij de voorkeur geeft om mee te werken.’

Van de hemel naar de hel. 24 april 2010. Danneels is net met pensioen. Met groot machtsvertoon valt justitie het aartsbisschoppelijk paleis in Mechelen, de Sint Romboutskathedraal en de privé-woning van Godfried Danneels binnen, op zoek naar mogelijke informatie over het in de doofpot stoppen van kindermisbruik. Het monumentale praalgraf van kardinaal Mercier in de kathedraal wordt opengebroken, op jacht naar bewijslast – Da Vinci Code in Vlaanderen. Het voltallige Belgische episcopaat wordt urenlang in een kamer vastgehouden. De hoogeerwaarde bisschoppen moeten hun autosleutels en mobieltjes afgeven en mogen slechts onder begeleiding van agenten naar de wc. Bij Danneels thuis worden computer en privé-correspondentie in beslag genomen. Met ongeloof en verbijstering zien de Belgen hoe de verhuisdozen in de politiebusjes worden geladen – in het brave en roomse België tot voor kort ondenkbaar.

De val van de tot dan toe alom populaire kardinaal begon vier dagen eerder, in de nacht van 19 op 20 april, toen middels een e-mail aan de Belgische bisschoppen door de familie van het slachtoffer bekend werd dat de Brugse bisschop Roger Vangheluwe jarenlang zijn minderjarige neefje had misbruikt. Danneels zou op de hoogte zijn geweest, maar ontkent dat ten stelligste. Toch dringt de kardinaal, tot dan toe gezien als het morele geweten van de natie, niet aan op het onmiddellijke vertrek van de bisschop. Tot verontwaardiging van velen houdt Danneels zich op de vlakte. Ook als tientallen andere slachtoffers van seksueel misbruik door priesters aan de bel trekken, blijft hij zich goeddeels hullen in stilzwijgen – tot verbijstering van de Belgen.

Dan, in september van 2010, duiken in het geheim gemaakte opnamen op van een bemiddelingsgesprek dat de kardinaal, op verzoek van Vangheluwe, dat voorjaar met de neef had. Ze tonen aan dat Danneels, die dat tot dan toe nadrukkelijk had ontkend, druk op de neef uitoefende om de affaire met de mantel van de geheimhouding te bedekken – ten minste tot het pensioen van de Brugse bisschop, het jaar daarop. Het hek is van de dam. Een lawine van slachtoffers van andere priesters meldt zich in de loop van 2010 – inmiddels staat de teller op 776. Danneels wordt aangeklaagd wegens ‘schuldig verzuim’. Eerst verweert hij zich, voelt zich ‘in de val gelokt door Vangheluwe’, erkent dat ‘de kerk te lang enkel aan zichzelf heeft gedacht’, maar ontkent pertinent schuldig te zijn aan het toedekken van misbruik. Nieuwe invallen in de Belgische bisdommen en nieuwe aanklachten volgen, en Danneels besluit te zwijgen. ‘Van hero tot zero’, kopt de Vlaamse kwaliteitskrant De Standaard. De zaken zijn nog steeds onder de rechter, maar Danneels’ reputatie, ooit zo vlekkeloos, ligt in duigen.

België droeg u op handen, tot

‘… tot drie jaar geleden, ja. Want er is dan ook wel een Goede Vrijdag gekomen. Of mij dat niets doet? Natuurlijk doet het wel iets. Maar je moet het leven nemen zoals het komt. Iedereen, en zeker een bisschop, heeft in z’n carrière een Palmzondag, waardat ze met palmen zwaaien en Hosanna roepen en ook een Goede Vrijdag waardat ge, bij voorkeur onschuldig, gekruisigd wordt.’

U glimlacht. U zit er ontspannen bij. Maar u heeft een enorme val gemaakt.

‘Ik heb daar nooit veel bij stilgestaan. En ik vind ook nu: de geschiedenis zal oordelen over heel die zaak. En ook het gerecht heeft het nog in handen. En dus respecteer ik het recht – ik zeg daar dus niets over.’

Zoals we van tevoren hebben afgesproken. Maar een huiszoeking bij een kardinaal, dat was tot voor kort toch ondenkbaar in België?

‘Ja, ik dacht daar ook niet aan, natuurlijk.’

U heeft over de misbruikzaken één keer gezegd: ik lijd nog altijd onder de pijn.

‘Ja, maar het doet iedereen pijn, hè, als ge met een kerk zijt. Maar ik verlang daar niet dieper op in te gaan. We gaan daarover spreken als het voorbij is.’

Ja, maar ik wil

‘U zult het niet uit m’n neus krijgen, haha!’

