Op de grens tussen Venezuela en Colombia

De kip is op

De ruzie tussen Chávez en Uribe is bijgelegd. Maar op de grens tussen hun landen, Venezuela en Colombia, is de spanning nog voelbaar. Rebellen, smokkelaars en vluchtelingen bepalen de sfeer.

Tussen de leiders van Venezuela en Colombia leek lange tijd een vreemd soort verstandshuwelijk te bestaan. Hugo Chávez en Álvaro Uribe waren ondanks hun grote politieke verschillen geregeld schouderkloppend in Zuid-Amerika te zien. Dat huwelijk is voorbij. Aanleiding voor de ruzie was de goeddeels mislukte bemiddelingspoging van Chávez tussen de Farc en Colombia, waarmee Chávez het bij Uribe grondig verbruide; na een bezoek van Condoleezza Rica aan Bogotá beschuldigde Chávez de Amerikanen ervan vanaf Colombiaans grondgebied een militaire operatie tegen Venezuela voor te bereiden. Chávez noemde Uribe vervolgens ‘een lakei van de Verenigde Staten, een lafaard, een leugenaar, een ruziezoeker, een manipulator’.

Daarbij bleef het niet. Twee weken geleden werd Raul Reyes, de nummer twee van de Farc, tijdens een bombardement door het Colombiaanse leger gedood. Een groot succes voor Uribe, met één kanttekeningetje: de aanval vond plaats in Noord-Ecuador, bijna twee kilometer over de grens. Dat was een schending van de soevereiniteit van het Ecuadoraanse grondgebied. Zoiets komt – terecht – hard aan in Latijns-Amerika.

Het werd nog erger doordat de president van Ecuador, Rafael Correa, uit een zeer linkse hoek komt, die door die andere zeer linkse president, Hugo Chávez, wordt gesteund. Beide landen besloten meteen na de Colombiaanse inval troepen naar hun grenzen met Colombia te sturen. Chávez noemde de aanval van Colombia een ‘oorlogsmisdaad’ en wilde alle handelscontacten met het buurland verbreken.

Colombia toonde zich echter niet onder de indruk en deelde mee op een laptop van Reyes bewijzen te hebben gevonden waaruit zou blijken dat de top van de Farc nauwe politieke contacten met de Ecuadoraanse regering zou hebben. Volgens dezelfde computer zou de regering van Chávez maar liefst driehonderd miljoen dollar aan de Farc hebben gegeven. Uribe kondigde aan dat hij Chávez nu voor het internationale hooggerechtshof in Den Haag wil slepen, vanwege ‘het ondersteunen van genocide’. De laptop van Reyes, waar of onwaar? Ten minste één van de drie partijen liegt stevig.

Vorige week legden de drie kemphanen hun geschil bij. De kans op een oorlog in de regio lijkt geweken, maar je weet het maar nooit: Chávez is een man met een verleden in het leger en denkt in militaire termen. De rechtse regering in Colombia is hem al lang een doorn in het oog. Bovendien leidt niets beter af van de binnenlandse problemen in Venezuela dan een oorlog tegen het buurland. Aan de andere kant: het Colombiaanse leger heeft veel meer ervaring in het voeren van oorlogen dan de relaxte Venezolanen. Ook dat weet Chávez.

‘Voor mij is hij een schizofreen’, vindt José Eustorgio Colmenares Ossa, directeur van de liberale krant La Opinion in Cucuta, Colombia’s belangrijkste stad langs de grens met Venezuela. ‘En ik kan het weten, want ik heb een opleiding tot arts gevolgd’, voegt hij er voor de zekerheid nog even aan toe. Colmenares moet niks hebben van het petrosocialisme van de Venezolaanse president Hugo Chávez; hij heeft inmiddels een persoonlijke fobie voor het buurland gekregen: ‘Ik ga er niet meer naartoe, tot teleurstelling van mijn vrouw. Zij ging altijd graag winkelen in San Cristóbal, een grote Venezolaanse stad ongeveer een uur hier vandaan.’

Van achter zijn bureau van tropisch hardhout heeft Colmenares uitzicht op twee portretten: die van zijn vader en moeder. De oude heer Colmenares leeft niet meer. ‘Op een avond drongen twee sicario’s het huis binnen. Ze schoten mijn vader voor de ogen van mijn moeder dood.’ De reden voor de moord, die uiteraard nooit werd opgelost, zal wel zijn vaders ongezouten mening over de Farc en het nationale bevrijdingsleger de eln zijn geweest. De familie Colmenares heeft een hekel aan linkse ideeën, of ze nou van de Farc of van Chávez komen.

