Autocraten in de wachtstand

De kleingeestigheid van de sterke man

Populisten grossieren in verdachtmakingen aan tegenmachten. Met dergelijke intimidatie ondermijnen ze de voorwaarden van een goed functionerende democratie.

Medium groene hooven trump 1

De overwinning van Donald Trump werpt zijn schaduw al vooruit op de avond van 9 oktober, in het tweede tv-debat met Hillary Clinton voor abc, als hij zich bij herhaling in de volle lengte van zijn grote lijf vlak achter zijn tegenstreefster posteert. De grimmige, agressieve gezichtsuitdrukking, mondhoeken naar beneden, heeft hij duidelijk ingestudeerd, om het intimiderende effect te vergroten. Hij oogt als een maffiabaas, maar de symboliek is duidelijk: hij is de sterke man, klaar om zich met zijn volle gewicht te storten op Clinton, de verpersoonlijking bij uitstek van het politieke establishment waarop hij belooft wraak te zullen nemen. In Nederland twittert Geert Wilders na afloop: ‘Trump has rocked this debate and is the absolute winner!’

In de nacht van 8 op 9 november, als de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen vaststaat, is Wilders in alle staten van opwinding over de belofte die Trumps zege ook voor hem inhoudt. ‘Ook wij zullen ons land terugveroveren’, twittert hij dan. Hij bevindt zich in het gezelschap van onder anderen David Duke, een oud-Ku Klux Klan-leider, die Trumps komst in het Witte Huis viert als een triomf voor zijn waarden. Nee, Trump is geen president bij wie je je als andersdenkende veilig voelt.

Leiders als hij en Wilders weten niet wat ze niet weten en willen dat ook niet weten. Onwetendheid is voor hen een zegen, want dan blijft het eigen wereldbeeld ongeschokt door onwelkome kennis. Zij politiseren de complexiteit van de pluriforme maatschappij met de bijbehorende politiek van traagheid, inschikken en compromissen als nodeloos moeilijk doen, waaraan zij een einde zullen maken.

In Trumps machtszucht doen de feiten er niet toe, dus dat de bouw van zijn muur en andere isolationistische maatregelen de VS verder achterop zullen brengen, is minder belangrijker dan de boodschap die hij met zijn ‘plan’ aan de Amerikanen overbrengt: ‘Ik ben de man die u zal beschermen tegen de gevaren die u van buiten bedreigen.’ Dezelfde illusie wekt Wilders met zijn litanie over de-islamisering en grenzen dicht.

De verbeten trek op Trumps gezicht in zijn theaterstuk tijdens het abc-debat met Clinton was geen spontane uiting. Woede behoort tot het standaardrepertoire in het publieke optreden van Trump, Wilders en andere leiders van het wraakzuchtige populisme: ze staan standaard in de overdrive. Het is een van hun theatrale middelen om de vereenzelviging van hun kiezers met hen te vergemakkelijken. In de laatste week voor de verkiezingen stond Trump in een hangar in Albuquerque, volgepakt met zijn aanhangers. Na zijn gebruikelijke aanval op Obamacare, het akkoord met Iran en de immigratie te hebben aangehoord, ontplofte de massa nadat hun kandidaat één naam had laten vallen: ‘Hillary’. ‘Lock her up, lock her up!’ bulderde het door de hangar. Trump glimlachte.

Woede zet het verstand op nul. Alles waartegen de wraakzucht zich keert is de schuld van een ander, de vijand, waarmee de woede de vorm krijgt van wrok, dus van racisme, antisemitisme, afkeer van moslims, misogynie, of van weerzin tegen complexiteit, deskundigheid, de autoriteit van de waarheid. ‘Mensen hebben genoeg van experts’, zei de Britse pro-Brexit-politicus Michael Gove. Bij Wilders culmineert een uitbarsting doorgaans in de kreet: ‘Miljoenen mensen hebben er schoon genoeg van.’

Deze agressieve stijl van het populisme weerspiegelt zijn kerngedachte dat je problemen oplost door de tegenstander te intimideren, niet door compromissen te sluiten. Dat verschaft het populisme zijn retoriek van strijd en conflict of, in een meer geëxalteerde vorm, minachting van de ‘goedmens’, met een woord van pvv’er Martin Bosma. In deze visie op politiek is het compromis een onnodige vertraging van de oplossing. Daarom keren populisten zich tegen elke tegenmacht die instaat tussen hen en wat zij formuleren als ‘de volkswil’.

