De kleinkinderen van de duce regeren italie

Movimento Sociale Italiano is uit de catacomben gekropen. Is de geest van Mussolini opnieuw over de Italianen vaardig geworden?
ROME - ‘Vijf neofascisten in de regering-Berlusconi.’ De meeste Italianen vonden die kop, die vorge week woensdag in diverse variaties op de voorpagina’s van de wereldpers stond, niet alleen overdreven, maar ook onzinnig. Neofascisten? Kom nou!

Iedereen weet toch dat het fascisme zo dood is als een pier en dat de partij van Gianfranco Fini er niet over peinst het te laten herrijzen? En die miljoenen die op Fini en de zijnen hadden gestemd, die kon je toch onmogelijk van fascistische sympathieen betichten?
Even absurd vond men de reactie van de Belgische minister Dehousse: ‘Op het moment waarop Zuid-Afrika terugkeert tot de democratische naties, zet een Europese staat de deur weer open voor het fascisme.’ En wat verbeeldde die Noorse minister van Buitenlandse Zaken zich wel met zijn verklaring dat hij voortaan voor een eventuele ontmoeting met een Italiaanse minister eerst diens politieke doopceel zal lichten? En dan al die oproepen voor een Europese boycotcampagne tegen het zogenaamd fascistisch geworden Italie. Nee, het buitenland heeft er niets van begrepen. En we hebben van niemand lesjes nodig in democratie, zeggen zowel neo- als sommige antifascisten.
Vijf van de vijfentwintig ministers en twaalf van de achtendertig onderministers van de kersverse regering-Berlusconi zijn lid van de in januari van dit jaar opgerichte Nationale Alliantie. De meesten van hen zijn ook lid van een veel oudere partij, de Movimento Sociale Italiano. Deze MSI werd in 1946 gesticht door Giorgio Almirante en andere oudgedienden van Mussolini’s Italiaanse Sociale Republiek, beter bekend als de - volledig van de Duitse bezettingstroepen afhankelijke - Republiek van Salo. De Nationale Alliantie is de opgelapte en uitgebouwde versie van de MSI. Een facgade-operatie, beweren de meest fervente antifascisten.
Niets daarvan, antwoordt de 42-jarige Fini, leider van zowel de MSI als de Nationale Alliantie. Het fascisme, zegt hij, is vijftig jaar geleden met Mussolini gestorven. Wij zijn geen fascisten, wij zijn geen neofascisten, wij zijn postfascisten. De wereld hoeft niet bang te zijn dat de vrijheid in Italie in gevaar komt. Integendeel. Wij zijn de garantie van de democratie.
DE KLEINKINDEREN van de Duce de garantie van de democratie? Even slikken. Is dit de ontknoping van wat sommigen overhaast de Italiaanse revolutie hadden gedoopt? Een regime van dieven en maffiosi heeft plaats gemaakt voor een ongeloofwaardige mix: al dan niet gemoderniseerde neofascisten die zich beschouwen als de Italiaanse evenknieen van de neogaullisten van Chirac, separatisten die beweren dat ze als federalisten de nationale eenheid zullen waarborgen, en een door de voetbal-yell 'Forza Italia' verenigde mengelmoes van carrieremakers, opportunisten, schipbreukelingen van het vorige bewind en behoudende krachten van allerlei soort - dit alles onder de inspirerende, autoritaire en onervaren leiding van een tv-magnaat die met zijn concern een geslaagde overval heeft gedaan op de staat.
De meest zorgwekkende nieuwigheden zijn het aantreden van neofascistische ministers en de ongehoorde concentratie van de moderne trias politica (economische macht, politieke macht, mediamacht) in de handen van e'e'n en kele persoon. Vergeleken daarmee verhuist een andere verontrustende nieuwigheid naar de achtergrond: de deelname aan de regering van de Liga Noord, die rauwe protestpartij met haar dreigementen over afscheiding en haar afkeer van vreemdelingen, vooral die uit het zuiden van het eigen land.
Is in Italie de klok een halve eeuw achteruit gezet? Is de geest van Mussolini opnieuw over de Italianen vaardig geworden? Feit is dat iets wat vorig jaar nog voor onmogelijk werd gehouden, nu is gebeurd: voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis van Europa zijn de politieke erfgenamen van een totalitaire doctrine als het fascisme in een nationale regering gekomen.
In Italie zelf zien zelfs de meest overtuigde antifascisten geen fascistische restauratie voor de deur staan. Ze reageren een stuk gematigder dan de wereldpers, die de zwarthemden al ziet oprukken naar het Quirinaal en Fini ontmaskert als een aspirant-Duce. Is Fini niet degene die na zijn verkiezingsoverwinning Mussolini heeft uitgeroepen tot de grootste staatsman van deze eeuw? Heeft hij niet geweigerd de banden met het fascistische verleden door te snijden? En heeft de extremist Jean-Marie Le Pen de regering-Berlusconi niet ten voorbeeld gesteld aan heel Europees rechts?
