De kikkers van kunst en wetenschap

Ooit was de kunstenaar een geleerde, in ieder geval iemand naar wie serieus werd geluisterd. Ooit was de geleerde een kunstenaar, in ieder geval iemand die een zekere vrijheid van interpretatie had en speelruimte om een nieuw universum te creëren. Als in het sprookje van de kikkers uit Osaka en Kyoto hopten zij, ieder zijns weegs, naar elkaars domein: de kunstenaar gevangen in een louter subjectivisme, de geleerde in knellend objectivisme. Bien étonnés de se trouver séparés.

Het wetenschapscentrum newMetropolis besloot beide menstypen eens nader tot elkaar te brengen onder het motto dat kunst en wetenschap producten van dezelfde cultuur zijn. Onder de titel Formule2 zijn zeven geleerden gekoppeld aan zeven kunstenaars om samen een werk te maken waaruit moet blijken of kunst en wetenschap elkaar kunnen inspireren.
Hebben kunst en wetenschap überhaupt iets met elkaar te maken? Een paar eeuwen terug was die vraag niet te beantwoorden geweest, omdat zij niet te stellen was: er was geen duidelijke scheiding tussen de muze van de astronomie en haar zusters. Alle negen ontsprongen immers aan dezelfde moeder, Mnemosyne, het geheugen. Na de scherpe scheiding tussen de schone kunsten en de toegepaste, verwijderde de kunst zich uit het theater van de kennis. In de vorige eeuw speelden kunstenaars dan ook geen relevante rol in de samenleving. De historische avant-garde trachtte later uit alle macht tot de maatschappelijke relevantie te komen die de wetenschap bezat, hetzij de technische wetenschappen, hetzij de psychologische en sociale wetenschappen. Deze pogingen zijn over het algemeen als mislukt beschouwd. Zand erover.
De invalshoek van Formule2 is een andere dan die van Constructivisten en Surrealisten, maar uit het afgelopen zaterdag gehouden symposium bleek dat geleerden geamuseerd en zelfs wel eens geïntrigeerd kunnen raken door de artistieke invalshoek. Van enige serieuze inspiratie zal echter nooit sprake zijn. Eens te meer bleken de posities van objectiviteit versus subjectiviteit onvervreemdbaar. Kunst was in de discussies teruggebracht tot het speelse element, de fantasie, de persoonlijke toets; wetenschap was en bleef het veld waar relevant onderzoek werd gepleegd, waaraan hooguit wat ethische moeren bij te stellen zijn, maar nooit esthetische.
Gespreksleider Cornel Bierens, zelf kunstenaar en criticus, merkte op een gegeven moment op dat hij de geleerden vousvoyeerde en de kunstenaars tutoyeerde. Hij leidde de gesprekken met de zeven duo’s met verve. Met iets te veel verve, want de interessantste opmerkingen vielen onder de zeis van de strak vastgehouden hypothese: verschillen kunstenaars en geleerden zoveel van elkaar of kunnen ze elkaar inspireren?
Het antwoord van deze middag luidt in ieder geval nee. De geleerden, niet verrassend een stuk vlotter gebekt dan hun tijdelijke partners, lieten daar in het algemeen geen twijfel over bestaan. Hoogleraar gedragswetenschap Gerard de Zeeuw verwoordde het kernachtig: ‘De inspiratie maakt het leuk, de transpiratie maakt het goed.’
De uitgenodigde kunstenaars waren allen al op de een of andere manier in wetenschap geïnteresseerd, dus had het weinig zin ze te vragen of ze nu tot een wetenschappelijke benadering van hun werk waren verleid. Een interessante begripsverwarring die helaas snel uit zicht verdween, ontstond toen kunst en natuur aan elkaar gelijkgesteld dreigden te worden: de afbeelding van een landschap viel heel even samen met het afgebeelde landschap.
Onopgemerkt, maar in het postmoderne tijdsgewricht even opmerkelijk, was het onderscheid dat kunstenaar Mike Tyler maakte tussen 'echt beeld’ en gesimuleerd beeld, hoewel hij met beide een afbeelding bedoelde. Dat wetenschap en kunst beide afbeeldingen zijn van de wereld ligt bij Formule2 erg voor de hand, maar de deelnemende beeldenmakers trokken zich liever terug op hun verschillende benaderingen. De kikkers zijn onverrichterzake naar hun respectievelijke woonplaatsen teruggekeerd.