Christenen en ‘openbaren’ gaan moeizaam samen

De kleine schoolstrijd

Dalende leerlingenaantallen maken fusies tussen christelijke en openbare dorpsschooltjes onvermijdelijk. Staatssecretaris Sander Dekker wil samenwerking vereenvoudigen. ‘Onze identiteit is al 125 jaar ons bestaansrecht.’

Medium hh 19683761

Slechts 150 meter staan ze uit elkaar, basisschool De Akker en de Venhuisschool in het Groningse Zuidwolde. Het niemandsland tussen beide wordt bestreken door een speelveldje. Met uitzondering van de zonweringen – groen bij De Akker, rood bij de Venhuisschool – zijn de uiterlijke verschillen verwaarloosbaar. Maar De Akker is een christelijke basisschool, de Venhuisschool een openbare.

Dat was lange tijd geen probleem. Maar beide scholen in het dorp met elfhonderd inwoners lijden onder een teruglopend aantal leerlingen. De Akker heeft er nog vijftig, de Venhuisschool zestig – ruim minder dan de 145 leerlingen waarmee het ministerie van Onderwijs een kleine school definieert. Daarom werd vorig jaar een fusie geopperd. Volgens Petra Kortrijk, moeder van een zoon in groep 7 en medezeggenschapsraad-lid van de Venhuisschool, een wens van veel ouders: ‘De klassen worden steeds kleiner. Er zitten drie groepen bij elkaar in een lokaal. Dat zet de kwaliteit van onderwijs onder druk.’

Ines van der Beek stuurde haar drie dochters uit overtuiging naar De Akker, maar was blij met de toenadering: ‘Wij hechten aan christelijk onderwijs, maar nog meer aan een school in het dorp. Als er nu niets gebeurt, is er over vijf jaar geen school meer in Zuidwolde. Dat zou funest zijn voor de leefbaarheid.’ Haar oudste dochter heeft in groep 6 nog maar één klasgenootje. ‘Kleinschaligheid heeft veel voordelen, maar het kan ook benauwend zijn’, zegt Van der Beek. ‘Kinderen kunnen zich alleen ontwikkelen als ze met anderen in contact komen.’ Dat gebeurt weinig in Zuidwolde, want de scholen verdelen de kinderen van het dorp in twee kampen. ‘Dat is er een van de Venhuisschool’, zeggen ze dan. Zonde, vinden Van der Beek en Kortrijk. Tijdens de Avondvierdaagse werd daarom in gemengde groepjes gelopen. Van der Beek: ‘Mijn dochter heeft er twee vriendinnen aan overgehouden.’

Ouders en leerkrachten bogen zich ondertussen in werkgroepen over de fusieschool. ‘De conclusie was dat we elkaar niet goed kenden maar wel over veel zaken hetzelfde dachten’, blikt Petra Kortrijk terug. Zo werd afgesproken dat op de nieuwe school zowel christelijk als algemeen levensbeschouwelijk onderwijs zal worden gegeven.

Maar toen stokte het proces plotseling. Dick Henderikse, directeur van stichting Marenland waar de openbare Venhuisschool toe behoort: ‘De ouders zijn het eens, de scholen zijn het eens, maar nu puntje bij paaltje komt, kunnen de besturen er niet uitkomen onder welk gezag de nieuwe school zal vallen. Beide partijen hechten aan hun identiteit.’ Volgens Simon van der Wal, directeur van de Vereniging Christelijk Primair Onderwijs (vcpo) Noord-Groningen waar De Akker onder valt, zijn beide partijen niettemin doordrongen van de noodzaak om samen te werken: ‘Een paar jaar geleden werd het opheffen van een school nog als gezichtsverlies beschouwd. Nu is niets doen geen optie meer.’

Henderikse en Van der Wal zijn ervaringsdeskundigen. Marenland opereert in de Noord-Groningse gemeenten Bedum, Ten Boer, Loppersum, Appingedam en Delfzijl. Van de 28 scholen die de stichting bestuurt, hebben er negen minder dan vijftig leerlingen. Op de kleinste school, in Westeremden, zitten nog maar 26 kinderen. Ondertussen blijven bevolkingskrimp en ontgroening de regio teisteren. In Loppersum en Delfzijl zal het aantal leerlingen in 2030 gehalveerd zijn, is de verwachting. ‘Vorig jaar zijn we negentig leerlingen kwijtgeraakt. Dat zijn dus drie schooltjes’, zegt Henderikse. Op termijn moeten er dertien scholen in de regio dicht. ‘Elk jaar een groep minder schiet niet op. Van het geld van vijf lege lokalen kun je ook een leerkracht aanstellen.’

