Generatie Alles: Techno en trance als exportproduct

De klompendance

Elektronische muziek is booming business in Nederland en Nederlandse deejays worden wereldwijd verafgood. It ain’t much, if it ain’t Dutch.

Het is donderdagochtend half twaalf als Leo Melcherts (31) alias True Identity in het Nachtlab zijn nieuwste plaat afspeelt. Uit de boxen klinkt gedragen gezang van een sjamaan. Traditioneel. Tot de beat invalt. Melcherts’ hoofd deint mee op het ritme. Hij heeft een maand door Peru gereisd om de vocalen van de Inca-medicijnmannen op te nemen. De beats heeft hij er in Nederland onder gezet. In zijn studio, die vol staat met beeldschermen, drums, keyboard, mixapparatuur en draaitafels, geurt Peruviaanse kruidenthee.

Een verdieping hoger ruikt het naar koffie. Het licht is gedempt, de gordijnen zitten dicht. Salvador Breed (29) heeft niet gemerkt dat de zon al is opgekomen. Hij is compleet opgegaan in zijn muziek en is de tijd vergeten. Op zijn vingers zitten nog net geen blaren. Voor zijn laatste muzikale creatie heeft hij bij de microfoon op pannen geslagen, in emmers water geroerd, aanstekers ontstoken en in zijn handen geklapt. Hij heeft al honderd verschillende filters en ritmes in het nummer geprobeerd, maar vannacht viel alles ineens op zijn plek. Na bijna vijf maanden van polijsten en perfectioneren is de track eindelijk wat hij wilde. Kadeng, het staat erop.

Elektronische muziek is booming business in Nederland. Dancemuziek begint kaas en bollen naar de kroon te steken als het om export gaat. Ieder weekend dansen miljoenen mensen in alle uithoeken van de wereld op elektronische muziek uit Nederland en Nederlandse deejays worden wereldwijd als afgoden vereerd. Ook de groep Nederlandse dance-aanbidders blijft groeien. Kinderen groeien op met elektronische beats en steken elkaar aan met de house-­epidemie.

Nicky Groeneveld (27) is een kind van de dancegeneratie. ‘Zeven jaar geleden bezocht ik mijn eerste houseparty. Ik heb zoveel goede herinneringen aan de muziek en de feesten. En ik weet dat er nog veel meer bij komen. Dat is het mooie van deze muziek. Het gaat nooit vervelen. Het is altijd aan trends onderhevig en soms lijkt het niet bij te houden.’ Ze volgt al haar idolen op de verschillende sociale media zodat ze altijd als eerste op de hoogte is van de nieuwste releases en de nieuwste gigs. Aan de hand daarvan bepaalt ze waar ze komend weekend naartoe gaat. ‘Echt dansen kun je het eigenlijk niet noemen. Ik sta vooraan bij de deejay booth met mijn ogen dicht en mijn armen in de lucht een beetje heen en weer te wiegen. En dat de hele nacht lang. Het is meer dan luisteren alleen. Het is de muziek écht voelen.’

Ook het aantal Nederlandse muziekproducenten en deejays blijft toenemen. Steeds meer jongeren hebben tegenwoordig naast hun Xbox en PlayStation een mengpaneeltje op hun kamer staan. In het kielzog van grootverdienende wereldsterren als DJ Tiësto en Armin van Buuren proberen duizenden zolderkamerdeejays te profiteren van de successen van de grootmeesters. Maar de weg van de zolderkamer naar mainstage Miami is lang.

Het Nachtblab, gevestigd in het voormalig kantoorpand van dancegigant id in Amsterdam, ondersteunt jonge dance-artiesten bij het ontwikkelen van hun talent. Deejays kunnen studio’s huren en op ieder moment van de dag, zonder klagende buren, beats mixen en platen produceren. Linda Kersten (29) is de stuwende kracht van Stichting Nachtlab. Ze vertelt: ‘Ik kom soms ’s ochtends binnen en dan zijn de artiesten de hele nacht bezig geweest met het opnieuw opnemen van een hi-hat of gitaarriffje. We zijn eigenlijk een professionele zolderkamer.’