Een Colombiaan met zulke linkse ideeën is David Corredor Cuéllar, de nationale coördinator van de Bolivariaanse Socialistische Beweging in Colombia. ‘Het geeft niet dat jullie iets te laat zijn. De revolutie kent geen tijd’, wuift hij onze excuses bij binnenkomst weg. Die revolutie, dat is natuurlijk de bolivariaanse revolutie van Hugo Chávez in buurland Venezuela.

‘Uribe dient alleen de belangen van de Amerikanen, de imperialisten en de neoliberalen’, zegt Corredor in het partijkantoor in Cucuta. ‘Uribe is niet geïnteresseerd in vrede in ons land, omdat veel mensen in zijn omgeving aan de burgeroorlog verdienen. Wij steunen Hugo Chávez. We zijn het met hem eens dat er een dialoog met de Farc moet komen, net als met de andere strijdende partijen in ons land. Maar Uribe denkt daar anders over, net zoals de meerderheid van de Colombianen. We bewonderen de bolivariaanse revolutie in ons buurland. Daarom reizen we regelmatig naar Venezuela, om onze broeders daar te ondersteunen.’

Volgens directeur Colmenares komen de gevaren niet uit de VS, maar vooral uit Venezuela zelf: ‘Venezuela wordt steeds meer een doorvoerland voor drugs uit Colombia. De grenzen staan wagenwijd open. Verder vrezen veel Colombianen dat Chávez via de Farc zijn linkse ideeën in ons land wil verspreiden. Hij wil zelfs dat de Farc van de internationale lijst van terroristische organisaties wordt gehaald.’

Door het beleid van Uribe is de zichzelf marxistisch noemende Farc de laatste jaren in het defensief geraakt. Uribe stuurde tienduizenden militairen in het hele land de straat op, om de veiligheidssituatie te verbeteren. Met succes: inmiddels kunnen de meeste Colombiaanse steden weer over land bereisd worden, wat in de jaren negentig onmogelijk was. In die jaren leidde een reis van Bogotá naar Medellín niet zelden tot ontvoering. Uribe mag dan extreem conservatief zijn en naar het pijpen van George Bush dansen, zoals ook veel Colombianen vinden, maar de toegenomen veiligheid is een enorme verbetering van hun levenskwaliteit. De Farc werd niet alleen door het leger teruggedrongen, maar ook door het demobilisatieprogramma van de Colombiaanse overheid. In dat programma worden ex-guerrillera’s twee jaar lang financieel ondersteund en krijgen ze een opleiding als ze hun wapens hebben neergelegd. Inmiddels hebben tienduizenden leden van de Farc, de eln en paramilitaire groepen als de auc het strijdveld verlaten.

De spanningen tussen Colombia en Venezuela gaan om veel meer dan de bemiddelingsstrijd met de Farc. Hoewel de Venezolaanse economie dankzij recordprijzen op de oliemarkt jaarlijks met meer dan tien procent groeit, zijn de binnenlandse problemen groot. Een van die problemen is het groeiende tekort aan levensmiddelen. Chávez beticht de voedseldistributeurs in het land, die traditioneel tot de oppositie behoren, van sabotage. De werkelijke reden is dat het voor producenten simpelweg niet aantrekkelijk is om levensmiddelen te produceren sinds Chávez enkele jaren geleden voor een aantal levensmiddelen maximumprijzen vaststelde. Het idee was dat de armen in het land zich zo hun dagelijks eten zouden kunnen veroorloven; de realiteit zijn echter lege schappen. Vooral melk, eieren, kip, vlees, meel en koffie zijn nauwelijks nog te krijgen.

Carla Jimenez, een 45-jarige huisvrouw uit het Venezolaanse San Cristóbal, is er woedend over. ‘Ik sta de hele ochtend al in de rij omdat er kip te koop schijnt te zijn. Maar die is inmiddels op. Nu moet ik weer wachten op de melk’, briest ze. De winkel waar ze staat te wachten is een Mercal, een supermarkt die de Venezolaanse overheid speciaal heeft ingericht voor de armen. De Mercal-keten verkoopt uitsluitend gesubsidieerde levensmiddelen. Maar ook deze winkel moet steeds vaker nee verkopen.