Gezien die vijandigheid tegen contramachten is er wat voor te zeggen om Trump, Wilders en andere populistische leiders te typeren als autocraten in de wachtstand. In die stand zullen ze ook wel blijven staan. In de westerse democratieën temt de grondwet de uitvoerende macht, door de instituties die die macht inperken stevige bescherming te bieden. ‘De VS zijn geen Weimar’, schreef New York Times-columnist Nicholas Kristof ter relativering van de vrees dat met Trumps verkiezing de Amerikaanse liberale democratie wordt bedreigd. Met de scheiding van politieke en rechterlijke machten, de waarborgen voor de vrije pers en het tweekamerstelsel is de Amerikaanse grondwet gefundeerd in het principe van een evenwicht tussen macht en tegenmacht.

***

Toch stelt dat niet helemaal gerust. In de naoorlogse Amerikaanse politieke geschiedenis heeft geen president zich zo vijandig als Trump uitgelaten over rechters, journalisten, intellectuelen en anderen die hem naar zijn idee in de weg lopen. Bovendien mag hij anders dan Obama, tegen wie de Republikeinen permanent obstructie pleegden, hopen op een Congres dat hem gunstig is gezind, nu zijn partij in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat de meerderheid heeft behouden. Hoewel nog moet worden afgewacht in hoeverre de Republikeinse leiders in de Senaat en het Huis, Mitch McConnell en Paul Ryan, bereid zijn hun politieke eer ondergeschikt te maken aan de onberekenbare Trump en diens warrige ‘programma’. Voor zover überhaupt sprake is van dat laatste, is het in strijd met de Republikeinse traditie, met de liberale die zweert bij vrijhandel, zowel als met de conservatieve met haar hang naar fatsoen, gemeenschapszin, goede smaak en geleidelijkheid.

Populistische leiders zien verdeeldheid als een gebrek, in plaats van als een kenmerk van een levendige maatschappij

Met de verkiezing van Trump is ook de rancuneuze, verbaal gewelddadige taal gelegitimeerd jegens mensen die hij niet als zijn gelijke ziet. En wie zou dat kunnen zijn in de ogen van iemand die zijn eigen naam in kapitale letters op al zijn gebouwen en vliegtuigen zet? Trumps kleingeestigheid uit zich in het groteske van dit soort megalomanie. Anderen verbaal vernederen is zijn manier om te domineren, zoals ook Wilders van openlijke minachting jegens anderen een methode heeft gemaakt om zichzelf te verheffen. ‘Zielig, miezerig, hypocriet mannetje’, beet hij Alexander Pechtold toe toen de d66-leider hem vroeg zich te distantiëren van de nsb-vlaggen die bij een pvv-demonstratie te zien waren.

Uit Trumps campagne zijn diverse voorbeelden op te tekenen van geweldsincidenten en het is niet gek om een verband met zijn agressie en vertoon van woede te vermoeden. Nog in de laatste week voor de verkiezingen was Austyn Crites uit Reno, een lid van de Republikeinse Partij, het slachtoffer op wie Trumps publiek zich stortte toen hij het bordje ‘Republicans against Trump’ omhooghield. Crites werd geslagen en gestompt en zei naderhand even voor zijn leven te hebben gevreesd: een dolleman hield hem in de wurggreep en drukte door. Trump, na zijn inauguratie de machtigste man op aarde, is iemand met weinig zelfbeheersing, een bully die anderen belachelijk maakt en er zelfs niet voor terugdeinsde een gehandicapte journalist van The New York Times honend na te doen.

***

De manier waarop politici zich uitdrukken zegt iets over hun wil, dan wel onwil, om de democratie als een gezamenlijke ruimte te zien waarin je het met elkaar moet zien te rooien. Het wraakzuchtige populisme spreekt op een manier waaruit die onwil blijkt. Een van de conclusies die uit Trumps verkiezing moet worden getrokken is dat Amerika meer dan ooit een gespleten natie is. Sociaal valt het land uiteen in gescheiden werelden, met allengs minder inlevingsvermogen van de één in de ander. ‘Crush the Urbanite’, ‘verpletter de stedeling’, schreef een Trump-fan na de verkiezingen. ‘Anyone telling you this was a vote for unity and blah blah blah is a liar and they know it!’ gooide oud-Ku Klux Klan-man Duke er achteraan.

