De koerdische kwestie deel zoveel

In 1991 stonden ze kort in het brandpunt van de belangstelling. Ze kregen veel medeleven, maar geen concrete hulp. Dus daar zijn ze weer, de Koerden. Ditmaal niet door Saddam maar door Ciller in een hoekje gedreven.
WAT DE WERELD al bijna was vergeten, werd door de invasie van het Turkse leger in Irak weer onder de aandacht gebracht: het Koerdische vraagstuk is verre van opgelost. Michiel Leezenberg, medewerker van de in 1991 opgerichte Stichting Nederland Koerdistan, probeert de huidige situatie uit te leggen. ‘In 1974 liep het streven naar autonomie van de Iraakse Koerden uit op een regelrechte oorlog. De Koerden werden gesteund door Iran; dat maakte het voor het Iraakse leger haast onmogelijk te winnen. In maart 1975 sloot Saddam daarom een verdrag met de sjah waarin hij een aantal territoriale concessies deed in ruil voor het stopzetten van de Iraanse steun aan de Koerden. Als gevolg daarvan stortte het Koerdische front in en kwam er een enorme vluchtelingenstroom naar Iran op gang. Tussen 1975 en 1980 vond een soort bezinning plaats waaruit veel nieuwe partijen ontstonden. Vele daarvan spelen nu nog een rol. Ook toen al liepen onderlinge tegenstellingen vaak uit op gewapende conflicten.

Vrijwel al die groepen hadden een links-georienteerd programma. Grote delen van het kader van de partijen hadden een opleiding gehad bij de Iraakse communisten. Toen Saddam met de communisten begon af te rekenen, zijn er Iraakse communisten naar Iraaks Koerdistan gevlucht om daar tegen Saddam te vechten. Tot de Golfoorlog bleef het Iraakse leger actief in Koerdisch gebied. Toen de Iraakse troepen in de Golfoorlog aan een ander front nodig waren, zijn die streken terugveroverd door de Koerden.
Aan het einde van de Golfoorlog braken massale opstanden uit. Het Iraakse leger heeft die neergeslagen op een zelfs voor Iraakse standaarden ongekend harde manier. De bevolking herinnerde zich Halabja - Halabja werd in 1988 met chemische wapens aangevallen, waar duizenden mensen bij zijn omgekomen - en vluchtte massaal richting de Iraanse en de Turkse grens. Iran kwamen ze relatief gemakkelijk binnen, maar Turkije sloot de grenzen, bang dat het Koerdische probleem geimporteerd zou worden. Dat was in 1988 ook gebeurd. Toen vluchtten 60.000 Iraakse Koerden naar Turkije en dat gaf een impuls aan het Koerdische nationalisme in Turkije.
Turkije heeft toen aan Europa en aan Amerika laten weten dat als de internationale gemeenschap geen veiligheidszone zou instellen om de Koerden buiten Turkije te houden, Turkije dat zelf zou doen. Die safe haven is er gekomen, maar het was een volkenrechtelijk onding. In strijd met het vluchtelingenrecht besloot men de vluchtelingen in het land te houden waar ze vandaan probeerden te vluchten. Het was niet bedoeld om de bevolking te helpen, maar om de Turkse belangen te beschermen.’
WAAROM WIL TURKIJE geen onafhankelijk Koerdistan?
‘Ten eerste heeft Turkije strategisch belang bij het gebied, en de Navo niet minder. Ten tweede zit het gebied vol mineralen, olie en water. Ten derde is alleen al het erkennen dat er Koerden in Turkije zijn voor de Turkse staat ideologisch onmogelijk, gezien de nationalistische grondvesten van die staat. Daar komt bij dat Turkije wel een democratie lijkt, maar dat het militaire beleid in de nationale veiligheidsraad wordt gemaakt. En daar heeft het leger het voor het zeggen.’
Waarom houden de Koerden vast aan eisen die door niemand worden gesteund en die onhaalbaar lijken?
'Aanvankelijk waren de Koerdische eisen veel gematigder. Men streefde naar het recht in hun eigen taal te spreken en te schrijven. Van afscheiding was nog geen sprake. Maar die gematigde bewegingen zijn vermorzeld in de verschillende staatsgrepen in Turkije. Met name de laatste staatsgreep in 1980 had tot doel de linkse beweging in Turkije en daarmee de Koerdische beweging weg te vagen.’
Waarom doet het Turkse leger wat het doet?
'Het is de zoveelste aankondiging dat men nu voorgoed met de PKK zal afrekenen. Het wordt altijd gepresenteerd als een vergeldingsactie. In dit geval voor een actie van de PKK na het neerschieten van alevieten in Istanbul. Alleen waren de troepenbewegingen al aan de gang voor die gebeurtenissen.
