Het democratiseringsproces in Marokko is zo goed als dood

De koning heerst als altijd

Het democratiseringsproces in Marokko, zo hoopvol begonnen met het aantreden van Mohamed VI in 1999, is op sterven na dood. De strijd tegen het islamitisch terrorisme werkt averechts. Dé islamistische partij maakt zich op voor de zege van volgend jaar.

CASABLANCA/RABAT – In de film Marock bespot een in short en topje gekleed tienermeisje haar biddende broer: «Mekka is de andere kant op hoor!» De broer is voor zijn zomervakantie uit Londen, waar hij islamist is geworden, teruggekeerd naar het ouderlijk huis in Casablanca. De film geeft een inkijkje in dit gegoede milieu: tieners die in een auto met chauffeur naar school worden gebracht, feesten, alcohol drinken, hasj roken en seksuele ervaring opdoen. Als het meisje een joods vriendje blijkt te hebben verraadt haar broer dat aan hun ouders. Voordat de vraag aan de orde komt of een moslima mag trouwen met een joodse jongen – de sharia verbiedt dat – komt de jongen tragisch aan zijn einde.
Eigenlijk is het verhaal flinterdun, maar regisseuse Leila Marrakchi stelt in haar film wel een aantal taboes aan de orde, zoals de hypocrisie rond ramadan, seksualiteit en de verhouding met joden. Marock heeft de gemoederen dan ook danig verhit. De islamisten van de Parti de la Justice et du Développement (pjd) eisten, met de wet in de hand, een verbod «omdat deze film een aantasting is van onze wettelijk gewaarborgde islamitische waarden».

«Ik ben zeker geen islamist», zegt islamdeskundige Mohamed Darif, werkzaam aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Hassan II in Mohammedia, «maar als ik autoriteit was, zou ik deze film verbieden. Je hebt niet het recht te beledigen. Daarover kunnen jullie in Nederland toch meepraten. Als wij vreedzaam willen samenleven in een pluriforme maatschappij, kan dat alleen op basis van wederzijds respect. Wat is de grens aan de vrijheid van meningsuiting? Aan onze islamisten is na de aanslagen van 2003 in Casablanca, die vooral gericht waren op joodse doelen, te verstaan gegeven dat zij niet het recht hebben joden te beledigen. Ze hebben daarna hun discours herzien.»

De pjd wil echter niet alleen deze film verbieden, ook de muziekfestivals die zomers in elke zichzelf respecterende stad worden georganiseerd zijn de islamisten een doorn in het oog. Deze gratis openluchtconcerten verlopen in Nederlandse ogen sereen. De meerderheid van de Marokkaanse jeugd heeft weinig te besteden. Op de festivalterreinen wordt niets verkocht, en al helemaal geen bier. Menigeen ziet in de kruistocht van de pjd voor het behoud van islamitische waarden het ware gezicht van de islamisten, en weet wat Marokko te wachten staat als zij na de parlementsverkiezingen volgend jaar aan de macht komen: een stringent verbod op alcohol, muziek, luchtige kleding, normaal omgangsverkeer tussen de seksen en invoering van de sharia. Dat de pjd democratisch is, zoals voorman Saadine Othmani zegt, wekt hoongelach op.

De angst dat de pjd met democratische middelen aan de macht wil komen om vervolgens de democratie af te schaffen en van Marokko een islamitische heilstaat te maken, werd eveneens gevoed door de publicatie van een onderzoek van het Amerikaanse iri (International Republican Institute) waaruit blijkt dat bij de komende parlementsverkiezingen 47 procent van de bevolking op de pjd gaat stemmen.

De pjd zal zich dit keer in alle kiesdistricten kandidaat stellen. Bij de verkiezingen in 2002 was dat niet het geval, maar ook toen al was de pjd waarschijnlijk de grootste partij. Omdat het elektronische telsysteem op het moment suprême niet werkte, werden de verkiezingsresultaten uiteindelijk twee dagen later voorgelezen van een briefje, hetgeen aanleiding gaf tot speculaties dat er met de uitslagen gesjoemeld was. De overwinning van de pjd kwam te vroeg, ook voor de partij zelf, maar nu zijn ze er klaar voor.

«Wie zegt dat de pjd de absolute meerderheid zal halen, kent Marokko niet», zegt Mohamed Darif op het terras van een café met uitzicht op de grote moskee Hassan II in Casablanca, terwijl hij van zijn petit café nipt. «Door het systeem, met ongeveer dertig politieke partijen, zal geen enkele partij boven de 20 of 25 procent van de stemmen uitkomen. Ik sluit niet uit dat de pjd de grootste partij wordt, maar ze zal altijd andere partijen nodig hebben voor een coalitie. Het Amerikaanse onderzoek gaat voorbij aan het gegeven dat veel Marokkanen niet alleen religieus stemmen, maar ook etnisch en tribaal, en dat zij veel eerder op een persoon stemmen dan op een politieke partij. Allerlei notabelen volgen zeer ingenieuze strategieën om op een verkiesbare plaats te komen. Geld en discours spelen daarbij een doorslaggevende rol. Als hij elders een hogere plaats op een lijst kan veroveren, wisselt een politicus gewoon van partij.»

De algemene klacht van Marokkanen is dat het parlement geen werkelijke macht heeft en dat zelfs de regering alleen maar koninklijke besluiten kan uitvoeren. Mohamed VI heeft alle touwtjes in handen. De talrijke conseils en fondations, onder directe zeggenschap van vertrouwelingen van de koning, zijn veel invloedrijker dan de regering en het parlement. Dus hoe erg is het dan als de pjd de grootste partij wordt?

