Film

De kleur van angst

Film: ‹The Village› van M. Night Shyamalan

1897 is de datum op de grafsteen. Zeven jaar is de jongen geworden die de inwoners van een afgelegen gehucht in een vallei aan de rand van een groot bos te ruste leggen. De lucht is grauw. Droevig kijken de dorpsoudsten hoe de dominee bidt. Later proberen zij de jongeren van het dorp te troosten. Dat gaat moeizaam. De vragen die zij stellen, vooral de stille, maar dappere Lucius Hunt, zijn pijnlijk: waarom mogen wij nooit door het bos naar de bewoonde wereld om medicijnen te halen? En toch kent ook Lucius het antwoord. Het betreft datgene wat het leven van iedereen hier al sinds mensenheugenis overheerst: in het donkere bos schuilen monsters.

Dan raakt Lucius (Joaquin Phoenix) gewond als de dorpsgek Noah Percy (Adrian Brody) hem aanvalt. De aanleiding is een liefdesrelatie tussen Lucius en Ivy Walker (Bryce Dallas Howard), een vriendin van Noah. Om het leven van haar gewonde geliefde te redden, moet Ivy de barre tocht aan door het bos met de monsters.

Angst is de drijvende kracht in M. Night Shyamalans nieuwe film The Village. Het werk is een gelaagd gotisch horrorverhaal dat zich vooral op één vlak laat lezen, namelijk dat van een actuele politieke allegorie. Hierin vormt het negentiende-eeuwse gehucht een microkosmos van het hedendaagse Amerika. De wijze waarop de dorpsoudsten de cultuur van angst in het dorp cultiveren, reflecteert het beleid van het terreuralarm waarmee de regering-Bush het land en zijn inwoners «alert» wil houden in de gespannen jaren na 9/11. Net als in het huidige Amerika hebben de dorpelingen in Shyamalans film te maken met een gecodificeerd kleurensysteem. De grens van het dorp neemt de vorm aan van een cirkel gemarkeerd met gele vlaggen. De grenswachters patrouil leren gekleed in gele capes. Want geel is de kleur die de monsters weghoudt. Wie daarentegen rood bij zich heeft, komt direct in levensgevaar. Rood trekt de dood aan; rood lokt de monsters; rood is de kleur van angst, van de onzichtbare vijand.

In The Village draait het om het wegvallen van geloofssystemen. Doordat de dorpsoudsten in niets meer geloven behalve in de ideologie van angst voor de monsters ontbreken visie en leiderschap en kan chaos welig tieren. Dat «geloof» is in de films van Shya malan niet per definitie iets religieus. The Sixth Sense (1999) en Unbreakable (2000) draaien bijvoorbeeld om mannen die niet meer in zichzelf geloven. In deze films gaat het eerder om oer-Amerikaanse normen en waarden als onschuld, eer, loyaliteit, dapperheid en optimisme over de toekomst. Het is alsof de regisseur de kijkers met hun neus op de feiten wil drukken: kijk wat er aan de hand is in het land. Alsof hij wil vragen: wat is er over van het Amerika dat ooit bestond?

En: hoe kun je een toekomst tegemoet gaan als angst alles bepalend is in het hier en nu? Om de angst te overwinnen, moet Ivy het bos in. Wat zij daar vindt, markeert het begin van een radicale verhaalwending. Typisch Shyamalan. Maar nu is de wending adembenemend…

The Village is een intelligente film, prachtig gefotografeerd door Roger Deakins, de reguliere cameraman van de gebroeders Coen. Met verschillende schakeringen van grijs, geel en rood creeert Deakins een wereld die een trapje boven de werkelijkheid staat. Melancholieke vioolmuziek van Hilary Hahn verhoogt de sprookjesachtige sfeer. In de onwerkelijkheid groeit de allegorie. En deze is potent. In Amerika liet het wegens Bush-sympathieën in opspraak geraakte Fox News Channel al snel van zich horen: «The Village zou wel meer anti-Bush en meer controversieel dan Fahrenheit kunnen zijn.»

Vooralsnog blijft dat uit. The Village kan immers niet rekenen op een hype van het formaat Michael Moore. Maar Fox heeft gelijk. Deze film is ten diepste subversief.

Te zien vanaf 26 september