Interview bisschop Pat Buckley

«De kerk produceert gefileerde priesters»

Zijn woorden hoeft hij niet meer te wegen, want een glansrijke kerkelijke carrière verspeelde hij lang geleden al. En achter zijn huidige bisschopstitel gaat een curieuze geschiedenis schuil. Een Ierse bisschop gevangen in een haat-liefdeverhouding tot «zijn» kerk. «Ze zijn allemaal bang voor Rome.»

Zijn woning in het Noord-Ierse Larne, een half uur rijden vanaf Belfast, lijkt niet op de residentie van een bisschop. De afwas gaapt de bezoeker ongegeneerd aan, en boven de tafel hangt een spotprent van zo'n vijftig bij zestig centimeter van kardinaal Daly — de kardinaal met wie bisschop Pat Buckley (48) als jonge priester in Belfast danig overhoop lag en die hem uiteindelijk in 1987 uit zijn bisdom zette, waarna hij op eigen houtje een parochie stichtte in Larne. Schuin daarnaast een portret van Buckley uitgedost als protestantse Oranje man, compleet met oranje sjaal, bolhoed en paraplu en, om de verwarring compleet te maken, met priesterboord. Alles ademt de afschuw van schone schijn, en een onuitgesproken so what?

Zijn grootste zonden tot nu toe waren wellicht dat hij openlijk over seksualiteit durft te praten («Ik weet zeker dat zelfs de paus masturbeert»), huwelijken van gescheiden mensen inzegent, voor wijding van vrouwen pleit en voor afschaffing van het celibaat is. Zaken waarvan het establishment in de oerconservatieve Ierse kerk, die zowel de Ierse Republiek als Noord-Ierland omvat, tamelijk ondersteboven raakt.

«Rebelse priester», «schelmenpriester», «controversiële priester» — het zijn enkele van de kwalificaties die het Buckley opleverde in de Ierse kranten. Maar de buitenlandse journalist die zich achter de krantenkoppen hoopvol een anarchistisch ogende priester inbeeldt, wacht ter correctie een degelijk uitziende veertiger die met een kwajongensblik berustend constateert: «Als journalisten schrijven over andere Ierse bisschoppen, schrijven ze nooit ‹autoritaire bisschop›. Ik denk dat ik een bewogen, invoelende priester ben. Ik wil er zijn voor degenen die zijn verwond door de kerk, die zijn uitgekotst en genegeerd.»

Die erfenis van de Ierse kerk werd begin jaren negentig pijnlijk zichtbaar. Nog steeds gaat tachtig procent van de Ieren ’s zondags ter kerke, maar het gezag van de kerk in het laatste rooms-katholieke bolwerk van West-Europa, dat tot begin jaren negentig onaantastbaar leek, is tanende. Niet de secularisatie, maar de kerk zelf bleek echter het grootste gevaar voor haar voortbestaan. Buckley: «De filosofie was heel eenvoudig: in de kerkelijke hiërarchie staat God bovenaan, dan komen de paus, de bisschoppen, de priesters en onderaan de leken. Hoe hoger je in de hiërarchie opklom, hoe beter je was. Dat was een kwestie van positie. En dat geloofden de Ieren massaal. Zij, het gewone volk, waren de grote zondaars. Dat is er eeuwenlang ingepeperd.»

Een kerkelijk schandaal, het eerste dat niet in de doofpot belandde en zelfs de wereldpers haalde, verloste de Ieren in een klap van hun naïviteit. In 1992 vertrok bisschop Eamonn Casey van Galway plotseling naar Amerika. Al snel bleek wat hij in de VS te zoeken had: zijn inmiddels zeventienjarige zoon. De moeder had hij naar eigen zeggen grotendeels van zijn eigen salaris onderhouden, maar in 1990 deed de bisschop een flinke graai in de kerkelijke kas: ruim tweehonderdduizend gulden verdween uit diocesane fondsen.