Het Nachtlab identificeert zich liever zo min mogelijk met de commerciële tak van de dance-industrie. Ze zien hun huurders liever als sound designer, componist of artiest. Maar het Nachtlab verhuurt ook ruimtes aan bedrijfjes die dancemuziek als core business hebben. ‘Niet alleen onze deejays zijn populair in het buitenland, Nederlanders domineren alle facetten van de dance-industrie. Van evenementenorganisaties tot webdesigners, van decorbouwers tot veejays.’

Epiqurus Agency houdt kantoor in het Nachtlab. Ze doen het management van vier talentvolle deejays. Hun artiesten draaien op dance-events, maar componeren ook elektronische muziek voor reclames, games, films en series. Jeroen Fontein (32), eigenaar van Epiqurus, bevestigt dat het dancelaboratorium tot synergie leidt: ‘Het Nachtlab krijgt vaak de opdracht om promotiefilmpjes of videoregistraties te maken van evenementen in het buitenland. Onze buren, het audiovisuele bedrijf Boompje Studio, monteert de beelden, onze artiesten produceren bijpassende muziek.’

Ook buiten het Nachtlab heerst een hoog ons-kent-ons-gehalte in de dance-scene. Fontein: ‘Om internationaal door te breken moet je de juiste contacten hebben. Met Epiqurus gaan we wereldwijd alle muziekconferenties af om daar onze artiesten te promoten. Eelke Kleijn, een van onze artiesten, is daardoor in het buitenland bekender dan in Nederland. Het ene weekend draait hij in een grote club in Londen en het weekend daarna heeft hij een gig in Toronto.’

Kleijn (29) heeft dit weekend voor tien­duizend mensen gedraaid in Argentinië. Bij zijn opkomst onthaalde het publiek hem als een legende en na afloop heeft hij nog een uur lang handtekeningen uitgedeeld. ‘Tachtig procent van de bezoekers weet daar wie ik ben. Als ik op nieuwe locaties kom of nieuwe mensen ontmoet en vertel dat ik Nederlander ben, zijn ze meteen razend enthousiast.’ Overal ter wereld weet men dat uit Nederland veel goede deejays komen.

Liefhebber Nicky Groeneveld is vorig jaar van Utrecht naar Amsterdam verhuisd. Deels voor de muziek. ‘Ik bezocht al veel feesten in Amsterdam en zat dus vaak in de nachttrein terug. Nu zit ik er middenin. Het is toch de plek waar het gebeurt op het gebied van dance.’ Ze heeft gelijk. Gabbers en hooligans gaan uit hun dak op hardstyle-feesten, hipsters en yuppen gaan voor warme deephouse en de rauwe jongeren stampen zich in het zweet op duistere, meeslepende techno.

De Amsterdamse party-scene heeft daarom nog het meest weg van een jungle. Er komen steeds weer nieuwe clubs, festivals en deejays bij. Dat is goed voor de diversiteit, vernieuwing en talentontwikkeling. Ben je succesvol, dan ben je binnen een minuut uitverkocht, maar verzwak je of ben je niet innovatief genoeg, dan lig je eruit. Het is muzikaal kannibalisme. De feesten vreten elkaar op.

Vijf dagen per jaar is Amsterdam het absolute mekka van de internationale dance-scene. De stad is dan gastheer van de grootste muziekconferentie ter wereld, het Amsterdam Dance Event (ade). Tweehonderdduizend jongeren gaan los op de beats van achttienhonderd deejays. Bijna de hele stad is omgetoverd tot discotheek. Er draaien deejays in de Ziggo Dome en de Heineken Music Hall, maar ook in kledingwinkels en kleine achterafzaaltjes. Buitenlandse bezoekers en evenementenorganisaties vissen ondertussen naar hartenlust uit de Nederlandse kweekvijver.