Tekenend is dat het percentage Amerikanen dat Trump en Clinton beiden acceptabel vond als president net iets meer dan 0,0 procent bedroeg. Dit wederzijdse isolement krijgt in de Amerikaanse politiek uitdrukking in de hypergepolariseerde verhoudingen tussen de Republikeinen en Democraten. Dat zijn tekenen van een democratische crisis. In een politiek stelsel dat vastloopt zijn leiders niet meer geïnteresseerd in het bereiken van de andere kant en preken ze voor eigen parochie.

Tot haar kern teruggebracht is democratie de georganiseerde kunst van het samenleven. Zij is een methode om vreedzaam met elkaar om te gaan, ook al verschilt de één nog zo van de ander. De democratie veronderstelt dus een sociaal bewustzijn, het besef dat je met anderen leeft en lang niet altijd het laatste woord zult hebben. De politiek denker en sociaal-democraat Jacques de Kadt formuleerde het zo: ‘De democratie berust op een alledaagse vorm van broederschap die meebrengt dat men overreding en overtuiging als normale vormen van omgang beschouwt.’ De democratie is dus ook een beschavingsnorm, met maat houden, besef van lotsverbondenheid, acceptatie van andersdenkenden en erkenning van diversiteit als sleutelbegrippen.

De democratie is een kwetsbaar systeem omdat zij zelf de voorwaarden voor haar behoud moet scheppen. In tegenstelling tot totalitaire regimes is zij een stelsel waarin de macht haar eigen tegenmachten op orde dient te houden, door in de wetten de waarborgen voor hun onafhankelijkheid en vrijheid te verankeren. De liberaal Carel Polak, minister van Justitie in het kabinet-De Jong, zei dat democratie niet voor bange mensen is: je moet ruimte laten voor andersdenkenden. In de wetenschap dat de macht is gebreideld durven mensen de democratie aan, want de vrijheidsrechten in de grondwet beschermen hen tegen een opdringerige staat, de pers controleert namens hen de autoriteiten, de politieke partijen geven stem aan hun wensen en verlangens, de maatschappelijke organisaties behartigen hun belangen.

Met deze instituties bewaakt de democratie dus de pluriformiteit. Ze voorkomen machtsconcentratie in één hand en scheppen zo bij mensen het vertrouwen dat ze de beschikkingsmacht over de natie met anderen kunnen delen. Ze zijn daarmee de sine qua non van de democratie. Zo sterk of zwak de instituties zijn, zo sterk of zwak is de democratie.

In ­Frankrijk verkiest één op de vijf burgers inmiddels een ­dictatuur boven de democratie

In haar hoedanigheid van vormgeefster van de rechtsstaat heeft de politiek daarin een spilfunctie. Dat doet een beroep op het rechtsstatelijke ethos van politici en hun gevoel van verantwoordelijkheid voor het op peil houden van de tegenmachten. Populistische leiders geven van het één noch het ander blijk. Trump, Wilders, Marine Le Pen, Viktor Orbán, Frauke Petry, Recep Erdogan grossieren in verdachtmakingen aan tegenmachten die het moeten hebben van trouw aan de feiten en onafhankelijkheid, zoals rechters en journalisten. In een politieke sfeer waarin onverschilligheid over de waarheid de toon zet zijn zulke verdachtmakingen vruchtbaar zaad voor haat.

In het strafproces tegen hem grijpt Wilders de kleinste gelegenheid aan om de rechters verdacht te maken als een eliteclubje dat hem de voet dwars wil zetten. Trump dreigde het recht in eigen hand te nemen en Clinton achter tralies te zetten zodra hij president was, hij betoonde zich voorstander van martelen en bepleitte het doden van families van terroristen. In een proces tegen hem uitte hij verdachtmakingen aan een rechter van Mexicaanse afkomst. Typerend voor zijn onverschilligheid over het belang van onbetwijfelbare waarheid in het recht is zijn heksenjacht op de Central Park Five. Vijf zwarte jongens die, naar later bleek ten onrechte, waren verdacht van verkrachting, moesten ook toen hun onschuld vaststond volgens Trump worden terechtgesteld. Want, zei hij in 2014: ‘Niemand anders durft dit dan ik. Mensen zijn moe van het politiek correcte gedoe.’