Casey was tamelijk populair bij de Ieren, vanwege zijn inzet voor sociale rechtvaardigheid, zijn humor en warme persoonlijkheid. Boven dien hield hij van een borrel en dat kunnen de Ieren waarderen. In morele kwesties nam de bisschop echter een zeer conservatief standpunt in. Jarenlang preekte hij tegen buitenechtelijke relaties, abortus en echtscheiding.

«Een man, op de grote ladder maar twee treden van God verwijderd, die precies datgene deed wat hij de mensen jarenlang verboden had. Als een van de grote opperhoofden van zijn voetstuk valt, dan vragen alle indianen zich af: waren hij en zijn compagnons wel zo ‹groot› als ze beweerden? En waarom moesten wij ons aan hen onderwerpen? Wat de affaire-Casey teweeg heeft gebracht, is dat het gevoel van bewondering en respect voor de kerk, dat honderden jaren onaantastbaar leek, omsloeg in verontwaardiging: hoe durven ze!»

De affaire-Casey bleef niet op zichzelf staan. In de daaropvolgende jaren volgde schandaal op schandaal. De Ierse tv-zender RTE onthulde in de documentaireserie States of Fear dat priesters, nonnen en monniken jarenlang kinderen seksueel misbruikt en mishandeld hadden in weeshuizen en opvanghuizen van de kerk. Soms tientallen jaren lang. Met medeweten van de verantwoordelijke bisschop. «Die stelde ze niet op non-actief, maar plaatste ze in het uiterste geval gewoon over naar een ander diocees, waar het weer opnieuw begon. Het was een driedubbele schok. In de eerste plaats dat er zoiets gebeurde, in de tweede plaats dat het in de doofpot belandde, en in de derde plaats dat het op zo grote schaal gebeurde. Honderden priesters zijn aangeklaagd. Tegen sommigen liepen op een gegeven moment wel achthonderd aanklachten.»

De Ierse regering heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd naar de wantoestanden in de kerkelijke tehuizen, maar van tevoren is al duidelijk gemaakt dat er van vervolging van de betreffende priesters en nonnen geen sprake zal zijn. De Ierse kerk heeft laten weten voorlopig nog niet bereid te zijn tot enig excuus.

«De kerk is ontmaskerd en de bisschoppen hebben van de ene op de andere dag al hun macht verloren. En die macht was groot. De kerk had het laatste woord, niet alleen in de kerk, het onderwijs, de media en de gezondheidszorg, maar ook in de politiek. Als je als politicus de bisschoppen niet op je hand had, kon je het vergeten. Het was in feite een totalitaire katholieke staat. Het katholicisme was meer politiek dan spiritueel. En omdat het die spirituele basis mist, bezwijkt het nu.»

In de Ierse samenleving voltrekken de veranderingen zich inmiddels razendsnel. Ierland, tot tien jaar geleden het sufferdje van West-Europa, kent momenteel de snelst groeiende economie van Europa. Vooral bij jongere generaties is het respect voor de kerk intussen tanende. Ze vinden de kerk te autoritair en overdreven gefixeerd op seksuele en morele kwesties, en te weinig op sociale problemen. En de kerkelijke hiërarchie toont zich te star om op die veranderingen in de samenleving in te spelen. In een bijeenkomst van de bisschoppen die vorig jaar werd gehouden — geheim, zoals in Ierland nog steeds gebruikelijk — werd vooral gesproken over het herstel van de macht en invloed van de kerk en niet zozeer over hoe de kerk dienstbaar kan zijn in een veranderende samenleving. Uit de houding van de oudere generatie die het in de kerk voor het zeggen heeft, spreekt vooral angst, angst voor de pluralistische samenleving waarvan de eerste lijnen zich onmiskenbaar beginnen af te tekenen.
De welvaart die de 3,6 miljoen Ieren nu in zijn greep heeft, zal de spiritualiteit echter niet doen verwateren. De Ieren zijn van nature een religieus volk. Maar het instituut kerk heeft over een kwart eeuw afgedaan, verwacht Buckley. En priesters zijn verdacht geworden in Ierland, ondervindt ook hij aan den lijve. «Als mensen zien dat je een witte boord draagt, word je soms met een wantrouwige blik gadegeslagen. Je ziet ze bijna denken: hoeveel kinderen zou hij misbruikt hebben? Ik denk dat Ierland antiklerikaal aan het worden is. Het is een tegenreactie op de honderden jaren dat de kerk hier tot in de slaapkamer de dienst uitmaakte. Maar ik geloof niet dat de spiritualiteit verdwijnt. Mensen zijn overal ter wereld spiritueel, en zeker de Ieren hebben een lange spirituele traditie. Maar alles wat de kerk ze gegeven heeft, zijn wetten, zonde, en veroordeling. Als er een uitspraak van Jezus van toepassing is op de Ierse kerk, dan luidt deze: ‹Welke goede vader geeft zijn kinderen stenen te eten, als ze vragen om brood?› Dat is wat de Ierse kerk eeuwenlang gegeven heeft: dode stenen. En nu wil het volk het Brood des Levens, de ware spiritualiteit.»

