«Onze» jongens en meisjes in Irak stemmen óók op de oppositie

De kille rekenaars van het CDA

Het CDA is er al lang uit: de Nederlandse militairen blijven in Irak. Alleen zeggen de christen-democraten dat niet openlijk. Ze willen liever een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. «Onze» jongens en meisjes in Irak stemmen immers óók op de oppositie.

Vraag een willekeurig CDA-kamerlid of de Nederlandse troepen na 1 juli in Irak moeten blijven en er komt een formeel antwoord in de eerste persoon meervoud. Dan heet het dat «onze fractie» daar nog geen standpunt over heeft ingenomen, dat «we wachten» op het kabinet dat vrijdag met een voorstel komt en dat het «voor ons» toch echt te vroeg is daar nu al op vooruit te lopen. Sommige CDA-kamerleden gaan zo ver in deze act dat het lijkt alsof ze pas gaan nadenken als ze de brief van het kabinet over Irak onder ogen krijgen.

Dat is allemaal spel. Het CDA zit niet lijdzaam af te wachten. De grootste regeringsfractie doet maar alsof omdat ze, als er gestemd moet worden over een verlenging van het mandaat, niet alleen de VVD en de LPF aan haar zijde wil vinden, maar liefst ook coalitiegenoot D66 en als het even kan zelfs de PvdA, de grootste oppositiepartij. Daarbij passen stille diplomatie en behoedzame manoeuvres beter dan onwrikbare stand punten, grote woorden of dreigementen.

Wat niet wil zeggen dat deze of gene CDA’er niet af en toe laat blijken hoe de christen-democraten denken over een verlengde aanwezigheid van Nederlandse manschappen in Irak. Zo zei defensiespecialist Roland Kortenhorst na een bezoek aan Camp Smitty: «Voor mij is het heel helder dat de militairen daar heel goed werk doen en dat de omstandig heden nog zo zijn dat ze hun werk goed kunnen doen.» De eerste Nederlandse dode was toen net gevallen. De vraag was of de Nederlandse manschappen nog wel iets kunnen betekenen voor de wederopbouw van Irak of dat ze door het geweld gedoemd zijn zich te verschansen in hun kamp. Want als dat laatste het geval is, heeft de Nederlandse aanwezigheid geen zin meer. Daarover is iedereen het eens. De boodschap van Kortenhorst was duidelijk: ja, het heeft zin.

Ook premier Balkenende heeft eigenlijk al onthuld hoe zijn partij over een verlenging van het mandaat denkt. Zondag deed hij een beroep op PvdA-leider Bos om over de grenzen heen te kijken. Maandag had de premier een onderhoud onder vier ogen met hem. In het EO-programma Knevel op zaterdag had Balkenende eerder geopperd dat het kabinet er al uit geweest had kunnen zijn als het alleen te maken zou hebben met het CDA en de VVD. Hij wilde zeggen: het is coalitiegenoot D66 die maakt dat we nog geen besluit hebben genomen, het CDA zit inhoudelijk op de lijn van de VVD. Over die lijn laat de VVD geen misverstand bestaan: Nederland moet in Irak blijven.

Maar waar VVD-minister van Defensie Kamp luid en duidelijk zegt desnoods alleen met de steun van het CDA, de kleine christelijke partijen en de LPF genoegen te nemen, wil het CDA liever niet dat slechts een kleine kamermeerderheid een zo ingrijpend besluit neemt. Al zegt het ook dat niet graag té stellig.

«De VVD heeft een andere manier van politiek bedrijven. Het CDA zendt geen troepen uit via de media», reageert CDA-woordvoerder Buitenlandse Zaken Henk Jan Ormel als hem de wijze van opereren van minister Kamp of VVD-woordvoerder Geert Wilders wordt voorgehouden. Na de dood van sergeant Steensma riep Wilders onmiddellijk dat «onze reflex eerder meer mensen en materieel zal zijn dan minder en weg». «Dat is voor mij Wilders-speak», zegt Ormel, «daar richt ik mij niet op.» Dus is het bij Ormel formeel dat «we streven naar een zo groot mogelijke meerderheid, al is het natuurlijk wel zo dat 75 plus één ook een meerderheid is». Zo houdt hij alle opties open, want PvdA en D66 moeten niet gaan denken dat het CDA ze er zo graag bij wil hebben dat ze hoge eisen kunnen stellen. «Ik ga me niet chantabel opstellen», waarschuwt Ormel.

Het CDA wil de traditie voortzetten dat er voor het uitzenden van Nederlandse troepen een breed draagvlak is in de Tweede Kamer. Dat is niet alleen omdat christen-democraten hechten aan tradities als zodanig. «Onder de twaalfhonderd mannen en vrouwen uit Nederland die in Irak zitten, zijn ook D66- en PvdA-kiezers», redeneert Ormel. Anders gezegd: het zou fijn zijn als die PvdA- en D66-stemmers ook door hun eigen partijen op een risicovolle missie worden gestuurd.

Het CDA manoeuvreert ook om andere redenen voorzichtig. Het is de partij er veel aan gelegen dat er geen besluit wordt genomen waarin de rest van Nederland zich niet herkent. Dat zou de toch al teruglopende populariteit van de partij verder doen dalen. In de wandelgangen wordt dan ook verheugd geconstateerd dat volgens de laatste opiniepeilingen een meerderheid van de bevolking nog steeds vindt dat de troepen in Irak hun werk moeten afmaken.

