Abbey Lincoln tijdens het Harlem Cultural Festival, 1969 © The Walt Disney Company

Ze staan met z’n vijven op het podium en ze zingen in koor. Hoge stemmen, lichte refreintjes, easygoing melodieën. De drie mannen staan in het midden, synchroon dansend rondom één microfoon, en aan weerszijden de twee eveneens heupwiegende vrouwen. Allemaal dragen ze hetzelfde opvallende, zomerse pak: geel overhemd, rode das, oranje-paarse broek met wijde pijpen. Het is, kortom, een nadrukkelijk zorgeloos optreden dat de Afro-Amerikaanse band The 5th Dimension geeft, hier in 1969 midden in Harlem, New York. Toch vrezen de groepsleden dat sommige van de tienduizenden aanwezige fans, ook vrijwel allemaal Afro-Amerikanen, gaan morren. De groep maakt immers onschuldige popmuziek in een periode waarin juist r&b en (geëngageerde) soul razendsnel aan populariteit winnen. ‘Sometimes we were called the black group with the white sound’, haalt Billy Davis Jr., een van die drie zangers, nu terug. ‘How do you color a sound?’ Zangeres Marilyn McCoo vult aan: ‘We were constantly being attacked because we weren’t “black enough”.’ Het optreden blijkt nooit uit haar hoofd verdwenen, ook al was het nergens terug te zien.

De verrassing bij de bandleden moet groot zijn geweest toen afgelopen jaar voor het eerst opnamen van het Harlem Cultural Festival opdoken. Alles wat gedurende zes zondagen op datzelfde podium gebeurde, 52 jaar terug, bleek wel degelijk op film vastgelegd – niet alleen het optreden van The 5th Dimension, ook de dertig- à vijftigduizend mensen die zich wekelijks in het park verzamelden, en de shows van bekendere tijdgenoten als Nina Simone, B.B. King en Stevie Wonder. Alleen meenden televisieprogramma’s en producenten destijds niks met de beelden te kunnen: 1969 was al het jaar van Woodstock, een festival dat direct zo groots en mythisch werd dat het alle aandacht opslurpte. Wie was in het Woodstock-jaar nog geïnteresseerd in het Harlem Cultural Festival?

En toen verscheen daar Ahmir-Khalib Thompson, vooral bekend als de virtuoze drummer van hiphopband The Roots, die de beelden afstofte voor zijn regiedebuut Summer of Soul (…Or, When the Revolution Could Not Be Televised). Het is een zorgvuldig gemaakte, innemende combinatie van concertregistratie en terugblik door artiesten, toeschouwers en muziekjournalisten. Er wordt niet al te veel gepraat of geanalyseerd in deze twee uur durende documentaire. Thompson heeft één ding heel goed begrepen: de beelden van het Harlem Cultural Festival overtuigen op zichzelf. Summer of Soul is een docu die niet duidt, maar toont waarom dit gratis toegankelijke festival inderdaad tegen de vergetelheid beschermd moet worden – en vooral: waarom het festival veel meer behelst dan alleen zomers vermaak van vijftig jaar terug, en meer dan een paar succesvolle, toevallig gekleurde muzikanten op hetzelfde podium.

How do you color a sound? Het is een vraag die Billy Davis Jr. terloops stelt, maar die ook als ondertitel van Summer of Soul had kunnen fungeren. Het Harlem Cultural Festival draait van begin tot eind om zwarte muziek. Een van de aanwezigen omschrijft het opgetogen verzamelde publiek als ‘a sea of blacks’. De andere toeschouwers behoren hoofdzakelijk tot andere minderheidsgroepen, zo maakt de documentaire duidelijk – Puerto Ricanen, Mexicanen, twee culturen die op het podium eveneens terloops worden uitgedragen, net zoals flarden van de Afrikaanse diaspora. Uit de korte interviewtjes in Summer of Soul blijkt hoe belangrijk die flarden voor het publiek zijn geweest.

