De klucht van de lachende aspergetelers

Als de eerste meizon de voorjaarsbleke kuiten kietelt, bewegen zich onstuitbaar de asperges omhoog. Dat levert sinds een paar jaar onveranderlijk een sociaal-economische voorjaarsklucht op. De aspergetelers zitten verlegen om stekers. Tot voor een paar jaar vonden ze die in de huisvrouwen en scholieren die wat wilden bijverdienen, en in mensen uit Polen die zo hun inkomen aanvulden met harde Hollandse guldens. Tot ieders tevredenheid. Behalve die van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die verordonneerde dat eigen langdurig werklozen eerst in aanmerking dienen te komen om het witte goud te delven. Die staan echter niet te trappelen, omdat zij er, anders dan degenen die dat werk tot voor kort deden, niets aan over houden. De telers betalen namelijk zo weinig dat er niet meer bij elkaar te steken valt dan een bedrag ter hoogte van een bijstandsuitkering.

Nu had de minister simpelweg kunnen weigeren werkvergunningen af te geven. Dat, in combinatie met de feitelijke werkstaking van werklozen, zou de telers binnen de kortste keren dwingen tot het overstappen op een ander produkt of het betalen van fatsoenlijke CAO- of tenminste minimumlonen. Maar nee, de minister geeft de voorkeur aan een andere mogelijkheid: door de gemeenten te dwingen de uitkeringen van weigeraars te verlagen. Via een strafkorting probeert hij alsnog de werklozen in een concurrentiepositie te brengen met de wachtende Polen. Mochten de telers desondanks in de problemen komen, dan is de minister alsnog bereid degenen die erg hun best hebben gedaan aan mensen te komen de felbegeerde werkvergunningen te verstrekken.
Lachende derden zijn de telers. De minister van Sociale Zaken beschermt niet de prijs van de arbeid, maar die van asperges. De telers hoeven slechts veel misbaar te maken en verder volstaat een telefoontje naar het arbeidsbureau en een annonce in de lokale krant. Ondanks allerlei fraaie projecten en een heus tuinbouwakkoord tussen werkgevers en arbeidsbureaus spannen tuinders zich zacht gezegd niet bijster in om aan witte arbeidskrachten te komen. Solliciterende medewerkers van de Voedingsbond FNV kregen wel te horen dat zij welkom waren maar dan zwart, in geen geval tegen het minimumloon.
Het komt er op neer dat de bijstand in de praktijk werkt als een bodem in de markt tegen dit soort pseudowerk tegen pseudoloon. De minster vindt dat de bijstand niet zo zou moeten werken. Want staat tegenover het recht op uitkering niet de plicht tot werken? Het is dezelfde discussie die ook rond het minimumloon wordt gevoerd. Ook daar gaat het om de bodem in de markt. De minister vindt het geoorloofd mensen voor twee jaar minder te betalen. Als ze daarna dan maar vast werk krijgen. Die eis heeft hij onder druk van de werkgevers en de Centrale Economische Commissie inmiddels afgezwakt tot de verplichting de betrokkenen na twee jaar nog een jaar te houden, maar dan voor het volledige minimumloon. De uitkomst van de voorjaarsklucht rond de asperges laat zien dat er als puntje bij paaltje komt feitelijk geen bodem is. Sociale zekerheid heeft niet meer de geur van spruitjes, maar van asperges.