Dus zegt Ormel: «Ik hoop dat D66 en de PvdA het te nemen besluit zullen steunen en niet met wrok omzien naar de dingen die fout zijn gegaan in Irak.» Waarmee hij lijkt te zeggen: niet meer aankomen met de kritiek dat er geen massavernietigingswapens zijn gevonden, wat toch hét argument was voor de Amerikanen en met name de Britten om Irak binnen te vallen. Ook niet zeggen dat de oorlog tegen het terrorisme, eveneens een reden om Saddam Hoessein te verdrijven, juist terreur heeft uitgelokt waardoor er na het uitroepen van de overwinning meer Amerikaanse doden zijn gevallen dan tijdens de «formele» strijd. En ook niet eraan herinneren dat de coalitie democratie en mensenrechten had beloofd en dat dit na de foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis ongeloofwaardiger is geworden. Het gaat om de toekomst. «Achteraf weten we altijd alles beter», aldus Ormel. «De Kamer is nu niet bezig met een historisch onderzoek. We staan voor een nieuwe afweging. Als je roept dat we weg moeten, moeten we ons ook de vraag stellen: wat gebeurt er dan?»

CDA-kamerlid Liesbeth Spies kijkt ook liever vooruit. De mishandelingen door de Amerikanen? Verwerpelijk, maar ze hoopt dat het incidenten waren: «Ik ben er nog steeds van overtuigd dat het goed is dat Saddam Hoessein weg is. Er zijn belangrijke stappen genomen: er is een interim-regering, er komen verkiezingen en er wordt gewerkt aan een grondwet.»

Over de doden die onder de Iraakse bevolking zijn gevallen, wordt niet gerept bij het CDA. Op het sneuvelen van sergeant Steensma reageert Spies: «Het overlijden van één militair, hoe triest ook, mag niet de reden zijn ineens anders te besluiten. Nut en noodzaak van de missie in Irak zijn daardoor niet anders geworden. Ik laat me niet verleiden tot het noemen van aantallen doden voordat Nederland wél weggaat. Want zou 149 nog wél aanvaardbaar zijn en 150 ineens niet meer?»

Een kille manier om met het Irak-dossier om te gaan? Nee, aldus Spies: «Steensma laat kinderen achter die ongeveer even oud zijn als de mijne. Dat soort zaken probeer ik heel concreet tot me door te laten dringen. Ik lig er ’s nachts niet van te woelen, slapen doe ik goed, maar het zijn wel zaken waar ik aan denk als ik onder de douche sta of net in bed lig. Hoe zwaar ook, het ontslaat me niet van de plicht om als kamerlid een besluit te nemen over een verlenging van de missie.» Vorig jaar, toen het kabinet de uitzending de eerste keer voorlegde aan de Kamer, dacht ze: ja, Spies, daar sta je dan met je goede bedoelingen: «Toen voelde ik mijn verantwoordelijkheid als kamerlid heel nadrukkelijk. Daarom gaan we bij ons in de fractie ook niet over één nacht ijs.»

Dat het besluit door een paar CDA-ministers, invloedrijke oudgedienden en fractieleider Maxime Verhagen voorgekookt zou zijn, weerspreken CDA-kamerleden dan ook. Telkens als er iets bijzonders gebeurt in Irak, wordt er in de fractie over gepraat. En wordt collega Aart Mosterd, die deel uitmaakte van de commissie die onderzoek deed naar Srebrenica, gevraagd of in Irak patronen herkenbaar zijn die aan de moslimenclave doen denken. «Er wordt enorm meegedacht door de fractie», vindt Ormel. «Als het over biotechnologie gaat, nemen mijn collega’s veel sneller aan wat ik vind dan bij het Irak-dossier.»

De brief van het kabinet over Irak zal in de CDA-fractie dan ook geen hamerstuk zijn. Op hoofdlijnen mag het standpunt zich aftekenen, over de details bestaan nog menings verschillen. Zo wil Ormel dat er na een nieuwe periode van zes maanden opnieuw beslist wordt over een volgende termijn. Spies vindt dat het mandaat een einddatum moet hebben. Acht maanden, dan is het mooi geweest: «Dan heeft een klein land als Nederland naar eer en geweten zijn bijdrage geleverd.» In de wandelgangen krijgt Spies daarvoor steun van partijgenoten.

Iedereen lijkt zo langzamerhand mee te denken. Ook de éminences grises uit de partij. «We bespreken dit dossier met de partij commissie Buitenland. Daarin zitten oud-ministers als Hans van den Broek en Piet Bukman. Natuurlijk beïnvloeden zij ons», vertelt Ormel. Maar het meedenken wordt toch vooral op prijs gesteld als het gaat richting verlenging. Dat voormalig premier Van Agt in de media de inval in Irak veroordeelt en daarom vindt dat Nederland helemaal niet naar Irak had moeten gaan, wordt minder op prijs gesteld. «Het primaat ligt bij de Tweede Kamer, niet bij Van Agt», aldus Ormel. «Wij bedrijven geen politiek met behulp van de megafoon. Bij megafoons denk ik altijd: hoe harder je roept, hoe meer het geluid gaat rondzingen en niemand het meer verstaat.»