Medium groene hooven trump 2

Vijandigheid tegenover de pers is schering en inslag bij populistisch rechts. Volgens Trump vergiftigen media de mensen (‘They poison the minds’) met ‘leugens, leugens, leugens’ en zijn ze deel van een ‘samenzwering tegen u, het Amerikaanse volk’. Met de kreet ‘wow!’ verkneukelde hij zich enkele dagen na zijn verkiezing over het abonneeverlies dat The New York Times sinds zijn zege zou hebben geleden. Bij demonstraties van Pegida in Dresden wordt standaard ‘Lügenpresse’ gescandeerd. En zo reageerde Wilders op oproepen aan zijn adres om afstand te nemen van het geweld tegen asielzoekers: ‘Politiek en pers kunnen de rambam krijgen. Neem zelf lekker afstand van jullie lafheid en verraad van Nederland aan de islam. Sukkels.’ Om nog maar te zwijgen over de afbraakpolitiek die Erdogan tegen de rechterlijke macht en de vrije pers voert.

In het streven naar een autoritair bewind onder leiding van een sterke man (m/v) is het een tactisch wapen om achterdocht te zaaien tegen temperende machten die directe uitvoering van wat de leider wil in de weg staan. Is populistisch rechts ook bewust onwetend over de finesses van democratie en rechtsstaat? Populistische leiders staan bij zichzelf geen twijfel aan het eigen gelijk toe. Zij zien de onbepaaldheid en de verdeeldheid van de samenleving als een gebrek dat moet worden opgelost, in plaats van als een kenmerk, onlosmakelijk met de moderniteit verbonden, van een levendige maatschappij. Kennis van de complexe werkelijkheid komt de sterke man niet van pas. ‘Ik geloof dat niet’, zei Wilders kortweg in een interview met het AD over cpb-berekeningen waaruit blijkt dat de financiële onderbouwing van zijn verkiezingsprogramma luchtfietserij is.

***

In een rede in de VS in 1938, dit jaar in een nieuwe vertaling gepubliceerd in Nexus, kenschetste de Duitse schrijver Thomas Mann het politiek extremisme in zijn land als volgt: ‘Minachting voor de zuivere rede, ontkenning en verkrachting van de waarheid ten gunste van macht en staatsbelang, een beroep op lagere instincten, het losmaken van de stompzinnigheid en het kwaad uit de discipline van de rede en de intelligentie, de emancipatie van de schurk.’

Waarom rukt dat agressieve populisme zo ver op? Wat is de voedingsbodem? De opkomst van tinnegieters in de politiek is altijd een signaal van disfunctionerende economische, sociale, maatschappelijk stelsels. Hoeveel razernij populistische leiders ook in hun woorden leggen, is het de vraag of ‘woede’ het meest precieze woord is om de stemmotieven van hun kiezers te duiden. ‘Onmacht’ is wellicht beter. De mogelijkheid voor burgers om via de politiek gezamenlijk richting te geven aan hun samenleving is een van de essentiële verworvenheden, zo niet de belangrijkste, die een democratie te bieden heeft. Die verworvenheid staat op het spel nu de mondiale economische machten de politieke krachten te boven gaan.

Facebook betaalde in 2011 over een omzet van ruim een miljard euro 0,34 procent belasting, met dank aan de belastingontwijkingstruc die bekend staat als double Irish with a Dutch sandwich. Dat is een willekeurig voorbeeld van de eigenrichting die zo’n multinational zich dankzij zijn macht kan veroorloven. Facebook zelf beslist over de belasting die het bedrijf verschuldigd is, niet de overheid in haar rol van belastingheffer.

De globalisering is door haar grenzeloosheid een proces dat door nationale overheden niet te stuiten is, als zij dat al willen. Niet alleen over belastingen, maar ook over werk, inkomen, sociale zekerheid is beslissingsmacht in meer of mindere mate aan de publieke controle ontglipt. Internationaal heeft vooral de liberalisering van de financiële markten het kapitalisme ontketend, met als gevolg dat het naoorlogse bestand tussen kapitaal en arbeid verstoord raakte. Daar komt bij dat het neoliberale adagium dat we allemaal onze eigen baas zijn van steeds meer werknemers kleine zelfstandigen heeft gemaakt. De macht van het getal die de vakbeweging vroeger kon uitoefenen is daarmee meer en meer gebroken. Om het klassiek te zeggen: de factor arbeid legt het af tegen de factor kapitaal.