De ‘grootse netwerkborrel’ van de fine fleur van de dancesector levert jonge Nederlandse artiesten dan ook geregeld succes op. Fontein: ‘Tijdens de laatste editie hebben we de organisatoren van het Ultra Music Festival (umf) uit Miami uitgenodigd in een club waar Miss Melera, een van onze artiesten, draaide. Ze vonden de vibe zo gaaf dat ze haar meteen voor hun festival hebben geboekt.’

In de Verenigde Staten mogen jongeren pas op hun 21ste een discotheek bezoeken, maar vanaf hun zestiende zijn ze al welkom op festivals. ‘De nieuwe generatie groeit daar op met dance­muziek, daar is de komende jaren nog veel te winnen’, zegt Fontein. In de bakermat van de jazz, soul en hiphop is electronic dance music (edm) nu ook geëxplodeerd. Dancenummers halen de hitlijsten en grote pop­artiesten laten zich ­begeleiden door elektronisch ­geproduceerde beats, vaak geïmporteerd uit Nederland.

Daarvoor was wel een grote omwenteling nodig. De house ontstond dertig jaar geleden in de homoscene. Tegelijkertijd dook in hetzelfde milieu voor het eerst ecstasy op. De Amerikaanse kerk beweerde dat de duivel dancemuziek gebruikte om zijn valse boodschap te verkondingen. De muziek werd het toonbeeld van homoseksuelen, etnische minderheden en drugs. Reden voor de politiek om hard op te treden tegen het nieuwe muziekgenre. Als je thuis, op de bank, met vrienden naar housemuziek luisterde, riskeerde je al hoge boetes. In 2003 probeerde toenmalig senator Joe Biden de house nog de kop in te drukken met de Reducing Americans’ Vulnerability to Ecstasy Act, in de volksmond beter bekend als de Rave Act. Zonder succes.

Amerikaanse deejays verhuisden naar Europa. Waar Europeanen al luisterden naar de deejays Paul Estak, DJ Jean en Joost van Bellen, waren het in Amerika Snoop Dogg, Dr Dre en Cyprus Hill. Maar in New York, Los Angeles of Miami was er vaak maar één housefeest per weekend. Als daar vijfhonderd bezoekers op af kwamen, was het veel. Nu reizen de deejays in omgekeerde richting. De Nederlanders DJ Tiësto en Junkie XL wonen inmiddels in respectievelijk Miami en Los Angeles en de grote Amerikaanse dancefeesten trekken tegenwoordig honderdduizenden housefanaten.

Dancemuziek viert in Nederland dit jaar zijn 25ste verjaardag, in het buitenland geeft ons dat de reputatie pioniers in de scene te zijn. In de deejay-top-honderd van DJ Magazine bezetten Armin van Buuren en Tiësto de twee kopposities. Er staan nog drie andere Nederlanders in de top-tien. It ain’t much, if it ain’t Dutch.

Waarom is de putsch uitgerekend in Nederland ontketend? Een simpel antwoord is er niet. Toen de dance in de Verenigde Staten bestreden werd, zocht house een andere weg. Frankrijk had zijn chansons en Duitsland zijn schlagers. In Portugal en Spanje luisterden ze naar fado en flamenco. In Nederland hadden we een beetje palingpop, maar verder importeerden we alles, van Jacques Brel tot de Beatles en de Stones tot… house. Nederland vond de house niet uit, maar de muziek uit Amerika zette hier wel voet aan wal.

Volgens een schatting van auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra bedroeg de Nederlandse muziekexport in 2011 meer dan honderd miljoen euro. Bijna zeventig procent daarvan komt op conto van de dancemuziek. De Nederlandse dance-industrie vertegenwoordigt een waarde van 587 miljoen euro en is goed voor zevenduizend banen. Boegbeelden en groot­verdieners als Afrojack, Chuckie en Tiësto hebben per jaar bijna tweehonderd gigs per persoon in het buitenland en de gages die zij ontvangen worden ieder jaar hoger. In de slipstream van de internationaal toonaangevende deejays liften andere disciplines mee. Zo organiseert id dancefeesten in 22 landen. Ook de decors en lichtshows voor deze feesten komen grotendeels uit Nederland.