Toch wel. Hoe dicht laat u mensen bij u komen?

‘Heel dicht. Maar ik heb dan ook geen enkele goesting om te bewijzen dat ik een heilig man ben. U vraagt hoe ik mijn verdriet verwerk. Wat doet een christen wanneer hij lijdt? Twee dingen. Hij bidt: neem deze kelk van mij weg! En hij zoekt ook een menselijke manier van leven. Voor mij is dat lezen, muziek en zo meer. Je moet een paar goeie vrienden hebben, die u durven te zeggen waarover het gaat, maar die u ook steunen. En die heb ik.’

De heftigheid van de huiszoekingen verbaasde me. Is er in België een felle secularisatie gaande?

‘In heel Europa, maar vooral in het noorden, zet de secularisatie zich door. In zekere zin is dat ook juist. Secularisatie in de goede betekenis van het woord is: God heeft zijn domein en de politiek heeft een ander – en dat is goed. Negatief wordt het wanneer wordt gezegd: de politiek is alles, de kerk is niks. Dat is een secularisatie die geen ruimte laat aan anderen. Soms, inderdaad, gunt men ons het licht in de ogen niet meer. De kerk moet de ruimte krijgen om te leven, en meer dan dat eigenlijk niet. Misschien heeft er inderdaad nu in België een soort ontvoogding plaats.’

En wat is het antwoord van de kerk? Moet ze haar mond niet even houden, vanwege de grote schandalen?

‘Nee, ik denk niet dat je je mond moet houden als er grote schandalen geweest zijn. Je moet er berouw over hebben en ze verbeteren. Maar je moet blijven spreken. Het moet u misschien bescheidener maken. Je moet er zeker bij vermelden dat je zelf niet altijd doet wat het evangelie zegt. Je moet een beetje minder de indruk wekken dat het voor jouzelf geen probleem is om alles te onderhouden. Ik zou willen dat de kerk wordt zoals Franciscus. Dat wil zeggen: dat ze arm is, niet alleen qua middelen, maar ook arm van: ik weet het niet, ik heb de waarheid niet in pacht. We hebben de waarheid niet, we krijgen ze – als we er tenminste open voor staan. Je kent misschien het fameuze woord van Sint Franciscus tot zijn gardiaan, z’n lokale verantwoordelijke: laat nooit iemand van u weggaan als hij nog triestig is! Als de kerk dat zou kunnen doen! Als de kerk die taal zou spreken, dan stond onmiddellijk iedereen te luisteren met open oren.’

Daags voor dit interview stemt het Britse Lagerhuis voor de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht. Woedt in de straten van Parijs een ware Kulturkampf. Schiet voor het hoofdaltaar van de Notre Dame historicus Dominique Venner zich een kogel door het hoofd uit protest tegen het homohuwelijk. Negentien landen, waaronder België, hebben het burgerlijk huwelijk al opengesteld, tientallen andere landen zullen de komende jaren volgen. De pragmatische Danneels heeft een solide reputatie op de troepen vooruit te lopen. Zoals in 2004, toen hij het Vaticaan in rep en roer bracht door te verklaren dat iemand die seropositief is bij seks maar beter een condoom kan gebruiken.

‘Maar dat zegt iedereen hè?’

Ja, nu wel. Toen niet.

‘Ik heb dat nogal vroeg gezegd hè?’ (grinnikt)

Is, eminentie, het openstellen van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht niet óók onvermijdelijk geworden?

‘Ge kent wat de kerk zegt over die problemen, ik moet u daar geen tekeningetje bij maken. Ik denk: je moet je moraal niet opgeven, maar je moet de wijze vinden om het credibel en geloofwaardig te maken. Als het burgerlijk huwelijk binnen de staat voor homo’s open is, dan is dat aan de staat.’

Is het geen zaak van de kerk?

‘Dat hangt ervan af. In het algemeen kan ik daarover niets zeggen. Ik denk in ieder geval wel dat je onderscheid moet maken tussen de mens die homoseksueel is en de homoseksualiteit zelf. Je mag een mens toch niet vereenzelvigen met z’n geaardheid? Ik denk dat er binnen het denken van de kerk een duidelijke evolutie is: je mag nooit je strenge moraal hebben en je pastorale zorg laten schieten. We zijn op dat gebied gevoeliger geworden. Ook tegenover mensen die suïcide plegen, bijvoorbeeld. Vroeger werd dat zodanig geviseerd dat je niet op een kerkhof begraven kon worden – er moest een apart stuk ongewijde grond worden gemaakt. Dat kán natuurlijk niet, zulke zaken! We zijn ons veel meer bewust geworden dat de motieven die meespelen in het hoofd en in het hart van die man die suïcide doet veel, veel gecompliceerder zijn dan puur en ijdel kwaad. Men is veel genuanceerder aan het denken over de persoon in z’n totaliteit dan zich blind te staren op het morele principe.’

