Verkiezingen in Zuid-Afrika

‘De kinderen spelen. Maar ma is dronken’

Het ANC-tijdperk loopt na een kwart eeuw op zijn einde. In grote delen van Zuid-Afrika is de bevolking tegen de wantoestanden in opstand gekomen. Achter alle woede werpen machteloosheid en uitzichtloosheid lange schaduwen. Ook in Smithville gingen de bewoners herhaaldelijk de straat op.

Die Langeman se winkel in Smithville, Zuid-Afrika. 2 april 2019

As een omgevallen zandloper stevent Zuid-Afrika af op de nationale en provinciale verkiezingen van 8 mei. De ene kant heeft korrels met fraaie kleuren, aan het andere einde zijn ze dof, grijsbruin. Heel af en toe wordt het instrument moeizaam opgetild, zodat er wat korrels rollen. Maar de meeste blijven waar ze waren. Het Westkaapse dorp Barrydale is het ultieme voorbeeld van zo’n zandloper, strikt gescheiden in sociale, economische en planologische zin. Maar niet hopeloos.

Barrydale met zijn ruim vierduizend inwoners (volgens de telling van 2011 waren het er 4156) ligt naast de toeristische Route 62 in het dal waar de Langeberge ophouden en de droge Klein Karoo begint. De fraaie ligging verhult iets typisch Zuid-Afrikaans: dit is een gedrocht. Het is van een negentiende-eeuws christelijk boerendorp veranderd in een plek voor goed opgeleide, excentrieke witten die zijn ontsnapt uit de stedelijke chaos en laagopgeleide bruinen die hier nooit zullen wegkomen – vluchtelingen en gevangenen, tot elkaar veroordeeld.

Stel, je bent een welgestelde bezoeker en je logeert in het door twee Duitse vijftigers gerunde guesthouse Sorgvry met zijn perfect onderhouden binnentuin. De goedkoopste kamer, die met al die glimmende paarse kussens op bed, kost 75 euro. Je zet je aan een ontbijt van eieren, toast, yoghurt, muesli, fruit en rooibosthee en staart naar buiten. Er lopen mensen voorbij, magere, armoedig geklede bruine mensen, op weg naar de dorpskern, die een straat verderop begint en bohemian chic uitstraalt met zijn Art Hotel, Magpie Gallery, House of Books, het artistieke trefpunt The Hub en het smaakvolle restaurant Mez Karoo Kitchen.

De magere, armoedig geklede mensen zijn op weg naar hun werk, denk je. Of, zo blijkt als je wat later het dorp verkent, om rond te hangen bij de drankwinkel, waar ze hun zojuist uit de geldautomaat getrokken maandelijkse uitkering inruilen voor plastic vijf-literflessen met bocht, de goedkoopste en smerigste wijn die er bestaat, maar uitermate geschikt voor een tijdelijke verdoving.

’s Middags, als je in Sorgvry aan de thee zit, zie je ze teruglopen, in sommige gevallen wankelen, over een lange weg die naar een lage heuvelrug voert. Als we aan de zandloper denken, dan is die lange weg de versmalling, de verbinding tussen de twee reservoirs. Dan verdwijnen ze uit het zicht. Wat zich achter die heuvel afspeelt, daar kun je slechts naar gissen. Waarschijnlijk zijn er huizen, en ongetwijfeld zijn die alleen bestemd voor bruine mensen, want dat zijn de enigen die je die kant op ziet gaan. Maar hoe ver die nederzetting is, hoe die eruitziet, hoe groot die is, dat blijft allemaal verborgen.

De weg naar de heuvel heet Tinley Street. De blauwe ‘Bring Change’-verkiezingsposters van de grootste oppositiepartij, de liberale Democratic Alliance (DA), maken langzaam plaats voor de gele van de regeringspartij anc met de tekst ‘Saam sal ons Suid-Afrika laat groei’. Vanaf de heuveltop zie je de township. De officiële naam is Smithville. De door de bewoners verzonnen bijnaam is veel gevatter: ‘Steek my weg’. Het is een cirkelvormige wijk, zo’n 750 huisjes, waar een geschatte vierduizend mensen wonen. Het eerste gebouw is de B.F. Oosthuizen Primêre Skool. Verderop is Die Langman se Winkel, een zogenaamde spaza shop, een mini-kruidenier waar Coca-Cola, zeep, thee en andere basisbehoeften worden verkocht. Er zijn nog een paar van dergelijke spaza’s. Dat is het zo ongeveer wat betreft economische activiteiten.