Mohamed Darif: «Ons politieke systeem is erop gericht het programma van de koning uit te voeren. In de nieuwe wet op de politieke partijen staat dat een partij een elite moet vormen die in staat is openbare verantwoordelijkheden op zich te nemen. In onze grondwet staat dat de regering wordt gevormd op instructie van de koning en dat de raad van ministers functioneert onder leiding van de koning. Wat dit betreft reproduceert Mohammed VI de filosofie van zijn vader, namelijk dat de koning heerst én regeert. Weliswaar is er op sociaal-economisch terrein en qua mensenrechten wat verbeterd – Mohammed VI heeft het concept van de humanisering van het administratieve apparaat ingevoerd – maar de balans na zeven jaar is absoluut negatief. Er zijn nog steeds ontvoeringen van staatswege, en martelingen. In de strijd tegen terrorisme worden mensenrechten geschonden. Daags na de aanslagen in Casablanca in 2003 zijn er ruim zevenduizend mensen opgepakt, van wie er uiteindelijk ruim tweeduizend veroordeeld zijn, sommigen tot heel zware straffen, in processen die volgens internationale mensenrechtenorganisaties oneerlijk waren.»

In Rabat, op het terras tegenover het parlementsgebouw, zegt Khalid Jamaï, journalist en chroniqueur in het linkse weekblad Le Journal Hebdomadaire: «Sinds Mohamed VI zijn de corruptie en de armoede toegenomen. Er is alleen maar iets veranderd voor de etalage. Wat mij betreft mogen de islamisten het proberen. Alle andere partijen hebben ruimschoots hun kans gehad en er niks van gebakken. De staat brengt zelf de islamisten voort: de gevangenissen die overvol zitten zijn tegenwoordig broedplaatsen voor islamitisch extremisme, ware scholingsoorden.»

De overheid is weliswaar begonnen met programma’s voor huisvesting en werkgelegenheid in de sloppenwijken waar de plegers van de aanslagen van 2003 vandaan kwamen, maar die hebben weinig effect. Over andere overheidsmaatregelen om weer greep te krijgen op de islam – zoals het opleiden van morchidat, vrouwelijke hulpimams, van wie de eerste vijftig kortgeleden hun diploma in ontvangst mochten nemen, en het installeren van tweeduizend televisietoestellen in afgelegen moskeeën op het platteland, die de door de overheid gecontroleerde vrijdagpreken kunnen uitzenden – haalt Khalid Jamaï zijn schouder op. «Je bent niet serieus.»

Hij heeft de feiten aan zijn kant. In november vorig jaar beloofde koning Mohamed VI dat de drie tot vier miljoen Marocains résidents à l’étranger, de emigranten in Europa, zouden kunnen deelnemen aan de parlementsverkiezingen. Daarmee leek de koning tegemoet te komen aan een oude eis. Marokkaanse emigranten kunnen geen afstand doen van hun nationaliteit en hun deviezen zijn de belangrijkste bron van inkomsten voor de staat, maar stemmen mochten ze nooit. Maar onlangs heeft de regering bekendgemaakt dat het toch niet doorgaat, omdat het logistiek onhaalbaar zou zijn. Waarschijnlijk is ze tot de conclusie gekomen onvoldoende controle te hebben op de emigranten.

Op de zevende verdieping van het appartementencomplex El Manouzi, ook al met uitzicht op de Hassan II-moskee, eet ik op een vrijdagmiddag bij de familie El Manouzi mee met de wekelijkse couscousmaaltijd. Van deze in de linkse beweging gepokt en gemazelde familie is de oudste zoon, vakbondsman Houcine, sinds 1972 verdwenen. Gewapend met een lepel vallen we met minstens tien personen de dampende schotel aan en in een oogwenk is de berg couscous en groenten geslecht.

«Voor mij is de pjd vooral de staat», zegt Abdelkrim, een van de jongste zoons El Manouzi, arts en wonend in hetzelfde complex als zijn ouders. «Het paleis heeft de pjd onder controle. De pjd is als fusie van een paar partijen begin jaren negentig zelfs onder auspiciën van de vorige koning gevormd. Aan het begin van de jaren zeventig was links zo goed als opgerold. Sindsdien hebben de islamisten zich kunnen manifesteren. Al in de jaren tachtig hadden ze het voor het zeggen op de campussen van de universiteiten. Zo is de weg vrijgemaakt voor het islamisme.»

[kader]

Crackers of musketiers?

Kortgeleden heeft een groepje van zes jongeren, die zichzelf Team Evil – Reason for Hate noemt, vanuit Marokko ingebroken in meer dan 750 computers in Israël. Onder meer de computers van de banken Hapoalim en Otsar Ha-Hayal alsmede die van BMW Israël en het ziekenhuis Rambam in Haifa werden gekraakt. Team Evil liet boodschappen achter als: «Lang leve de Palestijnen» en «De Verenigde Staten en Israël zijn terroristen». Bij eerdere aanvallen van Team Evil waren de computers van het Nationale Biologische Onderzoeksinstituut en McDonald’s gekraakt.

«De Marokkaanse crackers zijn na de Brazilianen de beste ter wereld», aldus Nabil Ouchn van het Computer Coordination Center. Het verschil tussen een hacker en een cracker is dat een hacker de gebreken opspoort in computersystemen en ervoor ijvert dat het net minder streng gecontroleerd wordt. Een cracker daarentegen wil computersystemen vernietigen.

Bestaat Team Evil nu uit hackers of uit crackers? In de Marokkaanse publieke opinie kan Team Evil in ieder geval op sympathie rekenen. De jongeren worden liefkozend «De musketiers van het web» genoemd.