'WIJ ZIJN GEEN FACISTEN, WIJ ZIJN GEEN NEOFACISTEN, WIJ ZIJN POSTFACISTEN
ER ZIJN TWEE FINI'S. Voor de eerste hoeven de democraten en antifascisten niet zo vreselijk bang te zijn. Het is de Fini met het double breasted jasje en de dure bril, de koele politicus vol aplomb die op tv zekerheid en vertrouwen uitstraalt, de kalme figuur die niets liever wil dan door de nationale en internationale politieke wereld geaccepteerd te worden als de serieuze leider van een moderne, gematigd rechtse, democratische partij.
Maar de MSI heeft altijd twee gezichten gehad. Fini vertegenwoordigt het nette gezicht, maar het andere gezicht zit vast aan dezelfde januskop. Fini's keerzijde boezemt allesbehalve vertrouwen in. Want of hij het nu wil of niet, hij brengt een in het fascisme gedrenkte politieke cultuur in. Hij verklaart het fascisme dood, en dat doet hij des te grager omdat hij daardoor ook het antifascisme hoopt uit te schakelen. De tegenstelling fascisme-antifascisme is volgens hem achterhaald, en steeds meer mensen, te beginnen met Berlusconi zelf, vinden dat ook. Dit is de eerste Italiaanse regering sinds Mussolini die niet meer antifascistisch is.
Nu Fini's rechts in de regering is gekomen, is er ook ruimte ontstaan voor een nog rechtser rechts van nazi's en neonazi's, van pure fascisten en pure neofascisten. Die zijn ook te vinden in de harde kern van Fini's eigen achterban. Deze oude garde is vaak afgedaan als een uitstervende groep nostalgische oudjes, maar ze zijn nog verrassend actief. Die harde kern heeft de steun van de twee miljoen Italianen die al op de MSI stemden voordat deze gettopartij praktisch van het ene moment op het andere veranderde in een toevluchtshaven voor miljoenen ontheemde rechtse stemmers. Om die diehards niet van zich te vervreemden doet Fini uitspraken als die over de grootste staatsman van deze eeuw. Daarmee deed hij, vooral voor het buitenland, in e'e'n klap zijn hele goodwill-offensief teniet. Voor die blunder is hij flink op de vingers getikt door de nieuwe senaatsvoorzitter Carlo Scognamiglio.
Maar Fini was oprecht. Voor hem is Mussolini inderdaad de grootste. Dat is hem vanaf zijn vroegste jeugd voorgehouden door zijn leermeester Almirante zelf. Je kunt zoiets alleen maar in ernst blijven volhouden als je de fascistische cultuur met de paplepel hebt binnengekregen. Al val je duizend keer van je geloof af, wat je als kind is bijgebracht, raak je nooit meer echt kwijt.
Mussolini, wie was dat ook al weer? Was dat niet die socialist die het fascisme ontdekte? Was dat niet die dictator die een eind maakte aan de politieke vrijheid en Italie in drie militaire avonturen stortte: de invasie van Abessinie, de hulp aan de troepen van Franco in de Spaanse burgeroorlog, en het bondgenootschap met nazi-Duitsland? Is dat niet de man die rassenwetten uitvaardigde om niet bij zijn grote broer Hitler achter te blijven? Is hij niet verantwoordelijk voor de deportatie van duizenden Italiaanse joden, voor de dood van al die soldaten die hij, ter eigen glorie, als kanonnenvlees het slagveld opstuurde, voor de enorme oorlogsschade die Italie heeft opgelopen?
In vergelijking met Hitler was Mussolini een goedaardige, zij het megalomane sul. De echte jodenvervolging in Italie begon pas nadat het land door de Duitse bondgenoot was bezet. Zeker, met zijn verhitte nationalisme (de staat boven alles, en de staat, dat was de Duce zelf) heeft hij de geesten onderworpen en vegiftigd. Maar tegelijk heeft hij in de twintig jaar van zijn bewind de nationale eenheid bevorderd, het volk een gevoel van eigenwaarde gegeven, het gezin op een voetstuk gezet (en daarmee de vrouw gereduceerd tot baarmoeder), de oude agrarische samenleving gemoderniseerd en de maffia het zwijgen opgelegd, want in zijn Italie kon geen plaats zijn voor andere machtscentra. De kerk was hem dankbaar voor het concordaat van 1929 (paus Pius XI noemde hem 'de man van de Voorzienigheid'). En net als in nazi-Duitsland reden de treinen op tijd, hoewel dat volgens het laatste nieuws alleen schijnt te hebben gegolden voor de hoofdlijnen. Naar deze 'goede' dingen van de Duce, of wat daarvoor doorgaat, grijpt de MSI graag terug.
