De kindermoord op elco brinkman

Eindelijk is het zo ver: de Nederlandse politiek is ‘veramerikaniseerd’, zoals het hier en daar zorgelijk wordt uitgedrukt. In plaats van het traditionele suffe ritueel van handenschuddende heren in regenjassen voor fabriekspoorten is de campagne ‘94 uitgegroeid tot een daverend mediaspektakel, met de politieke kindermoord van Ruud Lubbers op Elco Brinkman als voorlopig hoogtepunt. 'De Icarus van het CDA’ is momenteel de eenzaamste man op aarde. Verraden door zijn vrienden en bondgenoten trekt hij busgewijs door het land; wat was bedoeld als een eerste zegetocht voor de nieuwe premier lijkt veranderd in een premature afscheidstournee.

Met de blik van een konijn dat op de snelweg in de lichtbundels van een aanstormende vrachtwagen gevangen staat, probeert de CDA-lijsttrekker nog iets van kalmte te suggereren, maar uit de beschrijvingen in de pers komt toch meedogenloos het beeld naar voren van een man wiens wereld volkomen is ingestort. Een campagnebericht in NRC Handelsblad van maandag 18 april maakt melding van een bizarre vreugdedans van de CDA-lijsttrekker tijdens een boottocht naar Terschelling, nadat KRO-voorzitter Braks ter plekke had medegedeeld dat hij ondanks de Reporter-uitzending achter Brinkman staat. Natuurlijk niets anders dan een judaskus van de KRO-voorzitter, en de NRC-verslaggever registreert dan ook met enige verbazing dat Brinkman ‘bij die woorden begint te springen, met zijn hoofd te schudden en grimassen te trekken. “Lubbers staat achter me”, roept hij. “Lubbers staat achter me”.’ Het is de hybris van een man die de bel heeft horen luiden en weet dat het voor hem is bedoeld, maar die kennis tegen beter weten in probeert te overschreeuwen.
Nu hij als een bang dier tijdens een massale drijfjacht door de politieke jungle raust, is het voor iedereen met nog een beetje christelijke naastenliefde in zijn donder (maar daar zijn er niet veel meer van over in Den Haag en omstreken) bijna onvermijdelijk om niet een beetje medelijden te krijgen met Elco Brinkman. Eigenlijk heeft de gewraakte KRO-uitzending hem een menselijker gezicht gegeven. Bestond er voordien toch vooral het imago van een hyperambitieuze maar bijna steriele ambtenarenyup wiens carriereplanning al ergens sinds de kleuterschool leek uitgestippeld, nu hebben we plotseling te maken met man van vlees en bloed, die een zware tol moet betalen voor kleine aardse pleziertjes als een flatje bij het strand en alcoholdoordesemde vossejachten, zoals zijn Scherpenzeelse suikeroom Arie Valkenburg hem die in ruil voor een klinkende naam op zijn lijst van commissarissen deed toekomen. Plotseling is Brinkman ein Mensch in plaats van een kille onberispelijke corpsbal uit de WVC-stal. Als zijn campagnestaf genoeg tegenwoordigheid van geest heeft, is het zelfs wellicht mogelijk goudgaren te spinnen bij Arscop-gate. Daarbij zou dan vooral moeten worden gekeken naar de manier waarop Bill Clinton de tegen hem gelanceerde overspelschandalen wist om te buigen tot een electorale sympathie-katalysator. Terwijl het Republikeinse kamp ervan uitging dat niemand een president wilde hebben die als een bronstige baviaan alles besprong wat zijn weg kruiste, werd Clinton juist dank zij die schandalen in de ogen van de kiezers een man met wie men zich gaarne identificeerde, veruit te prefereren boven de volkomen seksloze bureaucraat Bush. Het is een werkwijze die Ruud Lubbers in een grijs verleden ook met succes toepaste toen hij werd geconfronteerd met de Hollandia Kloos-affaire. In plaats van hem te verguizen begonnen de kiezers de lepe zakkenvuller te bewonderen, en na een tijdje kraaide niemand meer naar het aandelenpakket van de premier. De tactiek die Brinkman tot nu toe volgt, die van de totale ontkenning van het bestaan van een schandaal, staat daar geheel haaks op, maar kan toch onmogelijk tot het bittere einde worden volgehouden.
Hoewel een regering zonder het CDA puur uit het oogpunt van een historisch verankerd vendetta-gevoel nog steeds iets is om ’s nachts verlekkerd van te dromen, is een klein herstel voor Elco Brinkman hem van harte gegund. Niet zozeer omdat hij het persoonlijk verdient, maar omdat zijn tegenstanders op deze manier veel te makkelijk weg dreigen te komen. De overwinningsroes waarin bijvoorbeeld de sociaal-democraten dezer dagen beginnen te verkeren (ondanks een vrije val van een zeteltje of zeventien) is bijna afzichtelijk. Het is alsof het voetbalteam dat de hele wedstrijd lang met z'n elven op de eigen doellijn samengeklonterd heeft gestaan, toch aan de haal gaat met de overwinning. De PvdA verdient het gewoon niet om zo weg te komen, zeker niet in het licht van de jongste gooi naar de gunst van de paranoia-stem die Aad Kosto afgelopen week deed met zijn volkomen van de pot gerukte verhaal over 'een stadsburgeroorlog in de steden’ die op grond van etnische verschillen gaande zou zijn. Met de zeven zetels waarop Janmaat c.s. momenteel ingeroosterd staan, hebben we dit soort sociaal-democraten niet meer nodig.
Hans van Mierlo en Frits Bolkestein verdienen al evenmin een electoraal opkontje over het politieke lijk van Elco Brinkman. De wijze waarop D66 het referendum weer eens opgraaft als blijk van bestuurlijke vernieuwingsdrift (het volk mag overal over worden geraadpleegd, uitgezonderd de staatsbegroting en de positie van het koningshuis) spreekt weer eens boekdelen over de halfslachtigheid in die kringen. En met zijn pleidooi voor christelijke waarden bij de VVD heeft Bolkestein zich nu ook wel definitief gedeklasseerd als liberaal denker - de VVD-leider lijkt zich vooral te hebben vastgebeten in een rol als organisator van de nieuwe kruistochten tegen de muzelmannen. Maar bovenal is een klein herstel voor Elco Brinkman noodzakelijk om de boze paapse geesten in zijn eigen partij terug in de fles te krijgen. Nu bewezen is dat Hirsch Ballin wel degelijk op de hoogte was van de totstandkoming van de KRO-uitzending en Lubbers zijn kroonprins zo opzichtig heeft laten vallen, moet er wel worden uitgegaan van een intern CDA-complot tegen de protestantse polderjongen. De in dit blad al enige maanden geleden gesignaleerde tactische bewegingen voor een rentree van Ruud Lubbers als premier, komen tot een dramatisch hoogtepunt. Indien die opzet slaagt, is dit land als democratie definitief verloren.