Door de globalisering en robotisering verdwijnt werk van de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, dan wel wordt het verplaatst, naar India of naar een microchip. Het contrast met het toekomstperspectief van de winnaars, de mensen die de concurrentie aankunnen en even flexibel zijn als de economie, is groot. Voor hen zijn ‘creatieve destructie’ of ‘creatieve economie’ catchy hoera-woorden, voor degenen die de vaardigheden of de juiste contacten ontberen een aankondiging van misère. De economische pijn treft vooral hen. De wens zich los te koppelen van de bedreigende wereld kan dan sterker zijn dan alle rationele argumenten dat daarmee het werk en de verzorgingsstaat niet terugkeren.

Treft dit lot alleen de ‘globaliseringsverliezers’? De mensen met los-vaste, laagbetaalde baantjes, als zij überhaupt werk hebben? Is de winst van Trump de wraak van de witte arbeider? Van de rust belt op de stad? Zo’n uitleg beperkt het zicht op het feit dat de vrees voor de glijvlucht naar beneden ook in de middenklasse heerst. Zonder steun onder die burgers zou Trump de verkiezingen niet hebben gewonnen.

De sociaal-democratie zou het voor de hand liggende, fatsoenlijke alternatief voor het rechtse populisme moeten zijn

De officiële statistieken wijzen erop dat het Amerikaanse superkapitalisme drastischer dan de gematigde Europese markteconomie de sociale basis aantast waarop de middenklasse rust. Al sinds 1970 stagneert het modale inkomen in de VS, met als gevolg dat mensen in de middenklasse harder moeten werken en meer schulden maken om bij te blijven. Na de voorlaatste recessie, in 2001, zijn de middeninkomens ondanks de opgaande conjunctuur zelfs gedaald. Dat was voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis. In dezelfde periode ging de rijkste tien procent van de Amerikaanse bevolking er een derde op vooruit en vermeerderde het vermogen van de allerrijksten zelfs met het onwezenlijke percentage van 425.

In Nederland geven de officiële cijfers over de inkomensverhoudingen geen beeld van toenemende verschillen. Maar achter de cijfers gaat wel degelijk een wankelende maatschappelijke ladder schuil waarop de middenklasse zich met moeite staande houdt, als dat al lukt. Alles wat in jaren van voorspoed doorgaans tot de zekerheden van het bestaan behoorde, zoals werk, betaalbare zorg, goed onderwijs en een welvaartsvast pensioen, is nu lang niet meer zo vanzelfsprekend. De armoedeval klapt eerder open dan vroeger. Dat geldt temeer nu ook overheidsvoorzieningen allengs schraler worden.

De overheid is dus minder dan vroeger een bepalende factor voor de bestaanszekerheid, hoewel mensen op zoek naar bescherming nog altijd geneigd zijn via de politiek haar richting uit te kijken. De spanning die daarmee ontstaat kan zich op het bestel ontladen, bijvoorbeeld doordat mensen meer tegenwicht tegen deze ontwrichtende ontwikkeling verlangen van een overheid die aan sturingsmacht heeft ingeboet. In Frankrijk, waar burgers vanouds op de staat vertrouwen om ongewenste ontwikkelingen te keren, verkiest één op de vijf burgers inmiddels een dictatuur boven de democratie, blijkt uit een grote enquête waaruit Le Monde citeert.

***

Hoe moet de oude orde, met de volkspartijen als spil, op de dreigende vertrouwensbreuk met de democratie reageren als de bron van de onvrede diezelfde orde is? Zij omarmde de globalisering, het neoliberalisme en het terugtreden van de overheid en sloot de vrijhandelsverdragen die nu, terecht of niet, als bron van de ellende worden gezien.

De crisis van 2008 maakte de achteruitgang voor miljoenen mensen een reële dagelijkse ervaring, nadat zij zich met de aanslagen van 11 september 2001 al met één klap bewust waren geworden van de breekbaarheid van het bestaan. Het sociale contract van de politiek met de burgers, waarop de oude orde rust, is dat zij hun enige mate van bestaanszekerheid biedt dankzij werk, een geregeld inkomen, een sociaal stelsel waarop je in tijden van werkloosheid of ziekte kunt terugvallen. In ruil daarvoor heft de overheid belasting, om de publieke diensten te onderhouden.