Smithville is het eindpunt van Tinley Street. Achter de township, aan de voet van massieve bergwanden, liggen boerderijen, die van oudsher de belangrijkste werkgevers voor Smithville waren. Maar sinds de invoering van een minimumloon (220 euro per maand) en de toenemende mechanisatie is er steeds minder vraag naar arbeid. Tegenwoordig werken er nog maar een paar honderd mensen uit Smithville als seizoensarbeiders op het land. Barrydale heeft geen industrieën en er wordt nauwelijks gebouwd. Werkgelegenheid vind je bij de paar gemeentelijke instellingen (postkantoor, politie, bibliotheek), een dozijn winkels, de restaurants, de guesthouses, of als schoonmaakster of tuinman. Dergelijke baantjes zijn slechts weggelegd voor de happy few die hun middelbare school hebben afgemaakt en redelijk Engels spreken.

En de rest? ‘Zo’n zeventig procent van de mensen hier is afhankelijk van uitkeringen’, zegt de lokale anc-leider John Nortjie (69), die hier in 1990 een branch van het anc opzette, kort nadat het verbod op de partij was opgeheven. Zeven jaar later werd deze man met een stem waar Tom Waits jaloers op zou zijn burgemeester van Barrydale. Maar de invloed van het anc slonk aanzienlijk toen het dorp in 2000 onderdeel werd van de gemeente Swellendam, met een administratief centrum bijna vijftig kilometer verderop, aan de andere kant van de Langeberge. Dankzij die ingreep heeft de DA nu de meerderheid in de raad. En dat had volgens Nortjie kwalijke gevolgen voor Barrydale, dat in zijn ogen door de DA werd ‘gestraft’ voor de anc-loyaliteit. ‘Alle ontwikkeling vindt plaats in [het stadje] Swellendam. Daar wordt het geld uitgegeven. Barrydale interesseert ze niks’, zegt Nortjie en somt de problemen van Smithville op: geen werk, geen direct profijt van het toerisme, onverharde wegen, huizentekort (625 gezinnen wachten op een woning), alcohol, drugs.

Toen Nortjie hier zijn anc-branch oprichtte was zijn partij ‘de bevrijdingspartij’, die ‘een beter leven voor iedereen’ beloofde. Maar in de afgelopen negen jaar onder president Jacob Zuma is het anc in elkaar bitter bestrijdende facties uiteengevallen en heeft door een lange reeks schandalen onafzienbare schade aangericht. Nortjie heeft veel uit te leggen als hij en zijn team huis-aan-huis de mensen ervan proberen te overtuigen om toch maar weer op ‘de partij van Mandela’ te stemmen. Vijandige blikken en boze vragen. Vooral over de gigantische corruptie onder Zuma. En over de verregaande pogingen tot staatsinkapseling door een Indiase zakenfamilie. Hoe was dat mogelijk, willen de mensen weten. En over de energiecrisis, die ertoe leidde dat de stroom in het hele land soms urenlang was afgesloten. Vragen ook over de anc-kieslijst, waar alle namen van die vermeende fraudeurs, wanbestuurders en leugenaars gewoon weer op voorkomen. Nortjie kiest dan voor mea culpa. ‘We vertellen de mensen de waarheid’, zegt hij. ‘Je kunt niet anders. Corruptie maakt dit land kapot. Het is tijdens Zuma begonnen. De mensen hier willen vooral zien dat Zuma achter slot en grendel verdwijnt.’

‘Corruptie maakt dit land kapot. Het is tijdens Zuma begonnen. De mensen hier willen vooral zien dat Zuma achter slot en grendel verdwijnt’

Nortjie piekert er niet over om het anc de rug toe te keren. ‘Pas als ik voorgoed mijn ogen sluit’, gromt hij, en komt met de verworvenheden van zijn partij. ‘Toen ik naar Smithville kwam waren er maar 94 huizen, geen elektriciteit en emmertoiletten. Inmiddels zijn er ongeveer 750 huizen, 94 procent daarvan heeft elektriciteit en slechts in enkele huizen wordt het emmersysteem nog gebruikt.’ Hij heeft alle vertrouwen in de nieuwe president Cyril Ramaphosa, die drie commissies heeft ingesteld die de aantijgingen over corruptie, staatsinkapseling en de leegroof van staatsbedrijven moeten onderzoeken. Nortjie hoopt dat het anc zestig procent van de stemmen krijgt (in 2004 was het 69,69 procent; onder Zuma zakte het naar 62,15 procent), en dat ze de Westkaap-provincie zullen terugpakken van de DA.