Dus?

‘We moeten elkaar goed begrijpen: de kerk is nooit geweest tegen het feit dat er tussen homo’s een soort huwelijk – een soort huwelijk dus – bestaat. Maar het is niet het echte huwelijk, tussen man en vrouw, dus je moet een andere naam in het dictionaire plaatsen. Maar dat het wettelijk is, dat men het wettelijk legitiem kan doen, daar heeft de kerk niks over te zeggen.’

U vindt het een positieve ontwikkeling?

‘Da’s een positieve ontwikkeling, dat denk ik wel. Dat wil zeggen: je moet respecteren dat er een wettelijke, staatsburgerlijke behandeling van is, die haar waarde heeft maar die ik dan geen huwelijk zou noemen.’

Maar dat is een semantische kwestie.

‘Ja. Er is geen generationeel onderscheid ouders/kinderen en er is geen seksueel onderscheid man en vrouw. Dat zijn twee dingen die aan het huwelijk toebehoren die niet in een andere relatie kúnnen zijn. De kerk zegt: gebruik het woord huwelijk voor de relaties met wél een generationeel verschil en neem een andere term voor andere relaties.’

Brisante woorden – en óf de kerk dat zegt, is nog zeer de vraag. Op dit moment is Godfried Danneels de eerste kardinaal ter wereld die zich uitspreekt vóór de wettelijke erkenning van homorelaties. Al lijkt er, als de voortekenen niet bedriegen, binnen het Vaticaan een grote kentering op komst. Zo liet aartsbisschop Piero Marini, de door Benedictus XVI weggepromoveerde pauselijke ceremoniemeester, zich onlangs ontvallen dat ‘het tijd is om relaties tussen personen van hetzelfde geslacht te erkennen omdat veel stellen eronder lijden dat hun burgerrechten niet worden erkend’.

Soortgelijke woorden sprak begin dit jaar aartsbisschop Vincenzo Paglia, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor het Gezin – voordat hij werd teruggefloten. En er is het door The New York Times gebrachte verhaal dat Jorge Bergoglio als aartsbisschop van Buenos Aires achter de schermen ijverde voor wettelijke rechten voor homostellen, zolang het maar geen ‘homohuwelijk’ heette – een strijd die hij verloor binnen de Argentijnse bisschoppenconferentie. Danneels schiet in de lach: ‘Ziet u wel dat ik gelijk heb? De paus heeft het ook gezegd!’

Afgelopen dinsdag werd-ie tachtig. De dood komt naderbij. ‘Ik ben daar veel mee bezig, ik denk daar vaak aan. Ge ziet vele mensen wegvallen, rondom u; uw vrienden, die raakt ge kwijt. Dan verschiet gij. Dan schrikt gij even dat het zo dicht komt. En ge denkt: ook voor mij komt ooit de dag. De dood is toch een muur, waarin ge geen bres kunt slaan. Ondanks alle wetenschap en medische ontwikkelingen: de muur blijft staan, we raken er niet door. Ben ik bang voor de dood? Dat zou ik niet durven zeggen. Ik bid dat ik de dood mag aanvaarden zoals hij komt. Want u moet niet alleen uw leven lukken, u moet ook uw sterven lukken.

En dan: de dood, die moet ge doen. Met andere woorden: het moet een activiteit blijven van de mens die sterft. Loslaten en zo. De dood is voor mij niet iets wat men aan mij doet – euthanasie. Daar zijt gij geen meester meer. Het is een menselijke daad, sterven, geen technische daad die anderen doen op u. En daarom zeg ik bij mezelf: u moet de kracht krijgen om u los te laten, helemaal. En toch geloven dat gij in de armen valt van iemand anders, over de dood heen en zo. Laat mij mezelf loslaten! Je kunt dat ook wat inoefenen, van tevoren, door dingen te laten vallen en weg te laten.’

Zoals?

‘Uw gezondheid die vermindert. Uw krachten; waar zijn ze naartoe? De mensen rondom u worden zeldzamer, het isolement wordt groter. Het schrikbeeld dat je alzheimer kunt krijgen, of een hersenbloeding waardoor je niet meer kunt spreken. De kracht te krijgen om te zeggen: doe met mij wat ge wilt.’

Geen sfinx, ten slotte.

‘Haha! Nee, ten slotte toch geen sfinx.’