De koffers zijn gepakt

Het moet een bittere pil zijn geweest voor mevrouw Albright. Afgelopen maandag kon ze niet anders dan toegeven dat niet alleen de Servische weigering om Navo-troepen op zijn grondgebied toe te staan (niet vreemd voor een soevereine staat) het sluiten van een akkoord over Kosovo in de weg stond. ‘Als niet duidelijk is wie een akkoord blokkeert, heeft geweld tegen één van beide partijen geen zin’, bitste ze de pers toe. De Kosovo-Albanezen weigerden ook maar iets te tekenen dat geen uitzicht bood op onafhankelijkheid.

Zaterdag nog hield Albright de Joegoslavische president Milosevic volledig verantwoordelijk voor eventuele bombardementen die ‘zijn volk zullen meesleuren in een geweldige chaos’. Bombardementen als strafmaatregel voor een malafide leider én 'zijn volk’, niet ondersteund door een politieke overeenkomst die de redenen van de oorlog zou moeten wegnemen. Welke militaire analist zou zoiets op zijn geweten willen hebben? Al is de bommendreiging weer afgenomen, toch grijpt onder de Kosovo-Serviërs de angst om zich heen. De staatstelevisie zendt gretig de dreigementen van Albright aan het adres van Milosevic uit. Vanuit Pristina meldt de Serviër Nenad dat hij niet gerekend wenst te worden tot 'het volk van Milosevic’, maar dat hij de boodschap heeft begrepen. Nenad: 'Dit keer denk ik dat er echt gebombardeerd gaat worden, want de Amerikanen zijn geobsedeerd door Milosevic. Ik heb al mijn spullen in koffers gepakt en ik draag mijn geld en papieren op m'n lichaam.’ Nenad is van plan om na de eerste aanvalsgolf zo snel mogelijk dwars door Kosovo naar Servië te vluchten. 'Dan kan ik daarvandaan zien hoe iedereen in Kosovo zich doodvecht.’ In zijn flat is de verhouding Servische op Albanese gezinnen ongeveer één op tien. Een van de Serviërs heeft een directe radioverbinding met het Joegoslavische leger. Hij houdt de overige Serviërs in de flat op de hoogte van de ontwikkelingen, zodat ze tijdig kunnen vluchten. Maar wat als er geen bommen vallen? Nenad: 'Onderhandelen heeft geen zin. Er zijn nog te veel mensen die willen vechten. Mijn Albanese buren zijn oké. Ik heb al afscheid van ze genomen.’