De klassenstrijd vanaf de zündapp bezien

In 1962 schafte mijn vader zich voor duizend gulden een Zündapp aan. Die gold toen als de BMW onder de bromfietsen. Het was een mijlpaal in zijn consumptiegeschiedenis, bereikt op 43-jarige leeftijd, ongeveer net zo oud als ik nu ben.

Over de keuze was langdurig gewikt en gewogen. Maandenlang had ik hem daar ’s avonds mee bezig gezien. Na het avondeten liet hij de krant ongemoeid en begon hij zich onmiddellijk te verdiepen in kleurrijke folders van (toen) bekende bromfietsmerken: Union, Sparta, Berini, RAP, Kreidler. En Zündapp natuurlijk. De Duitse degelijkheid - duur maar spaarzaam - gaf tenslotte de doorslag. Hij heeft er inderdaad ruim tien jaar op ‘gebromd’ en hem even lang liefdevol gepoetst. Toen werd de nog als nieuw glanzende Zündapp voor een habbekrats verkocht, niet omdat de machine versleten was, maar omdat de fijne motoriek van mijn vader begon na te laten.
Wie mag er iets over armoede zeggen tegenwoordig? Kok of Bolkestein? Kok natuurlijk! Want die weet zelf wat armoede is. Van vroeger; dat wel. Maar de armoede van toen is niet dezelfde als de armoede van nu. De armoede van nu is stiller, want beschamender. Schaamte en armoede hebben weliswaar altijd al bij elkaar gehoord, maar vroeger waren er meer mogelijkheden om de pijn te verzachten.
Wij waren thuis ook arm, maar mijn vader en moeder waren in hun eigen jeugd nog veel armer geweest en dat maakte de armoede draaglijk. En een paar straten verderop woonden mensen die veel armer waren dan wij, en bovendien niet netjes. Mijn vader bereed een bromfiets, omdat hij zich geen auto kon veroorloven. Maar het was wèl een Zündapp. En we gingen nooit op vakantie, maar dat was heus niet erg. Wie op vakantie ging naar het buitenland was eigenlijk gek. Zonde van het geld en was ons eigen land - de Posbank, de Imbosch, de Veluwe - niet oneindig veel mooier?
Dat soort smoezen gaat tegenwoordig niet meer op. Sinds 1963 zijn de consumptiepatronen heel wat dwingender en eenvormiger geworden. Wie in deze economie van het meer niet op het voorgeschreven niveau kan meeconsumeren, wordt gestraft met sociale uitstoting. En kinderen, conformisten van nature, voelen dat het hardst. Om de hedendaagse armoede vallen geen doekjes meer te winden, of, in het dieventaaltje der sociologen: de deprivatie is niet langer relatief maar absoluut.
Blijft de vraag wie in onze samenleving het morele gezag heeft om uitspraken over armoede te doen. Een bisschop of een fractieleider van de VVD, die partij die ooit door Willem Aantjes trefzeker getypeerd werd als 'de partij van halen, hebben, houwen?’ Toch werd bisschop Muskens vorige week geschoffeerd door VVD-leider Bolkestein, een man wiens arrogantie omgekeer evenredig is aan zijn morele gezag in het nu ontbrande armoededebat. De Bredase bisschop moest zich - nota bene met bijbelspreuken! - de les laten lezen door een politicus die er niet voor terugdeinst zich te verhuren aan de farmaceutische industrie. En een man die wel een heel cynische interpretatie geeft aan de tegenwoordig vigerende opvatting dat een parlementariër meer binding met de samenleving moet hebben. Toen Muskens nog iets wilde terugzeggen, verklaarde Bolkestein de audiëntie beëindigd. Bolkestein locutus, causa finita. Volgens de krant droop de prelaat als een schooljongen, 'aangeslagen’ door zoveel brutale zelfgenoegzaamheid, af.
Het CDA heeft zich tot dusver nauwelijks geroerd in deze kwestie. Mevrouw Lodders toonde zich ontstemd over de denigrerende manier waarop Bolkestein de monseigneur had aangepakt, maar veel meer viel er niet te horen in CDA-kringen.
Vroeger deed de KVP precies wat het episcopaat haar voorschreef; sinds het CDA bestaat, is men er bij iedere kerkelijke uitspraak in politicis als de kippen bij om te wijzen op het verschil in verantwoordelijkheid tussen kerk en politiek. De discussie over de plaatsing van kruisraketten in de vroege jaren tachtig was daar een pakkend voorbeeld van. Maar ook nu is men er fier op niet aan de klerikale rokken te hangen. Uit angst voor het nog immer sluimerende antipapisme in de protestants-christelijke bloedgroep? Of bij gebrek aan sociaal gevoel? Allebei. In plaats van zich op te werpen als de partij van de armen - wat zou er christelijker zijn dan dat? - schiet dat stelletje farizieeërs de troon te hulp: de vorstelijke geheimen zijn niet veilig bij paars!
Terwijl men zich in Engeland verlekkert aan een videotje van een wippende Diana-look alike, wordt er hier een kwestie gemaakt van een ontslagen ambassadeur die naar verluidt de kroonprins niet goed te eten heeft gegeven. En er wordt gepalaverd over minister-vriendinnen die niet mogen aanschuiven aan de koninklijke banketten. De monarchie wankelt, de troon trilt op haar poten!
Maar geen nood! Daar schieten de christelijke mannenbroeders reeds te hulp, net als in 1918 toen Troelstra de revolutie uitriep. Christelijke arbeiders zeulden toen koningin Wilhelmina in haar koets over het Haagse Malieveld, als blijk van hun oprechte aanhankelijkheid aan de monarchie. Het stuitende tafereeltje, dat Troelstra een zenuwinzinking bezorgde, was zorgvuldig geënsceneerd door vereende klerikale krachten.
L'histoire se répète, zij het dat tegenwoordig de leer van de klassenstrijd door een bisschop wordt verkondigd. Het lijkt heel wat, maar mijn vader zou er zijn poetslap niet eens voor hebben neergelegd.