Herman Brusselmans laat zich weer gaan in ongein en lulkoek © Kris van Exel / ID Photoagency

Ergens in zijn nieuwe boek klaagt Herman Brusselmans dat zijn werk nooit bekroond is met een grote literaire of commerciële prijs, ja, lokale prijsjes, maar verder ho maar. Eén keer, meldt hij, belandde een roman (De fouten) op de longlist van de Librisprijs. In 2017, ik weet het nog, want ik zat destijds in de jury en ik herinner me de discussie die zich over zijn werk ontspon. Ik weet nog dat er veel waardering voor was, de een vond het beter/leuker/boeiender/belangrijker dan de ander maar de waardering was algemeen. Het werd tijd hem een grote prijs toe te kennen, vonden we. Ooit. Ook dat hing in de lucht, maar waren wij dan de jury die dit op zich moest nemen? Was De fouten zo goed? Ja, een vintage Brusselmans was het, dat wel, met veel ge-oh erin over ‘de’ biografie, zijpaden, lulkoek, ontremde beschouwingen en vreemde strapatsen. Er kwamen ook bezwaren, herinner ik me, ik ga er nu verder niet op in, het Geheim van de Librisjury moet een geheim blijven. Het werd dus een Compromis. De longlist.

Ik heb een groot zwak voor het werk van Brusselmans, ik schreef ooit een lang en gunstig essay over zijn werk, aan mij zal het dus niet liggen. Ook andere boekbeschouwers nemen het graag in dag- en weekbladen voor hem op. Hoogleraar Rick Honings uit Leiden schreef met Majoor van het menselijk leed (2017) een overtuigende en uitvoerige studie waarin hij zijn bewondering niet onder stoelen of banken steekt. Eens in de zoveel tijd lees ik een werk van hem, alles bijhouden is geen optie, dan zou ik mijn eigen schrijfcarrière eraan moeten geven en dat gaat te ver. In mijn kast staan zeker zestien Brusselmansen, verspreid over de jaren, de laatste twee waren, behalve De fouten, de bizarre maar toch mooie werken Poppy en Eddie en Manon (2015) en Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper (2016). Uit die laatste herinner ik me de onsterfelijke zin: ‘Ik ben een alwetend auteur.’ Zoiets is oneindig geestig, maar je moet het wel willen zien. Met daar vlakbij de nog dollere zin: ‘Wie alwetend is moet niet raadplegen.’ Kenmerkend overigens voor zijn oeuvre: Brusselmans reflecteert altijd op en over literatuur, dat is nu eenmaal zijn allergrootste obsessie, zonder literatuur was deze maniakale schrijver totaal verloren. Wat wil je als lezer nog meer van een schrijver?

Brusselmans moet zo snel mogelijk een prijs krijgen. Benoem mij maar in de jury

Het is weer helemaal raak in dit nieuwste werk waarin de verteller zich af en toe laat gaan in opmerkingen over schrijvers en hun werk. Vooral actuele schrijvers als Rijneveld, Wortel, Terrin, Weijts, Olyslagers en vele anderen. Met vaak ontremde bespiegelingen over hun seksualiteit, de grootte van hun ‘tieten’ en de kleur van hun onderbroekjes. Weinig over het werk zelf. Reken dus niet op doorwrochte opinies, al geeft Brusselmans tussen neus en lippen soms een verrassend heldere visie, bijvoorbeeld over Stefan Hertmans, maar nog vaker laat hij zich gaan in uitvoerige ongein en lulkoek waarbij hij boeken bespreekt die de schrijvers helemaal niet schreven. En graag slaat hij schrijvers voor ‘hun bakkes’, man of vrouw maakt niet uit. Hij maakt af en toe opmerkingen die zijn schrijfopvatting scherper uittekenen. Zo verklaart hij zich fel tegenstander van beeldspraak, vooral wanneer het om ‘als’-vergelijkingen gaat, literatuur moet direct zijn. Wanneer hij zichzelf erop betrapt een ‘als’-vergelijking te hebben gebruikt, schrijft hij: ‘Alweer een als-vergelijking, ik moet er echt mee uitkijken. Ik wil niet dat er ooit op m’n grafzerk staat, onder m’n naam en m’n geboorte- en sterfdatum: “De keizer der als-vergelijkingen.”’ Aardig is natuurlijk dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. ‘Liefde is een huilende wolf’, staat er verderop ineens na een bespiegeling over zijn verhouding met Lena. Fraai beeld! Zonder meer tragisch en ontroerend zijn de steeds terugkerende ruzies met Lena, en vooral hun verzoeningen. Brusselmans is een sentimentele schrijver, een verlangende schrijver, verlangend naar rust, naar zijn moeder, ‘naar “m’n pillen van dokter Toutbien en zoals gezegd de vervloeking van de hele wereld”’. Wanhoop, motorrijden, verliefdheid, impotentie en de bestrijding daarvan, dat krijgen we voor de kiezen, ontremde gedachtes over vrouwen, schrijvers, herinneringen aan de jeugd, en veel te lang uitgesponnen ontboezemingen over het dagelijks leven van een angstige schrijver in Gent, die vaak zo lang zijn dat ze ook op de lachspieren gaan werken. Plus satire over literatuurbeschouwingen.

Is Brusselmans geestig? Soms niet, dan is-ie melig, wat hem niks kan schelen, maar weer zo melig dat het geestig wordt. Af en toe las ik mijn vrouw, die het werk van Brusselmans verder niet kent, een erg melig stukje voor. Ze begon naarmate ik vorderde steeds breder te lachen. Vind je het dan niet melig? Ja ja, maar het is ook erg leuk!

Lees het nu maar en laat recensenten als ik zich verder het hoofd breken over de krankzinnige kwaliteit en inzet van dit werk. Brusselmans moet zo snel mogelijk een prijs krijgen. De P.C. Hooft-prijs kan niet omdat hij een Belg is. Dus wordt het eerst de Constantijn Huygens-prijs, benoem mij maar vast in de jury.