De oude orde wordt nu aangekeken op het verbreken van dat contract, niet geheel ten onrechte. Dat mensen boos, emotioneel, verbitterd, onredelijk zijn wil niet zeggen dat ze geen reële problemen aan de orde stellen. ‘Nederland mag je geen verzorgingsstaat meer noemen, daar is de participatiesamenleving afgekondigd’, zegt de socioloog Don Kalb in Trouw. ‘Iedereen moet nu heel hard rondrennen op zoek naar nieuwe baantjes voor zoveel maanden of zoveel weken. En zich steeds opnieuw scholen. En zelf zorgen voor zijn oude moeder. Natuurlijk is dat bedreigend.’

De nieuwe maatschappelijke tegenstellingen van deze tijd trekken ook nieuwe politieke scheidslijnen. Opvallend is dat de sociaal-democratie daarbij in de marge terecht lijkt te komen, hoewel zij met haar verdiensten in de beteugeling van het kapitalisme en de bescherming van de bestaanszekerheid het voor de hand liggende, fatsoenlijke alternatief voor het rechtse populisme is. Nergens in West-Europa staan de sociaal-democraten er goed voor, niet in Frankrijk, niet in Duitsland, niet in Nederland en ook niet in de Scandinavische landen, waar zij sinds de oorlog de politiek domineerden. De conclusie moet zijn dat de sociaal-democratie een probleem heeft met de vertegenwoordiging van mensen die zich door de grenzeloze economische krachten bedreigd voelen. Een mogelijke verklaring is dat zij nog geen vervolg weet te geven aan haar naoorlogse succesnummer, de nationale verzorgingsstaat, die minder gemakkelijk op peil is te houden naarmate het beweeglijke kapitalisme de politieke en statelijke macht overvleugelt.

In Nederland reageren pvda en SP verschillend op dit dilemma. De pvda wil zich met goed bestuur onderscheiden van oppositionele flankpartijen. Een honorabele inzet, maar in de representatie van haar kiezers gaat wel wat mis als de erfenis van Rutte II onder meer bestaat uit meer macht voor de zorgverzekeraars, een hogere drempel tot het hoger onderwijs en een nieuwe arbeidswet die de onzekerheid van werknemers vooralsnog heeft vergroot. De SP op haar beurt valt in haar streven naar behoud van de verzorgingsstaat terug op nationalistische reflexen en dreigende vijandbeelden over Europa met zijn Brusselse ‘klauwen’.

In het laatste jaar voor de oorlog verzette Jacques de Kadt zich tegen de gedachte dat de democratie niet is opgewassen tegen bijzondere omstandigheden of grote noden. Hij meende wel dat zij het zonder vooruitgangsgeloof moeilijk krijgt. ‘Een democratie is niet van nature passief en defensief, ze is dat zodra ze geen grote ideeën, sterke bezieling, plannen meer heeft (…) en teert op ideeën uit verleden’, schreef hij in 1939 in Het fascisme en de nieuwe vrijheid.

Nu de roep om de sterke man in de VS een onberekenbare, sjoemelende vastgoedmagnaat en Ku Klux Klan-vriend zonder bestuurlijke ervaring aan de macht heeft gebracht, is de urgentie van de formulering van een nieuw vooruitgangsgeloof groter dan ooit. De inzet is hoe nieuwe politieke macht op internationaal niveau is te mobiliseren, want in hun eentje zullen regeringen de globalisering en de bijkomende verschijnselen als massamigratie, economische onzekerheid en terrorisme nooit naar hun hand kunnen zetten.

Zo kan ook het ideaal van de Europese eenwording tot nieuw leven worden gewekt, door te schetsen hoe een machtiger Europa betere bescherming aan de bestaanszekerheid kan bieden en, spiegelbeeldig, hoe benauwd een samenleving zal zijn die een muur om zich heen bouwt. De verkiezing van Trump heeft de tijdsdruk vergroot. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat hij bij zichzelf te rade zal gaan zodra blijkt dat zijn isolationistische beleid averechts werkt en de Amerikanen dieper in de ellende stort. Hij zal dan eerder de schuld geven aan zijn gebruikelijke vijanden, hoogstwaarschijnlijk met meer haat en agressie dan ooit.