Het festival voorziet anno 1969 in een grote behoefte, deels omdat het plaatsvindt in een onstuimige periode. Korte samenvatting: met de Civil Rights Act (1964) is segregatie weliswaar officieel afgeschaft, maar in veel zwarte gemeenschappen overheerst nog altijd woede. Over het gebrek aan kansen, over de gistende en her en der groeiende ongelijkheid, over de heroïne-epidemie en de structurele armoede. Martin Luther King en Malcolm X zijn net vermoord en dus leeft er een breed verlangen naar een leidersfiguur, naar eensgezindheid en triomf. ‘Back then, music was completely segregated’, vat Billy Davis Jr. samen. Een andere geïnterviewde stelt onomwonden: er heerste zo veel onvrede, als dit verbindende en empowering festival er niet zou zijn, waren er waarschijnlijk massaal rellen uitgebroken.

Het Harlem Cultural Festival is een initiatief van Tony Lawrence, een druktemaker eersteklas en tevens een weinig opvallende concertpromotor die als festivalorganisator prompt tientallen zwarte soul-, jazz- en r&b-muzikanten aan zich heeft weten te binden. Hoe hij dat voor elkaar krijgt blijft in Summer of Soul onduidelijk, net zoals wat hem precies drijft en hoeveel invitaties hij zonder succes verstuurt (waar is James Brown, waar is Wilson Pickett?). Dat is jammer, maar gelukkig worden de optredens tussendoor wel gekruid met boeiende anekdotes.

Bijvoorbeeld dat de politie geen beveiliging op het festival wilde garanderen en dat Black Panthers zich toen maar fanatiek op die taak stortten, voorzien van kenmerkende leren jacks, zonnebrillen en uiteraard bewapend. Elders toont Thompson niet alleen hoe Stevie Wonder op het podium excelleert, hij filmt hem ook in zijn breekbare huidige gedaante; vanuit een grote tuin rakelt Wonder op hoe hij als negentienjarig broekie op dat podium in Harlem belandde en besefte dat hij risico wilde nemen in zijn toekomstige muziek – juist ook omdat hij zag dat een groep als The Temptations teerde op steeds dezelfde trucjes. En die twee The 5th Dimension-leden stellen tegenover Thompson niet alleen dat ze vaak als witte muzikanten werden beschouwd, ze bekennen ook dat ze juist daarom naar het Cultural Festival wilden komen: al die zwarte cultuur, dáár wilden ze per se bij horen.

Het Harlem Cultural Festival in New York, 1969 © The Walt Disney Company
Summer of Soul is een bewijs van een moment waarop Afro-Amerikanen, fel én goedaardig, hun eigen subculturen grootschalig uitdragen

Nog interessanter dan zulke toelichtingen is welke verschillende tonen de artiesten op dat podium in 1969 aanslaan. Soms gaat de muziek op het Harlem Cultural Festival expliciet over de maatschappelijke onrust – afgaande op de documentaire is Nina Simone het meest uitgesproken, zoals wanneer ze haar nog prille To Be Young, Gifted and Black ten gehore brengt. Andere artiesten houden het juist bij een lichtere toets, zoals The 5th Dimension. Hun vrolijke pakjes en catchy melodieën zijn een doelbewuste afleiding van de problemen die Simone aankaart. Tot opluchting van het vijftal wordt ook hun werk met applaus onthaald.

Wat steeds terugkeert in Summer of Soul, en dus in meer of mindere mate tijdens alle optredens op het festival: trots. Op het eigen werk uiteraard, maar vooral op de eigen (Afro-Amerikaanse) cultuur. Dat is te zien aan de afro’s in het publiek, die in deze periode voor het eerst modieus worden. En het is te horen aan de overrompelende gospel die vanaf het podium komt. Een hoogtepunt in de documentaire: het duet tussen gospel queen Mahalia Jackson en Mavis Staples, die beurtelings loepzuiver in de microfoon schreeuwen. Zo zingen was het overlevingsmechanisme om alle pijn en onrust te doorstaan, verklaart Staples nu tegenover Thompson: op deze manier komen gevoelens naar buiten die anders binnenin gaan rotten. ‘Gospel was the therapy for the stress and pressure for Black America.’