In grote delen van Zuid-Afrika is de bevolking tegen de wantoestanden in opstand gekomen. De doorgaans gebruikte term service delivery protests dekt de lading niet. Achter de woede over uitblijvende dienstverlening werpen machteloosheid en uitzichtloosheid lange schaduwen. Ook in Smithville gingen de bewoners herhaaldelijk de straat op. ‘In 2016 nog’, zegt het andere anc-raadslid, Amanda Swart, in een zuurstokroze huisje met een lekkend dak. ‘Toen verdwenen we met elf vrouwen in Swellendam in de gevangenis.’ Swart groeide op als kind van landarbeiders. Op jonge leeftijd raakte ze zwanger, waardoor ze haar school niet afmaakte. Ze vond werk als inpakster van groente en fruit. ‘Daar leerde ik het verschil tussen goed en kwaad. We werkten voor een witte kerel die de pick-uptruck reed. Naast hem waren lege stoelen. En wij moesten altijd met z’n allen achter in de open laadbak. Toen het op een dag hard regende zei ik: dit kan niet. Ik ging op de stoel naast hem zitten…’

Verkiezingsposters in Barrydale, Zuid-Afrika. 1 april 2019

Swart is inmiddels 52, en heeft er bijna 25 jaar politiek op zitten. Tijdens de gemeenteraadszittingen trekt ze nog altijd fel van leer. ‘Ik kan heel hardegat (compromisloos) zijn als ik nonsens tegenkom’, zegt ze. Maar na al die jaren, al die herhaling van zetten, het gebrek aan resultaat, lijkt de magie van de onbevreesde selfmade politicus uitgewerkt. Hier en daar klinken geluiden dat Nortjie en Swart slechts voor eigen gewin in de politiek blijven. Als raadslid verdien je zo’n 1250 euro per maand, in Smithville een klein fortuin.

Het anc-tijdperk loopt na een kwart eeuw op zijn einde. Zo heeft zelfs Smithville inmiddels een vertegenwoordiger van de radicale, populistische Economic Freedom Fighters die vooral bij jongeren weerklank vinden met slogans als ‘Our land and jobs now!’ En bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2016 kwam de DA hier slechts 48 stemmen te kort voor de overwinning. ‘Dit jaar gaan we ze voorbij’, voorspelt Michael Pokwas, een ex-politieman en dominee die zich in 2011 bij de DA aansloot omdat die partij voor ‘eerlijkheid en rechtvaardigheid’ staat. Sinds 2016 is Pokwas gemeenteraadslid en adjunct-burgemeester van de gemeente Swellendam. Vraag hem naar de belangrijkste problemen en hij ratelt hetzelfde lijstje af als Nortjie en Swart: werk, huizen, wegen, verslaving. Maar de vijftigjarige Pokwas heeft een bredere visie. Zo maakt hij zich grote zorgen over de schooluitvallers, die hij na lang onderhandelen hoopt onder te brengen bij een technische school 160 kilometer verderop. Ook tracht hij de mensen ervan te doordringen dat de afhankelijkheid van uitkeringen een doodlopende weg is, een middel van het anc om de kiezers aan zich te binden. Ondernemerszin, daar gaat het om, zegt hij. En hij heeft daad bij woord gevoegd door een restaurant/guesthouse te openen in Smithville, rekenend op reizigers die voorbij de heuvel willen kijken.

De DA lijkt ook beter georganiseerd dan het anc. De partij heeft in de hoofdstraat van Barrydale een eigen kantoor. ‘Ik stel hier twee jongeren te werk, steeds voor drie maanden, zodat ze ervaring kunnen opdoen’, zegt Pokwas. Hij weet het, het zijn muizenpasjes. Maar het is een begin. En hij heeft meer plannen, vervolgt hij glunderend. Hij gaat permanent en betaald iemand aanstellen die hem schaduwt en zo in de praktijk leert wat het werk van een politicus inhoudt. ‘Toen ik begon en al die notulen en wetsontwerpen moest lezen en vergaderingen moest leiden had ik daar geen enkele ervaring in.’ Met andere woorden, Pokwas wil een opvolger klaarstomen die beter gepokt en gemazeld is dan hij en Swart en Nortjie. Iemand die zich niet in de luren laat leggen door die uitgekookte witte politici in Swellendam, die dankzij hun onderwijs en ervaring de vloer aanvegen met hun collega’s uit de armoedige townships.

