Graham Swift, Het volle daglicht

De knieën van mevrouw Nash

Graham Swift

Het volle daglicht

Vertaald door Else Hoog,

uitg. De Bezige Bij, € 19,50

George is na een mislukte carrière bij de politie privé-detective geworden. Het zijn vooral vrouwen die bij hem aankloppen, vaak mooi, treurig en welgesteld en op zoek naar bewijzen van huwelijksontrouw. George heeft meestal niet al te veel moeite om die boven water te krijgen, waarna hij ook niet te beroerd is om zijn ontluisterde cliënten eigenhandig te troosten. Tot op een dag een vrouw bij hem binnenkomt met een glimlach even weerloos als haar knieën, die glanzen in de oktoberzon. Haar man heeft een verhouding met een inwonende Kroatische studente. De studente heeft besloten naar haar land terug te keren en meneer zal haar naar het vliegveld brengen. Wat mevrouw wil is dat George aanwezig is bij het afscheid, om haar later precies te vertellen wat er is voorgevallen.

George heeft iets van de ondoordringbare, eenzame detectives uit de romans van Hammett en Chandler, maar hij mist hun onverschillige mannelijke uitstraling. Na de scheiding van zijn hysterische vrouw woont hij alleen. Hij houdt van koken, ziet zijn dochter af en toe en verzamelt bewijzen tegen overspelige mannen. En hij valt onmiddellijk en onvoorwaardelijk voor zijn nieuwe cliënt.

Terwijl het verhaal volgens de onverbiddelijke wetten van de roman noir naar een drama leidt, leren we George kennen, en zien we hoe zijn leven zich vermengt met dat van het te onderzoeken echtpaar. Er zijn verschillende tijdslijnen in de roman: heden en verleden, gebeurtenissen en herinneringen worden naast elkaar gezet. De tijd sprongen accentueren de gelijkenis met detectives waar het verhaal bij het eindpunt begint om vervolgens terug te gaan. We merken hoe George geleidelijk aan verandert. Van een vooral visueel ingestelde man wordt hij iemand die steeds meer nadenkt en leert om met woorden om te gaan en zijn gedachten op papier te zetten. Zoals George heeft leren koken, zo leert hij ook schrijven, waarnemingen en reflecties te noteren, het materiaal dat het dagelijkse leven hem biedt te ordenen en tot een verhaal te maken dat voor slechts één lezeres bestemd is: mevrouw Nash.

De spiraalvormige opbouw van de roman brengt de lezer niet naar een keerpunt waar alles bij elkaar komt en de plot uiteenspat. Hoe meer George zoekt, achterhaalt, beschrijft, zich herinnert, hoe ondoorzichtiger alles wordt, hoe meer vragen er rijzen. Waarom heeft Georges liefdesobject niets van een gevaarlijke femme fatale? En waarom legt hij bloemen op het graf van haar man? Wat wist George precies over zijn eigen overspelige vader? Waarom is George bij de politie weggegaan?

Terwijl het lijkt alsof Graham Swift ons dichter bij een ontknoping brengt, geeft hij nergens antwoord op deze vragen, en daardoor verandert wat eerst een detectiveroman leek in het tegenovergestelde: een indringend, raadselachtig geheel van momenten, emoties, herinneringen, landschappen, kleuren, waarin juist het ontbreken van oplossingen opvalt. Het lichtroze topje van Georges secretaresse, de door vorst aangevreten bloemen op het kerkhof, het ijzingwekkende afscheid op het vliegveld: in die beschrijvingen etaleert Swift zijn meesterlijke taalspel, alsof hij wil suggereren dat dit het echte leven is, dat we daar een vorm van waarheid in moeten zoeken. Die schuilt niet in het door hartstocht en leed getekende leven van zijn personages, maar in vluchtige ogenblikken, de veranderende kleuren van bomen, oude foto’s, een bank waarop iemands naam staat. En de glitterachtige glans van het zonlicht op de knieën van mevrouw Nash.