Het regime van Mussolini liep uit op de ramp van Salo
en een burgeroorlog. Verzetsmensen van uiteenlopenden huize, van communisten tot monarchisten, begonnen zich steeds meer te roeren. De Italiaanse democratie werd gevestigd op de waarden waarvoor veel verzetsstrijders hun leven hadden gegeven. Het uitgangspunt van de grondwet van de in 1946 gestichte Italiaanse republiek was het antifascisme. Daardoor konden bijvoorbeeld de communisten wel meedoen aan het politieke spel, maar kwam de MSI automatisch buiten spel te staan.
FINI RIEP TWEE JAAR GELEDEN NOG DUCE, DUCE', DE RECHTER ARM GESTREKT OMHOOG
MEER DAN VEERTIG JAAR heeft de MSI zich in haar krochten redelijk prettig gevoeld, vechtend voor de nationale eenheid, een sterk gezag, de herinvoering van de doodstraf, de patriottische waarden, en God, Vaderland en Mussolini. Als partij van de verliezers was ze in de eerste jaren voornamelijk een groep nostalgici, die zwelgden in het voor hen roemruchte verleden. Ze maakten diverse interne crises door, met harde gevechten tussen de aristocratische en de plebejische vleugel, tussen de voorstanders van de directe actie en de parlementaire weg naar het neofascisme. De MSI werd een toevluchtsoord voor minderheden van uiteenlopende soort die zich allemaal verdrukt voelden: monarchisten en edellieden, de Italiaanssprekenden in Zuid-Tirol en andere nationalistische groepen, en natuurlijk ook voor ultrarechtse activisten en terroristen.
Voor de rest van de Italianen was de MSI een besmette partij, die blijvend in quarantaine moest worden gehouden. Ze mocht nog net meedoen aan de verkiezingen - waarin ze meestal ergens tussen de vijf en zes procent bleef steken - maar voor de rest werd ze zo veel mogelijk uit het openbare leven geweerd. Vandaar dat er bijna geen enkele MSI'er verzeild is geraakt in het nationale corruptiemoeras: wie geen invloed heeft, kan ook niet gecorrumpeerd raken.
Voor veel politici vervulde de MSI een nuttige functie. Dank zij de neofascisten konden de christen-democraten de schijn ophouden dat er rechts van hen nog oppositie was; daardoor konden ze zelf beter doorgaan voor vertegenwoordigers van het politieke centrum. Bovendien waren de neofascistische stemmen in tijden van nood heel welkom. Andreotti was er, als het hem uitkwam, in het geheel niet vies van. Voor antifascisten van uiteenlopende pluimage was de MSI een geschenk uit de hemel. Want door je af te zetten tegen de erfgenamen van Mussolini gaf je jezelf automatisch een antifascistisch brevet. En wie wilde dat niet hebben in een republiek die was gebaseerd op de strijd tegen het fascisme? En wat prettig was het niet je vijand met naam en toenaam te kunnen identificeren. Menige postcommunistische ex-activist bewaart dierbare herinneringen aan de strafexpedities tegen de fascisten. En omgekeerd ook.
DAT ANTIFASCISME had nog een ander gevolg. De vaders van de republikeinse grondwet van 1948 wilden de opkomst van een nieuwe sterke man uitsluiten. Daarom gaven ze de president en de premier weinig macht. Theoretisch kwam de macht te liggen bij het parlement. In de praktijk maakte dat de opkomst mogelijk van nieuwe sterke mannen: de leiders van de regeringspartijen. We weten wat die met hun macht hebben gedaan. En we weten ook hoe ze de oppositie een deel van de buit hebben toegeworpen en daardoor hun belangrijkste controleurs tot hun medeplichtigen hebben gemaakt. De MSI deed, noodgedwongen, aan dat spel niet mee. En dat is haar redding geweest.
Toen de Operatie Schone Handen uitbrak, was voor de MSI het grote moment gekomen. Dat heeft partijleider Fini feilloos aangevoeld. Hij redeneerde dat voor veel Italianen de keus tussen stelende antifascisten en onkreukbare neofascisten niet moeilijk zou zijn, vooral als de MSI-gevel een schoonmaakbeurt zou krijgen. In plaatselijke verkiezingen buitten de MSI-kandidaten hun schone-handenimago grondig uit. Geholpen door het politieke vacuum en door het nieuwe kiesstelsel drongen eind vorig jaar twee MSI-kandidaten door tot de eindronde van de burgemeestersverkiezingen in een aantal steden: Mussolini's bloedeigen kleindochter Alessandra in Napels, en partijleider Fini zelf in Rome. Beiden verloren van hun linkse tegenstanders. Maar hoe: La Mussolini haalde 44 procent, Fini 47 procent. In negentien steden, waaronder vier provinciale hoofdsteden, werd een MSI'er burgemeester, waardoor het aantal door de neofascisten bestuurde plaatsen steeg tot vierenveertig.