Ondertussen blijft de bisschop driftig zagen aan de poten van zetels van de clerus. Over de vraag of father Buckley zich eigenlijk wel bishop Buckley mag noemen, wordt al twee jaar gesteggeld. Althans, in de media. Want de rooms-katholieke kerk besloot al eerder dat de beste tactiek «doodzwijgen» was. Twee jaar geleden liet Buckley zich, tot ergernis van de «echte» bisschop van het bisdom, tot bisschop wijden in de Tridentijnse kerk, een kerk die zich verzet tegen de afschaffing van de Latijnse mis en de veranderingen die na het Tweede Vaticaans Concilie werden doorgevoerd.

Met zijn wijding had de priester tevens zichzelf geëxcommuniceerd, meenden sommigen. Maar zo simpel ligt de kwestie volgens Buckley niet. «Rome heeft feiten verdraaid tot fictie, en fictie tot feiten. Hoe kun je jezelf excommuniceren uit de familie van God? Goddelijke spiritualiteit wordt niet beperkt door menselijke grenzen. Laat ik het zo zeggen: ik sta in Rome niet te boek als officiële kerkelijke vertegenwoordiger. En mijn theologie en die van de Tridentijnse kerk liggen mijlenver uit elkaar. Maar het is een erkende kerk, mijn bisschopswijding is dus geldig. Nu sta ik zonder goedkeuring van de kerk op een plaats op de kerkelijke ladder waar ze me nooit wilden. Dat is mijn manier om de kerkelijke hiërarchie te tarten.»

In Buckleys oratorium, een kleine kerkzaal die in het voorste deel van zijn woning is ingericht, houdt hij wekelijks vieringen die worden bezocht door sympathisanten uit heel Noord-Ierland. Ook zegent hij op verzoek regelmatig huwelijken in. Soms van gescheiden mensen, die in hun eigen kerk niet terecht kunnen. In maart van dit jaar maakte een 41-jarige priester uit Sligo in de Ierse Republiek bekend uit de kerk te stappen om te gaan samenwonen met een (nog) getrouwde moeder van zeven kinderen. Zodra de scheiding rond is, wil het stel gaan trouwen. Buckley is ervan overtuigd dat er talloze priesters zijn die er in het geheim seksuele relaties op nahouden, en nog meer die hun priesterschap willen laten voor wat het is, omdat ze zich niet aan de eis van het celibaat kunnen houden. Vorig jaar zette hij Bethany op, een stichting die zich bezighoudt met hulp aan vrouwen die een relatie met een priester hebben. Ruim honderd vrouwen meldden zich tot nu toe bij Buckley, die ze met elkaar in contact brengt zodat ze over hun ervaringen kunnen praten.

