Martin Rowson, Mug Shots: 60 Portraits of a Political Generation

De keuken van Labour

Martin Rowson
Mug Shots: 60 Portraits of a Political Generation Drawn from the Life During the Course of the Subjects’ Lunchtime

Methuen Publishing, 148 blz.

LONDEN – In een hoekje van het Londense restaurant Gay Hussar, onder de boekenplank, zit een hoogbejaarde man, met elegante witte manen en een grote bril. Hij leunt wat voorover gebogen en heft soms zijn hoofd om te kijken wie er in de buurt is. Het is alsof Michaet Foot, de 92-jarige ex-leider van de Labour-partij, audiëntie houdt. In 1941, toen het restaurant nog een Servische eigenaar had, zat hij als een linkse journalist op dezelfde plek, herinnert hij zich: «Ik lunchte met de ambassadeur van de Sovjet-Unie. Halverwege kreeg de goede man te horen dat zijn land door de Duitsers was aangevallen. De inval had ik hem al voorspeld, maar hij wilde het niet geloven.» Een innemende lach plooit zijn gezicht.

Een vrouw tikt Foot op de schouder: «Michael, hier is een oude vriend van je. Kenneth.» Daar komt Kenneth Baker aangelopen, een Conservatieve minis ter van lokaal bestuur onder Margaret Thatcher. Een wonderbaarlijk duo. Foot en Baker. Oud Links ontmoet Oud Rechts. De één was te idealistisch en goedaardig om Thatcher in 1983 te verslaan, de ander voerde een paar jaar later haar poll tax-plannen uit. Het Hongaarse etablissement in Soho mag dan bekend staan als de plaats waar Labour overwinningen vierde en nederlagen wegdronk met de pittige rode huiswijn, de patriciërs van de Conservatieve Partij voelen zich even goed thuis in deze samenzweerderige ambiance. Michael Heseltine, Norman Lamont, Michael Portillo en zelfs Michael Howard hebben zich hier laten zien. In een eerder verleden at Henry Kissinger op de eerste verdieping met Jim Callaghan en kreeg Mick Jagger hier een kamerzetel aangeboden.

De tafel recht tegenover Foot was jarenlang de vaste stek van de Times- cartoonist Martin Rowson, die hier «the Great and the Good» van de Britse politiek en media tekende. Zestig van zijn spotprenten vullen de muur en ze zijn nu bijeengebracht in het boek Mug Shots, met een voorwoord van de pa troon, Michael Foot. Rowson bevindt zich in een grote traditie die teruggaat tot de zeventiende eeuw. In die tijd werden vooral karikaturen gemaakt van vijandelijke volkeren, met name Nederlanders. Later werd het een manier om de strenge smaadwet geving te ontlopen: tekenen wat je niet kon schrijven. Oftewel plastische chirurgie met een knuppel, zoals Rowson, een autodidact, zijn werkwijze omschrijft. Niet iedereen vond het leuk om tijdens het nuttigen van wilde-bessensoep en zuur kool met inkt te worden vereeuwigd. Met Heseltine kreeg hij bijna ruzie. «Het tekenen hier was een nachtmerrie, maar een leuke nachtmerrie», kijkt de Cartoonist Laureate terug tijdens de boekpresentatie.

New Labour is matig vertegenwoordigd. Van het huidige kabinet zijn al leen de ministers David Blunkett (die me teen zes exemplaren wilde hebben) en Charles «big ears» Clarke (Rowsons fa vo riete tekening) geportretteerd. Tony Blair geeft de voorkeur aan de Franse chique van Pont de la Tour, maar zijn spin doctor Alastair Campbell kwam er soms wel. Neem die mooie dag in mei 2002. Buiten lag men te zonnen op het nabijgelegen Soho Square, bin nen leek het te vriezen. Campbell haatte elke minuut, maar toen de communicatiegoeroe besefte dat hij Rowson niet kon tegenhouden, riep hij, naar boven wijzend: «This is a good picture of Jeremy Paxman. Now where the fuck’s the one of me?» Of Campbell zijn portret geslaagd vond, is onbekend. Tijdens Foots verjaardag, een jaar later in de Gay Hussar, zag hij Rowson iets in andermans boekje schrijven. Campbell: «Isn’t that fucking typical? Martin fucking Rowson signing fucking autographes! What a tosser!»

Rowson: «Ik denk dat hij grappig probeerde te zijn.»