Tekenen van hoop, van verandering, van optimisme. En er is meer.

Niet ver van het roze woninkje van Swart huist Net vir Pret (puur voor de lol), de thuisbasis van een organisatie die sinds 2004 probeert de jongeren van Smithville en de omringende boerderijen een minder treurig toekomstperspectief te bieden. Drijvende kracht achter het project is de 54-jarige Peter Takelo, die bijna dertig jaar geleden naar Smithville kwam. ‘Onze lezing was: er zijn hier afgezien van de school geen mogelijkheden voor de kinderen’, zegt hij. ‘Sommige kinderen hebben het thuis zwaar, met aan alcohol verslaafde ouders. Ze komen hier voor affectie en plezier.’ Dat vinden ze in de naschoolse programma’s, vakantieprogramma’s en lokale werkplekken voor schooluitvallers. Een korte rondgang door de vele vertrekken van het hoofdkwartier maakt duidelijk waar de teams mee bezig zijn. Er zijn onder meer kunstprojecten, muziekprojecten, computerprojecten en zelfs seksuele voorlichting om tienerzwangerschap te voorkomen. Ook helpt Net vir Pret talentvolle jongeren met het invullen van de aanvragen voor studiebeurzen. ‘We bezoeken de scholen en waarschuwen de eindexamenkandidaten dat ze zich op tijd moeten inschrijven’, zegt Takelo. Met een Net vir Pret-busje worden zij die zijn toegelaten dan bij de opening van het academische jaar naar de universiteit of technische hogeschool in Kaapstad gebracht, 250 kilometer verderop. In een van de vertrekken hangen foto’s van trotse afgestudeerden. ‘Dat maakt me heel blij’, zegt Takelo. ‘Zonder Net vir Pret zouden die kids verloren zijn.’

Deels lijkt het op een initiatief dat je ook elders kunt tegenkomen, zolang er maar gedreven mensen zijn. Maar Net vir Pret is anders. Zo is er de identiteitskwestie. Veel inwoners van Smithville hebben wortels in het Khoi-volk, samen met de San de oorspronkelijke inwoners van Zuid-Afrika. Ze werden deels uitgemoord, en de overgeblevenen werden onder apartheid geclassificeerd als ‘kleurlingen’, een restgroep waar ook mensen van gemengd ras en afstammelingen van de slaven toe behoren. Hun taal, cultuur en geschiedenis werden grotendeels uitgewist. Onder het anc dat een zwart nationalistische koers vaart veranderde er weinig. Op officiële formulieren is onder het kopje ‘ras’ nog steeds geen optie ‘Khoi’. En de unieke taal met zijn klikgeluiden behoort niet tot de elf officiële talen.

‘Het zou goed zijn als de politieke partijen allemaal werden opgeheven en het land werd bestuurd door een Raad van Competente Mensen’

‘Ik ben een Khoi’, zegt Takelo. ‘Ik ben de chief van deze streek. We vechten voor onze identiteit. Ik leer de kinderen om trots te zijn op onze cultuur.’ Die kinderen spelen nu traditionele muziek in een blikkies band en leren de rieldans, een eeuwenoude Khoi-dans, met flitsend voetenwerk. ‘We hebben nu al achttien rieldansgroepen hier’, telt Takelo. De Khoi-cultuur is voor Takelo en de zijnen het alternatief voor de politiek. ‘Die partijen, de DA, de anc en nu ook eff, komen hier campagne voeren en beloven van alles. Maar politiek maakt de gemeenschap kapot, het zet mensen tegen elkaar op. Ik ga niet stemmen. Ze kunnen al die beloften toch niet waarmaken.’

