De Kerk van het Bloed

Jekaterinburg - Tsaar Nicolas II, zijn vrouw Alexandra, zijn zoon Alexei en zijn vier dochters Maria, Olga, Tatjana en Anastasia, werden 92 jaar geleden doodgeschoten door een haastig bijeengebracht vuurpeloton. De ‘Witten’, zoals de soldaten heetten die zich verzetten tegen de bolsjewistische machtsovername, lagen in juli 1918 voor de stad. Ze konden de gevangen genomen tsaar elk moment bevrijden. Dat zou de communisten in Rusland een gevoelige slag toebrengen.
Het leek Jakov Sverdlov, Lenins rechterhand, beter om dan maar een einde te maken aan de koninklijke familie. Men schoot ze neer met pistolen en nam de prinsessen die dat overleefden op de bajonet. Om de verspreiding van eventuele relikwieën te voorkomen overgoot men de lichamen met zuur en wierp ze her en der in mijnen in de omtrek van de stad, met een paar handgranaten erachteraan. Het verdiende allemaal geen schoonheidsprijs, maar er was de communisten veel aan gelegen de tsaar voorgoed uit het geheugen van Rusland te bannen. Als eerbetoon aan de drastische uitvoering werd de stad Jekaterinburg in 1924 omgedoopt tot Sverdlovsk (en zo heet deze nog altijd in de spoorboekjes). En nog in 1977 werd het huis waarin de executie plaats had gevonden gesloopt in opdracht van de gouverneur van de regio, ene B. Jeltsin. Anders zou dat huis zomaar een alternatief bedevaartsoord kunnen worden.
Inmiddels staat er een grote glimmende orthodoxe kerk op diezelfde plaats. De Kerk van het Bloed heet het tamelijk traditionele geval plompverloren. Zo de sterfplek van de laatste Russische tsaar geen bedevaartsoort is geworden voor oude dames die de Romanovs als heiligen vereren, dan toch een trouwlocatie met magnetische kracht. De limousines met jonge stelletjes rijden er af en aan en de halfdronken gezelschappen worstelen zich opgewekt tussen de plat op de grond liggende biddende dames door. Immense portretten van de tsarenfamilie in hun laatste jaren sieren het plein en een kiekje van bruid en bruidegom geleund tegen het gelaat van de ietwat dommig kijkende Nicolaas II en zijn ziekelijke zoon is zo gemaakt.
Ook een ritje van hier naar de verlaten mijnschacht waar het lichaam van de tsaar in is geworpen behoort tot de mogelijkheden. Daarvoor staat een bus klaar, een tweedehands exemplaar uit Duitsland. Zoals zo vaak heeft men de belettering van de vorige touroperator intact gelaten. In dit geval is het een Westfaalse: Marx, Reisen mit Sympathie staat op de zijkant van de bus te lezen die dadelijk afreist naar het 150 meter diepe graf van het meest koninklijke slachtoffer van het communisme. Mijn vraag of men daar nou niet de ironie van inziet, wordt beantwoord met een wedervraag waar ik vandaan kom. Ah, Holland - laten we het over voetbal hebben.