Ook in de regio waar de vcpo-scholen staan loopt het aantal leerlingen hard terug. Daarom zullen schooltjes moeten fuseren. Ook over levensbeschouwelijke grenzen heen. En dat is lastig, want scholen zijn vaak de versteende verdeeldheid van een gemeenschap, ook nu levensbeschouwelijke verschillen er minder toe doen. In een medezeggenschapsraad kan één principiële dwarsligger samenwerking bovendien al frustreren. Daarin zijn confessionelen volgens Henderikse niet vasthoudender dan openbaren. ‘Je kind naar een christelijke school sturen, dat doe je niet zomaar.’ Toch zijn de meeste ouders inmiddels doordrongen van de noodzaak van een gemengd verstandshuwelijk, meent hij. ‘De keuze is: kun je één school voor het dorp behouden, of fietst iedereen straks op en neer?’

Na een time-out volgde de toezegging dat er per 1 augustus 2015 nog één school zal zijn in Zuidwolde, voor openbaar én christelijk onderwijs. Maar onder welk bestuur is nog de vraag. ‘We zijn eigenlijk geen stap verder’, vindt moeder Ines van der Beek. Het frustreert haar dat terwijl ouders veel energie stoppen in het zoeken van toenadering de besturen er niet uitkomen. ‘Soms denk ik: als alle ouders hun kinderen overschrijven naar één van beide scholen is de beslissing snel genomen.’

De Onderwijsraad stak vorig jaar met het advies Grenzen aan kleine scholen de lont in het kruitvat van het kleinescholendebat. Er zijn in Nederland zo’n 2400 scholen met minder dan 145 leerlingen. Dat aantal zal door dalende leerlingenaantallen snel toenemen. Volgens de Onderwijsraad bedreigt dat de kosten en de kwaliteit van het onderwijs. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat kleine scholen twee keer vaker zwak of zeer zwak zijn. Op een school waar meerdere groepen bij elkaar in een lokaal zitten, moeten leerkrachten grote niveauverschillen overbruggen. De invloed van een zwakke of zieke docent is op een kleine school bovendien groter en leerlingen kunnen zich vaak niet optrekken aan een klasgenoot.

‘Het is een hele zoektocht. Identiteit gaat niet alleen over een uurtje godsdienstles per week’

Kleine scholen zijn ook relatief duur. Een leerling op een gemiddelde basisschool (225 leerlingen) kost de overheid vierduizend euro per schooljaar, een leerling op een school met minder dan 24 leerlingen elfduizend euro. De Onderwijsraad adviseerde daarom de staatssecretaris het aantal kleine scholen te beperken. Daartoe zou allereerst de kleinescholentoeslag moeten worden afgeschaft. Dat is extra geld voor scholen met minder dan 145 leerlingen. Voor de kleinste scholen betekent het de helft van hun budget. Volgens de Onderwijsraad is dat een prikkel om klein te blijven. Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker (vvd) nam het advies in eerste instantie over. Een bom onder het duale stelsel, klonk het meteen vanuit confessionele hoek. ‘Van bijzondere scholen zoals christelijke scholen blijft dan soms niets meer over’, morde ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind. Maar toen mocht ChristenUnie-voorman Arie Slob plotseling bekendmaken dat de kleinescholentoeslag behouden blijft, dankzij het lobbywerk van zijn partij en de sgp.

Bij veel ouders, schoolbesturen en belangenorganisaties leidde het bericht tot een jubelstemming. Maar Anko van Hoepen is er niet blij mee. Hij is lid van het college van bestuur van de Alpha Scholengroep, een stichting met vijftien protestants-christelijke basisscholen op het Zeeuwse Zuid-Beveland, waar veel kleine scholen staan. Vorig jaar ging De Wiekslag in Rilland al dicht, en op De Regenboog in Hoedekenskerke zitten nog vijftig leerlingen. Het verdwijnen van de kleinescholentoeslag was een prikkel om met elkaar in gesprek te gaan, zegt Van Hoepen. Nu vreest hij dat besturen achterover gaan leunen. Onverantwoord, meent hij: ‘Er is geen ontkomen aan in deze regio. Als we nu niets doen, vallen er straks lukraak scholen om en hebben we over tien jaar spijt.’

