De kleuter en de anderen

Nu de verkiezingscampagne pas echt op stoom komt, is één patroon al duidelijk. pvv-leider Geert Wilders grijpt elk voorval aan om zich te onttrekken aan een open debat met zijn politieke tegenstanders. Komt er een extra partij aan tafel tijdens een debatavond op televisie, Wilders doet niet meer mee. Laat zijn oudere broer zich openlijk negatief uit over Geerts ideeën, Wilders trekt zich terug.

Medium commentaar 8 2017 de kleuter en de anderen

Die houding sluit aan bij die andere opstelling van de pvv. Met als excuus dat het allemaal nep is, laat de partij haar korte verkiezingsprogramma niet beoordelen op koopkrachteffecten, werkgelegenheidsgroei of effecten op het klimaat. Ook daarmee onttrekt de pvv zich aan een belangrijk facet van de democratie: het openlijk met elkaar de strijd aangaan over ideeën en maatschappijvisies en de gevolgen daarvan.

Aan een oordeel van een commissie van staatsrechtsgeleerden over rechtsstatelijkheid kon de pvv echter niet ontkomen. Dat oordeel kwam namelijk ongevraagd, op initiatief van de Orde van Advocaten die dertien partijprogramma’s liet beoordelen. Wilders’ denigrerende uitspraken over de rechtbank indachtig zal hij ook dit oordeel afdoen als nep. Alles wat hem niet zint, krijgt dat predikaat. Hij gedraagt zich als een kleuter die zijn zin niet krijgt.

Onder het mom dat ze de rechtsstaat beschermt, holt de PVV die juist uit

Het oordeel van deze commissie over de pvv is vernietigend. Slechts rode kaarten krijgt de partij, omdat alles wat ze voorstelt op het terrein van immigratie en integratie regelrecht indruist tegen verdragen, afspraken en regels waaraan Nederland zich heeft gebonden. Onder het mom de rechtsstaat te beschermen tegen buitenlandse, islamitische invloeden holt de pvv de rechtsstaat zelf uit. Maar omdat Wilders daarover pas de laatste twee dagen voor de verkiezingen in discussie gaat met eerst vvd-leider Mark Rutte en vervolgens ook met andere lijsttrekkers kunnen die hun pijlen vooralsnog niet op hem richten. Dus doen ze dat op elkaar. Het merendeel van de partijen die voor regeringsdeelname in aanmerking lijken te komen heeft de pvv als coalitiepartner al uitgesloten. Daardoor zit in die gerichtheid op elkaar weliswaar enige logica, maar het werkt ook bevreemdend.

Nu speelt op het ene veld de grootste politieke tegenstander, in ideeën en mogelijk ook in de kiezersgunst, zijn eigen spelletje met zijn eigen regels, terwijl ondertussen op een ander veld de overigen elkaar het vuur na aan de schenen leggen. Daarmee lopen ze het risico dat ze, zoals het spreekwoord zegt, vechten om het been van de verkiezingswinst, maar Wilders er mee heen loopt.

Het is ook geen gemakkelijk dilemma waar de overige partijen voor staan. Ze willen allemaal groot, zo niet de grootste worden, zodat ze in het kabinet komen. Door de uitsluiting van de pvv is er een groot aantal partijen dat daarvoor in aanmerking komt. Als ze elkaar niet bestrijden, lijkt dat politieke midden een grote politieke brij te worden. Daar zit de kiezer niet op te wachten. Dat geeft hem met recht de kans te zeggen dat het toch één pot nat is.

Maar een aanval van pvda-leider Lodewijk Asscher op zijn rivaal op links, GroenLinks-leider Jesse Klaver, doet potsierlijk aan. Hoe groot zijn de verschillen op links werkelijk? Zouden ze niet meer hebben aan samenwerking om hun plannen na 15 maart te kunnen verwezenlijken?

Nog drie weken hebben de partijen om ervoor te zorgen dat die speler op het andere veld, de pvv, niet de lachende derde wordt.