De internationale oriëntatie is broodnodig. Via het internet gaat muziek gratis de hele wereld over, deejays moeten daarom hun geld verdienen met optredens. De Nederlandse afzetmarkt is verzadigd en bovendien vindt het merendeel van de feesten in het weekend plaats. Fontein: ‘Voor meer en grotere optredens zijn artiesten vaak gedwongen over de landsgrenzen heen te kijken. Doordat elektronische muziek hier al zo lang populair is, is het Nederlandse publiek ook kritischer. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar als een deejay in Nederland slaagt, lukt dat in het buitenland vaak ook.’

Ondernemers in de dance-industrie moeten vindingrijk en innovatief zijn. Toen Epiqurus in het eerste jaar kampte met tegenvallende muziekverkoopcijfers werd het bedrijf gedwongen zich te beraden op het verdienmodel. ‘We wisten dat het een kwestie van tijd zou zijn voordat elektronische muziek ook buiten uitgaansgelegenheden populair zou worden, in games en series. Daarom zijn we onze muziek daar gaan pluggen. Met de huidige apparatuur kan een componist in z’n eentje een orkest neerzetten, maar dan veel goedkoper’, zegt Fontein.

Epiqurus is op zoek gegaan naar een televisieserie in Hollywood die ze van elektronische muziek konden voorzien. Crime Scene Investigation reageerde meteen enthousiast. ‘Daarna gingen er heel wat deuren open en voor onze deejays werkt het prettig. Doordeweeks kunnen ze in Nederland componeren en in het weekend kunnen ze een club op z’n kop zetten’, zegt Fontein. Voor deejay Eelke Kleijn is het ideaal. ‘Veel artiesten staren zich blind op dancemuziek. Over twintig jaar wil ik niet meer de hele wereld rond vliegen voor optredens. Elektronische muziek voor games en series kan ik in mijn studio produceren. Bovendien wordt de vraag in die branche de komende jaren alleen maar groter.’

In het digitale tijdperk zou Epiqurus zijn contacten via internet kunnen onderhouden. Toch besloot Fontein een half jaar lang in Los Angeles te gaan wonen. ‘Ik wilde toch weten met wie ik precies zaken deed en hoe Hollywood precies werkt.’ Het heeft Epiqurus Agency geen wind­eieren gelegd. Hun elektronische muziek is terug te horen in onder meer reclames van Nike en de filmtrailer van Wolverine.

Salvador Breed heeft het draaien in clubs tijdelijk op een laag pitje gezet. ‘Mijn focus ligt op het moment niet bij het opzwepen van een publiek, maar bij het componeren van geluid en muziekstukken.’ Zo produceert hij bijvoorbeeld muziek voor modeshows en kunstfilms. Een internationale oriëntatie is dan vereist. ‘Nederland heeft een vrij kleine mode-industrie. De grote, interessante merken zitten bijna allemaal in het buitenland. In overleg met de ontwerper maak ik muziek die aansluit bij het karakter van de collectie op de catwalk.’

Salvador beschrijft zichzelf als een professional audiofreak. Rondom zijn laptop is het een wirwar aan snoeren die vastzitten aan de meest geavanceerde geluidsapparatuur. In zijn studio wordt hij omringd door een uitgebreide verzameling synthesizers. Naast zijn productiewerk experimenteert hij met technieken om muziek op nieuwe manieren te componeren en ervaren door middel van wat de insiders sound spatialisation noemen (ook wel omschreven als space music). ‘Door klank, ruimte en beweging goed te combineren is het mogelijk om een heel andere dimensie voor de luisteraar te creëren.’