Een ander hoogtepunt: de reacties vanuit het publiek op Neil Armstrongs big step for mankind, een gebeurtenis die toevallig samenvalt met een van de festivaldagen. Voor de camera reageren aanwezigen schouderophalend. Nou en, die gast op de maan, moeten wij daar blij mee zijn? Een enkeling reageert zelfs boos: waarom al dat geld naar een ruimtereis als wij nog steeds in sloeberige getto’s leven?

Dergelijke woede wordt weliswaar niet dominant op het festival – er volgen geen rellen, geen vechtpartijen – maar hij sluimert voortdurend, ook onder de vrolijkste danspasjes en keyboardloopjes. In zekere zin lijkt die boosheid zelfs de reden voor een deel van het succes van het hele project. Het is namelijk deze woede die Simone on stage doet zeggen: noem ons voortaan ‘black’ en gebruik niet langer zo’n racistisch woord dat jullie voor slaven gebruikten. En het is deze woede die ervoor zorgt dat, zo laat de documentaire terloops zien, steeds meer van de optredende artiesten zich na het festival gaan verdiepen in zaken als black ownership. Summer of Soul toont geen climax van Afro-Amerikaanse vrijheidsdrang, maar wel een verzameling van ambitieuze, beloftevolle mensen die op een onrustig moment massaal samenkomen en in alles uitstralen: kijk ons, hier zijn we. Dit kunnen we.

De vraag blijft: waarom is de tijd nu pas rijp voor deze documentaire? ‘Nobody cared about Harlem’, zegt de maker van de oorspronkelijke opnamen, wat wellicht verklaart waarom het bij één editie van het festival is gebleven. Maar de afgelopen jaren had er toch heus al wel interesse gewekt kunnen worden voor deze black Woodstock? Maakte Thompson Summer of Soul omdat hij wegens corona niet meer kon toeren? Of omdat de bindende kracht die hier zichtbaar wordt iets weg heeft van de eensgezindheid rondom recente Black Lives Matter-manifestaties?

Het valt deels te prijzen dat de regisseur zulke afwegingen of eigen interpretaties in de documentaire nergens centraal stelt. Maar nu blijft wel veel onduidelijk, en het blijft ook een raadsel hoe deze registratie na al die jaren in zijn handen belandde. Een andere vraag die zich gaandeweg opdringt: had deze documentaire tien jaar geleden ook gemaakt kunnen worden? Of was het zonder blm en ook het presidentschap van Donald Trump toch net een andere documentaire geworden, met andere accenten, minder maatschappelijke weerklank?

Tot zulke gedachte-experimenten nodigt Summer of Soul steeds uit, net zoals ik me bleef afvragen hoe een vergelijkbaar festival er nu zou uitzien. Het zou ongetwijfeld op een groter podium plaatsvinden. Meer camera’s, meer mensen, ditmaal wél politiebescherming, het zou allemaal groter zijn en daarmee zou er ook iets van de kracht verdwijnen. En, niet te vergeten: er zou vandaag de dag een ongetwijfeld veel gemengder publiek op af komen, aangezien veel zwarte muziek inmiddels breeduit is omarmd, volgens sommige criticasters zelfs geconfisqueerd door witte luisteraars.

Ook vanuit dat perspectief is Summer of Soul een relevante, ergens ook navrante tijdcapsule; een bewijs van een moment waarop Afro-Amerikanen zich, fel én goedaardig, getalenteerd én doelgericht, verzamelen en hun eigen subculturen verder vormgeven en grootschalig uitdragen, eventjes zonder gelikte (witte) labelbazen die ermee aan de haal gaan. ‘Bevrijd’, met dat woord zou je veel van het Harlem Cultural Festival kunnen typeren. Een van de door Thompson geïnterviewde toeschouwers – vandaag de dag een rimpelig gezicht, krakerige stem – vertelt erover alsof het gaat om een jeugdliefde die hij in geen eeuwigheid heeft gesproken. Nu hij de beelden eindelijk terug te zien krijgt, raakt hij overmand door emoties. ‘I always knew it was real’, stamelt hij huilend. ‘But now I finally know it.’

Summer of Soul draait in de bioscoop