Om toch te anticiperen op daling van leerlingenaantallen presenteerde staatssecretaris Dekker onlangs een aantal voorstellen om het opzetten van zogeheten ‘samenwerkingsscholen’ eenvoudiger te maken. Zo’n school is het resultaat van een fusie tussen scholen met verschillende grondslagen, bijvoorbeeld christelijk en openbaar. In het lesprogramma is ruimte voor levensbeschouwelijke diversiteit. Voorheen kon een samenwerkingsschool pas gevormd worden als een van beide met opheffing werd bedreigd. Daar hoeven scholen van Dekker niet langer op te wachten. Bovendien houden kleine scholen die samen verder gaan zes jaar lang hun toeslag en komt er geld voor regionale coördinatoren. Er worden weliswaar drempels verlaagd, zegt Anko van Hoepen, maar een prikkel voor onwelwillende besturen ontbreekt: ‘Je kunt nog steeds je kop in het zand steken.’

Het politieke getouwtrek laat zien hoe diep de sporen zijn die de schoolstrijd in het Nederlandse onderwijsbestel heeft achtergelaten. Confessionelen bevochten de vrijheid om een school op religieuze grondslag te stichten. Dat recht werd in 1848 verankerd in artikel 23 lid 2 van de grondwet: ‘Het geven van onderwijs is vrij’. Het pleit werd in 1917 beslecht door de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Twee derde van de Nederlandse basisscholen valt nu onder de noemer ‘bijzonder’.

De verzuiling wierp echter een lange schaduw. Nog in 1996 werd een fusie tussen een openbare en een bijzondere basisschool door de Raad van State als ‘ongrondwettelijk’ beoordeeld. Pas in 2006 maakte een grondwetswijziging samenwerkingsscholen mogelijk als ‘derde weg’ in het voorheen strikt duale stelsel. Op dit moment zijn er naar schatting tachtig veelal informele samenwerkingsscholen in Nederland. Maar er zijn 82 dorpen zoals Zuidwolde, met minder dan vijfduizend inwoners maar met een openbare en een christelijke school. In 27 van die dorpen heeft een van de scholen minder dan vijftig leerlingen, waardoor toenadering snel aan de orde komt.

In Noordoost-Groningen zijn ze er al jaren van doordrongen. De eerste ervaringen met het slechten van denominatieve grenzen zijn wisselend. Behalve in Zuidwolde verloopt ook de fusie in Stedum moeizaam. Elders was meer succes. De christelijke basisschool Klimop uit Garrelsweer en de openbare basisschool Wirdumerdraai uit Wirdum zijn op initiatief van de ouders verder gegaan als samenwerkingsschool De Wirdumerklimmer.

‘Het aardrijkskundeonderwijs konden we met twee regeltjes afdoen, maar dit is een lijvig document’, zegt schoolbestuurder Henderikse over het ‘identiteitsdocument’. Daarin is vastgelegd hoe op De Wirdumerklimmer levensbeschouwelijk onderwijs wordt aangeboden en hoe religieuze feesten als Kerst en Pasen worden gevierd. Waar de opvattingen erg ver uit elkaar liggen, bijvoorbeeld over de vraag of de evolutietheorie behandeld moet worden, splitsen de kinderen in twee groepen. In het ene lokaal horen kinderen hoe God de aarde in zes dagen schiep, terwijl hun klasgenoten een deur verderop worden ingewijd in het principe van natuurlijke selectie. Henderikse: ‘Bij ons kriebelt dat niet zo. Het openbare uitgangspunt is dat het mooi is om kinderen beide verhalen te vertellen.’

In confessionele kring ligt dat gevoeliger. De Besturenraad, de vereniging van christelijk onderwijs, beschouwt samenwerkingsscholen als een van de opties. ‘Maar we spreken geen voorkeur uit’, zegt woordvoerder Wouter van den Berg. ‘Het is een hele zoektocht. Identiteit gaat niet alleen over een uurtje godsdienstles per week.’

Als schoolbesturen in verschillende dorpen met elkaar te maken hebben, dan is ideologische ruilverkaveling een optie. In zo’n geval worden van vier scholen twee scholen gemaakt, waarvan één verder gaat onder openbaar gezag en één onder christelijk gezag. Maar is samenwerking alleen in één dorp aan de orde en valt er niets uit te ruilen, dan geldt uiteindelijk vaak het recht van de sterkste.