Net vir Pret is ook het sociale verbindingskanaal tussen dorp en township. Dat begon tien jaar geleden met de Barrydale Puppet Parade and Performance, een kleurrijk evenement dat werd opgezet met hulp van de Handspring Puppet Company uit Kaapstad, bekend van hun werk met kunstenaar William Kentridge. De Kapenaren hielpen met het vervaardigen van enorme poppen die op Verzoeningsdag (16 december) werden gebruikt voor een eigenzinnige processie, geleid door de kinderen van Net vir Pret. Twee groepen reuzenpoppen namen deel, de ene vertrok vanuit het dorp, de andere vanuit Smithville. Ze ontmoetten elkaar op de heuvel, waar op het sportterrein voor een publiek uit beide delen van Barrydale een theatervoorstelling plaatsvond.

Na zeven jaar trok de Handspring Puppet Company de handen grotendeels af van het project, omdat ze vonden dat Barrydale het nu zelf kon. Dat bleek waar. Het afgelopen jaar had het spektakel als thema het met uitsterven bedreigde riviervisje rooivin, dat alleen bij Barrydale voorkomt. De nakende verdwijning van deze voorn werkt prachtig als metafoor: identiteit (vis = Khoi), milieu, klimaatverandering en de hebzucht van de witte boeren die volgens de activisten veel te veel water uit de rivier pompen, waardoor die hier en daar droogvalt. De show kreeg daarna een vervolg in de Eco Warriors, die gezamenlijk de rivier schoonmaken en de troep in het dorp opruimen. ‘We zijn nu met een man of vijftig, jong en oud, van beide kanten van Barrydale. Zo herover je de zeggenschap over je gemeenschap’, zegt Takelo.

Peter Takelo. 2 april 2019

Als Net vir Pret het anker in Smithville is, dan is de Magpie Gallery dat in het dorp. De galerie wordt gerund door vier mannen die geen geheim maken van hun homoseksualiteit. ‘We zijn vier queens die samenwerken. Ik ben de admin-queen, ik beheer de galerie’, zegt Shane Petzer, voormalig sekswerker, hiv-positief, Quaker-predikant en activist. De galerie specialiseert zich in kunst die wordt vervaardigd uit afval. De enorme kroonluchters, met verknipte plastic flessen, kralen en Coca-Cola-doppen, baarden opzien en vonden dankzij een Amerikaanse galerie zelfs hun weg naar het Witte Huis toen Barack en Michelle Obama dat in 2009 betrokken. ‘Ik heb uit goede bron vernomen dat ze na de verkiezingen van 2016 met de Obama’s zijn meeverhuisd’, zegt Petzer, opgelucht.

Het Magpie Gallery-viertal kwam in 2007 naar Barrydale omdat Kaapstad te druk en te crimineel werd. Barrydale stond bekend als excentriek en homovriendelijk, niet in het minst dankzij het Art Hotel dat als een van de eerste in Zuid-Afrika plaats bood aan homostellen. Petzer raakte als aidsactivist al snel betrokken bij de gemeenschap. Zijn directheid en engagement leverden hem respect op. Toen de mensen uit Smithville in 2013 weer eens woedend de straat op gingen en dreigden de boel in de hens te steken bleef Petzer gewoon voor de open deuren van de galerie staan en zwaaide naar de demonstranten, die opgetogen terugzwaaiden en riepen: ‘Shane steunt ons! Shane steunt ons!’

‘Mensen vragen vaak: hoe verhouden vier homoseksuele mannen die dure kunst verkopen zich tot dit dorp? Mijn antwoord is: integriteit, eerlijkheid en een relatie met de gemeenschap. Je kunt in Zuid-Afrika geen business runnen zonder samenwerking met dat andere deel’, zegt hij. Die samenwerking uit zich in de mede-organisatie van de jaarlijkse poppenprocessie. Daarnaast is Petzer nauw betrokken bij de Eco Warriors en de ‘red de rooivin’-beweging – kleine, maar belangrijke gestes die bijdragen tot wederzijds vertrouwen. Veel van de alternatieve zelfstandigen in het dorp, zoals The Hub en Mez Karoo Kitchen, doen iets dergelijks, gericht op het oprichten van de zandloper.