De gesubsidieerde producten van Mercal worden ondertussen massaal de grens over gesmokkeld naar Colombia, waar de goedkope Venezolaanse levensmiddelen met grove winst worden verkocht. De grensrivier Táchira, op tien minuten rijden van het centrum van Cucuta, is ondiep en voor vrachtwagens gemakkelijk te passeren. ‘Elke nacht rijden er tientallen vrachtwagens de rivier door. De Venezolaanse douane is door en door corrupt’, zegs Colmenares.

De smokkelstroom richting Colombia nam zulke grote vormen aan dat president Chávez eind januari de Misión Soberanía Alimentaria in het leven riep. Hij stuurde duizenden militairen naar de grensregio om de smokkel te stoppen. Tientallen winkeliers in de Venezolaanse grensstad San Antonio del Táchira, die werden verdacht van medeplichtigheid aan de smokkel, moesten hun winkels op last van het leger en de Guardia Nacional sluiten. Zo ook Cheo, die zijn achternaam niet wil noemen. Hij zit met een lusteloos gezicht in de middaghitte voor zijn gesloten winkel. ‘Eergisteren moest ik mijn winkel sluiten, vanwege onregelmatigheden in de boeken’, zegt hij diplomatiek. ‘Ik verkocht levensmiddelen, maar waarschijnlijk moet ik ander werk gaan zoeken. Ik heb geen idee hoe lang dit gaat duren.’

Hoewel Chávez met zijn actie Soberanía Alimentaria natuurlijk de smokkel een halt wil toeroepen, heeft de actie ongetwijfeld ook de doelstelling Colombia te ergeren. ‘Een gevolg van de actie is dat het levensonderhoud in Cucuta duurder wordt’, zegt Colmenares. Verder leidt de handel tussen beide landen enorme schade: de controles aan de grens zijn verscherpt, waardoor vrachtwagens uren- tot dagenlang moeten wachten voordat ze de grens kunnen passeren.

De extreem strenge controles zijn merkbaar op de laatste Colombiaanse kilometers voor de grenspost, waar langs de weg tientallen pimpineros, benzineverkopers, hun werk doen. ‘De zaken gaan slecht, vertelt Carlos Garrues als er eindelijk weer eens een brommerrijder stopt. Hij staat naast een stuk of tien jerrycans met benzine voor automobilisten. ‘In Colombia kost een liter benzine ongeveer zestig eurocent, in Venezuela twee cent. Hier verkoop ik mijn benzine normaal voor dertig cent, maar doordat er zo weinig over de grens komt, is de prijs de laatste dagen gestegen naar bijna vijftig cent.’

Normaal gesproken is de drukke grenspost tussen Cucuta en San Antonio del Táchira eenvoudig te passeren. Bewoners uit de grensregio mogen de grens dankzij een regionale overeenkomst zelfs zonder paspoort oversteken. Venezolanen en Colombianen kunnen tot aan San Cristóbal vrij reizen. Ook mensen met minder goede bedoelingen komen zo gemakkelijk de grens over. Colmenares van La Opinion is er stellig over: ‘Verscheidene commandanten van de Farc hebben hun basis tegenwoordig in Venezuela.’

Diezelfde Farc en de andere strijdende partijen in Colombia hebben tevens gezorgd voor een enorme stroom aan vluchtelingen richting Venezuela. Volgens Enrique Valles, het Spaanse hoofd van het unhcr-kantoor in San Cristóbal, wonen er inmiddels ongeveer tweehonderdduizend Colombiaanse vluchtelingen in de Venezolaanse grensstreek. Valles: ‘Officieel zijn er slechts tienduizend vluchtelingen, waarvan 852 de officiële vluchtelingenstatus hebben gekregen, maar in werkelijkheid zijn het er veel meer.’

In het kantoortje van de unhcr houden enkele medewerkers met een vertegenwoordiger van de Venezolaanse Banco Pueblo Soberano een workshop over microkredieten voor Colombiaanse vluchtelingen. ‘Het is moeilijk om fondsen voor de vluchtelingen te vinden, omdat veel donoren Venezuela als een rijk land zien’, zegt Valles. ‘Gelukkig wil Banco Pueblo Soberano ons microkredietprogramma medefinancieren. Daarbij hebben we echter een specifiek probleem. In de meeste landen waar we actief zijn, proberen we de rentepercentages voor de leningen zo laag mogelijk te houden. In het socialistische Venezuela lijkt de bank het geld echter zo ongeveer te willen wéggeven. Hier onderhandelen we juist over een wat hoger rentepercentage. We willen geen geschenken uitdelen.’