Het succes van de Nederlandse dance is ook in Den Haag niet onopgemerkt gebleven. Sinds december 2012 behoren pop- en dancemuziek tot de topsector creatieve industrie. Het kabinet erkent hiermee dat de Nederlandse dance-industrie niet alleen een culturele kracht is, maar ook een internationaal exportproduct. Fontein vindt dit een positieve ontwikkeling: ‘De elektronische muziekbranche brengt het meeste geld in het laatje, maar krijgt de minste financiële steun.’

Maar er zijn kapers op de kust. De Nederlandse dominante positie is niet onaantastbaar. Zeker nu edm ook in andere landen steeds populairder wordt. Fontein: ‘Door alle nieuwe technieken wordt het steeds gemakkelijker om elektronische muziek te produceren. Dit zullen de jongetjes op de zolderkamertjes in de States ook ontdekken. Er worden elke dag meer nieuwe dancetracks gereleased en in die vergaarbak van nieuwe aanwas moeten we ons als Nederlanders blijven vernieuwen.’

Housefanaat Daan Bal (24) werd voor het eerst door vrienden meegenomen en raakte meteen verslaafd aan de muziek en het ‘clubben’. ‘In het grote aanbod van feesten en muziek is het altijd een kick om het vetste feest van het weekend te vinden. En daarna met je maten door naar de vetste afterparty.’ Hij valt zelfs in slaap met house. ‘Ook als ik net uit de discotheek kom en mijn oren nog suizen van het harde geluid.’

Ook hij ziet de aandacht in andere landen voor dancemuziek toenemen. Maar meer liefde en belangstelling voor dance is volgens hem allesbehalve problematisch. Het kan het aanbod en de kwaliteit van de muziek verbeteren. Inmiddels reist hij zijn favoriete deejays door heel Europa achterna. ‘Afgelopen jaar ben ik naar feesten in Berlijn, Barcelona en Londen geweest. Als de muziek goed is en de deejay sleept je mee naar zijn wereld, dan maakt het niet uit waar je vandaan komt. Iedereen geniet van de beats en aanbidt de artiest achter de draaitafel.’

Misschien is de populariteit van dance­muziek in het buitenland slechts een hype van korte duur. Bij het Nachtlab weten ze in ieder geval dat de dance- en clubcultuur in Nederland zo diepgeworteld is dat het genre hier voorlopig nog wel populair blijft. In 2015 verhuist het broeinest van creativiteit naar Toren Overhoeks, de oude Shell-toren naast het EYE Filminstituut. Het dancelaboratorium heeft daar meer ruimte om studio’s te verhuren. Zo blijft de Nederlandse dance-industrie zoeken naar nieuwe vormen om haar hegemonie te bestendigen en kunnen jongeren voorlopig nog nachtenlang doorhalen op elektronische muziek.

The Summer of Love

We schrijven de zomer van 1988, op de kop af een kwart eeuw terug, als de eerste house­nummers vanuit Chicago, Detroit en Ibiza Nederland binnendruppelen. Amsterdamse discotheken als Club RoXY en de iT openen hun deuren en introduceren de nieuwe muziekstroming in Nederland. Het uitgaanspubliek reageert aanvankelijk gereserveerd op de nieuwe elektronische beats, maar later blijkt het de vooravond te zijn van een dancerevolutie. In 1991 beginnen ook de Rotterdamse nachtclubs Nighttown en Now het nieuwe genre te draaien en de dansvloeren stromen vol met jongeren die non-stop willen dansen op de beats. Het duurt niet lang totdat het housevirus zich als een olievlek over het hele land verspreidt en ‘clubbers’ uit alle uithoeken van de wereld naar Nederland komen om nachtenlang te feesten.

De roemruchte discotheken van weleer bestaan niet meer, maar de dancemuziek is gebleven en is al bijna nationaal cultureel erfgoed. Tijdens het Amsterdam Dance Event zijn er in Amsterdam evenveel dancefeesten als gedurende een heel kwartaal in de jaren negentig. Vorig jaar was premier Rutte zelfs te gast op Dance Valley en tijdens de inhuldiging van Willem-Alexander en Máxima danste het koningskoppel op de opzwepende tonen van trance-coryfee Armin van Buuren.