‘Een buikspreker liet kinderen nazeggen: “Alles komt goed want God zit in iedereen.” Dat wil ik mijn kind niet aandoen’

‘De macht van het getal is groot’, zegt Hans Teegelbeckers van de vereniging van openbare scholen vos/abb. ‘Zeker op het platteland, waar confessionele scholen vaak groter zijn dan openbare scholen en dus geen directe noodzaak hebben om samen te werken.’ Ook staatssecretaris Dekker ziet dat schoolbesturen met een verschillende denominatie elkaar niet altijd op tijd kunnen vinden. ‘De hoop dat het een andere school zal zijn die zich het eerst zal moeten opheffen kan leiden tot passiviteit’, schreef hij aan de Tweede Kamer. vos/abb is voorstander van samenwerking. ‘Identiteitsontwikkeling is mooi, maar goed onderwijs is in ieders belang’, zegt Teegelbeckers. Hij begeleidt verschillende scholen die samen verder willen. Draagvlak is cruciaal, zegt hij. ‘Als je ouders voor een voldongen feit stelt, zetten ze hun hakken in het zand.’

De drie kinderen van Jan en Janet Jut uit het Groningse Ten Post (negenhonderd inwoners) zitten nu nog op obs de Lessenaar. Maar 28 leerlingen is te weinig, dus sluit de school na de zomer de deuren. Dan gaan Maxim (5), Elke (8) en Lucas (10) naar de christelijke basisschool in het dorp, de Schalm, die nog 54 leerlingen heeft. ‘Voor ons is het belangrijkste dat ze in het dorp naar school kunnen’, zegt moeder Janet Jut. ‘En dat we ons eindelijk geen zorgen hoeven te maken of hun school volgend jaar nog bestaat. De Lessenaar werd ook echt te klein. Onze dochter Elke heeft maar één klasgenoot. Als ze een keer willen volleyballen, moet de hele school meedoen.’ Dit jaar was er al geen groep 2 meer. Bovendien bestond continu het risico van vier groepen in één klas. ‘Het verschil tussen groep 1 en groep 4 is veel te groot. Dat kan niet, dan blijven er kinderen achter.’

De beslissing de kinderen naar de christelijke school te sturen was niet eenvoudig. Toen in 2010 de eerste geluiden kwamen dat de Lessenaar zou sluiten, besloot Jan Jut ‘flink tegengas’ te geven. Hij vond dat de Lessenaar en de Schalm als samenwerkingsschool verder moesten gaan. Er volgden avonden waarop aan verschillende tafels over samenwerking werd gesproken. ‘Over thema’s als kwaliteit waren ouders het snel eens. Maar aan de identiteitstafel ging het er fel aan toe’, zegt Jut. ‘Toch was de conclusie: we moeten samen verder.’

Tot een fusie kwam het uiteindelijk niet. ‘Onze achterban had meer tijd nodig, en die tijd was er niet’, zegt directeur Cor Westerholt van de Vereniging voor Protestants-Christelijk Basisonderwijs (vpcbo) in Ten Boer, waar de Schalm onder valt. ‘We moeten niet terug naar de schoolstrijd, maar onze identiteit is al 125 jaar ons bestaansrecht.’ Als enig overgebleven school krijgt de Schalm wel een andere verantwoordelijkheid, zegt directeur Westerholt. De school – die extra leerlingen goed kan gebruiken – wordt daarom ‘een open christelijke dorpsschool’, met een vrijzinnigere methode voor godsdienstonderwijs en misschien zelfs een nieuwe naam, zodat ook de kinderen van de Lessenaar zich er thuis kunnen voelen. Westerholt: ‘We blijven uit de bijbel lezen en bidden, maar meedoen is niet verplicht. Wij zaaien alleen, wat de kinderen ermee doen is aan hen.’

Geen samenwerkingsschool dus, maar Jan en Janet Jut doen het ervoor. Wennen wordt het wel. Dochter Elke kwam huilend uit school na een tv-uitzending over de kruisiging van Jezus. Janet Jut: ‘We hebben hier thuis al behoorlijk wat theologische discussies gehad. Of Jezus wel bestond, vroeg onze dochter laatst. Hoezo is hij de zoon van God en wie is God dan wel niet?’ Maar als je een school voor het dorp wilt behouden moet je pragmatisch zijn, vindt Jan Jut: ‘Voor de kinderen is de school straks gewoon de school.’