Op een half uurtje rijden van San Cristóbal is een deel van de Colombiaanse vluchtelingen te vinden in een barrio met de mooie naam Hugo Chávez. De unhcr bouwde een watertank en legde wasplaatsen aan, desalniettemin is Hugo Chávez een armoedige sloppenwijk. Hier wonen honderden voor het geweld gevluchte Colombianen in hutten van golfplaat en plastic, zoals de 59-jarige Amanda Perez en haar 29-jarige dochter Sandra Liana. Sandra: ‘We hebben nauwelijks genoeg te eten, soms moet ik met mijn drie kinderen de ene schoolmaaltijd die we krijgen delen.’ Moeder Perez klaagt over de problemen in de wijk: ‘Mijn zoon werkt op de vuilnisbelt achter de barrio, hij leeft van wat hij daar vindt en verkopen kan. Hij heeft de Colombiaanse nationaliteit en wil de Venezolaanse krijgen, omdat hij dan gemakkelijker ander werk kan krijgen. Maar het is zo moeilijk om hier een cédula (identiteitsbewijs – jk) te krijgen.’

Dat is het inderdaad, maar nog maar sinds kort. Sinds 2003 voert de regering-Chávez de zogenaamde Misión Identidad door, waarbij miljoenen in Venezuela wonende mensen zonder identiteitspapieren een cédula ontvangen, waarmee ze ook allerlei sociale rechten krijgen. De vraag naar wie de stem van deze genaturaliseerde Venezolanen bij de volgende verkiezingen gaat, is niet moeilijk te beantwoorden. De missie werd echter zó’n groot succes dat arme Colombianen speciaal voor een cédula naar Venezuela trokken. De activiteiten van Misión Identidad in de grensstreek zijn inmiddels duidelijk teruggeschroefd.

Ook de criminaliteit is in de afgelopen jaren in de grensregio schrikbarend toegenomen. Dat weet Javier Pérez, voorzitter van veehoudersbond Asogata, als geen ander. Pérez is te vinden in zijn kantoor op het jaarmarktterrein in het noorden van San Cristóbal. De jaarmarkt is in volle gang. Venezolaanse cowboys en cowgirls met grote hoeden, stevige laarzen en blikjes Polar-bier lopen in drommen tussen de tentoongestelde koeien door. Opgeschoten jongens laten zich lachend met enorme stierenballen in hun hand door hun vrienden fotograferen. De barbecues met Venezolaanse rundersteaks sissen in de hitte. Iets verderop, achter de tentoongestelde tractoren, is een oorverdovend spektakel gaande: coleo, oftewel staarttrekken. In een soort overdekte bak van ongeveer honderd meter lengte met aan weerszijden tribunes rennen vijf caballeros op hun paard achter een losgelaten stier aan. Wie als eerste de stier aan zijn staart vastpakt en hem tegen de grond trekt, heeft gewonnen.

Voorzitter Pérez heeft er geen oog voor. ‘Vandaag zijn weer twee veeboeren ontvoerd’, vertelt hij in zijn ruime kantoor, terwijl zijn secretaresse binnenkomt met lijsten met namen van alle ontvoerde boeren sinds 2001. ‘Eén ontvoerde boer komt hier uit de buurt, de andere uit de deelstaat Zulia, verder naar het noorden. Ze hebben hem al vermoord.’ Volgens Pérez zijn op dit moment 27 van zijn achttienhonderd leden ontvoerd. De ontvoeringen worden zowel door gewone criminelen uitgevoerd als door de Farc, om geld af te persen.

De onveiligheid is de afgelopen jaren zo sterk toegenomen dat de meeste veeboeren het voor gezien houden en naar de stad trekken. Ze houden hun boerderij aan, maar laten het werk door een opzichter uitvoeren. De ontvoeringen hebben daardoor ook de stad bereikt. ‘Het is de nieuwste trend’, zegt Pérez nuchter. ‘Of ik zelf angst heb? Natuurlijk. Als ik de deur uitga heb ik constant per telefoon contact met anderen, het liefst ga ik nergens alleen heen.’

Volgens hem is er wel een toekomst voor de veehouders in de regio, maar alleen als de veiligheidssituatie verbetert. Pérez: ‘Door de onveiligheid investeren veeboeren steeds minder. Mede daardoor ontstaan er tekorten aan melk. Om de veiligheid te garanderen, moet de regering meer militairen sturen. Ze heeft geen idee hoe het leven hier in de bergen, ver weg van de hoofdstad is. Chávez ontkent zelfs dat de Farc ontvoeringen uitvoert op Venezolaans grondgebied. Dat is een enorme belediging.’