Zijn activiteiten en uitgesproken standpunten leverden Buckley behalve vijanden ook veel vrienden op. Een Ierse zakenman schonk hem kortgeleden een voormalig protestants kerkgebouw, waar de bisschop diensten kan houden. Bovendien heeft hij als bisschop de bevoegdheid priesters te wijden. «Een aantal mensen heeft aangegeven met me te willen samenwerken. Ik kan nu ook vrouwelijke pries ters wijden.»

Een van die priesters is de zeventigjarige iconenschilderes zuster Frances, die sinds kort in de Ierse Republiek, in Omeath, een «oratorium» runt. «Een heel interessante en intelligente vrouw», verzekert Buckley. «Ze heeft nog met moeder Theresa samengewerkt.»

De bisschop geeft blijk van een bewonderenswaardig talent voor metaforen en klinkende oneliners. En hoewel ze niet altijd even vertaalbaar zijn, is Buckley niet te beroerd zijn gast uit Nederland er een paar aan te reiken. «Ik heb veel problemen gehad met de kerk. En sommige dingen gaan je niet in de koude kleren zitten. De kerk — en de manier waarop ik me heb laten hersenspoelen op het seminarie — heeft veel pijn in mijn leven veroorzaakt. Als dat niet gebeurd was, was ik nu een ander mens geweest. Ik ben nog steeds aan het herstellen, genezen van de indoctrinatie en de ongezonde, obsessieve manier waarop daar met seksualiteit werd omgegaan. Ik heb het seminarie wel eens vergeleken met een visfabriek. Eerst snijden ze je kop eraf: je mag niet nadenken. Dan verwijderen ze de ingewanden, the guts, en trekken de ruggengraat eruit. Dan heb je een gefileerde vis. De kerk produceert gefileerde priesters. Ze zien er hetzelfde uit, praten hetzelfde, doen hetzelfde. De door God gegeven gaven van intellect en moed worden verwijderd. Dat heeft ertoe geleid dat de Ierse kerk is geworden wat ze nu is: een fundamenteel andere kerk dan bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, waar de bevrijdingstheologie toch een zekere invloed heeft gehad. Of de kerk in Nederland, waar enkele rooms-katholieke ‹vrijdenkers› hun stem laten horen. Dat is in mijn ogen de kerk van de toekomst.»

«In de 21e eeuw is er grote honger naar spiritualiteit, naar innerlijkheid. We zijn naar de maan geweest, we zijn onderweg naar Mars. Ik denk dat de mensheid in het derde millennium op reis gaat naar de innerlijke ruimte. Als we erop uit trekken in deze wereld, in ons prachtige universum, dan raken we aan God. En dan kan er maar één conclusie zijn: God, wat prachtig. Maar als we in onze innerlijke ruimte reizen, in onze harten en hoofden, dan vinden we God daar ook. Daarin spiegelt de pracht van het universum. Voor die uitdaging staat de kerk, om mensen weer in contact te brengen met die spiritualiteit en met God. Maar het Vaticaan ziet uit over de wereld en constateert: in Ierland haken vijftigduizend mensen af. In Afrika en Zuid-Amerika worden er 1,5 miljoen gedoopt: onze vestiging in West-Europa draait verlies, maar we maken flinke winst in Zuid-Amerika. Ze werken de boeken bij als een cynische multinational die alleen geïnteresseerd is in cijfers. Daarom hebben we mensen nodig die zeggen: ik ben de kerk.

Ik voel me nog steeds katholiek. Niet rooms-katholiek, maar Iers-katholiek. In deze kerk liggen mijn spirituele wortels. Het is mijn thuis.»

Dan relativerend: «But I don’t have to jump when the pope says ‹bang bang›.» Buckley maakt ter illustratie een klappend handgebaar, gevolgd door een lachsalvo. «Ken je die mop over de Hei lige Geest die op bezoek komt in het Vati caan?»

«Tolerantie, liefde en diversiteit» is de spreuk die prijkt op het visitekaartje dat ik krijg bij mijn vertrek. Drie dingen die «zijn» kerk hard nodig heeft. Naast humor.