Deze actie is vooral voor binnenlands gebruik. De economische situatie is slecht, de sociale onvrede in Turkije is groot. Vergelijk het met de inval op Cyprus in 1974: het leidt de aandacht af van de economische problemen en het vijzelt het imago van de regering op. Een ander element is dat het Turkse leger wil weten hoever ze kunnen gaan met betrekking tot de internationale gemeenschap. Er zijn plannen om een veiligheidszone in te richten, analoog aan Zuid-Libanon onder Israelische controle. Amerika heeft al laten weten dat het dit niet zal accepteren, maar deze actie is een manier om uit te testen hoeveel invloed ze in het gebied kunnen uitoefenen. Een belangrijk aspect is ook het signaal naar Irak. De Turkse regering staat zeer ambivalent tegenover het onafhankelijke Koerdische gebied. Ze wilde zelf de veiligheidszone, maar ze verzet zich tegen de autonome Koerdische regering die daar gekozen is. Dat wordt gezien als een aanzet tot Koerdische staatsvorming, die een voorbeeldwerking in andere Koerdische gebieden kan hebben.’
Hoe functioneert dat min of meer autonome gebied?
'Het gebied is als humanitaire zone ingesteld, maar de westerse landen hebben nooit bedacht wat ze er eigenlijk mee wilden. Amerika wil niet dat Saddam het in het gebied weer voor het zeggen krijgt, al is het alleen maar om een nieuwe vluchtelingencrisis te voorkomen. Turkije wil eigenlijk dat de Koerden zo snel mogelijk weer met Bagdad gaan onderhandelen zodat er aan dit experiment een einde komt. Iran en Syrie willen dat ook. Het probleem is dat het gekozen parlement en de regionale regering geen enkele internationale politieke steun hebben ontvangen. Op het economische vlak konden ze geen kant uit. Irak heeft bovenop het embargo dat heel Irak treft nog eens een interne boycot gestapeld. De twee grote partijen in het gebied hebben zich bovendien maar zeer halfhartig met de regering verbonden. Het is een poging tot het opbouwen van een democratie die ook onder betere omstandigheden zeer moeilijk was geweest. Elke vorm van democratische machtsvorming is in de afgelopen dertig jaar volledig verwoest. De partijen hebben een achtergrond als guerrilla-organisatie, die staan ook niet graag macht af. Gewelddadige conflicten tussen de partijen blijven zo een vast onderdeel van het politieke repertoire. Dat werkt demoraliserend. Mensen dachten dat het na de verkiezingen beter zou worden, maar nu blijkt dat die partijen alleen maar banen weggeven aan hun eigen leden, hun conflicten gewapend uitvechten en weinig ondernemen in het belang van de bevolking.’
HOE POPULAIR IS de PKK eigenlijk in Turks Koerdistan?
'In het begin was de PKK erg klein, erg radicaal en erg gewelddadig. Daardoor was er eind jaren zeventig weinig sympathie onder de bevolking. De PKK was met name gewelddadig tegen degenen die zij als collaborateurs beschouwden. Maar de reactie hierop van het Turkse leger was steeds zo ongericht en escaleerde dusdanig dat onder de Koerden algemeen het gevoel ontstond dat ze door het Turkse leger werden onderdrukt omdat ze Koerden waren. En verder bevorderde het geweld de migratie naar de steden, waar een stadsproletariaat ontstond dat geen enkel perspectief meer had. Met name onder jongeren ontstond zo een grote sympathie voor de PKK. Ondanks dat deed zich niet voor wat je vaak ziet, dat naarmate een beweging groeit de eisen minder radicaal en politieker worden. De PKK heeft zich relatief lang op guerrilla-activiteiten geconcentreerd. Overigens heeft de leiding van de PKK onlangs het verdrag van Geneve ondertekend en ze zeggen zich niet meer tegen de burgerbevolking te richten.’
Zijn er in Turkije krachten die een oplossing dichterbij kunnen brengen?
'Er is de Democratische Partij. Die streeft naar een politieke oplossing van het Koerdische conflict in Turkije. Maar door de Turkse staat worden dat soort groeperingen er altijd onmiddellijk van beschuldigd een mantelorganisatie van de PKK te zijn. De politieke eisen van zo'n club worden dan ontkend en de woordvoerders worden gecriminaliseerd. Vorig jaar zijn acht DEP-parlementariers van hun parlementaire onschendbaarheid beroofd en in een showproces veroordeeld tot lange gevangenisstraffen.’
Een radicaliserende Koerdische beweging is toch ook niet in het belang van Turkije?
'Delen van de machtselite zien dat ook wel in, maar in het leger heersen de hardliners. Er is een militair-industrieel complex dat er belang bij heeft de oorlog gaande te houden. De oorlog legt een grote druk op de Turkse economie, maar anderzijds profiteren bepaalde groepen daar natuurlijk van.
De hoop is dat gematigde politieke krachten in Turkije de overhand krijgen zodat er een politieke oplossing gevonden kan worden voor wat in laatste instantie ook een politiek en sociaal conflict is. De Europese Unie zou kunnen helpen door zich duidelijker tegen dit soort militaire avonturen te keren, en duidelijk te maken wat ze met de humanitaire zone in Noord-Irak willen.’