In Soweto is de noodtoestand uitgeroepen om politieke onrust te onderdrukken, Zuid-Afrika, 1985 © David Turnley / Corbis / Getty Image

De vroegere buurman van Annemarié, een in- en ingoed mens, is overvallen en op brute wijze vermoord. Als Annemarié voor de begrafenis afreist naar haar geboorteland Zuid-Afrika, herbeleeft ze in gedachten haar jeugd. Haar kindertijd in een wit middenklassegezin met een zwarte bediende, voor wie bij wijze van wc-papier de appelverpakkingen werden bewaard. De foto van Hendrik Verwoerd, architect van de apartheid, boven Pa’s bureau. Haar studietijd in de jaren tachtig, die haar politiek bewust maakte en in verzet bracht tegen de apartheid en daarmee ook tegen Pa. Later haar relatie met een zwarte collega-academicus, waartegen Pa op zijn beurt verzet aantekende. En natuurlijk de periodieke uitbarstingen van geweld, zowel thuis als in het land. Maar ook: de afschaffing van de apartheid in de jaren negentig, Nelson Mandela die in zijn sobere grijze pak de Pollsmoor-gevangenis uit schreed.

Dit alles komt aan de orde in de memoires Om het hart terug te brengen van de Zuid-Afrikaanse letterkundige Annemarié van Niekerk (1962), die sinds 2004 in Nederland woont en recensent is bij Trouw. Overigens niet chronologisch: de begrafenis van de vroegere buurman vindt pas plaats in het derde deel. Het eerste deel beschrijft in detail de moord en in het tweede brengt Pa Annemarié weg naar de universiteit; het vierde en laatste deel is gewijd aan het waarom achter de reconstructie van de moord waarmee het boek begint. Herinneringen doorspekken het geheel, net als vele Afrikaanse gedichten. In de herinneringen is vaak de jongere ‘ik’ van Annemarié aan het woord – we volgen haar volwassenwording en politieke ontwaken op de voet.

Ze is opgegroeid ‘met verdraaide en verdoezelde waarheden’

Wanneer ik het boek zo navertel, merk ik dat er een schouderengel meeleest in de gedaante van de Amerikaanse schrijver Vivian Gornick. Ze zegt: je hebt de situatie van het boek nu wel naverteld, maar nog niet het verhaal. Gornick wijdde haar boek The Situation and the Story: The Art of Personal Narrative aan dit onderscheid. Ze licht het toe aan de hand van een wildwatervakantie met haar man, waarover zowel hij als zijzelf naderhand zouden schrijven. De situatie in hun beider teksten was, zo legt Gornick uit, identiek. Maar hun verhalen verschilden als dag en nacht. Haar man bleek vooral geïnteresseerd in de heldencapriolen van de wildwatergids; zijzelf in hun huwelijk, waarin zich tijdens de vakantie barsten begonnen af te tekenen. Volgens Gornick vallen of staan memoires dus niet bij de gebeurtenissen en achtergrond die worden geschetst (de situatie), maar bij de vaak tragische strekking (het verhaal).

Nu is natuurlijk de vraag wat het verhaal is in Om het hart terug te brengen. Mijn eerste antwoord zou zijn: Annemariés noodlottige poging om Pa’s politieke ongelijk te bewijzen via de liefde. Pa is niet zomaar pro-apartheid, hij is lid van de Broederbond, een geheim genootschap met veel macht dat de belangen van witte, calvinistische Afrikaner mannen behartigt – wat idealen betreft vergelijkbaar met de Ku Klux Klan. Als Annemarié tijdens haar studie over de politieke geschiedenis van Zuid-Afrika begint te lezen, beseft ze te zijn opgegroeid ‘met verdraaide en verdoezelde waarheden, met blinde vlekken en met een scheefgetrokken geschiedenis’. Ze wordt letterkundige aan de universiteit en valt als een blok voor een collega, naast academicus ook schilder en anti-apartheidsactivist – en een ‘nie-blanke’. Pa’s reactie op hun liefde ‘is nog feller dan ik had gevreesd: ik ben een familie- en een volksverrader’. De relatie móét dus slagen. Niet alleen om Annemarié’s eigen, van Pa losgeweekte identiteit te garanderen, maar ook om te bewijzen dat Pa er politiek gezien verschrikkelijk naast zit.

Het complexe liefdesdrama dat zich ontspint zou het verhaal zijn geweest in Om het hart terug te brengen – ware het niet dat het boek een keur aan mogelijke verhalen herbergt. Er is de moord op Annemariés vroegere buurman. Er zijn paradijselijke vakanties bij haar grootouders. Er is de Soweto-opstand. Er zijn verschillende docenten en geliefdes, soms met overlap, opstootjes en aanslagen, er is een feministisch congres in Nigeria, een heel aantal congressen op een heel aantal plekken trouwens, er is een vriendin die de Nobelprijs voor Literatuur ontvangt en een ontmoeting met Mandela. Stuk voor stuk geladen, vaak ook tragische gebeurtenissen. Bij de meest intense scènes verlangde ik méér. Bij het feestdiner ter gelegenheid van de afschaffing van een rassenscheidingswet bijvoorbeeld, dat bruut verstoord wordt door nota bene een racistisch incident. Geen viertal efficiënte bladzijdes, maar het zesdubbele aantal uitgesponnen proza graag, waaruit onmiskenbaar het verhaal zou opdoemen. In ruil had er kunnen worden bezuinigd op zijpaden en details, zoals de kleur van de shampoo in Annemariés kindertijd.

Maar op mijn andere schouder begint nu een tweede engel: doet de kleur van de shampoo er voor Van Niekerk niet juist toe? Heeft ze niet, zoals Annie Ernaux in De jaren, een maalstroom aan details willen optekenen? Om zo een weerslag te geven van de ingewikkelde politieke situatie waarin ze groot werd? Allicht had een kernachtige strekking de problematiek rond racisme geen recht gedaan. Een korter boek over alleen de liefdesgeschiedenis had misschien mijn honger naar een Gornick-approved verhaal gestild. Maar het ruim vierhonderd pagina’s tellende vlechtwerk van verhalen dat Om het hart terug te brengen is, heeft me des te meer doordrongen van de gruwelijk complexe situatie in Zuid-Afrika.