Waren miljoenen Italianen plotseling fascist geworden? Nee natuurlijk. Maar er waren wel miljoenen rechtse mensen die na de instorting van de oude regeringspartijen naar een andere partij hadden gezocht en die hadden gevonden in de MSI. Het zwarte stigma van die partij deerde ze niet. Ze waren geen neofascisten. Maar ook geen antifascisten.
Na deze zegevierende uittocht uit de catacomben zette Fini de Nationale Alliantie op, bestaande uit de MSI en daaromheen wat ex-christendemocratische franje. Hij begreep dat de MSI voor iedere rechtse regering onmisbaar was geworden. De mediamagnaat Berlusconi, die inmiddels uit angst voor een linkse overwinning politieke roeping had gekregen, begreep dat ook. Fini zette na enige aarzeling zijn nationalistische en antiliberale ideeen in de ijskast en sloot een stembusakkoord met Berlusconi. In de verkiezingen van 27 en 28 maart haalde de Nationale Alliantie 13,5 procent van de stemmen, drie maal zo veel als de MSI de keer daarvoor. Daarmee werd ze, na Forza Italia en de ex-communistische PDS, de derde partij van het land.
Europa huiverde, maar Fini en Berlusconi verzekerden dat dat een anachronistische reactie was. Dat postfascisme was een slimme vondst van Fini. Nog maar twee jaar geleden voerde hij een demonstratie aan van zwarthemden, die onder Mussolini's fameuze balkon op de Piazza Venezia in Rome 'Duce, Duce' scandeerden, de rechterarm gestrekt schuin omhoog. Nu ijvert hij voor hemden van een andere kleur en een andere manier van groeten. Want met het fascisme heeft hij niets meer te maken. Het fascisme is immers met Mussolini gestorven. Maar hij hoeft zich er ook niet voor te schamen. Goed, zijn rassenwetten waren een 'vergissing'. Maar af te zweren is er niets. En zelfs als Fini dat zou willen, kan dat niet, want anders krijgt hij de oude - en jonge - getrouwen aan de fascistische idealen tegen zich. De parlementariers en burgemeesters onder hen zeggen: onze kiezers wisten wie we waren, ze hebben ons niet gekozen om het fascisme af te zweren maar om concrete dingen te doen.
Fini probeert het dilemma te omzeilen door ook het antifascisme dood te verklaren. De herdenking dit jaar van de bevrijding bood hem daartoe volop de gelegenheid. De 25ste april ziet hij niet meer als de bevrijding, maar als het einde van de oorlog en het begin van de nationale verzoening. Zowel fascisten als antifascisten hebben gestreden voor hun idealen en de doden van beide kampen verdienen even veel respect. Zou het toevallig zijn dat de bevrijding nog nooit zo massaal is herdacht als dit jaar?
FINI HEEFT GROOTSE PLANNEN. Hij mikt op de politieke mislukking van zijn bondgenoot Berlusconi en hoopt daarna de leider te worden van een rechtse regering. Maar in zijn achterban rommelt het steeds meer. Kameraden van de oude stijl zoals Mirko Tremaglia zijn uit de regering geweerd omdat de zacht-rechtse kameraden en nieuwkomers aan de top van de Nationale Alliantie niet met hen voor de dag durfden te komen. Die weten niet hoe snel ze gezonde kwajongensstreken - het systematisch aftuigen van immigranten, de profascistische demonstratie van het afgelopen weekeinde in Vicenza - moeten veroordelen. En ze willen na de Europese verkiezingen zelfs de bustes van Mussolini uit de partijkantoren weghalen en het oude embleem - een vlam die uit de lijkkist van Mussolini opstijgt - vervangen. De oude MSI rebelleert dus. In Ancona is een bloemenkrans op het monument voor de gevallenen verbrand en is het plein van het monument officieus omgedoopt in Piazza Mussolini. In Rieti is een straat officieel vernoemd naar Almirante. De oud-militiaan van Salo
die burgemeester is geworden van Latina, wil deze stad haar door Mussolini gegeven naam Littoria teruggeven en er het centrum van de rechtse cultuur van maken. Nee, het fascisme staat niet voor de deur. Maar wie zei dat het dood en begraven is?