Het is een taai gevecht. Want tegelijkertijd vinden er ontwikkelingen plaats die de toenadering tegenwerken. Met de groei van het drugsprobleem in Smithville is ook de misdaad toegenomen. En dat heeft geleid tot het opzetten van een witte buurtwacht, die eind vorig jaar officieel werd geregistreerd. ‘Er was een tijd dat je hier je deuren niet op slot hoefde te doen’, zegt de zeventigjarige Rod Rooke, een van de drijvende krachten achter de avondlijke patrouilles. ‘Sommige mensen geloven nog in die droom. Maar er is hier volop kleine criminaliteit.’ De volgende dag meldt een Facebook-groep dat er is ingebroken bij een auto van twee vrouwen die een bergwandeling maakten. De misdaad wordt vaak in verband gebracht met armoede en kansloosheid. Rooke schudt zijn hoofd. ‘Je moet oorzaken niet verwarren met excuses’, zegt hij. Dan: ‘Maar wat in dit land is gebeurd is een absolute tragedie. Het zou goed zijn als de politieke partijen allemaal werden opgeheven en het land werd bestuurd door een Raad van Competente Mensen.’

En dan is er het derde element van Barrydale, de boeren, onregelmatig verspreid over de omgeving, soms tientallen kilometers ver weg. ’s Avonds kun je ze met een brandy & coke vinden in de Bistro Blues, en als ze overdag in Barrydale zijn drinken ze koffie in The Country Pumpkin. Daar treffen we de 58-jarige veeboer Ben Mills, een stevige man met een geblokt overhemd dat strak om zijn buik spant, kort stug haar en een flinke baard. Maar Mills voldoet niet aan het in de media zo populaire stereotype van de Zuid-Afrikaanse boer: de botte racist. Bijna twee uur lang praat hij onafgebroken – vooral over zijn zorgen en twijfels.

Van jongs af aan was hij tegen apartheid en hij haat het concept van witte superioriteit. Zijn vormingsjaren was zijn tijd in de 7de Infanterie Divisie van het Zuid-Afrikaanse leger dat in de jaren tachtig diep in Angola de door Cuba gesteunde ‘communisten’ bestreed. De strijd, de wapens, ze hebben hun sporen nagelaten bij Mills: behalve in de landbouw zit hij ook in de beveiligingsbusiness. ‘Ik ben een beschermer. Zo ben ik geboren’, zegt hij grinnikend. Op de websitefoto’s van zijn bedrijf in Stellenbosch ogen de in het zwart gehulde bewakers alsof ze tot een paramilitaire organisatie behoren. Harde jongens, zegt hij, die niet bang zijn om te schieten als dat nodig is. ‘Goed getraind. Een van hen was lijfwacht van Thatcher. Veel Congolezen ook.’

Zo’n beveiligingsbedrijf is ook een soort verzekering voor het geval het mis gaat in het land, geeft hij toe. Veel Zuid-Afrikaanse boeren zijn uiterst bezorgd over de politieke situatie, met name over de aanvallen op boerderijen, de landbezettingen en de aangekondigde ‘grondonteigening zonder compensatie’. Sommigen hebben zich aangesloten bij een groep die zich Suidlanders noemt en die zich voorbereidt op de Apocalyps, compleet met noodplannen voor evacuatie en overlevingsstrategieën. ‘Ik ken hun materiaal’, zegt Mills. ‘Sommige dingen zijn goed.’ Maar hij ziet gewapende strijd niet als oplossing. ‘We moeten praten. We zijn een volwassen land.’

Maar Mills maakt zich zorgen. Over het anc en de corruptie. Over het gebrek aan onderwijs waardoor veel jongeren in de criminaliteit verzeild raken. ‘Ben je in Smithville geweest? Dan zie je de kinderen heel leuk spelen. Maar ma is dronken.’ Over het probleem dat zwart niet naar wit advies wil luisteren. Over de mensen die hij heeft moeten wegsturen; vroeger woonden er twintig families op zijn land, nu nog maar vijf. Over zijn Zimbabwaanse werknemer die na drie jaar trouwe dienst ineens ging stelen en met de buit verdween. Over het plunderen van de staatsbedrijven door politici en hun trawanten. ‘Ik haat ze niet. Maar ik haat wel de manier waarop ze besturen’, zegt hij over de anc-regering. ‘We hebben een leider nodig die de mensen samenbrengt, zoals Mandela dat deed. We moeten vergeten dat de een wit is en de ander zwart.’ Jazeker, hij gaat stemmen. Nee, niet op de partijen die zich opwerpen als beschermers van wit. ‘Die zitten vast in het idee van “ik ben wit, en daarom superieur”. Je kunt het grootste deel van het land niet buitensluiten’, zegt hij, en gebaart in de verte, naar Smithville, onzichtbaar achter de heuvel.