De koloniale geest waait nog volop in Australië

Canberra – Het is Verzoeningsweek in Australië: een jaarlijkse week lange herdenking van alles waar het nog aan schort in de relatie tussen Australië’s inheemse bevolking en zijn twee eeuwen jonge nieuwkomers.

Tenminste, zo wordt die herdenking beleefd door wie hier in Canberra een Aboriginal of Torres Strait Islander-organisatie vertegenwoordigt. Voor de meeste overige Australiërs is het een zevendaagse autoloze zondag in een straat waar je toch nooit kwam.

Niet dat de Verzoeningsweek voortkomt uit obligate goede bedoelingen. Hij markeert de twee meest memorabele data uit Australië’s koloniale geschiedenis: het referendum van 1967, waarbij de inheemse bevolking voor het eerst burgerrechten verwierf, en de eerste gewonnen landrechtenzaak, waarbij een groep Torres Strait Islanders voorouderlijke grond in bezit kreeg. Dit proces van ‘Eddie Koiki Mabo tegen de staat’ is dit jaar precies twintig jaar geleden gevoerd.

In het kader van de Verzoeningsweek sprak afgelopen maandag in een van Canberra’s goed benutte achterafzaaltjes Mick Dodson, hoogleraar rechten, de eerste Aboriginal Social Justice Commissioner en voormalig ‘Australiër van het Jaar’. Net terug van een gasthoogleraarschap aan Harvard keek hij wat onwennig naar zijn publiek van getrouwen, ambtenaren en studenten. Hij was eerlijk gezegd vergeten dat hij vanavond moest spreken. Maar meer voorbereiding dan het teruglezen van het motto van de bijeenkomst had professor Dodson niet nodig. Die luidde: ‘Rechten en erkenning: Van landrechten tot de grondwet.’ Het vat Dodsons volledige loopbaan samen.

Als Social Justice Commissioner speelde Dodson een sleutelrol bij het tot stand brengen van de eerste landrechtenzaak. ‘Die Mabo-zaak was zo’n grote overwinning omdat ze voor het eerst de mythe van terra nullius omverwierp’, zegt Dodson, de idee dat Australië voor de kolonisatie aan niemand toebehoorde. ‘Maar de torenhoge verwachtingen en hoop die de overwinning meebracht zijn inmiddels wel de grond in geboord.’

Het proces van een landrechtenzaak is stroperig en gaat uit van een situatie van meer dan twee eeuwen terug, terwijl de huidige realiteit vaak totaal anders is. Daarnaast krijgen de aangeklaagde partijen overheidshulp, terwijl de inheemse aanklagers moeten sappelen. En bovendien is het paradoxaal genoeg juist het discriminatoire karakter van de wet die landrechtenzaken van Aboriginals tegen de staat mogelijk maakt.

Samen met enkele prominente Aboriginal-vertegenwoordigers pleit Dodson voor een grondwetswijziging die het voornaamste ‘achterstallig onderhoud’ uitvoert dat na 1967 overbleef. Hij somt de secties op waarin het word ‘ras’ voorkomt, noemt gewenste toevoegingen die het primaat en de eigenheid van ­Australië’s inheemse bevolking erkennen. Maar hij weet ook dat het onwaarschijnlijk is dat de ­wijzigingen er komen: een grondwetswijziging kan alleen bij referendum, met een ­zogenaamde ‘dubbele meerderheid’, als meer dan de helft van de bevolking én meer dan de helft van de staten voor stemt. De huidige Labor-premier Julia Gillard voelt voor zo’n referendum maar staat in de peilingen zo laag dat ze de politiek onzekere uitslag niet zal riskeren.

Het discours is blijven hangen in achterstelling en ‘normalisatie’, dus assimilatie, zegt Dodson. ‘De wetten mogen veranderd zijn maar de koloniale geest is nog precies hetzelfde.’ De zaal knikt, drinkt wat, loopt uit in de koude herfstwind van Canberra. Mocht het verhaal van Mick Dodson somber hebben gestemd, dan biedt de website van de Nationale Verzoeningsweek tot aan zondag nog dagelijks activiteiten. Er is een iPad te winnen.