Toch denken niet alle ouders daar zo over. ‘Het blijft een christelijke school die nauwelijks ruimte laat voor andersdenkenden’, zegt Ingrid Grims. Haar zoon van elf zit in groep 7 van de Lessenaar. Tijdens een gezamenlijk nieuwjaarsfeest op de Schalm liet een buikspreker kinderen nazeggen: “Alles komt goed want God zit in iedereen.” Dat wil ik mijn kind niet aandoen.’

Volgens Grims zijn er veel ouders die hun kinderen nu tegen wil en dank naar de Schalm sturen. ‘De druk is enorm. Andere ouders zeggen: je wilt toch niet degene zijn die het sluiten van de laatste school van het dorp op z’n geweten heeft?’ Zelf blijft ze standvastig. Vier van de zes kinderen uit groep 7 waaronder haar zoon maken waarschijnlijk de overstap naar een openbare school een dorp verderop. Marenland regelt vervoer en naschoolse opvang. Grims: ‘Ik wil geen onderwijs dat mijn opvoeding tegenspreekt.’

Hoe scherp de tegenstellingen zijn, verschilt nogal per krimpregio. In Zuid-Limburg is de fusieproblematiek nauwelijks aan de orde, omdat veel schoolbesturen elkaar al hebben gevonden. In Zeeland daarentegen is voor met name reformatorische scholen toenadering over denominatieve grenzen geen optie. Zij verkiezen samenwerking in eigen kring boven samenwerking in eigen kern, blijkt uit het onderzoek Een nieuwe realiteit (2013) waarin kpmg de toekomst van het Zeeuwse basisonderwijs schetste. Nu al hebben 96 van de 233 Zeeuwse scholen minder dan honderd leerlingen. Wat de situatie compliceert, is dat Zeeland een bestuurlijke lappendeken is van 57 schoolbesturen. In Borssele lukte het vorig jaar niet om met zes schoolbesturen aan tafel tot een gezamenlijke visie te komen, vertelt Anko van Hoepen van de Alpha Scholengroep. ‘De verdeeldheid is enorm. Als één bestuur dwarsligt, stokt het.’ Het alternatief is volgens hem weinig aantrekkelijk: concurrentie. ‘Dan gaat iedereen voor zijn eigen belang in de strijd om de schaarse leerlingen die er nog zijn.’

Soms lukt het wel de handen ineen te slaan, zoals in Wolphaartsdijk. Daar zijn twee basisscholen met de plaatselijke bibliotheek, de kinderopvang en het consultatiebureau opgegaan in een brede school: Het Samenspel. De scholen doen al samen mee aan schoolvoetbal, en er komen gesprekken met ouders over de mogelijkheid verder te gaan als samenwerkingsschool, vertelt Van Hoepen.

Vaak blijken instituties minder buigzaam dan de geest. Terwijl levensbeschouwelijke barrières voorzichtig worden geslecht en ouders elkaar vinden in de noodzaak een school voor het dorp te behouden, smoort samenwerking vaak op bestuurlijk niveau. Anko van Hoepen: ‘Lange tijd praat je over de inhoud, maar dan komt de hamvraag op tafel: welke school heffen we op en onder welke vlag gaan we verder?’

In Noordoost-Groningen is de druk zo groot dat het openbare bestuur Marenland op korte termijn hoopt te fuseren met het christelijke bestuur Noordkwartier. Dat moet geharrewar op bestuurlijk niveau in de toekomst voorkomen. Maar zelfs als die hobbel genomen is, zijn het de ouders die stemmen met hun voeten. Een goed fusieproces duurt twee jaar, zegt Dick Henderikse. Dat geduld hebben ouders vaak niet. Zo is de fusie van de schooltjes in Wirdum en Garrelsweer een succes wat het proces betreft. Maar het resultaat is teleurstellend: samen hadden ze zeventig leerlingen, nu nog maar 48. Henderikse: ‘We lopen achter de feiten aan.’


Beeld: Jongens van groep 6,7 en 8 van basisschool De Veenster in Veenhuizen, een kleine school met zo'n veertig kinderen (Kees van de Veen/HH).